Het volgende plukte ik van internet (over microtonaliteit).
In typische westerse muziek is het kleinste interval waar we mee te maken hebben (dat wil zeggen : de kleinste kloof tussen twee noten) een halve toonafstand. Op een keyboard staat dit bekend als een half-step; het kleinste interval dat je omhoog of omlaag kan gaan vanaf elke willekeurige noot is dus een halve toon. Ondanks dat we ze niet gemakkelijk op een keyboard kunnen spelen, bestaan er ook toonhoogtes tussen deze twee noten.
De C heeft bijvoorbeeld de frequentie van 261,6 Hertz; dat is de frequentie waarmee deze geluidsgolven vibreren om de toonhoogte te creëren. De volgende noot omhoog, de Cis, springt op naar 277,2 Hertz. Er is ruimte tussen deze twee frequenties. Een noot die gestemd is tussen C en Cis, heeft als toonhoogte 269,4 Hertz en noemde we een C halfkruis (of specifieker: C kwarttoon verhoogd). Zelfs het ongetrainde oor kan horen dat deze noot duidelijk verschilt van zowel de C als de Cis.
Waarom is deze dan niet beschikbaar op een keyboard? Waarom gebruiken mensen geen halfkruisen wanneer ze muziek schrijven? Welnu, sommige muzikanten en componisten doen dat wel; de muziek die zij schrijven met gebruik van deze sub-halvetoonintervallen staat bekend als microtonale muziek. Westerse klassieke componisten experimenteren al met microtonaliteit sinds het begin van de 20e eeuw. Ons standaard westerse stemmingssysteem staat bekend als 12-TET, of twelve-tone equal temperament; omdat het het octaaf verdeelt in 12 gelijkmatig verdeelde toonhoogtes.
Maar componisten zoals Wisjnegradski en Ives gebruikten alternatieve systemen die het octaaf opdeelden in nog kleinere verdelingen; meestal 24 verdelingen, wat onze standaard twaalf toonhoogtes verdubbelde. Ze pakten dit meestal aan door te schrijven voor twee piano’s, waarvan de ene een kwarttoon lager was gestemd dan de andere; wat betekende dat ze tussen de twee piano’s toegang hadden tot 24 noten per octaaf. In Wisjnegradski’s Prélude nummer 1 maakt hij gebruik van de 24 kwarttonen door ze op en neer te laten rennen in deze ultra-chromatische toonladder.
In Charles Ives’ 3 Quarter-Tone Pieces slingert de focus van de muziek snel heen en weer tussen de twee piano’s; bewegend als een slinger tussen 12-tonige stemming en 24-tonige stemming. In de korte momenten dat we slechts één van de twee piano’s horen, ervaren we gewoon de standaard 12-tonige stemming; maar zodra de tweede piano weer invalt en de twee elkaar overlappen, worden we ondergedompeld in de microtonale troebelheid. Wanneer we naar de bladmuziek kijken, zien we eigenlijk geen voortekens voor kwarttonen; dat wil zeggen, geen halfkruisen of halfmollen; omdat elke piano op zichzelf niet daadwerkelijk microtonale intervallen speelt. Het is de interactie tussen deze twee piano’s, die een kwarttoon uit elkaar zijn gestemd, die de microtonaliteit creëert.
Microtonaliteit is dus gebruikt in sommige experimentele klassieke muziek; maar kunnen we het ook vinden in moderne pop- of rockmuziek? De meest gebruikelijke plek om microtonaliteit in westerse muziek te vinden is bij instrumenten die kunnen glijden of een glissando kunnen maken tussen de standaard 12 toonhoogtes. Bijvoorbeeld aan het begin van Rhapsody in Blue van George Gershwin glijdt de klarinet naadloos van de lage F omhoog naar de hoge Bes. Als de klarinet beperkt zou zijn tot het 12-tonige systeem, zoals een piano dat is, zou de glijvlucht niet zo glijdend klinken. Maar omdat de klarinet toegang heeft tot de noten tussen de standaard twaalf toonhoogtes, kan deze een gladde, naadloze glijvlucht bereiken.
