De valse triomf van goedgelovigheid

Een markt van troost vraagt om de prijs van zelfbedrog.

Natuurlijk is het gebruik van Ayurveda als bedrijfsnaam geen inbreuk op het merkenrecht. Rituals, dat de term voert in haar The Ritual of Ayurveda-lijn, leek even te denken het alleenrecht op dat woord te kunnen claimen, maar trekt nu wijselijk zijn keutel in. De aanduiding heeft echter wél een ander effect: iedereen die het woord inzet als kwaliteitslabel voor een therapie of geneesmiddel, roept bij mij onmiddellijk scepsis op. Om het neutraal te formuleren: het predicaat ‘ayurvedisch’ geeft aan dat we te maken hebben met een alternatieve behandelwijze. Je bent dus gewaarschuwd.

Het folderverhaal: ‘The Ritual of Ayurveda gift set herstelt de balans en is het perfecte cadeau voor een nieuwe balans, voor een vriend of familielid, of gewoon om jezelf te trakteren. Vind innerlijke balans met deze verzachtende en aromatische producten op basis van Indiase roos en zoete amandelolie. Het origami-ontwerp is geïnspireerd op de Japanse kunst van het geven. In de Japanse cultuur kan de cadeauverpakking even belangrijk zijn als het cadeau, waarbij het cadeau wordt gezien als een vorm van communicatie tussen de gever en de ontvanger.’

Het juridische eindoordeel over de merknaam laat zich eenvoudig samenvatten: ‘Ayurveda’ blijft een generieke soortnaam voor een traditionele Indiase gezondheidsleer en kan daarom door niemand als exclusief intellectueel eigendom worden geclaimd. Dat Rituals bakzeil haalt, getuigt vermoedelijk eerder van strategisch inzicht dan van intellectuele zindelijkheid. Ze hadden deze zaak vrijwel zeker verloren, waren ze haar daadwerkelijk aangegaan. Maar één ding blijft overeind staan: het etiket is geen keurmerk van kwaliteit, maar eerder een waarschuwingssignaal; een indicatie dat overtuiging het hier heeft gewonnen van empirische toetsing.

Een aanzienlijk deel van de markt voor alternatieve geneeswijzen drijft op een geraffineerd soort emotionele chantage. Het is een parallel universum waarin anekdotisch bewijs de status van universele waarheid krijgt en klinische trials worden weggezet als complotten van de farmaceutische industrie. Men koopt geen werkzaam bestanddeel; men koopt een narratief. Een warm bad van holistische empathie waarin kritisch denken langzaam wegspoelt.

Het tragische mechanisme achter deze wildgroei is onveranderd: de parasitaire symbiose tussen de charlatan en de wanhopige. Wanneer het reguliere medische circuit de harde waarheid spreekt – dat een aandoening chronisch is, of dat de wetenschap eenvoudigweg nog geen antwoord heeft – springt de alternatieve markt in het gat. Waar de wetenschap nuance en onzekerheid biedt, biedt de kwakzalver absolute zekerheid. Het is een verdienmodel dat floreert bij de gratie van menselijke kwetsbaarheid: hoe zwakker de patiënt, hoe sneller de bankrekening wordt geplunderd voor suikerpillen, trillingstherapieën of energetisch opgeladen bronwater.

In dit ‘post-truthlandschap’, waarin sociale media functioneren als een hogedrukspuit voor desinformatie, voelt de strijd tegen de onzin steeds vaker als dweilen met de kraan open. Wie probeert de ratio te verdedigen, staat al snel te boek als een kille dogmaticus zonder hart. Ik vraag me steeds vaker af hoe de Vereniging tegen de Kwakzalverij zich in deze storm staande houdt. Even controleren dus.

Het is met de vereniging zelf, historisch bezien, opvallend stabiel gesteld; ze doet nog precies waarvoor ze in 1881 werd opgericht. De oudste sceptische organisatie ter wereld opereert nog steeds zonder subsidie, gedragen door zo’n 1800 à 2000 hardnekkige leden die weigeren te buigen voor de waan van de dag. Onder leiding van voorzitter Freek van Sluijs blijft de vereniging met vlijmscherpe pen en juridische procedures de barricaden opgaan.

Hun actieradius is onverminderd breed en de munitie nog lang niet uitgeput. Hun jaarlijkse satirische schandpaal, de Meester Kackadorisprijs, blijft een effectief wapen. Onlangs nog verschenen instituten zoals Amsterdam UMC op de longlist vanwege het faciliteren van acupunctuuronderzoek bij kinderen; een pijnlijk bewijs dat zelfs de academische wereld de poorten voor pseudowetenschap soms wagenwijd openzet onder het mom van ‘complementaire zorg’.

De vereniging schroomt bovendien niet om door te pakken waar het gevaarlijk wordt. Zo eiste zij recent strafrechtelijke vervolging van een arts die op grote schaal onbewezen behandelingen met navelstrengbloed uitvoerde bij kinderen. De ironie is dat de VtdK in het huidige tijdsgewricht feller wordt aangevallen dan ooit. De gevestigde orde sust dergelijke ontwikkelingen graag met termen als ‘integrative medicine’; een eufemisme waarmee men probeert bewezen geneeskunde te vermengen met magisch denken; alsof je een glas helder water verbetert door er een lepel rioolwater in te roeren.

De vereniging strijdt niet tegen spiritueel ingestelde mensen als individu, maar tegen de institutionalisering van volksverlakkerij. Hoewel de vereniging zelf springlevend is, ervaar ik in het publieke domein steeds vaker hoe eenzaam het rationele standpunt kan zijn. Dat lijkt mij het logische gevolg van een maatschappij die ‘gevoel’ heeft verheven tot ultieme graadmeter van de werkelijkheid. Zolang irrationaliteit zich als zorg blijft vermommen, is er sprake van een achterhoedegevecht; maar wel een noodzakelijk gevecht, uit respect voor de volksgezondheid én de intellectuele hygiëne.

De VS hebben hun beste president vermoord

…terwijl een psychopathische schurk niet eens wordt geïmpeacht.

Als mijn ouders, begin jaren zestig, in Rotterdam waren gebleven, zou ik nooit op een christelijke school zijn beland. Maar in Gilze-Rijen kon ik er niet aan ontkomen; er was daar geen onderwijs voorhanden zonder bijbel. Zodoende leerde ik van Jezus’ zondedood; zijn eigen Heilige Vader haalde hem voortijdig weg bij de mensen. Thuis werd dat verhaal genuanceerd (“God bestaat niet”), maar een andere vergelijkbare tragische gebeurtenis diende zich alweer aan: de grote leider van Amerika werd op 22 november 1963 vermoord. “Door zijn eigen mensen”, beweerde mijn vader. We hebben thuis nooit iets anders geloofd. De moord op Kennedy – niet alleen de dood zelf, maar ook het raadselachtige karakter ervan, de tegenstrijdige verklaringen, de vermoede betrokkenheid van staatsinstanties en de eindeloze stroom speculaties en reconstructies – fascineerde hem mateloos. Dit werd thuis zichtbaar aan de groeiende plank vol boeken over Dallas, Oswald en de complotten rond de aanslag.

