Haar “tja” werd een plotseling “ja”

Het faillissement van de platonische vrede; een vriendschap van jaren gereduceerd tot louter voorspel.

Zijn seksuele toespelingen hadden tot dan toe steevast een spottend ‘tja’ op haar lippen getoverd, alsof ze de precieze hoeveelheid enthousiasme probeerde te doseren die nodig was om de vriendschappelijke vrede te bewaren zonder valse hoop te wekken. En toch maakten zijn erotische hints meer bij haar los dan ze liet merken; haar lichaamstaal legde een onwillekeurig protest bloot dat haar eenlettergrepige schamperheid direct tegensprak. Het schreeuwde om een vluchtroute, hoe smalend ze ook bleef glimlachen. Het bracht een nerveuze spanning teweeg die, gemeten naar de graad van cognitieve dissonantie, ook begrepen kon worden als een wanhopige poging om de uiterlijke schijn van onbewogenheid te redden.

Heel haar biologie stak de draak met die gecultiveerde gereserveerdheid. De kuiltjes tussen haar sleutelbeenderen verraadden een plotselinge, oppervlakkige ademhaling en het ritmische kloppen in haar hals hield gelijke tred met zijn herhaalde insinuaties. Terwijl haar verstand nog zocht naar een intellectuele vluchtroute, verwijdden haar pupillen zich onwillekeurig en oncontroleerbaar; een gitzwarte bekentenis die haar honende lachje rücksichtslos tegensprak. Haar vingers zochten nerveus de rand van haar glas, alsof ze zich ergens aan moest vasthouden om niet toe te geven aan de hitte die zichtbaar via haar decolleté omhoog kroop.

Hij zweeg even en liet de stilte tussen hen vallen als een vergeefse adempauze. Het was fascinerend om te zien hoe haar gecultiveerde fatsoen vocht tegen de realiteit van haar eigen huid; een ongelijke strijd die ze eigenlijk al had verloren.
“Je ‘tja’ klinkt heel verstandig,” zei hij, terwijl hij zijn blik traag van haar lippen naar het ritmische kloppen in haar nek verschoof; “maar je lichaam spreekt een heel andere taal.”
Ze wilde antwoorden, dat zag hij aan de lichte trilling van haar onderlip, maar de woorden bleven steken in een ademteug die net iets te lang duurde. De spottend-amicale vrede waar ze zo angstvallig aan vasthield, was flinterdun geworden.

Haar krampachtige grip op het glas bood de uitnodiging waar hij op had gewacht. Hij reikte over de tafel en legde zijn hand vlak naast de hare; niet om haar aan te raken, maar om de warmte te voelen die inmiddels van haar hele lijf af straalde. Ze trok haar hand niet weg. Haar ademhaling stokte even; een minieme hapering in haar verdediging die de spanning in de kamer deed zinderen.
“Als je echt wilt vluchten,” fluisterde hij, terwijl hij de afstand tussen hun gezichten net genoeg verkleinde om de geur van haar parfum vermengd met de opgelaaiende blos van haar wangen zo intens mogelijk te ervaren, “moet je nu opstaan.”

Ze bleef zitten. De seconden tikten weg met een lome, zware traagheid, maar de verwachte opstand bleef uit; haar benen weigerden simpelweg de orders van haar gekrenkte geestvermogen op te volgen. In plaats daarvan liet ze haar hoofd een fractie achteroverhellen, een micro-beweging waarmee ze haar hals nog verder ontblootte, alsof ze zich onbewust schikte in de onvermijdelijkheid van het gebeuren.
“Ik sta niet op,” fluisterde ze, en hoewel haar stem probeerde te klinken als een nuchtere vaststelling, verraadde de hese ademloosheid eronder de totale overgave.

