Een maatschappelijk acceptabele leugen?

Mensen verdraaien liever hun motieven dan dat ze hun zelfbeeld beschadigen.

Wat was de meest waarschijnlijke prompt die PVV-Kamerlid Maikel Boon aan zijn chatbot voerde om tot de gemanipuleerde AI-afbeelding te komen die hij vervolgens op sociale media verspreidde? Was dat: (1) “Manipuleer deze rechtbanktekening zodanig dat de auteursrechten komen te vervallen”, of eerder iets als: (2) “Geef de verdachten een dreigender, Arabisch uiterlijk”?

Het antwoord laat zich raden. Tegelijkertijd zit er iets opvallends in Boons verdediging. Kennelijk begrijpt hij heel goed dat het maatschappelijk minder schadelijk klinkt om te zeggen dat hij ‘copyright’ probeerde te omzeilen dan om toe te geven dat hij bewust een racistisch effect wilde versterken. Zelfs hier lijkt nog een gradatie te bestaan tussen kwaad en erger.

De morele cosmetica van propaganda, zichtbaar in haar hedendaagse vorm. AI verandert Boon op commando in een erwt. Waarom gaf ik mijn chatbot die opdracht? Omdat de politicus liegt tot hij groen ziet? Of omdat hij in de politiek altijd een groentje zal blijven? Hoe dan ook getuigt zijn cosmetische geweten van een dubbel gedopte domheid: hij laat niet alleen andermans gezichten grimmiger maken, maar kleurt ook zijn eigen motieven zorgvuldig bij tot ze binnen de grenzen van het aanvaardbare vallen. Een goed verstaander doorziet die schijnverpakking natuurlijk direct.

De bewerkte rechtbanktekening stond geruime tijd zichtbaar in een video op de Instagram-pagina van de PVV Noord-Brabant. De oorspronkelijke illustratie van rechtbanktekenaar Petra Urban toonde twee Syrische broers die terechtstonden wegens betrokkenheid bij de dood van hun zus Ryan. In de aangepaste versie waren de gezichten grimmiger gemaakt en was de sfeer van de afbeelding donkerder aangezet. Daarmee veranderde niet alleen het uiterlijk van de verdachten, maar ook de betekenis van het oorspronkelijke journalistieke werk.

Dit staat niet op zichzelf. Boon werd eerder al in verband gebracht met AI-afbeeldingen waarin blonde vrouwen als onschuldige slachtoffers figureerden tegenover mannen met een bewust getinte huid en overdreven agressieve trekken. Ook verschenen AI-bewerkte afbeeldingen van Frans Timmermans in online omgevingen waar gebruikers openlijk geweld en doodswensen uitten. Zulke beelden functioneren allang niet meer als satire of provocatie. Ze zijn bedoeld om vijandbeelden op te roepen en emoties doelgericht op te hitsen.

Daarmee raakt deze affaire aan iets groters dan auteursrecht of onbeholpen gebruik van AI-tools. Het gaat om de normalisering van politieke beeldmanipulatie. AI maakt het inmiddels kinderlijk eenvoudig om bestaande beelden subtiel te verdraaien: iets zwaardere schaduwen, iets bozere ogen, iets meer dreiging in een gezicht. Juist die kleine ingrepen blijken buitengewoon effectief in het bespelen van onderbuikgevoelens.

Opmerkelijk is bovendien dat Boon eerder ontkende betrokken te zijn bij het maken en verspreiden van dergelijke AI-beelden. Zijn huidige uitleg – dat hij slechts dacht auteursrechten te ontwijken – klinkt daardoor weinig geloofwaardig. Misschien is dát nog het meest veelzeggende aan deze affaire: niet alleen dat zulke beelden worden gemaakt, maar dat men intuïtief begrijpt welke motieven nog enigszins toonbaar zijn en welke niet.

Dat mechanisme beperkt zich overigens niet tot politici of propagandisten. Ik herken er iets van uit een volstrekt alledaagse situatie. Een aangetrouwde neef van mij vertelde op familiefeestjes steevast dat hij op de SP had gestemd. Dat kon niet waar zijn, hij is een fervente ultra-rechts stemmer. Toch bleef hij het herhalen, met een bijna merkwaardige hardnekkigheid.

Dat fascineert me. Want waarom zou iemand liegen over iets wat zo overduidelijk met zijn eigenlijke standpunten vloekt, en bovendien niet eens bijzonder prestigieus klinkt? Vermoedelijk omdat de leugen minder over politiek ging dan over identiteit. Door te beweren dat hij SP stemde, presenteerde hij zichzelf impliciet als sociaal bewogen, kritisch op ongelijkheid en solidair met ‘gewone mensen’. Niet de politieke overtuiging stond centraal, maar het morele imago dat ermee werd opgeroepen.

