Verzinnen, herinneren en herschrijven

Confessions of a dangerous mind.

Wanneer Chuck Barris beweert dat hij naast zijn carrière als producent en presentator van spelprogramma’s ook voor de CIA heeft gewerkt als huurmoordenaar, denk je aanvankelijk: dit moet wel een grap van Charlie Kaufman zijn. Kaufman is immers de scenarist van Being John Malkovich en Adaptation, dus iemand die er plezier in heeft de werkelijkheid een flinke zwieper te geven. Je denkt dat Kaufman voor deze biografie simpelweg een absurde fictieve toevoeging heeft bedacht: The Gong Show-maker als CIA-moordenaar. Maar dan ontdek je dat Barris dit zelf beweert. Barris zegt in zijn autobiografie dat hij 33 mensen voor de CIA heeft vermoord.

Barris had volgens zijn eigen verhaal voor zijn vermeende dubbelbestaan een ideale dekmantel. Hij was immers de man van The Dating Game en The Gong Show. Hij kon deelnemers en winnaars van zijn programma’s meenemen naar het buitenland en daar, onder het mom van televisiewerk, zijn geheime opdrachten uitvoeren. Neem Helsinki in de winter. De televisieprijswinnaars zitten lekker te genieten van rendiervlees terwijl Barris ondertussen ergens iemand voor de Amerikaanse regering vermoordt. De grap zit in de volstrekte onwaarschijnlijkheid van de combinatie. Wie zou nu ooit vermoeden dat de man achter een spelshow een CIA-moordenaar was? Juist daarom is Barris’ verhaal in zichzelf bijna perfect geconstrueerd. De autobiografie en de film vormen hun eigen bewijsstuk. Ze vertellen het verhaal, maar bevestigen het niet.

Het doet er eigenlijk niet toe of Barris werkelijk heeft gemoord. Iedere autobiografie bevat fictie. Niet noodzakelijk omdat de schrijver bewust liegt, maar omdat mensen voortdurend hun eigen verleden herschrijven. We herinneren ons dingen niet als een neutrale camera. We maken er achteraf een verhaal van. We selecteren gebeurtenissen, vergeten andere dingen, leggen verbanden en geven onszelf motieven. Noem het een voortdurend herschrijvingsproces van het onderbewuste. Een autobiografie is nooit simpelweg: dit is wat er feitelijk gebeurde. Het is eerder: dit is het verhaal dat ik van mijn leven heb gemaakt.

Chuck Barris heeft een bijzondere behoefte aan zo’n verhaal. Barris heeft een bijzondere behoefte om zichzelf als held te zien, juist omdat hij zichzelf voor zoveel dingen de schuld geeft. De CIA-mythe is daarom niet zomaar een spectaculaire fantasie. Als Barris alleen maar zou zeggen: Ik maakte oppervlakkige televisieprogramma’s, was een rokkenjager en verpestte mijn leven, dan is dat geen erg heldhaftig levensverhaal. Maar: Ik maakte oppervlakkige televisieprogramma’s én ondertussen vocht ik in het geheim voor Amerika en doodde ik vijanden van de Verenigde Staten, maakt van dezelfde man ineens een geheimzinnige en gevaarlijke figuur. De CIA-mythe kan zijn gevoel van mislukking dus compenseren.

De film begint met Barris als een man die zichzelf haat, niet bij de jonge, ambitieuze Barris. We ontmoeten hem in 1981, opgesloten in een hotelkamer in New York. Hij is psychisch volledig vastgelopen. Hij zit televisie te kijken als een soort zelfopgelegde straf. Hij vertelt in voice-over dat hij daar begon aan het opschrijven van zijn “wasted life.”Dat is de sleutel tot het hele personage. Barris kijkt terug op zijn leven en ziet geen triomfverhaal. Hij ziet een verspild leven. En daardoor krijgt zijn vermeende CIA-carrière een andere betekenis: het kan een poging zijn om dat leven achteraf alsnog betekenisvol te maken.

Interessant dat dit de eerste film is die George Clooney regisseert. Clooneys vader, Nick Clooney, werkte in de televisie en presenteerde onder meer spelprogramma’s. George Clooney heeft dus van jongs af aan een blik achter de schermen van televisie gehad.