Toen ik begon aan JFK and the Unspeakable: Why He Died and Why It Matters van James W. Douglass, dacht ik dat ik een zoveelste boek over de moord op John F. Kennedy zou lezen. Maar Douglass doet iets veel fundamentelers: hij legt de anatomie bloot van een staatsgreep. Hij laat zien dat de vraag wie Kennedy doodde onlosmakelijk verbonden is met de vraag waarom hij een existentiële bedreiging vormde voor de instituten van zijn eigen land. Dat verschil is essentieel.

Inmiddels heb ik ook het JFK-gedeelte van Martyrs to the Unspeakable gelezen, en de optelsom van beide boeken is voor mij onontkoombaar. Waar JFK and the Unspeakable de gedetailleerde, bijna obsessieve reconstructie is van de politieke confrontaties, functioneert Martyrs als de morele slotsom. Douglass stapt hier weg van de feiten om de gruwelijke betekenis van de moord te duiden: Dallas was geen tragisch incident, maar een noodzakelijke interventie van een systeem dat vrede als een direct gevaar voor de nationale veiligheid beschouwde.

Wat mij in beide boeken zo aangreep, is de gedocumenteerde transformatie van Kennedy. Hij was aanvankelijk een overtuigd kind van de Koude Oorlog, gevormd door machtspolitiek. Maar de Cubacrisis was zijn breekpunt. Douglass toont aan dat Kennedy daar veranderd uitkwam. Hij besefte dat hij de leiding had over een apparaat dat richting totale zelfvernietiging dreef; een systeem van generaals en adviseurs die nucleaire escalatie niet alleen acceptabel, maar zelfs wenselijk achtten. Hoe meer ik Douglass las, hoe duidelijker het werd dat Kennedy’s daaropvolgende koerswijziging zijn doodvonnis tekende.

Zijn openlijke toenadering tot Chroesjtsjov en de beroemde vredesrede aan de American University waren geen loze retoriek; het waren daden van openlijk verzet tegen het diep gewortelde militaire establishment. Het meest overtuigende bewijs voor de noodzaak van zijn eliminatie vind ik echter in Vietnam. National Security Action Memorandum 263 – Kennedy’s concrete plan om de troepen terug te trekken – was de definitieve splijtzwam. Douglass laat zien dat de oorlogsmachine een eigen momentum had gekregen dat geen halt meer toeriep voor een president. De snelheid waarmee dit beleid na de moord door Lyndon B. Johnson werd teruggedraaid, spreekt boekdelen.

De kracht van Douglass’ argumentatie zit niet in één enkel bewijsstuk, maar in de verstikkende opeenstapeling van spanningen tussen Kennedy en de legertop en veiligheidsdiensten. De openlijke vijandschap van de CIA na de Varkensbaai en de woede van de militaire haviken vormden de opmaat naar een onvermijdelijke botsing. Douglass schetst het beeld van een president die door de structuren die hem geacht werden te dienen, werd geïsoleerd en uiteindelijk geëlimineerd.

Het begrip ‘the Unspeakable’, dat Douglass ontleent aan Thomas Merton, is daarom de enig juiste kwalificatie. Het beschrijft de ijzingwekkende werkelijkheid van een schaduwmacht waarin militarisme en geheimhouding zo verstrengeld zijn dat democratische controle slechts een illusie is. Douglass confronteert de lezer met een moreel trauma dat men liever negeert omdat de implicatie te groot is: Kennedy werd niet vermoord door een eenling, maar geëxecuteerd door zijn eigen regering.

Ik bleef achter met de wetenschap dat ik geen ‘ketters’ geschiedenisboek had gelezen, maar een verslag van een keerpunt. Dallas was de gewelddadige vernietiging van een historische richting die Amerika even leek in te slaan. Kennedy stierf als martelaar, vermoord door een systeem dat vrede gevaarlijker vond dan de ondergang van de wereld.

Annex: De onuitspreekbare werkelijkheid van vandaag

Wie denkt dat de krachten die Douglass beschrijft met de jaren zijn getemd door democratische controle of moreel voortschrijdend inzicht, kijkt naar een land dat niet bestaat. Integendeel; het systeem is alleen maar efficiënter geworden in het verbergen van de naden, terwijl de corruptie zich als een veenbrand heeft verspreid. De Amerikaanse democratie balanceert momenteel op een afgrond, voortgestuwd door een Republikeinse schurkenbende die de instituten niet langer wil dienen, maar wil gijzelen.

De parallel met Kennedy is wrang, maar noodzakelijk. JFK probeerde via diplomatieke weg een brug te slaan naar Chroestsjov om de wereld te behoeden voor een nucleaire apocalyps. Dat was een daad van moed, een poging tot vrede vanuit een moreel kompas. Als we dat leggen naast het huidige geflirt van Trump met Poetin, zien we de ultieme pervertering van diplomatie. Waar Kennedy zocht naar vrede via openheid en dialoog, zien we nu een sinistere verstandhouding die niet is gestoeld op wereldvrede, maar op de gedeelde bewondering voor autocratie en eigenbelang.

Het is de paradox van de macht: Kennedy werd geëlimineerd omdat hij de vrede zocht binnen een systeem dat oorlog nodig had; de huidige machthebbers ondermijnen de vrede juist door de fundamenten van de democratie zelf te slopen.

Ik ben er heilig van overtuigd dat de ‘Unspeakable’ vandaag de dag nog steeds de dienst uitmaakt, zij het in een moderner jasje. Het militair-industrieel complex waar Eisenhower voor waarschuwde en waar Kennedy zijn tanden op stukbeet, is inmiddels gefuseerd met een ongekende financiële hebzucht en een totale minachting voor de waarheid. Dit ondoorzichtige netwerk van het Pentagon, de inlichtingendiensten en hun commerciële belangen is geenszins getemd; het wordt simpelweg gefaciliteerd door een politieke klasse die de burgerrechten liever bij het grofvuil zet dan de eigen privileges opgeeft.

Misschien is dat wel de meest bittere pil: we kijken niet langer naar een systeem dat een president elimineert omdat hij te progressief is, maar naar een systeem dat de volledige staatsstructuur aanpast aan de grillen van de meest corrupte elementen binnen de samenleving. De moord op JFK was het startschot voor een proces dat nu zijn voltooiing nadert. De ‘stilte’ waar Douglass over spreekt, is inmiddels een oorverdovend lawaai geworden van desinformatie en politiek opportunisme.

Lezersreactie:
Ik zou van ‘impeached’ de nederlandse versie maken. In het Nederlands schrijf je doorgaans: hij wordt geïmpeacht, dus mét trema en als vernederlandste werkwoordsvorm. Het werkwoord wordt dan behandeld zoals andere uit het Engels overgenomen werkwoorden: uploaden → geüpload, deleten → gedeletet, improviseren → geïmproviseerd. Het trema in geïmpeacht laat zien dat je de i apart uitspreekt. In meer journalistieke of informele stijl kun je de Engelse vorm onveranderd laten, zoals je deed: “Trump wordt impeached.” Maar volgens Nederlandse spellingslogica is geïmpeacht de meest vernederlandste en taalkundig consistente vorm.

Antwoord: Ok, bij deze aangepast. Op jouw risico.

De man die de keizer zijn kleren ontzegt

Als Jeffrey Sachs het woord neemt, is het verstandig om even heel goed op te letten.