Precies daarin zit de parallel met Boons verdediging. Ook daar lijkt de feitelijke waarheid ondergeschikt aan het beeld dat iemand van zichzelf wil bewaren. “Ik wilde alleen auteursrechten omzeilen” klinkt als een technische fout; dom misschien, maar niet kwaadaardig. Het alternatief zou betekenen dat men openlijk toegeeft bewust op raciale vooroordelen te hebben ingespeeld. En dat tast niet alleen de reputatie aan, maar ook het eigen zelfbeeld.

Interessant genoeg verraadt zo’n leugen juist dat er nog altijd een morele grens wordt gevoeld. Wie werkelijk geen onderscheid meer ervaart tussen fatsoen en onfatsoen, hoeft zijn motieven ook niet zachter voor te stellen dan ze zijn. Nu echter werd de leugen een vorm van cosmetica voor het geweten.

Dat zie je vaker bij mensen die hun imago voortdurend subtiel proberen bij te sturen. Ze kiezen niet zomaar een willekeurige onwaarheid. Ze kiezen zorgvuldig de versie van de werkelijkheid waarin ze nét iets redelijker, fatsoenlijker of menselijker lijken dan hun gedrag eigenlijk rechtvaardigt.

Misschien verklaart dat ook waarom zulke mensen vaak zo verontwaardigd reageren wanneer hun gedrag wordt blootgelegd. Niet alleen omdat ze betrapt zijn, maar omdat de zorgvuldig opgebouwde morele verpakking ineens scheurt. Soms bewaakt iemand liever de schijn van fatsoen dan het fatsoen zelf.

Lezersreactie:
Choose your battles, Ronald. Zullen we even stilstaan bij de verschrikkelijke daad van die twee broers? En laten we vooral de vader niet vergeten; de feitelijke aanstichter en indoctrinant die de boel heeft opgehitst en vervolgens lafhartig naar het buitenland is gevlucht. Ik kan de woede van Boon heel goed begrijpen. Het zou toch in eerste instantie over dit soort van barbaarsheid moeten gaan? Ik vraag me af of jij nog wel de hardcore atheïst bent waar je je altijd op voor liet staan. Waarom richt je je pijlen op een AI-plaatje in plaats van op de ideologie die dit soort gezinsmoorden voortbrengt?

Mijn reactie:
Het korte antwoord is: ja, ik ben nog exact dezelfde atheïst. Mijn standpunt over religieus geïnspireerd geweld is onveranderd en sluit naadloos aan bij bijvoorbeeld de filosofie van Sam Harris. Uit naam van het geloof – en specifiek binnen de dogmatische ereregelingen van patriarchale culturen – worden de meest huiveringwekkende wreedheden gelegitimeerd. De moord op Ryan is een gitzwart moreel failliet. De rol van de vader als ideologische aanstichter, die jonge geesten vergiftigt en daarna de benen neemt, is ronduit abject. Wie de geschriften van Harris kent, weet dat rede en menselijk welzijn de enige ijkpunten zijn; religieuze dogma’s vormen daarop een directe bedreiging. Over de aard van die daad bestaat tussen ons dus geen millimeter ruimte voor discussie.
Maar dat brengt ons bij de kern van de zaak: waarom verwoordt een politicus als Boon diezelfde filosofische of maatschappelijke kritiek dan niet gewoon? Waarom grijpt hij niet naar het geschreven woord, naar een messcherp debat over de doctrine van de eermoord, of naar een rationele ontleding van deze culturele misstand? Antwoord: omdat ultrarechts daar simpelweg de intellectuele capaciteit en de bijbehorende innerlijke beschaving voor mist.
Om een geloofskwestie op een objectieve, universele manier te fileren, heb je argumenten nodig. Je moet de rede aan je zijde hebben. Ultrarechts intellectueel onvermogen compenseert dat gebrek aan overtuigingskracht door te vluchten in primitieve beeldtaal. Men debatteert niet; men hitst op. Ultrarechtse politici hebben geen goed geformuleerde filosofische bezwaren tegen religieus dogmatisme; ze hebben een tribale afkeer van de ander. Door de werkelijkheid niet te analyseren maar visueel te misvormen (grovere trekken, een donkerdere huid), verlagen zij een legitieme maatschappelijke discussie tot een racistisch schimmenspel.
Boon strijdt niet tegen het religieuze kwaad van de vader; hij gebruikt het lijk van een jonge vrouw als politiek vliegwiel. En dat is precies de intellectuele armoede die aan dit soort manipulaties voorafgaat.

Een breuk in het script

Wanneer het leven de vlogger inhaalt.

