Oefeningen in onderkoelde satire door een thuisblijver.
Het lukt mij alleen maar om mijn zus en mijn zwager op Polarsteps te volgen als ik mild ironisch medeleven op ze los mag laten. Onze levensstijlen verhouden zich als olie tot azijn; schudden helpt slechts tijdelijk; mijn reacties in hun digitale reiscatalogus zie ik als immense uitdagingen. Er gebeurt heel veel tegelijkertijd. Ik wil grappig zijn. En bondig. Ik voel antropologische distantie. Ik stel mijn uithoudingsvermogen op de proef. Ik probeer vreedzaamheid, oprechte interesse, verbazing en een vorm van walging te vermengen tot een vloeibaar compromis zodat ik door kan gaan voor een sociaal aangepast familielid. Ik wil erbij horen en ook weer niet. Voelt men de emotionele spagaat van deze beleefde zelfcastijding? Is mijn verbaal camouflagebeheer niet al te doorzichtig? Ben ik hypocriet?

Voorbeeld 1. Zus schrijft: We love it; HIKING, we nemen de kabelbaan en vandaar een trail. Het valt tegen; we doen thuis best veel aan bewegen maar deze stijgingen voelen onwennig. Het is ook warm vandaag. Langzaam aan ‘wennen’ we en gaat het goed voelen. We genieten van de natuur en de stilte. Onderweg blijf ik iets te vaak foto’s nemen volgens Jur die zich achterover in het gras laat vallen. Ik MOET gewoon dat haartoefje van die koe op de foto; die koeien zijn leuk. Gaat er een onze weg versperren, kijkt me aan; zo van: dit is mijn territory, je gaat er maar langs. We wandelen langs gigantische bomen, zoals de info vermeldt is dit gebied miljoenen jaren oud; bijzonder. Inmiddels, na BBQ avond in ons hotel, liggen we total loss in bed pffffffff
De reacties van de andere volgers zijn kort en meelevend, misschien ook wat plichtmatig: ‘geweldig’, ‘oh dat ziet er heerlijk uit’, ‘prachtig daar’, ‘wat leuk’. Dat bevalt mij niet, ik wil ruis in de feestvreugde brengen. Bovendien heeft mijn behoefte aan zelfmanifestatie niet genoeg aan zo’n korte reactie. Er moet ook iets van sarcasme door het glazuur van de welwillendheid sijpelen; een stijlvol gifwolkje dat de bordkartonnen idylle doet wankelen.
Ik schrijf: Het haartoefje was het wachten op een goede foto meer dan waard! We zien niet zomaar een blonde lok, oh nee; het is geopolitiek op microformaat. Denk aan het dwergstaatje Liechtenstein. Of aan die slagroomdot op de ‘Zwetschgenkuchen mit Streuselteig’; en daar dan weer een halve druif op. Volgens mij hebben jullie een thema te pakken. Vruchtjes op de taart, vlekjes op de kaart, kruimels in Geppetto’s baard. Ga zo verder; meer toefjes graag. Tussen het comfortabele gezoef over de Autobahnen door: meer verfijnde details. Dat één zo’n lokje op een koeiekruin zo’n verschil kan maken, dat is pure poëzie.
Voorbeeld 2. Zus schrijft: De grumpy cat van het hotel heeft zoiets van: daar gaan ze weer, die hollanders in hun wandeloutfit, weten ze dan niet dat het gaat regenen, moeten ze zo nodig weer sportief doen, nou ga je gang. We hebben voor ons doen flink ontbeten, voelen ons fit en hebben een mooie wandeling uitgekozen: 5 uur naar een waterval. We breken hem noodgedwongen aan het eind af, dus geen waterval gezien. Het gaat plenzen. We gaan met de bus naar Oberstaufen waar we lunchen. Je krijgt in dit land zin in allerlei slechte gerechten, gewoon omdat ze er zijn; kasespatzle (soort mac&cheese) knakworst&pommes, vergezeld door grote vazen bier, onze buiken zwellen by the minute. Eenmaal terug in die heimat klaart het op en gaat Jur nog even een balletje slaan. Bij hole 2 is er een wolkbreuk, we schuilen onder een boom en worden zeiknat, het is nou wel genoeg met die activiteiten, terug naar het hotel en onder de warme douche
Ik concentreer me op dat golfen en schrijf: Iets zegt me dat die wolkbreuk een kwestie van een clubkeuzefout was bij hole 2. Duidelijk een stok gepakt met té veel loft; ‘zu viel Oberstauft’, zoals ze dat ter plaatse noemen. Probeer de volgende keer gewoon een lage punchshot. Neem mij anders mee als caddy. Wel met een héle grote paraplu.