Jeffrey Sachs is een van die zeldzame stemmen die niet probeert te imponeren, maar te verduidelijken. Zijn analyses hebben niets van de gebruikelijke ruis die het publieke debat vaak verstikt. Hij spreekt met de rust van iemand die de feiten kent en met de scherpte van iemand die weigert zich te laten meeslepen door politieke slogans.

In zijn recente uitleg over het Amerikaanse handelstekort legt Sachs een ongemakkelijke waarheid bloot: de VS geeft structureel meer uit dan het produceert. Niet door buitenlandse manipulatie, maar door eigen begrotingsdiscipline die al jaren ontbreekt. De vergelijking met een creditcard is volgens hem voldoende om de logica te begrijpen: wie meer koopt dan hij verdient, kan moeilijk de verkoper de schuld geven. Dat deze simpele realiteit wordt omgebogen tot een beschuldiging richting China of andere landen, noemt hij economisch misleidend en politiek gemakzuchtig.

Maar Sachs’ kritiek reikt verder dan de handelsbalans. Hij ziet een land dat zijn internationale rol verwart met spierballentaal, dat diplomatie afbouwt terwijl het defensiebudget blijft groeien, en dat via noodverordeningen regeert waar het Congres zou moeten spreken. In A New Foreign Policy stelt hij dat het ‘America First’-beleid niet alleen een koerswijziging is, maar een vrijwillige terugtrekking uit de wereldorde die de VS zelf heeft opgebouwd.

Tegelijkertijd wijst hij op een technologische achterstand die niet ontstaat door buitenlandse concurrentie, maar door gebrek aan langetermijnvisie. Terwijl China investeert in elektrische mobiliteit, AI en industriële capaciteit, blijft de Amerikaanse koers grillig en reactief. De volatiliteit van Trumps beleid leidde volgens Sachs zelfs tot een moment waarop tien biljoen dollar aan marktwaarde verdampte; geen verschuiving, maar vernietiging van welvaart.

Ook de binnenlandse gevolgen blijven niet ongenoemd. De problemen van de Amerikaanse arbeidersklasse komen volgens hem niet voort uit Chinese import, maar uit automatisering. Door China tot zondebok te maken, ontwijkt de politiek de verantwoordelijkheid om te investeren in omscholing, sociale zekerheid en toekomstbestendige industrie. Het is geen strategie, maar uitstelgedrag.

Sachs’ conclusie is helder: de VS kampt niet met een handelsprobleem, maar met een realiteitsprobleem. Een land dat weigert zijn eigen begrotingsroes, technologische achterstand en sociale erosie onder ogen te zien, wijst liever naar anderen. Zijn pleidooi is dan ook niet voor meer protectionisme, maar voor een terugkeer naar multilaterale samenwerking en een economisch beleid dat gebaseerd is op feiten in plaats van slogans.

Zet mij maar op de zwarte lijst

Het zou mij tegenvallen als het Trump-regime mij niet als staatsgevaarlijk zou bestempelen.

Er is opnieuw felle kritiek vanuit de VS op Europa. Naast de bekende stokpaardjes van radicaal rechts – dat Europa een broedplaats voor terreurdreigingen zou zijn vanwege massamigratie, zwakke grenzen en narco-terroristen – trekt het Trump-regime nu ook van leer tegen “extremistisch links”. Maar wat zijn eigenlijk de criteria waarmee de Nationale Veiligheidsraad van het Witte Huis bepaalt dat bewegingen als ‘antifa’ een “grote bedreiging” vormen?

De would-be dictator Trump wordt hier in één beeld gevangen met George Wahington, de eerste president van de VS. Washington was een republikein in de klassieke zin (voorstander van een republiek), geen democraat in de hedendaagse Amerikaanse partijbetekenis. Hij stond boven de partijen en waarschuwde juist tegen de polarisatie die we vandaag de dag zien. Hij was meer een ‘staatsman’ dan een partijdige politicus. In zijn beroemde Farewell Address (1796) waarschuwde hij expliciet tegen het gevaar van politieke partijen (“the spirit of party”). Hij vreesde dat ze de eenheid van het land zouden ondermijnen en zelfs tot despotisme zouden leiden. In het geval van Trump heeft hij gelijk gekregen. (Foto van EPA wordt hier geplaatst met gesupposeerde toestemming.)

In de nieuwe Amerikaanse antiterreurstrategie voor 2026 wordt ‘antifa’ niet zozeer behandeld als een formele organisatie, maar eerder als een ideologisch netwerk of een politieke parapluterm. Daarmee ontstaat een rekbare definitie van extremisme, die veel verder gaat dan het bestrijden van concreet geweld. Laat me raden waar de kritiek uiteindelijk op neerkomt. De Trump-regering kijkt vermoedelijk allang niet meer uitsluitend naar vormen van terrorisme. Groepen kunnen al verdacht worden zodra zij:

  1. anti-statelijke of revolutionaire retoriek bezigen;
  2. internationale netwerken onderhouden;
  3. maatschappelijke mobilisatie organiseren;
  4. culturele of ideologische alternatieven tegenover ‘Amerikaanse waarden’ plaatsen;
  5. invloed uitoefenen binnen universiteiten, media, NGO’s, de ambtenarij of technologiebedrijven.

Kortom: de definitie van ‘extremistisch links’ verschuift van ‘geweldstoepassing’ naar ‘verwerping van traditionele normen en nationale instituties.’ Dat is een fundamentele verschuiving.

In de VS is het in principe legaal om radicaal-linkse, anarchistische of antikapitalistische ideeën te hebben zolang men geen concrete geweldsdaden plant of pleegt. Maar uit de retoriek van het Trump-regime blijkt dat begrippen als “anti-Amerikaans”, “radicaal pro-transgender” en “anarchistisch” moeiteloos door elkaar heen lopen. Dat wijst erop dat de criteria niet louter veiligheidsgericht zijn. De selectie van doelwitten vindt plaats op basis van een doctrinair kader. Men volgt het programma van een sektarische, revanchistische partij.

De consequentie laat zich raden: politieke inzet van veiligheidsdiensten tegen ideologische tegenstanders, intensievere surveillance van activisten, criminalisering van protest en verdere aantasting van burgerrechten.

Je bent al snel verdacht in het Amerika van nu. Ondersteun je autonome vrijplaatsen? Onderhoud je internationale contacten? Doe je weleens mee aan een bezetting? Organiseer je maatschappelijke onrust, al is het maar in de breedste, meest politieke betekenis van het woord? Wees dan Trumps motto indachtig:

Misschien is het daarom verstandig om alvast wat helderheid te verschaffen. Bij gebrek aan officiële criteria geef ik zelf graag aan waarom ik aan gene zijde van de Atlantische Oceaan mogelijk als staatsvijand moet worden aangemerkt. Dit zijn mijn ‘zeven vinkjes’:

  1. In 2017 noemde ik Trump in een interview met de Volkskrant een “potsierlijke geilneef.” Achteraf bezien hield ik mij nog in. Ik wou dat ik toen de tegenwoordigheid van geest had gehad om de president te typeren zoals Ben Meiselas vaak doet (zie verder).
  2. Mijn boek The GreenXtreme vraagt op de cover openlijk: “Is it Time to Break the Law for the Right to Breathe?” Daarboven staan bovendien de woorden: “No Law But Justice.” Niemand hoeft nu nog te weten dat ik in het belangrijkste, derde deel, van dat boek, het gebruik van geweld stelselmatig afwijs.
  3. Ik beschouw mezelf als een milieuactivist die zich (tot nu toe) weet in te houden.
  4. Ik onderhoud contacten met buitenlandse activistische netwerken.
  5. Ik weiger de autocratische impulsen van het huidige Trump-regime te normaliseren als legitiem democratisch gezag. Want laten we eerlijk zijn; het functioneert slechts onder de dekmantel van een representatieve (dus volkssoevereine) autoriteit, maar kan absoluut niet worden gezien als een reguliere uiting van constitutioneel bestuur.
  6. Ik stem op de Partij voor de Dieren.
  7. Ik ben radicaal pro-transgender.