Bij het openslaan van een roman of het starten van een Netflix-serie sluiten we een stilzwijgend pact met de maker; we accepteren de chaos op het scherm, simpelweg omdat we weten dat er achter de schermen een scenarist waakt over de rode draad. Hoe grillig de plot ook mag lijken, het is een geconstrueerde ononderbrokenheid die ons onvermijdelijk naar een doordacht slot voert. Maar wie zich begeeft in de wereld van de avontuurlijke vlogger, stapt in een verhaal zonder vangnet. Hier is geen sprake van een regisseur die ‘cut’ roept als de realiteit te rauw wordt; hier kan het leven met een botte bijl inhakken op de verhaallijn. Het is de ultieme kwetsbaarheid van de ‘unscripted’ mens: de droom die niet eindigt met een geplande apotheose, maar met een technisch debacle dat geen enkele scriptschrijver had durven indienen bij zijn producent.

Maak kennis met Molly, een jonge vrouw die met haar kanaal Molly’s Sea Stories (mollysseastories op Instagram) de belichaming was van de moderne ontsnappingsdrang. Haar metgezel? De Kyeema, een stalen dame die haar de ultieme vrijheid beloofde. Het kanaal ademde die typische, aanstekelijke naïviteit van de vroege ontdekkingsreiziger: de oceaan als decor voor een eindeloze zoektocht naar zelfstandigheid en verre horizonten.

Al snel bleek dat de Kyeema niet alleen een schip was, maar een gulzige verzameling mechanische uitdagingen. Wat begon als een romantisch epos, veranderde langzaam in een kroniek van defecte alternatoren, slippende v-snaren en accu’s die de geest gaven. Het avontuur werd een uitputtingsslag waarbij de horizon steeds vaker werd geblokkeerd door een geopende motorkap.

Het centrale motief van dit epos is tevens de meest wrange verklaring voor het uiteindelijke falen: de paradox van de onafhankelijkheid. In de moderne beeldvorming wordt zeilen vaak gepresenteerd als de ultieme ontsnapping aan de maatschappelijke systemen; een leven op eigen kracht, gedreven door de wind. De realiteit is echter dat een zeiljacht een drijvende micro-kosmos is van complexe techniek.

Wie de oceaan opzoekt zonder fundamentele technische vaardigheid, creëert onbedoeld de meest extreme vorm van afhankelijkheid die denkbaar is. In plaats van vrij te zijn, word je een gijzelaar van het toeval. Elke hapering van de motor of elk defect aan de elektronica verandert de kapitein in een toeschouwer van haar eigen ondergang. Het gebrek aan ‘wetenschappelijke soundness’ – de nuchtere kennis van hoe krachten, corrosie en verbranding op elkaar inwerken – zorgt ervoor dat de droom niet wordt gestuurd door de koers van het roer, maar door de grillen van externe redders. Deze technische onmacht fungeert als een onzichtbaar anker dat, ongeacht de goede bedoelingen, elke voortgang uiteindelijk onmogelijk maakt.

Midden in deze mechanische gijzeling verscheen Tom, de drijvende kracht achter het kanaal What In The World. Hij was de personificatie van de ontbrekende schakel: de man die niet alleen de horizon zag, maar ook begreep hoe je daar moest komen als de wind wegviel. Tom bracht een broodnodige medische interventie voor de Kyeema. Hij reviseerde lieren, verving v-snaren en bracht een kalmte aan boord die alleen voortkomt uit het beheersen van de materie. Voor de kijker was hij de ‘deus ex machina’ die de verhaallijn behoedde voor een voortijdig einde.

Toch was het niet alleen de techniek die de kijkers aan het scherm gekluisterd hield. Er ontstond een onmiskenbare synergie tussen Tom en Molly die de video’s een diepere, bijna literaire laag gaf. We kijken immers liever naar een hart dat klopt dan naar een motor die draait. De tederheid in de interactie en de gedeelde kwetsbaarheid tijdens zware oversteken voedden de hoop op een groter verhaal. Of er nu sprake was van een klassieke romance of een diepe verbondenheid door gedeelde nood; het element van menselijke genegenheid was de lijm die de brokkelige verhaallijn tijdelijk weer tot een eenheid smeedde. Het maakte de reis voor het publiek persoonlijk; de boot werd een thuis, en de tweekoppige bemanning een belofte.

Uiteindelijk bleek de realiteit echter een onverbiddelijke scenarist. In de gedenkwaardige aflevering 100 zagen we hoe de wetten van de fysica en de genadeloze logica van de economie het laatste woord opeisten. De Kyeema was simpelweg “op”. De structurele gebreken en de financiële uitputting dwongen hen tot een besluit dat even onbaatzuchtig als hartverscheurend was: de boot moest worden weggegeven.

Het is het definitieve einde van een verhaallijn die niet bezweek onder een gebrek aan passie, maar onder het gewicht van zijn eigen paradoxen. De droom van vrijheid eindigde in een haven waar de sleutels werden overgedragen; een herinnering achterlatend aan een reis die ons leerde dat je de wereld kunt bevaren op hoop, maar dat je alleen thuiskomt met een werkende dynamo.