Waarom de maan niet wacht op vroomheid.
De moslims bevinden zich momenteel midden in hun vastenmaand. Bij de bepaling van het exacte begin daarvan was er even wat meningsverschil. Ik neem aan dat Allah zich daarvan afzijdig houdt. Als Allah in woede zou ontbranden wanneer een moslim iets te laat met de ramadan begon omdat de gelovige de maancyclus een fractie van een sikkel verkeerd interpreteerde, was Hij wreder dan de God van het oude testament. Dat kan de KNMI voorkomen. Onze christelijke God moet wel de slechtste blijven.

Het is een fascinerend schouwspel: terwijl de kosmos zich met een onverstoorbare, mathematische precisie voortbeweegt, staan beneden op aarde de gelovigen met samengeknepen ogen naar de horizon te turen. In de Marokkaanse gemeenschap leidde dit tot de nodige commotie. Moet men vertrouwen op een visuele waarneming uit een woestijn dertig breedtegraden verderop, of telt alleen wat we hier in de polder met het blote oog kunnen vangen? Het resultaat was een religieuze spagaat waarbij de ene helft de koelkast al op slot had gedaan, terwijl de andere helft nog even genoot van een laatste lunch.
Binnen de Turkse gemeenschap werd de soep minder heet gegeten; daar kiest men simpelweg voor de astronomische benadering. Geen getuur naar de wolkenpartijen, maar gewoon de koude, harde cijfers van de maancyclus. Het is een pragmatisme waar de rest van de wereld nog wat van kan leren. Als we immers willen dat religieuze hoogtijdagen ooit dezelfde status krijgen als onze nationale feestdagen, dan kunnen we de planning niet laten afhangen van een toevallige opklaring in de atmosfeer.
Hier ligt een schone taak voor onze eigen instituten. Waarom zouden we vertrouwen op een hooggerechtshof in de zandbak van Saoedi-Arabië, als we in De Bilt de beschikking hebben over de meest geavanceerde meetstations? Laten we de mystiek van de ‘ru’yah’ – de visuele waarneming – vervangen door de onfeilbaarheid van de ‘hisaab’; de berekening.
Zodra het KNMI of een astronomisch instituut zich officieel met de maansikkel bemoeit, verheffen we de vroomheid naar het niveau van de wetenschap. Dat scheelt een hoop consternatie bij de moskee en zorgt ervoor dat de gelovige precies weet wanneer de maag mag gaan rammelen. En mocht de berekening er een fractie naast zitten? Dan geven we gewoon de weerman de schuld. Dat zijn we in dit land immers toch al gewend.
