Verzet tegen een vijand is allang voorbij.
Ik ken een redactiechef van een krant die beweert dat hij “het toontje van een chatbot” meteen herkent. Dat is bemoedigend want er valt dagelijks heel wat kopij op z’n bureau en we willen als lezer natuurlijk niet belazerd worden. De trots om zijn onderscheidende vermogen neemt vaak de vorm aan van een hyperbool: “Echt hoor, ik kan van tien kilometer afstand zien dat we te maken hebben met AI.” Ik merk aan mezelf dat ik dat in twijfel trek en afdoe als authentieke stoerpraat van een mens van vlees en bloed. Iemand van een oudere generatie bovendien.

Letterlijk gezien belandt er trouwens niets op zijn bureau ter beoordeling, dat zal de lezer begrijpen. Deze poortwachter krijgt de ingezonden bijdragen overdrachtelijk op z’n bordje. Het is een volkomen digitale aangelegenheid. In een geleidelijk proces dat lang geleden begon hebben inmiddels alle papieren werkwijzen plaatsgemaakt voor een volledige digitale ‘workflow’. Ik herinner mij dat onze ‘gatekeeper’ niet vooraan stond bij de voorzichtige opstart van deze verandering.
Schaalvergroting werd onvermijdelijk in de krantenwereld. De economische stabiliteit was gebaat bij een combinatie van krachten. Fusies en overnames waren aan de orde van de dag en de redacties werden gestroomlijnder, wat in feite neerkwam op een afname van het personeelsbestand. Met minder mensen moest meer werk worden verzet. Dat is waar de noodzaak om nieuwe technologieën te omarmen echt voelbaar werd. De Chef Redactie, met zijn lange staat van dienst en ingesleten voorkeur voor beproefde methoden, moest zich buigen over en voor de mogelijkheden van AI.
De gigantische hoeveelheid content die verwerkt moest worden, werd geleidelijk behapbaar. Zijn scepsis over ‘het toontje’ van een chatbot staat daarom in schril contrast met de realiteit dat hij juist digitale hulpmiddelen nodig heeft om zijn werk überhaupt nog te kunnen doen binnen de gestelde deadlines. Geloof me, ook hij raadpleegt regelmatig AI-gestuurde spelling- en stijladviezen en laat complexe feiten checken door virtuele assistenten. De lezer heeft baat bij de snelheid en de foutenmarge die hierdoor drastisch daalt, waardoor er meer tijd overblijft voor diepgaande journalistiek.
De krant waarover ik spreek ontstond uit de behoefte aan betrouwbaar nieuws, onafhankelijk van de Duitse propaganda. Vanaf de clandestiene drukpers in de oorlog tot de digitale transformatie van nu, is het doel steeds hetzelfde gebleven: het publieke debat voeden en de lezer een kritische spiegel voorhouden. Ik ben allang niet meer de enige die gelooft dat het blad als maatschappelijk geweten, geworteld in humanistische en sociaaldemocratische waarden, nooit zal bezwijken onder de waan van de dag. De intrinsieke waarde is gewoon te groot.
Ik durf het – ook ietwat gezwollen – zelfs om te draaien: een blad dat zwicht voor de tirannie van ouderwetse redactionele starheid of technologische angst zal meer dan geld en goed verliezen, daar dooft het licht.
