End Times Fascism: And the Fight for the Living World
Wie fictie schrijft, loopt gemakkelijk het risico originaliteit belangrijker te gaan vinden dan wat er eigenlijk te zeggen valt. Ik probeer dat zelf, nu ik aan een roman werk, zoveel mogelijk te vermijden. Daarbij heb ik mezelf voorgenomen AI buiten het schrijfproces te houden. Maar dat betekent niet dat originaliteit altijd de belangrijkste maatstaf is. Soms is het veel belangrijker dat een belangrijke boodschap zo veel mogelijk mensen bereikt. Dat geldt wat mij betreft vooral voor non-fictie en in het geval van dit blogbericht voor End Times Fascism: And the Fight for the Living World, het boek van Naomi Klein en Astra Taylor. De inhoud ervan vind ik aanzienlijk belangrijker dan de vraag of ik zelf, in mijn bespreking ervan, een oorspronkelijke bijdrage aan het onderwerp zou kunnen leveren.

En dus heb ik voor de volgende samenvatting op AI vertrouwd. Zonder die hulp zou het me aanzienlijk meer tijd hebben gekost om dit boek onder de aandacht te brengen. Zie dus, beste volger, door de vorm van herkomst en kunstmatigheid heen. Misschien is het minder interessant om te vragen wie deze woorden precies heeft samengesteld dan om te luisteren naar wat wordt gezegd. En neem vooral de waarschuwing die Klein en Taylor ons meegeven ter harte. Voor de volgende uitgebreide inhoudelijke reconstructie heb de uitzending van Democracy Now! van 15 september 2026 geraadpleegd, waarin Naomi Klein en Astra Taylor hun zojuist verschenen boek End Times Fascism: And the Fight for the Living World uitgebreid bespreken. De uitzending is bijzonder bruikbaar als ingang tot het boek, omdat de auteurs er zelf de centrale begrippen en voorbeelden uit toelichten (zie: Democracy Now!). Verder hielp, zoals gezegd, kunstmatige intelligentie me bij deze samenvatting.
1. De centrale gedachte: fascisme in een tijdperk van ondergang
De kern van het boek zit al in de titel. Klein en Taylor proberen een verschijnsel te benoemen dat volgens hen afwijkt van het klassieke fascisme van de jaren dertig en veertig.
Ze zeggen nadrukkelijk niet dat de geschiedenis zich simpelweg herhaalt. Het hedendaagse extreemrechts is volgens hen geen herhaling van Mussolini of Hitler. Het is eerder een vervolgverhaal: oude fascistische mechanismen worden toegepast onder omstandigheden die fundamenteel veranderd zijn.
De overeenkomst met historisch fascisme zit volgens hen vooral in:
- ontmenselijking;
- het aanwijzen van zondebokken;
- raciale hiërarchie;
- uitsluiting;
- autoritarisme;
- het mobiliseren van angst en ressentiment;
- het afleiden van maatschappelijke woede van de machthebbers naar kwetsbare groepen.
Maar de huidige wereld kent iets wat het fascisme van de jaren dertig niet kende: een planetaire bestaanscrisis.
Klimaatverandering, ecologische vernietiging, kernwapens, pandemieën, geopolitieke instabiliteit en de mogelijke risico’s van AI creëren een situatie waarin de toekomst zelf onzeker is geworden.
Daarmee verandert ook het karakter van het fascistische project.
Het gaat volgens Klein en Taylor niet meer alleen om de vraag:
Hoe richten we de samenleving opnieuw in?
Maar steeds meer om:
Wie zal er overblijven wanneer de samenleving instort?
Dat is voor hen het beslissende verschil.
2. De “end times” zijn niet alleen religieus
Een belangrijk inzicht van het boek is dat Klein en Taylor het begrip end times veel breder gebruiken dan voor apocalyptische christenen.
Er bestaan volgens hen drie belangrijke groepen die ogenschijnlijk weinig met elkaar gemeen hebben:
- religieuze eindtijdgelovigen;
- tech-eindtijdgelovigen;
- etnonationalistische eindtijddenkers.