Ik verzoek de Nationale Veiligheidsraad van de VS om mij preventief op hun zwarte lijst te plaatsen. Het zou vervelend zijn als daar later administratieve onduidelijkheid over ontstaat. Ik beschouw het als een eer om door een schurkenregime als persona non grata (of erger) te worden verklaard.

Op zijn veelbekeken kanaal, het MeidasTouch Network (MTN), spaart Ben Meiselas de huidige president niet. Zijn vocabulaire is doorspekt met juridische ernst vermengd met een flinke dosis retorische verontwaardiging. Wanneer Meiselas van leer trekt, gebruikt hij vaak de volgende termen en typeringen:

  • Convicted Felon: Sinds de uitspraak in de zwijggeldzaak in New York is dit zijn absolute favoriet. Hij herhaalt dit bijna als een mantra om de juridische status van Trump te benadrukken.
  • Adjudicated Rapist: Verwijzend naar de civiele rechtszaak van E. Jean Carroll. Meiselas hecht veel waarde aan het gebruik van de exacte juridische terminologie die door de rechter is bevestigd.
  • Fraudster: Meestal in de context van de civiele fraudezaak in New York waarbij de zakelijke praktijken van de Trump Organization onder de loep werden genomen.
  • Authoritarian / Wannabe Dictator: Hij waarschuwt regelmatig voor de antidemocratische retoriek en de plannen die Trump heeft voor een eventuele derde termijn.
  • Incompetent / Chaotic: Meiselas zet Trump vaak neer als iemand die intellectueel niet in staat is om de complexiteit van het landsbestuur of zelfs zijn eigen juridische verdediging te begrijpen.
  • The Leader of the MAGA Cult: Hij positioneert Trump niet als een traditionele politicus, maar als een sekteleider die zijn volgers misleidt.
  • Cognitive Decline: Meiselas deelt vaak clips waarin Trump woorden vergeet of verward overkomt, om te betogen dat hij mentaal ongeschikt is voor het ambt.
  • Low Energy / Weak: In schril contrast met de “strongman”-persona die Trump probeert uit te stralen, schildert Meiselas hem vaak af als een kwetsbare, paniekerige man die doodsbang is voor de gevangenis (waar hij thuishoort).

Lezersreactie:
Interessante analyse. Wat u hier beschrijft bij het Trump-regime, lijkt overigens verdacht veel op de klassieke theorie van de ‘Dual State’ van Ernst Fraenkel. Hij stelde vast dat in autoritaire systemen een normatieve staat (die de schijn van de wet ophoudt voor de ‘brave’ burger) zij aan zij bestaat met een prerogatieve staat; een machtsapparaat dat volledig willekeurig en naar eigen goeddunken afrekent met iedereen die als ‘vijand’ is gelabeld.
Het is een bittere ironie dat een regime dat de mond vol heeft van de rule of law, in de praktijk vooral de regels van de prerogatieve staat hanteert om critici monddood te maken. Het zou verfrissend zijn als men in de VS deze wetenschappelijke realiteit eens onder ogen kwam, in plaats van te blijven geloven in de fabel van een ongeschonden democratie.

De geboorte van de spreadsheet-samenleving

Hoe we de wereld verruilden voor getallen.

Het is een wrange grap van de geschiedenis; we wonnen de strijd om de efficiëntie, maar verloren onderweg de realiteit uit het oog. In de lente van 1968, terwijl de straten van New York kolkten van sociaal onbehagen, voltrok zich in de achterkamers van de Verenigde Naties een revolutie zonder geweerschoten. Statistici herschreven de regels van wat we ‘waarde’ noemen. Wat voorheen werd gezien als een noodzakelijk kwaad of een faciliterende dienst – het uitlenen van geld tegen rente – werd plotsklaps gepromoveerd tot de motor van onze welvaart. De documentaire genaamd Een kapitale denkfout van Tegenlicht, die afgelopen dinsdag door de VPRO werd uitgezonden, legt de vinger op een zere plek die velen van ons wel voelen, maar zelden kunnen aanwijzen. We lijden aan een collectieve tunnelvisie, waarbij alles wat niet in een Excel-hokje past, simpelweg ophoudt te bestaan.

VPRO Tegenlicht belicht de wortels van onze spreadsheet-samenleving. Een noodzakelijke waarschuwing, die we eigenlijk al decennia hadden kunnen horen. Dat een vergeten VN-commissie uit 1968 onze definitie van waarde voorgoed veranderde, is absoluut een eye-opener, maar deze ‘kapitale denkfout’ werd zeker niet door iedereen over het hoofd gezien. Veel economen hebben gewaarschuwd voor het feit dat extra arbeidswaarde niet meer eerlijk werd verdeeld, maar rechtstreeks vloeide naar de zakken van de renteniersklasse. (Kritiek op meerwaarde van extra inspanning die niet wordt vertaald in loonstrookjes, maar wordt opgezogen door het kapitalisme, is natuurlijk Marx ten voete uit; alleen was er in zijn tijd nog geen ICT in combinatie met een financiële markt.) De eigenlijke vraag is dan ook: hebben we die kapitalisering door de financiële sector gemist, of wilden we het gewoon niet zien?

We moeten het hebben over de erfenis van Robert McNamara. Als architect van de Vietnamoorlog probeerde hij een conflict te managen alsof het een autofabriek was. Als de ‘bodycount’ maar hoog genoeg was en de statistieken van afgeworpen munitie gunstig kleurden, dan móésten we wel winnen, toch?

Niet dus. De menselijke moraal, de culturele weerstand en het diepe sentiment van een bevolking laten zich niet vangen in een staafdiagram. Deze McNamara Fallacy – het negeren van de onmeetbare werkelijkheid omdat deze lastig te kwantificeren is – is inmiddels de standaardprocedure geworden in onze bestuurskamers. Of het nu gaat om de zorg, het onderwijs of de klimaatcrisis; we staren ons blind op de dashboard-indicatoren terwijl de motor in de soep loopt.

Vanuit een progressief-economisch perspectief is de beslissing van 1968 niets minder dan de juridische erkenning van het rentenierskapitalisme. Door bankactiviteiten mee te tellen in het Bruto Binnenlands Product (BBP), creëerden we een perverse prikkel. In plaats van een economie die goederen en diensten produceert om menselijke behoeften te bevredigen, bouwden we een systeem dat ‘groei’ simuleert door schulden op te stapelen.