In moderne elektronische popmuziek wordt een glijvlucht als deze vaak een riser genoemd. Net als de klarinet-glissando maken risers gebruik van de noten tussen de noten, omdat ze anders deze naadloze, spanningverhogende klim niet zouden kunnen bereiken. Op een gitaar kan de snaar worden opgedrukt zodat de noot die klinkt ergens tussen twee standaard toonhoogtes in ligt. Noten worden vaak een kwarttoon opgedrukt in plaats van een volledige halve toon, wat ons een microtonale noot geeft. Dit is een zeer gebruikelijke techniek in de blues, of ten minste muziek die beïnvloed is door de blues, zoals rock. Het basloopje van Are You Gonna Be My Girl van Jet bevat bijvoorbeeld een kwarttoon-bend; wanneer de D hier wordt opgedrukt, stijgt deze slechts tot D-halfkruis in plaats van helemaal door te reiken tot onze gebruikelijke Dis. Omdat de noot zo kort en ornamenteel is, kan het lastig zijn om het verschil te horen; maar er is er zeker één. Wanneer je de twee verschillende noten afzonderlijk speelt, is het verschil veel duidelijker. In de context van het lied fungeert deze noot als een blue note. Microtonen zijn perfect voor gebruik als blue notes; aangezien blue notes noten zijn die van buiten de toonladder worden toegevoegd om een gevoel van spanning toevoegen. Wat is er meer buiten de toonladder dan een microtoon?
Maar misschien is het best geschikte instrument in de westerse muziek voor microtonaliteit de stem. De menselijke stem is natuurlijk niet beperkt tot enig stemmingssysteem, dus hij kan gemakkelijk alle intervallen zingen; mits goed getraind. Het is bijvoorbeeld gebruikelijk voor zangers om hun melodieën te versieren door tussen twee verschillende noten van de toonladder te glijden. In het nummer Misery Business van Paramore glijdt Hayley Williams aan het einde van het refrein langzaam tussen deze twee noten; waarbij ze een aanzienlijke hoeveelheid tijd doorbrengt in de ruimte tussen de standaard toonhoogtes. Deze langzame, opzettelijke glijvlucht maakt gebruik van die microtonale dissonante noten tussendoor. Het enige probleem met het aanduiden van glijvluchten en glissando’s als microtonaal, is dat ze bijna altijd slechts door een microtonale noot passeren op weg naar een standaard toonhoogte. Ze rusten niet lang genoeg op de microtonale noot om de luisteraar deze echt te laten registreren.
Is er pop- of rockmuziek die microtonale intervallen met hetzelfde gewicht gebruikt als normale intervallen, in plaats van als een klein snufje zout bovenop onze standaard tonaliteit? In 2017 bracht de Australische rockband King Gizzard & The Lizard Wizard hun album Flying Microtonal Banana uit, dat is geschreven met gebruik van 24-TET stemming. De band bereikte deze 24-TET stemming door speciaal gebouwde microtonale gitaren te gebruiken met extra frets op de hals. Stu Mackenzie schreef deze plaat oorspronkelijk om gespeeld te worden op zijn baglama; een Turks instrument dat frets heeft op intervallen die dicht liggen bij wat westerse muzikanten kwarttonen zouden noemen. Luister naar hun nummer Rattlesnake; dat is geschreven in Fis-mineur, maar met een halfverlaagde tweede trap, wat ons een G-halfkruis geeft in plaats van Gis; en ook een halfverhoogde zesde trap, wat ons een D-halfkruis geeft in plaats van een D.