Deze groepen vormen geen hechte ideologische eenheid. Ze hebben verschillende overtuigingen en belangen.
Maar ze delen volgens de auteurs een fundamentele veronderstelling:
de bestaande wereld staat op instorten en een gezamenlijke toekomst voor iedereen is niet langer het uitgangspunt.
Dat is de verbindende gedachte.
3. De religieuze eindtijd
De eerste categorie is de meest voor de hand liggende.
Bepaalde christelijke fundamentalistische stromingen verwachten een apocalyptische eindtijd waarin de huidige wereld vernietigd wordt en uiteindelijk een uitverkoren groep wordt gered.
Daarbij horen bekende ideeën als:
- de Apocalyps;
- Armageddon;
- de wederkomst van Christus;
- de opname van gelovigen (rapture);
- Gods oordeel;
- de vernietiging van de wereld;
- de uiteindelijke redding van de uitverkorenen.
Klein en Taylor zijn vooral geïnteresseerd in de politieke consequenties van zo’n wereldbeeld.
Als iemand gelooft dat de wereld uiteindelijk móét vergaan omdat dat onderdeel is van een goddelijk plan, krijgt het voorkomen van die vernietiging een heel andere betekenis.
Een ramp hoeft dan niet noodzakelijk een waarschuwing te zijn.
Hij kan juist een teken zijn dat het voorspelde einde dichterbij komt.
Dat maakt een belangrijk onderscheid met het ecologische denken van bijvoorbeeld de klimaatbeweging:
een crisis kan worden gezien als iets dat bestreden moet worden, maar ook als iets dat bevestigt dat het voorspelde einde begonnen is.
Volgens Klein is dat een uiterst gevaarlijke verschuiving.
4. Van de rapture naar de “wealth rapture”
Een van de interessantste begrippen in het gesprek is wat Klein een “wealth rapture” noemt: een soort seculiere opname van de rijken.
De religieuze versie luidt ongeveer:
De wereld gaat ten onder, maar de uitverkorenen worden gered.
De seculiere miljardairsvariant wordt:
De wereld wordt onleefbaar, maar ik kan mezelf en mijn gezin eraan onttrekken.
Dat verklaart volgens de auteurs de belangstelling van sommige extreem vermogende mensen voor:
- bunkers;
- beveiligde landgoederen;
- privé-eilanden;
- ondergrondse complexen;
- autonome voorzieningen;
- ruimtevaart;
- kolonisatie van andere planeten;
- technologie waarmee men zich fysiek of economisch van de rest van de samenleving kan afscheiden.
De overeenkomst met religieuze apocalyptiek is volgens Klein en Taylor niet dat deze mensen noodzakelijkerwijs religieus zijn.
Het is de sociale verbeelding:
de wereld als geheel hoeft niet gered te worden, zolang een selecte groep maar kan ontsnappen.
5. De tech-eindtijd
Daarmee komen we bij Silicon Valley en de AI-industrie.
Hier wordt het betoog bijzonder interessant.
Sommige prominente figuren in de technologiesector spreken openlijk over het risico dat AI de mensheid zou kunnen vernietigen.
Op zichzelf vinden Klein en Taylor dat niet het interessantste aspect.
Hun vraag is:
Wat betekent het dat mensen een technologie ontwikkelen waarvan ze zelf zeggen dat die mogelijk catastrofale gevolgen kan hebben — en haar tóch versneld willen ontwikkelen?
Dat brengt hen bij een merkwaardige paradox.
De gedachtegang kan ongeveer als volgt worden weergegeven:
- AI kan buitengewoon gevaarlijk worden.
- AI kan mogelijk zelfs existentiële risico’s opleveren.
- Toch moet de ontwikkeling ervan zo snel mogelijk doorgaan.
- De economische opbrengsten zijn enorm.