Wanneer een bank een lening verstrekt voor een speculatieve vastgoeddeal, stijgt het BBP. De statistiek juicht, maar de samenleving schiet er niets mee op; de huizen worden onbetaalbaar en de rijkdom concentreert zich bij degenen die al over kapitaal beschikken. We hebben de financiële sector, die ooit diende als de olie in de machine, verward met de machine zelf. Het resultaat is een economie die op papier floreert, terwijl de sociale cohesie verdampt en de mentale gezondheidssituatie precair wordt.

Gedurende het kijken naar deze documentaire moest ik de hele tijd denken aan een andere economomische schok, die wat later plaatsvond en waarvan iedereen heeft gehoord. Ik dacht aan het loslaten van de goudstandaard. Hoewel de Tegenlicht-uitzending focust op de statistische verschuiving in 1968, is de ‘Nixon Shock’ van 1971 – het moment dat de koppeling tussen de dollar en goud werd doorgesneden – volgens mij de andere helft van de schaar (bij gebrek aan een betere beeldspraak).

Zit er een correlatie tussen deze momenten? Volgens mij wel. In 1971 zorgde ‘men’ ervoor dat de hoeveelheid geld niet langer beperkt werd door een fysieke voorraad goud. Velen zagen dat als een bevrijding, maar het was natuurlijk het begin van de ellende. Ik begrijp nu dat deze rampspoed werd ingeleid in 1968 door wat je ‘De creatie’ zou kunnen noemen: eerst bepaalden we dat het verschuiven van geld ‘productief’ was.

Zonder de rem van goud kon de financiële sector exponentieel groeien. Geld werd een abstractie die uit het niets kon worden gecreëerd door commerciële banken. De spreadsheet werd niet alleen een meetinstrument, maar een vehikel voor de schepping van een schijnwerkelijkheid. Sinds de vroege jaren 70 zie je dat de productiviteit van werknemers blijft stijgen, maar dat hun lonen stagneren; de vruchten van die verhoogde productiviteit verdwijnen sindsdien in het zwarte gat van de financiële sector, die we in 1968 eigenhandig tot het hart van onze economie bombardeerden.

De cirkel is rond nu we deze logica toepassen op kunstmatige intelligentie. We trainen algoritmes op basis van historische data; data die al vervuild zijn door deze ‘kapitale denkfout’. Als we AI vertellen dat succes gelijkstaat aan de optimalisatie van cijfers, zal de machine diezelfde kille efficiëntie toepassen op ons leven, zonder oog voor de menselijke maat.

Het is tijd dat we erkennen dat een spreadsheet een handig hulpmiddel is, maar een rampzalig kompas. Een samenleving die enkel stuurt op wat meetbaar is, eindigt als een prachtig vormgegeven grafiek die rechtstreeks de afgrond in wijst. Misschien is het tijd om de koppen van de financiële berichten eens te negeren en te luisteren naar wat er in de marges wordt gefluisterd. Want daar bevindt zich de werkelijkheid die we al die tijd ‘gemist’ hebben.

Sta mij toe dat ik aan dit zogenaamde ‘gemiste’ moment een kritische annex toevoeg, want laten we eerlijk zijn: zo nieuw is deze boodschap nu ook weer niet.

We moeten ophouden met deze collectieve verbazing; het staat ons eerlijk gezegd nogal hypocriet. We doen nu alsof we de dupe zijn geworden van een bureaucratisch foutje uit 1968, een verdwaalde komma in een VN-statistiek die de wereld per ongeluk heeft verkocht aan de bankiers. Maar wie houden we voor de gek? De waarschuwingen waren nooit geschreven in onzichtbare inkt. Ze stonden in kapitalen op de muren van de geschiedenis; van de vlijmscherpe analyses van Marx tot de kille data-exercities van Piketty.

We wisten het. Of we hadden het kunnen weten, als we niet zo druk waren geweest met het bewonderen van onze eigen digitale spiegelbeelden.

Het loslaten van de goudstandaard was geen technisch mankement; het was onze collectieve ontsnapping uit de realiteit. We vonden het wel prettig, die wereld waarin geld uit het niets kon worden getoverd om de illusie van eeuwige groei te voeden. We hebben de financiële markten niet per ongeluk laten fixeren op winstmaximalisatie; we hebben die markten de sleutels van de stad gegeven omdat we stiekem hoopten op een graantje van de winst. Of dat nu via onze pensioenfondsen was of de stijgende overwaarde op ons huis; we zijn allemaal verslaafd geraakt aan de heroïne van het fictieve kapitaal.

De “McNamara-denkfout” is inmiddels onze tweede natuur geworden. We meten alles: onze stappen, onze slaap, onze vriendschappen in digitale interacties en onze economie in abstracte getallen die niets meer zeggen over de kwaliteit van het bestaan. We hebben de menselijkheid ingeruild voor de spreadsheet omdat die ons beloofde dat alles beheersbaar was.

Een systeem dat gebouwd is op het extraheren van waarde zonder iets wezenlijks toe te voegen, móét uiteindelijk imploderen. We hebben de financiële parasiet tot gastheer gekroond en kijken nu verbaasd dat het lichaam – onze samenleving -begint te wankelen.

AI is slechts de laatste spiegel die ons wordt voorgehouden. Het is de ultieme rekenmeester die we zelf hebben ontworpen om de logica van 1968 tot in het absurde door te voeren. Als we straks in een wereld leven die perfect geoptimaliseerd is op papier, maar waar geen ruimte meer is voor de onmeetbare chaos van het mens-zijn, dan kunnen we niet zeggen dat we niet gewaarschuwd zijn. We waren erbij, we zagen het gebeuren, en we bleven kijken naar de koersen zolang ze maar groen kleurden.

Die kapitale denkfout? Dat was geen foutje van statistici. Dat was een bewuste keuze van ons allen.

Vrijheid van meningsuiting à la carte

De selectieve verontwaardiging van de Grote Leider en zijn volgelingen.

Als de schoft genaamd Trump en zijn schurkenbende door niets en niemand werden tegengehouden, zouden ze waarschijnlijk achter de volgende journalisten aangaan (de lijst is uiteraard niet compleet, maar dit zijn de commentatoren die ik volg):

  • Ben Meiselas; MeidasTouch Network.
  • David Pakman; The David Pakman Show.
  • Tim Miller; The Bulwark.
  • Jessiah; Pondering Politics.
  • Amy Goodman en Juan González; Democracy Now!.
  • Brian Tyler Cohen; No Lie.
  • Luke Beasley; The Luke Beasley Show.
  • Krystal Ball; Breaking Points (dikwijls gepresenteerd met Saagar Enjeti).
  • Kyle Kulinski; Secular Talk.
  • Cenk Uygur en Ana Kasparian; The Young Turks (Rebel HQ).
  • Natalie Wynn; ContraPoints.
  • Sam Seder; The Majority Report with Sam Seder.
  • Chris Hedges; The Chris Hedges Report (of gelieerd aan The Real News Network).
  • Kara Swisher; On With Kara Swisher.
  • Hasan Piker; HasanAbi.
  • Thom Hartmann; The Thom Hartmann Program.
  • Scott Galloway en Kara Swisher; Pivot.
  • Chip Franklin, Corinne Straight en Justin Horowitz; Really American.
  • Adam Mockler; The Adam Mockler Show.
  • Jeffrey Sachs, John J. Mearsheimer, Stephen Walt, Rohit „Ro” Khanna; geen eigen platform maar regelmatig optredend als gasten in andermans show vanwege hun expertise.
Noam Chomsky: “If you’re in favor of freedom of speech, then you’re in favor of freedom of speech precisely for views you despise. Otherwise, you’re not in favor of freedom of speech.” (De cartoon van Matt Wuerker wordt hier geplaatst met impliciete toestemming.)

