Joris is ontketend

Zijn draak, dat zijn wij allemaal: de cynische gezapige nietsdoeners.

Een van de laatste uitzendingen van de NRC-podcast Het Uur van Pieter van der Wielen heeft Joris Luyendijk als gast. Eerst dacht ik: oh god, daar heb je die veelprater van een Luyendijk weer, die doorgaans wel zinnige dingen zegt, maar… en voelde een soort van tegenzin om hem aan te horen, juist vanwege dat ondefinieerbare ‘maar’. Toch heeft wat hij zei, en zelfs de manier waarop, mij ditmaal volledig overtuigd. De voormalige journalist schetst een fundamentele breuk met zijn oude professie; een breuk die direct voortvloeit uit zijn huidige denkbeelden over de geopolitieke situatie in Europa.

Het medium journalistiek eist een neutraliteit die het onmogelijk maakt om de rauwe, persoonlijke emoties van het front over te brengen. Daarom wil Luyendijk daar geen deel meer van uitmaken. Als voormalig journalist gaat hij nu vaak naar Oekraïne in de rol van ‘engagé’.

Luyendijk manifesteert zich niet langer als de analyserende buitenstaander, maar als een fel geëngageerd denker die vindt dat de tijd van vrijblijvende journalistieke neutraliteit voorbij is. Ik realiseerde me dat dit standpunt volledig aansluit bij wat ik in mijn boek ‘The GreenXtreme’ probeer (lees: aan het proberen ben) te beweren. Dat project dreigt echter een eeuwige aanklacht in spe te blijven, terwijl bij Luyendijk de persoonlijke ontwikkeling richting doen in plaats van toekijken (maar ook het formuleren van deze overgang), veel sneller is gegaan. Zelfs mijn afgunst hierover deed me niet voor hem en dit vraaggesprek terugdeinsen. Ik bespeurde ook niets meer van ijdelheid of pedanterie bij hem. Hij is echt een toegewijd betrokkene geworden, een ware verdediger van onze democratische verworvenheden.

Hieronder volgt een samenvatting van zijn actuele wereldbeeld, zijn felle maatschappijkritiek en zijn psychologische ontleding van de “intellectualiserende klasse”. Ik heb hiervoor de podcast als bron genomen. Ik geloof niet dat er al een boek van hem uit is over deze nieuw ingeslagen weg. Hij heeft zich wel op een zelfde manier in een paar essays uitgelaten. Daarnaar verwijst hij in de uitzending, maar ik heb die (nog) niet gelezen.

​Luyendijk stelt dat Europa zich in een feitelijke oorlogstoestand bevindt. Het conflict in Oekraïne is in zijn ogen geen lokaal grensconflict, maar een gevecht aan ons eigen front. Mocht Oekraïne vallen, dan krijgt het regime van Poetin de beschikking over gigantische agrarische en technologische resources, en het meest ervaren leger van Europa. Dat de Russische autocratie daarna vrijwillig zal stoppen met het invallen van andere soevereine staten, noemt hij gevaarlijk wensdenken.

​Zijn vertrek uit de journalistiek is ingegeven door de strikte beroepsregels van het gilde; met name de eis tot objectiviteit en afstand nemen tot het onderwerp. Die neutraliteit beklemt hem. In tijden van existentiële dreiging ervaart Luyendijk de journalistieke plicht tot hoor en wederhoor en distantie als een keurslijf. Hij wil niet langer de gelegenheidsargumenten van beide kanten belichten, maar “zijn land dienen” door expliciet positie te kiezen. Hoewel hij de term activist accepteert, verkiest hij het Franse engagé. Hij herinnert de luisteraar eraan dat alle grote maatschappelijke verworvenheden – van vrouwenrechten tot de rechtsstaat – historisch gezien door activisten zijn bevochten op een onwillig establishment. Journalistiek reduceert grote existentiële crises (zoals oorlog of klimaatverandering) te vaak tot louter “content” die moet concurreren met triviale virale filmpjes.

Een substantieel deel van het gesprek besteedt Luyendijk aan een aanval op de houding van de Nederlandse publieke opinie en in het bijzonder de intellectuele elite. Hij introduceert hierbij de metafoor van de kinderboerderij die het bestaan van roofdieren is vergeten. Luyendijk verwijt gestudeerde mensen dat ze scepsis en nuance hebben verheven tot een doel op zich. Deze constante drang om te problematiseren, te relativeren en kanttekeningen te plaatsen, fungeert volgens hem als een comfortabele rechtvaardiging om zelf buiten schot te blijven en niets te hoeven riskeren. Hij haat deze apathie van de intellectuele klasse.

In vredestijd is intellectuele twijfel een sieraad van de democratie; in oorlogstijd werkt het verlammend. Luyendijk vergelijkt de houding van de presentator en zijn bubbel met iemand die naast een brandend huis staat te filosoferen of de vlammen wel écht zullen overslaan, in plaats van de brandslang te pakken. Deze ‘vredestijdhouding’ is in deze tijd zeer onwenselijk. Nederland lijdt aan de hardnekkige illusie dat een dictatuur en haar geopolitiek geweld op magische wijze stoppen bij de landsgrenzen. Hij trekt een parallel met de laconieke houding in de vroege dagen van de coronapandemie en de neutraliteitsillusie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

​Het interview escaleert op een fascinerende manier wanneer Luyendijk de presentator aanvalt op diens professionele distantie. Hierin legt hij een directe verbinding met de thematiek uit zijn eerdere boek De zeven vinkjes. De mensen die de afgelopen tachtig jaar carrière hebben gemaakt in de top van de media en de politiek, zijn gesocialiseerd in risicomijdend gedrag, consensus en het strikt volgen van procedures. Dit specifieke type leider is volgens Luyendijk volstrekt ongeschikt voor crisistijd, waarin improvisatie, daadkracht en het nemen van grote risico’s vereist zijn. Hij spreekt van vervormd leiderschap.

Geprivilegieerde mannen (de zogeheten zevenvinkjesmannen) hebben nooit geleerd om werkelijke kwetsbaarheid te tonen, omdat ze overal het voordeel van de twijfel krijgen. Juist die weigering om de eigen kwetsbaarheid – en daarmee de existentiële angst voor de veranderende wereld – onder ogen te zien, creëert een psychologische weerstand. Men vlucht in de ironie, de tegenvraag en de nuchtere distantie om de interne paniek niet te hoeven voelen. Ik denk dat dit onvermogen tot kwetsbaarheid in zijn nieuwe boek ruimschoots aandacht zal krijgen.

Luyendijk pleit voor een collectieve rouwperiode over het wegvallen van het optimisme uit de jaren negentig. Het naïeve idee dat de hele wereld uiteindelijk zou transformeren naar een liberale, westerse democratie is definitief aan diggelen. De gedwongen terugval in een harde, binaire wereldorde is pijnlijk, maar de realiteit moet onder ogen worden gezien.

Volgens Luyendijk verdrijft handelen de angst. Door concreet bij te dragen aan de defensie-industrie, drones te ontwikkelen of humanitaire projecten op te zetten, verdwijnt de verlamming. Wie op het hek blijft zitten twijfelen, heeft de strijd in zijn eigen hoofd al verloren aan de Russische cognitieve oorlogvoering.