- Eventuele maatschappelijke schade wordt vervolgens als een probleem gezien dat met meer technologie, staatsmacht of controle moet worden beheerst.
De auteurs zijn dus minder geïnteresseerd in de vraag of een bepaalde voorspelling over AI klopt dan in de politieke mentaliteit die risico accepteert omdat de mogelijke opbrengst enorm is.
Taylor zegt in de uitzending zelfs dat we niet noodzakelijk alle uitspraken van AI-ontwikkelaars over het gevaar van AI letterlijk hoeven te geloven om het gedrag van die ontwikkelaars serieus te nemen.
Het feit dat zij bereid zijn grote maatschappelijke risico’s te nemen voor een buitengewoon winstgevende technologie is op zichzelf politiek betekenisvol. Podcast Rex
6. Peter Thiel als voorbeeld
Een belangrijke figuur in hun analyse is Peter Thiel.
Taylor gebruikt hem als voorbeeld van de verbinding tussen technologie, extreemrechts denken en anti-democratische ideeën.
Volgens haar is Thiel al lange tijd kritisch tegenover democratie. Zij wijst onder meer op zijn opvatting dat democratie en vrijheid niet noodzakelijk samengaan en op zijn vroege steun voor Donald Trump.
Maar belangrijker is de invloedsketen.
Thiel is niet alleen zelf een invloedrijke miljardair. Hij heeft ook een netwerk van mensen beïnvloed dat inmiddels in politieke machtsposities terechtgekomen is.
Daarmee proberen Klein en Taylor een brug te slaan tussen:
Silicon Valley → miljardairskapitaal → politieke macht → autoritarisme.
Een opmerkelijke formulering van Taylor in het interview is dat het probleem niet zozeer is dat AI de makers ervan ontglipt.
Volgens haar is er een andere “monster”-metafoor toepasselijk:
de miljardairs hebben zelf politieke krachten helpen creëren die vervolgens moeilijk beheersbaar blijken.
7. De derde groep: etnonationalisten
De derde categorie is het etnonationalistische eindtijddenken.
Hier gaat het om politieke bewegingen die de samenleving voorstellen als een strijd tussen:
- insiders en outsiders;
- eigen volk en vreemdelingen;
- beschaving en barbarij;
- degenen die erbij horen en degenen die moeten worden uitgesloten.
In een wereld waarin men verwacht dat hulpbronnen schaarser worden, klimaatverandering voor migratie zorgt en geopolitieke conflicten toenemen, krijgt dit denken volgens Klein en Taylor een nieuwe lading.
De staat wordt dan voorgesteld als een bunker.
Niet:
Hoe zorgen we dat iedereen veilig blijft?
maar:
Hoe zorgen we dat ónze mensen veilig blijven?
Dat is volgens hen de overgang van sociale bescherming naar fortificatie.
8. De bunker als centrale metafoor
De bunker is misschien wel de belangrijkste metafoor van het hele boek.
Hij staat letterlijk voor:
- bescherming;
- afzondering;
- beveiliging;
- geweld;
- schaarste;
- uitsluiting.
Maar politiek staat hij voor een veel grotere keuze.
Er zijn volgens de auteurs twee mogelijke reacties op een existentiële crisis.
Reactie A: bunkeren
Je beschermt:
jezelf, je gezin, je groep, je land, je bezit.
De rest wordt een bedreiging.
Reactie B: gezamenlijk handelen
Je erkent:
als het probleem mondiaal is, kunnen we ons er niet individueel aan onttrekken.
Klein en Taylor zien de eerste reactie als de kern van end times fascism.
9. De verrassende vergelijking met de Koude Oorlog
Astra Taylor maakt in de uitzending een historisch uitstapje dat heel belangrijk is voor hun argument.
In de jaren vijftig stimuleerde de Amerikaanse overheid burgers om een eigen schuilkelder tegen een kernoorlog te bouwen.
Dat lijkt sterk op de huidige bunkermentaliteit.
Maar er gebeurde iets onverwachts.