Vrijheid van meningsuiting, het is een prachtig concept. Een soort heilig huisje in het Amerikaanse landschap, vooral luidkeels bejubeld door Donald Trump en diens discipelen. Tenminste, zolang de boodschap in hun straatje past. Zodra de wind uit een andere hoek waait, verandert datzelfde principe in een ongemakkelijke hindernis.

Neem het recente theater rond Jimmy Kimmel. De presentator durfde het aan om een grap te maken over het leeftijdsverschil tussen Trump en zijn echtgenote Melania (“Mrs. Trump, you have a glow like an expectant widow”). Een mop zo oud als de weg naar Kralingen; absoluut geen hoogvlieger op het gebied van originaliteit. Cruciaal detail: deze uitspraak werd gedaan vóórdat een verward individu probeerde binnen te dringen bij een evenement in Washington. Er was dus precies nul komma nul causaal verband. Toch schreeuwde het Trumpkamp moord en brand; het zou gaan om “aanzetten tot geweld”.

Trump eiste zelfs dat de zender ABC Kimmel de laan uit zou sturen (dit wordt daar nu zowaar overwogen). Dat is een regelrechte poging om een kritisch medium de mond te snoeren. Censuur in de praktijk, verpakt als morele verontwaardiging.

De hypocrisie druipt er vanaf wanneer we kijken naar het eigen gedrag van de gewelddadige narcist. Nog geen twee dagen later maakte hij tijdens een officieel moment met de Britse koning zelf een flauwe opmerking over zijn huwelijk en Melania. Gênant? Zeker. Maar riep iemand op om hem van het podium te plukken? Nee hoor. Dat valt dan weer onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’ en ‘je moet ertegen kunnen’.

Het probleem is niet de grap; het probleem is de persoon die hem vertelt. Wanneer Trump of zijn handlangers beledigingen uiten, is het humor. Wanneer een komiek precies hetzelfde doet over de leider zelf, is het plotseling gevaarlijk en moet het stoppen. Dit is geen principiële houding; het is opportunisme van de bovenste plank. Het mechanisme is inmiddels zo voorspelbaar als een klok:

  • Men rukt een willekeurige opmerking uit zijn context en plakt er de stempel ‘bedreiging’ op.
  • Vervolgens wordt dit gekoppeld aan een echt incident zonder enig bewijs (een klassieke drogreden).
  • Morele paniek is het resultaat, want woorden zouden immers geweld veroorzaken.

Satire is al eeuwenlang een onmisbaar instrument om de macht te controleren. In de Verenigde Staten wordt dit zelfs expliciet beschermd door het Eerste Amendement. En nee, dat recht is er niet alleen voor serieuze journalisten; ook humoristen hebben er recht op.

Het gevaar voor het vrije woord komt niet van een late-night host met een flauwe opmerking. Het schuilt in politici die zelf bepalen wie er wel of niet mag spreken en die mediabedrijven onder druk zetten. Zelfs als Kimmel zijn baan behoudt, is de dreiging reëel. Het creëert een angstcultuur waarin mensen uit voorzorg zwijgen uit angst voor represailles. En dat is precies hoe een vrije maatschappij langzaam afglijdt naar conformiteit.

Vrijheid van meningsuiting betekent niet dat je alles fantastisch moet vinden. Het betekent dat ook meningen die je de strot uitkomen, beschermd zijn. Je hoeft niet te lachen om Kimmel, je mag diens grappen gerust smakeloos vinden. Maar eisen dat een kritisch geluid van de buis verdwijnt, is iets heel anders.

Vrij naar Chomsky: Wie vrijheid van meningsuiting alleen verdedigt wanneer het hem uitkomt, verdedigt haar in feite helemaal niet.






De scheur in het Amerikaanse graniet

Een stem die helder blijft terwijl een wereldmacht haar eigen contouren verliest.

Soms kom je een denker tegen die door alle ruis heen snijdt. Voor mij is Jeffrey Sachs zo iemand. Geen politiek theater, geen strategisch gemompel, maar een stem die helder blijft wanneer de rest van het debat vertroebelt. In een tijd waarin middelmatigheid vaak wordt verkocht als pragmatisme, is Sachs een zeldzame combinatie van academisch gewicht en morele ruggengraat.

Zijn recente analyse van Trumps handelslogica is daar een goed voorbeeld van. Sachs begint bij de basis: een handelstekort betekent dat een land meer uitgeeft dan het verdient. Niet meer, niet minder. Hij vergelijkt het met een creditcard: als jij je kaart leegkoopt bij de lokale winkels, is het absurd om de winkeliers de schuld te geven. Toch is dat precies wat de VS doet wanneer het landen als China of zelfs Lesotho beschuldigt van “valsspelen”.

Volgens Sachs is het idee dat je met elk land afzonderlijk een evenwichtige handelsbalans moet hebben economisch nonsens. Het negeert twee eeuwen economische wetenschap en ondermijnt de efficiëntie van de wereldmarkt. De kern van het probleem ligt volgens hem niet in buitenlandse concurrentie, maar in de Amerikaanse gewoonte om structureel meer uit te geven dan het produceert; gedreven door overheidstekorten van zo’n 2 biljoen dollar per jaar. Belastingen verhogen is politiek onhaalbaar, dus blijft men lenen. Het tekort wordt vervolgens verkocht als een buitenlandse samenzwering.

Maar Sachs blijft niet bij economie. Hij ziet een land dat steeds meer wordt bestuurd via noodverordeningen, terwijl die macht eigenlijk bij het Congres hoort te liggen. Hij waarschuwt dat de VS cruciale technologische ontwikkelingen heeft gemist – elektrische voertuigen, AI – terwijl China dankzij langetermijnplanning juist versnelt. De onvoorspelbaarheid van Trumps beleid kostte de wereldmarkt op één moment naar schatting 10 biljoen dollar aan waarde. Geen verschuiving van rijkdom, maar pure vernietiging ervan.

Sachs stelt dat de VS haar eigen gebrek aan discipline en visie maskeert door anderen de schuld te geven van een tekort dat ze zelf creëren. Hij zegt het droog: als Trump zijn student was, zou hij hem een onvoldoende geven. Helaas is Trump zijn president, wat de situatie “iets vreemder” maakt.

Buiten dit optreden om heeft Sachs zich nog scherper uitgelaten over het Trump-beleid. In A New Foreign Policy: Beyond American Exceptionalism (2018) stelt hij dat de ‘Amerikaanse Eeuw’ – begonnen in 1941 – eindigde op de dag van Trumps inauguratie. Volgens hem markeert ‘America First’ geen hernieuwde assertiviteit, maar een vrijwillige troonsafstand. Een vorm van nationaal narcisme die de VS isoleert terwijl de wereld multipolair wordt. De economische zwaartekracht is verschoven naar Azië, en Washington kan de rest van de wereld niet langer dwingen haar wil te volgen.