De film is niet alleen inhoudelijk interessant; hij is ook visueel zeer geslaagd. We zien een combinatie van felle, bijna pop-artachtige beelden uit de jaren zestig en zeventig en donkere, koude spionagebeelden. Die twee werelden worden letterlijk visueel van elkaar onderscheiden. De televisieomgeving is kleurrijk, kunstmatig, vrolijk en sexy. De CIA-wereld is donker, koud en dreigend.

Sam Rockwell als acteur is de echte ontdekking. Rockwell speelt Barris als een man die talenten heeft gekregen, maar niet het vermogen om ervan te genieten. Barris is niet simpelweg ongelukkig omdat hij denkt dat hij meer had kunnen bereiken.Hij is ongelukkig omdat hij bang is dat hij helemaal niet méér had kunnen bereiken. Zijn depressiviteit komt niet voort uit het gevoel: Ik had een geweldig mens kunnen zijn. Maar eerder: Misschien was dit het beste wat ik ooit kon worden. Zijn hele carrière wordt daardoor tragikomisch. Na zijn begin als NBC-page in 1955, werkt hij achter de schermen bij Dick Clarks American Bandstand. Hij probeert vervolgens The Dating Game van de grond te krijgen. En krijgt daarbij een enorme klap wanneer ABC kiest voor een ander programma – Hootenanny – boven zijn pilot.

We zien in deze carrière een patroon: Barris wil succes juist omdat hij zichzelf diep vanbinnen niet succesvol vindt. Het succes moet zijn negatieve zelfbeeld weerleggen. Maar het probleem is dat succes zijn onzekerheid niet oplost. Integendeel: het kan die onzekerheid juist groter maken.

Partner Penny wordt gespeeld door Drew Barrymore. Ze verschijnt aanvankelijk als de hippieachtige vrouw die met Barris meegaat in zijn wilde levensstijl. Maar uiteindelijk blijft ze bij hem. Wanneer Barris in die hotelkamer zit opgesloten, probeert Penny hem eruit te krijgen. Ze is een van de weinige mensen die werkelijk door zijn zelfgecreëerde personage heen kijkt. Zij is niet geïnteresseerd in de mythe van Chuck Barris. Ze probeert de man die daaronder zit te bereiken.

Je kunt een opvallende vergelijking maken met Auto Focus met Paul Schraders, dat eveneens in 2002 verscheen. Auto Focus gaat over Bob Crane, bekend als de ster van Hogan’s Heroes. Beide films gaan over mannen die een geheim leven leiden dat veel spannender en extremer is dan hun publieke leven. Dat geheime leven vormt uiteindelijk hun ware obsessie. Maar Barris verschilt fundamenteel van Bob Crane. Bob Crane gebruikt zijn beroemdheid als toegangsbewijs tot seksuele verslaving. Barris lijkt zijn televisiecarrière juist te willen compenseren met de gedachte dat hij daarnaast een gevaarlijke, belangrijke en geheime rol speelt. Barris lijkt zichzelf te willen verlossen van de misdaden die hij op televisie begaat. Dat maakt Barris interessanter dan Crane.

Beide films doen iets met het beeld van televisie als een opgewekte, vrolijke, onschuldige wereld. Je tilt als het ware een steen op. Bovenop zie je: vrolijke presentatoren; spelletjes; beroemdheden; lachen; entertainment. Maar als je die steen optilt, blijken er allerlei verborgen driften en obsessies achter de televisiepersoonlijkheid schuil te gaan. De televisie is dus niet alleen decor. Ze vormt een soort glanzende oppervlakte waaronder de personages hun problemen verbergen.

Barris is misschien een idioot, fantast of pathologische leugenaar maar iemand die beweert 33 mensen voor de CIA te hebben vermoord om zijn reputatie te verbeteren, verdient toch enig mededogen. Als Barris liegt, liegt hij niet om zichzelf groter te maken tegenover anderen alleen. Hij lijkt vooral tegenover zichzelf te proberen te bewijzen dat zijn leven ertoe deed. En daarin zit het tragische element van de film.