Ze liet de rand van het glas los en gleed met een langzame, bijna tastende beweging over het tafelblad, tot haar nagels de zijkant van zijn duim raakten. Die eerste, minimale aanraking stuurde een schokgolf door haar autonomie; hij zag de rilling over haar schouders lopen terwijl de huid op haar armen zich samentrok in een vlaag van kippenvel. Nu bloosde ze overal. Haar verstand had de strijd gestaakt. Wat overbleef was de pure, ongecensureerde reactie van een lichaam dat veel te lang had moeten hongeren naar wat hij haar zojuist met een paar gewaagde toespelingen had voorgespiegeld.

Hij draaide zijn palm en sloot zijn vingers om de hare; haar huid was heet en vochtig van de nerveuze opwinding die ze, met haar blik strak in de zijne gevangen, niet meer probeerde te ontkennen. De vriendschappelijke vrede werd definitief verscheurd. Voorzichtige verstrengelingen vormden een te mager compromis voor de spanning die het liefdesspel inmiddels dicteerde. Hij liet haar los en bracht zijn hand omhoog, traag genoeg om haar de kans te geven om alsnog terug te deinzen. Ze verzette zich niet. Zijn tastzin vond de zijkant van haar hals, waar de slagader nog altijd als een bezetene tekeerging.

Toen gleed zijn hand onherroepelijk omlaag. Via de glooiing van haar boezem, die heftig meeboog op haar ademhaling, dreef de gloed van haar huid hem naar de bovenrand van het verborgene; en ten slotte daaronder, naar de verboden contouren van haar borst die onder de dunne stof van haar kleding uitnodigend aanvoelde. Een smekende, hese zucht ontsnapte aan haar lippen toen zijn pink haar tepel vond, die zich onder de hernieuwde druk onmiddellijk hard en rebels aftekende. Hij had haar fatsoen niet alleen monddood gemaakt, het was fysiek gecapituleerd.

Terwijl hij bezitnam van dit herwonnen territorium, registreerde een overgebleven, cynisch deel van zijn brein de absolute roekeloosheid van deze transactie. Hij vond het fascinerend hoe de calculus van de begeerte werkte; hoe hij in het belang van deze prachtige, vleselijke samensmelting bereid was om de zorgvuldig opgebouwde houdbaarheid van een jarenlange vriendschap op het spel te zetten. Rationeel gezien vormde dit een inferieure deal; een emotioneel faillissement dat op de lange termijn onherroepelijk zijn tol zou eisen. Maar nu wogen de herinneringen aan hun veilige, platonische routine van de afgelopen jaren op geen enkele manier op tegen de tastbare realiteit van het moment. Hij reduceerde hun complete geschiedenis met terugwerkende kracht tot louter voorspel; en het angstaanjagende was dat de wetenschap dat hij alles op het spel zette, de naderende extase een bijna transcendente lading gaf.

Het limbische systeem kende geen geschiedenis. Het trok zich al helemaal niets aan van toekomstige nostalgie. De herinneringen aan hun gedeelde lachsalvo’s, de diepe gesprekken tijdens nachtelijke autoritten en de veilige platonische routine van de afgelopen jaren wogen niet op tegen de zwaartekracht van haar blik, de aanraking van haar hele wezen en vooral ook de overgave aan haar altijd zo zorgvuldig verborgen genotsvocht en lichaamsgeur. De potentiële ravage die hij aanrichtte deed hem op geen enkele manier aarzelen. Integendeel; het besef dat zij met één verkeerde beweging een onomkeerbaar ravijn in zouden storten, gaf de naderende climax de status van een onvermijdelijke wetmatigheid; alsof de val de enige logische bestemming van de klim was geweest, een absolute noodzaak die geen uitstel meer duldde; een grandioze afronding, als het laatste, allesonthullende hoofdstuk van een bloedstollend verhaal.

Je las een fragment uit deel 2 van de autobiografie ‘Predestamped: From Publisher to Window Dresser’, een uitgave van Ronald van Noorden bij eenmansuitgeverij Cum Suis.