De resulterende tonaliteit is als een mix van oud en nieuw voor westerse oren. De belangrijkste intervallen van de mineurtoonladder – de kwint, de kwart en de kleine terts – zijn allemaal bewaard gebleven, maar de halfverlaagde tweede en halfverhoogde zesde trap plaatsen ons in een exotisch niemandsland tussen de Aeolische, Phrygische en Dorische toonladder. Bij het luisteren naar Flying Microtonal Banana valt je wellicht op dat de muziek, in plaats van gebaseerd te zijn op akkoordprogressies, harmonisch statisch is; meestal blijvend op één dreunend kernpunt voor het hele nummer. De muziek focust in plaats daarvan op melodische ontwikkeling. Dit komt ten minste deels door het feit dat het schrijven van bevredigende akkoordprogressies met microtonale intervallen vaak erg uitdagend en verwarrend kan zijn voor westerse muzikanten. Maar een andere reden kan zijn om de luisteraar niet te overweldigen; door kwarttonen alleen periodiek in de melodie te laten verschijnen, bevinden we ons voor een groot deel van het nummer eigenlijk gewoon in de normale 12-TET stemming.
How to Disappear Completely van Radiohead bevat wat microtonaliteit in het strijkersarrangement, gecomponeerd door Jonny Greenwood. De strijkers glijden lukraak tussen toonhoogtes, wat een chaotische en verontrustende textuur creëert. Het is lastig om de toonhoogtes die de strijkers hier spelen echt te identificeren, en dat is min of meer het punt; ze brengen net zoveel tijd door in de ruimtes tussen de standaard toonhoogtes als erop, wat leidt tot een ultra-chromatisch, totaal gedesoriënteerd geluid.
De menselijke stem is misschien wel het meest veelzijdige instrument voor microtonale muziek; een fantastisch voorbeeld hiervan is Jacob Colliers a capella arrangement van In the Bleak Midwinter. Colliers arrangement gebruikt niet alleen microtonale akkoorden, maar het moduleert daadwerkelijk naar een microtonale toonsoort; door het gebruik van vier steeds meer microtonale akkoorden worden we verschoven van standaard E-majeur naar de toonsoort G-halfkruis-majeur. Jacob demonstreert dat zijn nummer voorafgaand aan de modulatie perfect gestemd is met een standaard piano; maar slechts vier akkoorden later is hij naadloos gemoduleerd naar een kwarttoon buiten de standaard stemming. De vier akkoorden die Jacob hier gebruikt maken gebruik van subtiel verbrede of vernauwde intervallen; tegen de tijd dat we het einde van de progressie bereiken, is onze perceptie van de stemming zodanig verschoven dat de toonsoort G-halfkruis volkomen logisch en harmonieus klinkt.
Eén veelvoorkomend punt van verwarring zijn nummers die niet op concerttoonhoogte zijn opgenomen. Als je een muziekstuk pakt en de toonhoogte verschuift zodat het niet langer gestemd is op een van onze 12 tonen, dan is dat eigenlijk geen voorbeeld van microtonaliteit. Friday I’m in Love van The Cure en Don’t Look Back in Anger van Oasis zijn beide niet opgenomen op de standaard concerttoonhoogte; ze zijn niet opgenomen op A = 440 Hertz. De reden dat dit deze nummers niet microtonaal maakt, is dat microtonaliteit gaat over het gebruik van intervallen die kleiner zijn dan onze standaard westerse intervallen; niet over het gebruik van noten die gestemd zijn op verschillende toonhoogtes. De frequenties van de noten mogen dan anders zijn dan normaal, maar alle frequenties zijn met dezelfde hoeveelheid verplaatst; ze zijn relatief ten opzichte van elkaar verschoven, dus de intervallen tussen de toonhoogtes zijn nog steeds hetzelfde als voorheen.
Als muzikant of componist is microtonaliteit een van die concepten die je benadering van muziek volledig op zijn kop zet. Je kunt niet langer vertrouwen op je jarenlange ervaring en je spiergeheugen; het dwingt je om volledig buiten de gebaande paden te denken. Je kunt zelf een microtonale compositie schrijven. Stel je keyboard zo in dat het in 24-TET speelt, oftewel in kwarttonen. Zoek naar de ‘extra verlaagde’ kleine terts; het interval tussen G-halfmol en A. Je merkt dat het te verwarrend is om dit op het keyboard te spelen, dus in plaats daarvan kun je de noot neurieën die je wilde horen en deze opzoeken in je MIDI-omgeving.
Microtonaliteit kan vrij gebruikelijk zijn in sommige niet-westerse culturen.