Bij de VN heeft Sachs felle kritiek geuit op het gebruik van eenzijdige sancties, onder meer tegen Venezuela en Iran. Hij noemt ze ineffectief én in strijd met het internationaal recht. In een rapport over Venezuela stelde hij zelfs dat Amerikaanse sancties direct hebben bijgedragen aan tienduizenden doden door gebrek aan medicijnen en voedsel; “oorlogsvoering via financiële weg”, noemt hij het.

Volgens Sachs is Trump geen incident, maar een symptoom van een dieper probleem: een politiek systeem waarin miljardairs beleid kopen via campagnefinanciering. Hij hekelt dat Trump defensie-uitgaven verhoogde terwijl hij bezuinigde op diplomatie. De VS verandert zo in een garnizoensstaat: overal militaire bases, maar nergens duurzame vrede.

Ondertussen blijven de echte problemen van de Amerikaanse arbeidersklasse liggen: dalende levensverwachting, stijgende zelfmoordcijfers, verdwijnende sociale vangnetten. Geen enkel tarief lost dat op. Sachs benadrukt dat de meeste industriële banen niet naar China zijn verdwenen, maar naar automatisering. Door China de schuld te geven, ontwijkt de overheid de verantwoordelijkheid om te investeren in omscholing en sociale zekerheid; “politieke lafheid”, noemt hij het.

Voor Sachs belichaamt Trump een natie die haar eigen internationale orde afbreekt uit frustratie over haar tanende macht. Zijn antwoord is geen nieuw protectionisme, maar een terugkeer naar multilateralisme en de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

Zit de activiteitenagenda ook al in het complot?

Ik moest de gemeente op 17 maart bellen om er op te wijzen dat de activiteitenagenda maar tot en met 16 maart liep. En dat terwijl er vandaag een belangrijke stemming plaatsvindt; te weten de oordeelsvormende raadsvergadering over de toekomst van Buitenplaats Beekhuizen. Terwijl de klok op mijn scherm al 16:35 uur aangeeft, lijkt de gemeentelijke tijdrekening gisteren te zijn gestopt. Het is een wrang detail in een dossier dat gedomineerd wordt door een ‘papieren werkelijkheid’. Vandaag moet de raad namelijk een oordeel vellen over de Ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Dit besluit vormt de juridische sleutel om af te wijken van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’. Men vraagt de raad in te stemmen met de transformatie van een fictieve camping van 150 staanplaatsen naar 50 permanente accommodaties; een administratieve exercitie die een stikstofreductie van 35% moet suggereren. Dat de burger de gemeente op de dag van dit cruciale debat moet herinneren aan haar eigen agenda, zegt wellicht alles over de focus van het huidige college. De koers naar een “bloeiende vrijetijdssector” lijkt in volle gang, ook als de informatievoorziening aan de inwoner even het spoor bijster is.

We kijken anders naar hetzelfde

Stel je voor: een leven voorbij het oordeel, bevrijd van de opgelegde werkelijkheid.

Beste heer Rosenberg, ik begrijp nu dat u twee typen ogen onderscheidt bij mensen die onderzoek doen naar de authenticiteit van schilderijen: ogen die kijken met louter kennis van zaken, en de gezichtsorganen van de zogenaamde experts met dollartekens in hun blik.

Een combinatie van de twee is ook mogelijk: de halfkritische visie van geldbeluste connaisseurs. Die zouden het u moeilijk kunnen maken, maar nee, al deze mensen heeft u buitengesloten; zij doen u geen kwaad meer.

Sommigen van uw dierbaren, zo vertelde u, begonnen ook al raar te kijken. Pure afgunst. Zij waren van mening dat u een economisch belang hebt bij het bepalen van echt of nep. Dat noemde u blikvernauwing. Ook hen wees u de deur.

U bent geen charlatan maar een lichtmeester en een scherpslijper. U werd van jongsaf omringd door kunst. Toeval en gevoel voor schoonheid hebben u belast met iets enorms; iets onhandelbaars. U beweert een Rembrandt te bezitten.

Helaas voor u kunt u niet om de ‘toeschrijvingsautoriteiten’ heen. Dat zijn mensen – in uw woorden – die in geen enkele eerder genoemde categorie passen. Ze zijn verbonden aan musea en hebben het aureool van wetenschappelijkheid en objectiviteit.

Die trekt u niet in twijfel, maar de ware experts werken niet belangeloos. Ze willen geen onderzoek verrichten zolang u uw doek niet op voorhand in bruikleen geeft (mocht deze als echt worden aangemerkt).

Ziedaar de patstelling. U bent een noodgedwongen eigenaar en een actief conflictvermijder. U werkt nauwkeurig als het om uw hobby gaat (het vervaardigen van lenzen), maar u wilt zichzelf niet creatief noemen. Vervalsen bijvoorbeeld, u zou niet weten hoe dat moet. U heeft het werk verworven. Zoals je talent erft. De toedracht blijft vaag maar schijnt de garantie van echtheid te impliceren. Kun je daarmee volstaan?

Je zult het maar zijn: de bezitter van een Rembrandt. Het schilderij hangt in uw slaapkamer naast uw vroegere werkplaats. Het wil onderzocht worden; het verlangt naar ogen die het definitieve onderscheid maken, niet naar de blikken van simpele museumbezoekers. Toch zal het langs talloze beschouwers en commentatoren moeten, wil het werkelijkheidsgehalte ervan worden bepaald.

Ik weet niet goed waarom u zoveel vertrouwen in mij stelde. Omdat ik maar een postbode ben? Of juist omdat ik uw briefgeheimen bewaak? Dacht u dat ik zou zwijgen voor het overige? Maar ik ben een schrijver, meneer Rosenberg, ik ben eerst en vooral een schrijver; ook ik maak aanspraak op mijn eigen stukje originaliteit tegenover de rest van de wereld.

Ik herken de neiging dat je wilt pronken met iets en het wilt verstoppen. Je vindt dat het recht heeft op aandacht. Je doet alles en toch weer niets om vakkundige blikken op je werk te vestigen.

Ik weet wat het is: u wilt vragen uit de weg gaan. Maar u ervaart ook eenzaamheid. Duur bezit schept grote verantwoordelijkheid, drijft je weg van de meute. Vage herkomst verlangt een verklaring. En daarna nog één. Zo reageert een omgeving die zelf niet veel kan.

Er heerst totaal geen angst dat het oordeel uiteindelijk “nep” zal zijn. Dat zou ons eerder helpen. Het zou de bevrijding inluiden. Het werk wordt er niet lelijker van. Stel je voor: eindelijk bevrijd te worden van het predikaat van echtheid door een menigte die zelf geen grootsheid ervaart.

Niet uit zichzelf, nooit in de slaapkamer.

De grote Veluwse verdwijntruc

Hoe we de natuur gaan redden met beton.

