Wie Kaa de slang speelt in deze metafoor, lijkt me duidelijk.
Een spannende verkiezingsdag eindigde met een gezellige muziekavond. Gastvrouw Sophie had “in de roos gekozen”, zoals zij het trots formuleerde. Haar “mannetje” was “the man” met 26 zetels. Haar echte partner Floris installeerde z’n platenspelers zodat ieder van ons z’n favoriete LP en singletje kon laten horen (zo waren de spelregels). Ik kwam natuurlijk weer aanzeulen met dat grijsgedraaide Varagramalbum vol strijdliederen, gezongen door De Stem des Volks. Ingrid kapte mij een beetje bits af: “Doe eerst dat 78-toeren plaatje maar.” Haar Henk bracht mij helemaal tot zwijgen: “Wil je nou nog steeds demonstreren dat je De Internationale in de oude versie en de nieuwe versie kunt meezingen?” Bijna alle aanwezigen vielen hem bij. Ze vonden niet alleen ‘Ontwaakt, verworpenen der aarde’ maar ook ‘Hé joh, ze houden je d’r onder’ hopeloos ouderwets.

Mijn jungleboek had meer succes, vooral de B-zijde met ‘Ik ben Baloe de bruine beer, ik vind het berenleven beregoed.’ Dat sloot goed aan bij ‘het positieve verhaal’ en de ‘vrolijke uitstraling’ waarnaar de kiezer enorm op zoek was geweest deze ronde. De A-zijde eindigde ook heel opgeruimd en klonk de luisteraars als muziek in de oren, al werd er alleen maar op gesproken. Bij het belletje mocht je steeds de bladzijde omslaan in het bijgeleverde kinderboekje. Mowgli had eerst wel een groot conflict met Kaa de slang, maar het werd steeds duidelijker dat ze de negativiteit achter zich zouden laten. Tja, ze moesten wel. Of?
De vergelijking met de huidige politiek was iedereen duidelijk. In de Haagse jungle hangt de zware lucht van vervlogen verwachtingen en bestuurlijk wanbeleid. Rob Jetten, fris als een tropisch briesje met een zonnepaneel op zijn rug, treedt de donkerte van dat woud tegemoet. Het ligt vol verradelijke wortels waarover hij vroeg of laat zal struikelen. De bomen fluisteren over “brede samenwerking” en “nieuwe bestuurscultuur”. En daar, glanzend tussen de varens, ligt Dilan Yesilgöz; haar glimlach strak, haar blik berekenend. “Kom dichterbij, Rob,” sist ze, “we hebben hetzelfde doel: stabiliteit, redelijkheid, vooruitgang…” En zo begint het refrein van Disney’s Kaa opnieuw: “Geloof in mij…”
Jetten, die graag gelooft dat rationeel overleg de wereld kan redden, wiegt zachtjes mee op de melodie. Hij vergeet dat in de jungle niet de idealist overleeft, maar de slang die het langst stil blijft liggen. Terwijl hij nog nadenkt over een progressieve invulling van het woord “compromis”, is Yesilgöz al drie keer van koers veranderd. Ze heeft het kompas verkocht en is het morele noorden (dat ben ik, ahum) uit het zicht verloren. Disney’s Jungle Book is tenslotte een kinderfilm, en zo klinkt dit ook: vrolijk, hoopvol, tot Bagheera (Alexander Pechthold met een zucht van diep moreel ongemak?) tussenbeide komt en de betovering verbreekt. “Wakker worden, Rob,” bromt hij. “De slang eet niet omdat ze honger heeft, maar omdat het in haar natuur ligt.”
In Kipling’s oorspronkelijke boek is Kaa een wijze bondgenoot, maar die nuance gaat in deze Haagse bewerking verloren. Yesilgöz, de neoliberale variant, heeft de oude slang ingeruild voor iets nieuws: de glimmende huid van pragmatisme, waar niets aan blijft kleven; geen visie, geen schuld, geen zorg voor wie uit de boom (en toom) valt. Ze beweegt zich met het gemak van iemand die gelooft dat macht een vorm van natuurkunde is: wat boven ligt, hoort daar ook te blijven. Jetten, arme Mowgli, wil graag dat de jungle zich laat temmen. Maar tussen de sissende stemmen van de VVD, de verre tijger Shere Khan van extreemrechts, en de dof echoënde apenkreten van de talkshows en socials, is de kans klein dat hij er zonder krassen uitkomt. Misschien blijft hij overeind, misschien wordt hij ingesnoerd, maar één ding is zeker: in de jungle overleeft alleen wie leert dat de slang niet met argumenten, maar met afstand moet worden bejegend.
Ergens hoopt de kijker nog dat Rob, onze zonnige Mowgli van de polder, op een dag de betovering verbreekt en inziet: je kunt wel met een slang onderhandelen, maar nooit samen het bos regeren. Als deze coalitie ooit werkelijkheid wordt, zal Jetten ontdekken wat Kipling al wist: wie te dicht bij de slang wil regeren, eindigt niet in een verbond, maar in een wurggreep; met een glimlach die redelijkheid fluistert, en een politiek die intussen alles opslokt wat beweegt.
