From: The Meltdown of Monarchies
Could it be that my message resonates and plants a seed of understanding? As I stand there, speaking about my deeply held beliefs, I hope that my words reflect not only my personal perspective but also his. In fact, I hope that the king secretly harbors the same thoughts as I do about the future of the monarchy. Perhaps, I think, he quietly shares my desire for a system that abolishes the arbitrary hierarchy that has made him a monarch. I imagine him lying awake at night, surrounded by the opulence of his palace, contemplating the role of this ‘form of government’ in a rapidly changing world. Does he engage in inspiring conversations with progressive thinkers, philosophers, and activists more often, sharing their vision of a more inclusive society? Perhaps he dreams of a realm where his subjects transform into ordinary fellow citizens, not divided by lineage, but united by shared values of equality and justice.

The thought of such a king makes me less pushy and activist. It would already give the monarchy the necessary perspective: a sovereign with a progressive spirit who uses his power to bring about positive change and ultimately chooses, as the final essential step, to abdicate. Perhaps he longs, like I do, for a time when the kingdom and its inherited hierarchy no longer have to symbolize a tradition (tradition: a stubborn habit often mistakenly attributed to social stability). So that he dares to say, “I want it to end with me. The title of head of state should no longer be hereditary. I want to be the last monarch in this country.” Although he knows that in a constitutional monarchy he cannot decide that himself, he can at least work on expressing that desire.
That would then be his last public task; an ultimate form of honesty with significant consequences for himself and his family. Through the luxury and splendor of his domestic surroundings, my thoughts wander off again for a moment. I have said what I wanted to say. Now I seem to expect that my ideas are agreeable to him. Perhaps, I dare to believe in my overconfidence, this meeting represents a turning point; the beginning of a new chapter, in which the monarchy redefines itself and evolves into a republic that truly serves the interests of all citizens, regardless of their background, and thus favors no one. I look into his eyes, searching for understanding. Am I fooling myself into thinking that his gaze is now slightly amused?
We continue our discussion for a while and then engage in a polite conversation. We even exchange some small talk about our lives. Then he reaches for a bell on a tea table, much like Queen Elizabeth had; at least, if I can trust the loose sketch of her life in the Netflix series The Crown. The bell was sometimes pressed prematurely, for example, when a prime minister had been so arrogant in his cabinet decisions as to disregard his obligation to inform the sovereign, who had been stripped of her administrative responsibilities. But most often, Elizabeth pressed the button at a calmer moment, when the conversation had naturally come to an end and it was time to say goodbye. I think this is also the case here. The king thanks me for my visions, says a warm farewell, and stops just short of making a follow-up appointment. A chamberlain enters, gesturing towards the side doors. My exit can no longer be delayed.
De belangrijkste punten van mijn bezoek met de koning.
uit: The Meltdown of Monarchies
Kan het zijn dat mijn boodschap resoneert en een zaadje van begrip plant? Terwijl ik daar sta, sprekend over mijn diepgewortelde overtuigingen, hoop ik dat mijn woorden niet alleen mijn persoonlijke standpunt weerspiegelen, maar ook dat van hem. In feite hoop ik dat de koning in het geheim dezelfde gedachten koestert als ik over hoe het verder moet met de monarchie. Misschien, zo denk ik, deelt hij stilletjes mijn verlangen naar een systeem waarin de toevallige pikorde, die van hem een monarch heeft gemaakt, wordt afgeschaft. Ik stel me voor hoe hij ’s nachts wakker ligt, omringd door de weelde van zijn paleis, terwijl hij nadenkt over de rol van deze ‘regeringsvorm’ in een snel veranderende wereld. Voert hij vaker inspirerende gesprekken met progressieve denkers, filosofen en activisten, en deelt hij hun visie op een meer inclusieve samenleving? Wellicht koestert hij dromen van een rijk waarin zijn onderdanen in gewone landgenoten veranderen, dus niet verdeeld worden door afkomst, maar verenigd door gedeelde waarden van gelijkheid en rechtvaardigheid.

De gedachte aan zo’n koning maakt me minder drammerig en activistisch. Het zou de monarchie nu al het nodige perpectief geven: een vorst met een vooruitstrevende geest die zijn macht gebruikt om positieve veranderingen teweeg te brengen, en er uiteindelijk voor kiest om, als laatste essentiële stap, te abdiceren. Misschien verlangt hij, net als ik, naar een tijd waarin het koninkrijk en zijn overgeleverde hiërarchie, niet meer symbool hoeven te staan voor een traditie (traditie: een hardnekkige gewoonte waaraan vaak ten onrechte maatschappelijke stabiliteit wordt toegeschreven). Dat hij dus durft te zeggen: ‘Ik wil dat het klaar is na mij. De titel van staatshoofd mag niet langer erfelijk zijn. Ik wil dat ik de laatste vorst ben in dit land.’ Hoewel hij natuurlijk weet dat hij daar, in een constitutionele monarchie, niet zelf over mag beslissen, kan hij althans werk maken van het uiten van dat verlangen.
Dat wordt dan zijn laatste publieke taak; een uiterste vorm van eerlijkheid met grote consequenties voor hemzelf en zijn gezin. Door de luxe en pracht van zijn huiselijke omgeving dwalen mijn gedachten weer even af. Ik heb gezegd wat ik wilde zeggen. Nu schijn ik te verwachten dat mijn denkbeelden hem welgezind zijn. Misschien, zo durf ik zelfoverschattend te geloven, vormt deze ontmoeting een keerpunt; het begin van een nieuw hoofdstuk, waarin de monarchie zichzelf herdefinieert en evolueert naar een republiek die werkelijk de belangen van alle burgers dient, ongeacht hun afkomst, en die dus niemand voortrekt. Ik kijk in zijn ogen, op zoek naar begrip. Maak ik mezelf wijs dat zijn blik nu lichtelijk geamuseerd is?
We blijven nog even in discussie en voeren daarna een beleefdheidsgesprek. We wisselen zelfs wat ditjes en datjes uit over onze levens. Dan reikt zijn vinger naar een belletje op een theetafeltje, zoals koningin Elizabeth ook had; tenminste, als ik de losse schets van haar leven in Netflix-serie The Crown mag geloven. Het belletje werd soms voortijdig ingedrukt. Bij een prime minister bijvoorbeeld, die in zijn kabinetsbeslissingen zo arrogant was geweest om voorbij te gaan aan zijn informatieplicht richting de, van haar bestuurlijke verantwoordelijkheden beroofde, soeverein. Maar meestal drukte Elizabeth op het knopje op een kalmer moment, namelijk omdat het gesprek een natuurlijk einde had bereikt en het tijd was om afscheid te nemen. Ik denk dat daarvan ook in dit geval sprake is. De koning dankt mij voor mijn visies, zegt allerhartelijks gedag en maakt nog net geen vervolgafspraak. Er treedt een kamerbode binnen die gebaart naar de zijdeuren. Mijn afgang kan niet langer uitblijven.