Het is weer zover. In het rijke Westen hebben we een prachtige traditie: iedere generatie moet een offer brengen aan de goden van de commercie. En wat is een beter offer dan een stukje Natura 2000-gebied dat er toch maar een beetje onbestemd bij leek te liggen? Ditmaal is de voormalige natuurcamping Beekhuizen aan de beurt, die inmiddels Buitenplaats Beekhuizen is gaan heten. Dankzij de visionaire blik van projectontwikkelaar Introvast, gesteund door de warme handdruk van de gemeente Rheden en de provincie Gelderland, gaan we de natuur eindelijk eens écht verbeteren. Hoe doen we dat? Nou, heel simpel.

Camping Beekhuizen in het Natura2000-gebied zoals het er nu uit zou zien*. Foto: Martin Slijper (geplaatst met gesupposeerde toestemming). De gemeente Rheden en provincie Gelderland lijken van plan om projectontwikkelaar Introvast de vergunningen te verstrekken om van de natuurcamping een permanent recreatiepark met groot restaurant te maken. Volledig in strijd natuurlijk met het feit dat dit gebied is aangemerkt als Natura2000 gebied. Stem tegen! https://natuurcampingbeekhuizen.petities.nl/

Stap één: we noemen vijftig permanente recreatiewoningen “kleinschalig”. Want laten we eerlijk zijn; in vergelijking met de stad Shanghai is een dorp van vijftig bungalows midden in het bos eigenlijk bijna onzichtbaar. De tijdelijke safaritenten die in 2026 moeten verdwijnen, maken plaats voor de eeuwigheid van funderingen en isolatiemateriaal. Dat is pas duurzaamheid: iets neerzetten dat nooit meer wegvliegt als het waait.

Stap twee: het “natuurversterkende” restaurant. Omdat de reeën en zwijnen op de Veluwezoom doodongelukkig zijn zonder de geur van biefstuk en de gezelligheid van 120 pratende mensen, bouwen we restaurant Woodz gewoon wat groter uit. Niets herstelt de biodiversiteit sneller dan een flinke portie stikstof en een terras vol toeristen. De provincie Gelderland knikt instemmend; het verwijderen van een oud hek is immers een eerlijke ruil voor een jaarrond geopend horecacomplex. Dat is de wiskunde van de vooruitgang.

Stap drie: de juridische acrobatiek. Natuurorganisaties zeuren over “referentiedatums” uit het jaar 2000. Alsof de stikstofuitstoot van een seizoenscamping van 25 jaar geleden te vergelijken is met een modern, commercieel vakantiepark dat 365 dagen per jaar open is. Maar maak je geen zorgen; de overheid heeft de oplossing. Als we het maar hard genoeg “kwaliteitsimpuls” noemen, veranderen de wetten van de natuurkunde en de ecologie vanzelf mee.

Op 17 maart 2026 mag de gemeenteraad van Rheden de definitieve stempel zetten. Het wordt een historisch moment. We laten zien dat we de natuur zó liefhebben, dat we haar het liefst opsluiten in een luxe vakantiepark met een sauna (die er trouwens “per ongeluk” al staat*). Proost op de vooruitgang. De Veluwezoom wordt eindelijk wat het altijd al had moeten zijn: een prachtig decor voor een projectontwikkelaar. Want echte natuur is leuk, maar natuur waar je een rekening voor kunt sturen, is natuurlijk veel beter.

*PS1: Er is een sauna gebouwd, ergens bij hotel Beekhuizen. Let wel, dat is in de buurt van, maar niet op de plekken waar ik het hierboven over heb. Het behoort dus NIET tot de genoemde camping of tot restaurant Woodz. Wat wel het geval is: hotel Beekhuizen, restaurant Woodz, Buitenplaats Beekhuizen en de sauna staan op naam van één eigenaar. De bouw van de sauna is exemplarisch. Deze werd een specifiek pijnpunt en bron van conflict in de juridische discussie rondom het park Beekhuizen. Het ding is al geruime tijd fysiek aanwezig en in gebruik. Natuurorganisaties hebben handhavingsverzoeken ingediend omdat de sauna geplaatst zou zijn zonder de juiste (natuur)vergunningen. Typisch voorbeeld van hoe de projectontwikkelaars vooruitlopen op officiële besluitvorming door simpelweg feiten op de grond te creëren. Het gaat om een zogenaamde “wellness-unit” of buitensauna die specifiek bedoeld is voor de gasten van de luxe kampeeraccommodaties (de pods en safaritenten).

Het geschil over de sauna zou je symbolisch kunnen noemen voor het bredere conflict:

  1. Bestemmingsplan: Volgens critici past een permanente sauna-installatie niet binnen de huidige bestemming van het gebied, zeker niet in een kwetsbaar Natura 2000-gebied.
  2. Verstening en impact: De aanwezigheid van dergelijke faciliteiten trekt een ander publiek aan en zorgt voor een hogere belasting van de omgeving (energieverbruik, licht, geluid), wat volgens natuurorganisaties strijdig is met de instandhoudingsdoelstellingen van de Veluwezoom.
  3. Juridisch handhaven: Omdat de sauna er al staat terwijl de permanente vergunningen (die in maart 2026 worden besproken) nog niet definitief zijn, wordt dit door omwonenden gezien als een vorm van illegale bebouwing die door de gemeente gedoogd wordt.

De sauna is dus niet zomaar een extraatje voor gasten, maar een cruciaal onderdeel van de juridische strijd over wat er wel en niet is toegestaan op deze specifieke locatie.

*PS2: Aanvulling op mijn eerdere bericht betreffende Woodz en Buitenplaats Beekhuizen.

Er moet niet gedacht worden dat de situatie op bovengenoemde plekken op dit moment erg voorbeeldig is. Integendeel: de huidige bedrijfsvoering bij restaurant Woodz ligt al geruime tijd onder vuur vanwege het structureel overschrijden van de geldende vergunningen.

Uit berichtgeving van De Gelderlander (mei 2023) en formele hoorzittingen bij de gemeente Rheden blijkt het volgende:

  • Illegaal gebruik: Volgens de vigerende vergunning mag Woodz uitsluitend gasten ontvangen die verblijven op de naastgelegen glamping. In de praktijk fungeert het echter als een openbaar restaurant dat jaarlijks naar schatting 50.000 bezoekers trekt. De gemeente heeft officieel erkend dat deze huidige werkwijze niet is toegestaan.
  • Verkeers- en milieudruk: Omwonenden ervaren een forse toename in verkeersoverlast, wat niet alleen de veiligheid en rust in de wijk Beekhuizen aantast, maar ook zorgt voor een ongewenste toename van fijnstof aan de rand van dit kwetsbare natuurgebied.
  • Bestuurlijk gedogen: Hoewel de overtredingen vaststaan, treedt de gemeente Rheden momenteel niet handhavend op. Men wacht de uitkomst van een nieuwe vergunningaanvraag voor nieuwbouw af. Dit wekt de schijn van een gedoogconstructie, waarbij het bestemmingsplan ondergeschikt wordt gemaakt aan de uitbreidingsplannen van de ondernemer.

Deze feiten onderstrepen dat de zorgen over de toekomst van dit gebied niet hypothetisch zijn; ze komen voort uit een realiteit waarin de huidige regels al niet worden nageleefd en de druk op de natuur en de leefomgeving de grens reeds heeft bereikt.