Little Children (2006) van Todd Fields.
Het hart van deze film draait om Sarah Pierce (Kate Winslet) en Brad Adamson (Patrick Wilson). Beiden zijn getrouwd, maar voelen zich verwaarloosd en onbevredigd binnen hun huwelijk. Ze ontmoeten elkaar doordat ze hun kinderen naar dezelfde speelgelegenheden begeleiden. Aanvankelijk ontstaat er kameraadschap tussen hen. Langzaam verandert die in aantrekkingskracht en uiteindelijk in een affaire. Sarah en Brad dromen ervan bij elkaar te zijn, maar hun fantasie over een gezamenlijk leven heeft eerder het karakter van een vlucht dan van een concreet toekomstplan. Hun verhouding is dus niet simpelweg een liefdesverhaal waarin twee mensen elkaar eindelijk vinden. Het is ook een fantasie over een ander leven. Dat maakt hun situatie tragisch: ze verlangen naar bevrijding uit hun bestaande levens, maar het is helemaal niet duidelijk of het leven waarnaar ze verlangen werkelijk bestaat.

Rond Sarah en Brad bevinden zich verschillende andere figuren: Kathy, Brads controlerende echtgenote; Richard, Sarahs echtgenoot, die geobsedeerd is door porno; Ronnie McGorvey, een veroordeelde zedendelinquent; Larry Hedges, een voormalige politieagent die zichzelf tot burgerwacht heeft gemaakt. Deze personages worden niet simpelweg gereduceerd tot functies in het verhaal van Sarah en Brad. Ze hebben hun eigen levens en problemen. Dat verklaart waarom de film soms lijkt uit te waaieren. Je zou gemakkelijk kunnen zeggen dat één van deze personages genoeg materiaal bevat voor een afzonderlijke film. Maar dat uitwaaieren is juist de bedoeling. Todd Field wil niet alleen het verhaal van twee overspelige mensen vertellen; hij wil een doorsnede van een hele gemeenschap geven: soccer moms, verveelde huisvrouwen, gefrustreerde of machteloze echtgenoten en mensen die op allerlei manieren proberen aan hun eigen bestaan te ontsnappen.
Dit is een voorbeeld van een literaire ensemblefilm (een ‘literary multi-character drama’), een film die bijna een roman wordt en/of zo dicht mogelijk bij het boek komt waarop het is gebaseerd. Field probeert niet om een roman simpelweg in beelden om te zetten, maar weet iets van de ervaring van het lezen zelf te behouden. Dat zit vooral in twee dingen. Ten eerste zijn er de meerdimensionale personages. Ze worden niet uitsluitend gebruikt om een plot voort te stuwen, maar krijgen een eigen bestaan, geschiedenis en psychologische logica.
Ten tweede is er de nadrukkelijke voice-over, die de gebeurtenissen van buitenaf becommentarieert. Voice-overs in films worden meestal als een zwakte beschouwd, maar hier vind ik ze zeer geslaagd en werkt ze als een pluspunt. Die wordt uitgesproken met een rustige, sonore stem. De verteller beschrijft niet alleen wat er gebeurt, maar levert ook observaties en commentaar. Dit past bij de literaire structuur van de film. De voice-over geeft het geheel een soort vertellende, essayistische laag die de film dichter bij een roman brengt. Daarbij zit er af en toe een sardonische humor in het commentaar. De verteller staat dus niet simpelweg boven het verhaal om de kijker informatie te geven; hij levert ook een ironische blik op de personages en hun gedrag. Dat past goed bij de manier waarop Field de keurige buitenwijk behandelt: van buiten ziet alles er betrekkelijk normaal uit, maar de vertelling maakt zichtbaar hoeveel frustratie, fantasie, schaamte en zelfbedrog eronder schuilgaat.
De film had gemakkelijk een melodrama kunnen worden. Het materiaal is namelijk buitengewoon geschikt voor sensationeel melodrama. Overspel, seksuele frustratie, porno, een pedoseksuele delinquent, een burgerwacht en de spanningen in een ogenschijnlijk keurige buitenwijk: je zou daar gemakkelijk een hele reeks overdreven dramatische films van kunnen maken. Maar Field doet juist het tegenovergestelde. Hij houdt de film ingetogen en beheerst. De gebeurtenissen worden niet voortdurend aangezet om het publiek emotioneel te manipuleren. Zelfs wanneer het verhaal steeds vreemder of donkerder wordt, blijft de regisseur de controle over het geheel houden. Dat is belangrijk, omdat Little Children anders gemakkelijk zou kunnen ontsporen in een verzameling sensationele subplots.
Winslet en Wilson hebben een moeilijke opdracht: zij moeten geen uitzonderlijke of exotische personages spelen, maar juist gewone, intelligente mensen die gevangen zitten in de banaliteit van hun eigen levens. Dat klinkt eenvoudig, maar doe het maar eens: interessant maken hoe iemand gevangen zit in een leven dat aan de buitenkant volkomen normaal is. Sarah en Brad zijn geen tragische helden. Hun probleem is juist dat ze een betrekkelijk comfortabel bestaan hebben, maar daarin toch een fundamentele onbevredigdheid ervaren.
Ronnie McGorvey heeft een bijzonder moeilijke rol als Ronnie. Hij is een veroordeelde pedoseksueel die zich aan een meisje heeft blootgesteld. Dat maakt hem een personage dat voor een acteur buitengewoon moeilijk te spelen is: er bestaat een groot gevaar dat hij óf ondraaglijk weerzinwekkend wordt gemaakt, óf juist te gemakkelijk sympathie krijgt. Haley weet tussen die twee uitersten door te bewegen. Hij maakt Ronnie niet onnodig sympathiek, maar ook niet tot een eendimensionaal monster. Dat is bijzonder knap, juist vanwege de aard van Ronnies misdrijf. Hetzelfde geldt volgens hem voor Noah Emmerich, die een ander soort extreme persoonlijkheid moet spelen.
De kracht van Little Children zit niet in een uitzonderlijk plot, maar in de manier waarop Todd Field een hele gemeenschap bevolkt met geloofwaardige mensen die allemaal op hun eigen manier proberen te ontsnappen aan de onbevredigende werkelijkheid van hun bestaan. Sarah en Brad zijn daarvan het duidelijkste voorbeeld. Hun affaire lijkt aanvankelijk een ontsnapping naar vrijheid en liefde, maar het is meer een fantasie die misschien nooit werkelijkheid kan worden. Daarom is het ook niet echt een film die je uitsluitend als overspelverhaal moet bekijken. De eigenlijke onderwerpen zijn de banaliteit van het volwassen bestaan, onvrede, fantasie, zelfbedrog en de manieren waarop mensen proberen hun eigen leven te ontvluchten. En precies doordat Field dat materiaal niet sensationeel behandelt, maar rustig laat uitwaaieren over een hele gemeenschap, krijgt het zijn literaire kwaliteit.