Voorbeeld 3. Zus schrijft: Vandaag gelukkig weer fantastisch wandelweer, even uitgebreid ontbijten want gaan een aardige klim maken. Met een jaren 50 kabelbaantje naar boven, zo leuk dat zoiets nog bestaat. De hike is er niet een voor watjes blijkt. We kennen dit soort van klettersteig maar het is opletten geblazen en vergt zowel mentaal als conditioneel wat. Er zijn steps en kabeltouwen en we blijven stijgen en dan weer dalen omdat we op een richel/kam lopen. Gelukkig heeft Jur gisteren nieuwe schoenen aangeschaft, hij had namelijk na onze eerdere wandelingen ineens wat blauwe teennagels. We hebben onze blik op oneindig en het verstand inderdaad maar uitgeschakeld. De natives doen er 3 uur over volgens de bordjes, wij dubbel zo lang, maar we zijn blij dat we het gedaan hebben, prachtig uitzicht over de Oostenrijkse Alpen en de Bodensee. Ik heb er een giga blaar aan overgehouden en werkelijk OVERAL spierpijn maar dit was onze laatste hike want morgen naar de golfbaan en overmorgen naar Italie. We hebben echt enorm genoten van alles hier. Het diner is buiten want nog heerlijke temperatuur, zonsondergang, wijn en spierpijn
My comment: Best een strakke tijd. Die ‘natives’ zijn geen vergelijk; die lopen het op hun sloffen want wandelen niet op verse blauwe teennagels en laten het verstand gewoon aanstaan. Wel slim om morgen te gaan golfen; dat is met zwaar verzuurde spieren voor de verandering juist héél goed voor de onderrug. Ik schrap jullie nog niet uit het risicoprofiel, maar de alpiene reddingsdienst durft de helikopter weer met een gerust hart in de hangar te parkeren. Ook de lokale bevolking zal jullie uitstroom naar de Italiaanse laagvlakte als een zegen beschouwen.
Voorbeeld 4. Zus schrijft: Onze laatste dag, met een Duits stel uit ons hotel, zeer fitte zeventigers, lopen we 18 holes. Jur golft, ik ‘wandel’ mee (heb slechts baanpermissie en nog geen GVB) Heel druk op die club want zondag en prachtig weer, dan delen ze je in met anderen, dus kwamen er nog twee bij, althans 1 want de vrouw van het stel kan vanwege rugblessure niet meer golfen. Dit zijn dan weer tachtigers!! Ze rijden in een buggy (wat heel aangenaam blijkt te zijn voor mij ook want de banen zijn in de bergen geïntegreerd, dus ik spring soms graag achterop) Maar Herbert had single handicap, wat betekent dat je wel een balletje kan slaan. Al met al ben je 4,5 uur aan het lopen, vandaar al die stappen. We kijken op de Hochgrat (zie pijltje) en daar op die richel hebben we gisteren gewandeld, was het gisteren? Lijkt langer geleden, wat haal je hier toch veel uit een dag, thuis is ie zo om. We bieren nog wat na en dan vinden we het wel weer vermoeiend genoeg, je lult ook de hele tijd Duits. We eten knusperig buikspek JAMM en om half negen gaat het licht uit, morgen maar inpakken
Waarom ze steeds die punt weglaat op het eind weet ik niet. Maar ik heb grotere issues om me op te richten. Mijn ironie had zich tot nu toe in een nevel van beleefde terughoudendheid gehuld. Nu wordt het tijd om wat meer kleur te bekennen. Het schrijven van een tegengif voor hun zorgvuldig geselecteerde geluksmomenten is tenslotte mijn enige overlevingsstrategie. Ik schrijf: Wat slim van die golfclub om een goed betalende gast ‘toevallig’ in te delen bij een geriatrisch ensemble van zeventigers en tachtigers. Zo’n overwinning in het lokale gelegenheidskampioenschap doet wonderen voor het ego en de handicap; Trump voelt zich op exact dezelfde manier ‘the greatest of all time’ in Mar-a-Lago. Gaf Jur na afloop ook een speech?
Op naar Italië nu. Zal mijn ironie zich in een korset van stilzwijgende tolerantie blijven vouwen? Een bevriende psycholoog heeft in mijn krampachtige behoefte tot snerpen al een verkapte vorm van jaloezie gelezen; het afreageren van een thuisblijver op andermans nouveau riche-decadentie. Zelf houd ik het liever op een gezonde, linkse reflex. Tegen deze onbekommerde demonstratie van bourgeois-behaaglijkheid past simpelweg geen neutraliteit. Maar ook geen sarcasme.