Heel weinig gezinnen deden het daadwerkelijk. Taylor noemt ongeveer één à twee procent.
Waarom?
Omdat veel mensen bezwaar maakten tegen het idee dat zij zichzelf zouden beschermen terwijl hun buren zouden sterven.
De gedachte aan een situatie waarin je in je bunker zit terwijl je gewapend je buren buiten houdt, werd moreel en politiek problematisch.
Daaruit ontstond volgens Taylor mede een andere gedachte:
misschien moeten we niet leren hoe we de bom kunnen overleven, maar ervoor zorgen dat er minder bommen zijn.
Dat leidde uiteindelijk tot een brede antikernwapenbeweging.
De historische les die Klein en Taylor hieruit trekken is belangrijk:
een existentiële dreiging hoeft niet automatisch tot individualisme, militarisering en uitsluiting te leiden.
Ze kan ook leiden tot collectieve actie tegen de oorzaak van het gevaar.
10. Gaza als extreme illustratie
Een groot deel van het gesprek gaat over Gaza.
Klein en Taylor gebruiken Gaza als een extreem voorbeeld van wat zij bedoelen met “apocalypse → paradise”.
Zij verwijzen daarbij naar plannen en uitspraken rond een toekomstige “New Gaza”, zoals die onder anderen door Jared Kushner en Steve Witkoff zijn gepresenteerd.
Hun interpretatie daarvan is dat een verwoest gebied niet primair wordt voorgesteld als een menselijke tragedie die hersteld moet worden, maar als een soort tabula rasa waarop na de vernietiging een nieuwe, commerciële paradijselijke ruimte kan worden gebouwd.
Daarmee ontstaat volgens hen een zeer sinistere omkering:
de vernietiging wordt niet alleen gezien als iets wat moet worden voorkomen, maar als de voorwaarde voor een nieuw project.
Klein beschrijft dat als een soort apocalyptische vastgoedfantasie: eerst vernietiging, daarna een exclusief paradijs.
Dat verklaart waarom zij Gaza aan het begin van hun boek plaatsen. Ze zien daarin een extreme condensatie van hun centrale idee. Democracy Now!
11. “The people who cause the flood also build the ark”
Een van de scherpste ideeën in het gesprek is dat de auteurs een paradox zien:
dezelfde mensen die volgens hen bijdragen aan de crisis, bereiden zich vervolgens voor op de gevolgen ervan.
Oftewel:
ze veroorzaken de overstroming en bouwen vervolgens de ark.
Dat geldt bijvoorbeeld voor:
- fossiele belangen;
- extreme vermogensconcentratie;
- technologiebedrijven;
- militarisering;
- ecologische vernietiging.
De rijkste groepen kunnen zich vervolgens beter beschermen tegen:
- klimaatverandering;
- economische instabiliteit;
- politieke chaos;
- oorlog;
- maatschappelijke onrust.
Daardoor wordt ongelijkheid zelf een vorm van crisisbestendigheid voor de elite.
Wie veel bezit, kan zich terugtrekken.
Wie niets bezit, blijft blootgesteld.
12. Fascisme als “verticale solidariteit”
Astra Taylor gebruikt een interessante theoretische formulering:
fascisme creëert verticale solidariteit.
Daarmee bedoelt ze dat verschillende sociale lagen met elkaar worden verbonden, maar niet horizontaal.
Een politieke leider of miljardair kan bijvoorbeeld zeggen:
Wij — gewone burgers en de machthebbers — hebben hetzelfde probleem.
Vervolgens wordt de woede echter naar beneden gericht:
- immigranten;
- armen;
- feministen;
- transpersonen;
- minderheden;
- politieke tegenstanders.
In plaats van:
Waarom bezit een kleine elite zoveel macht en rijkdom?
wordt de vraag:
Wie heeft ons land van ons afgepakt?
Volgens Taylor is dat mechanisme historisch kenmerkend voor fascistische politiek.
13. De zondebok is dus geen toevallig verschijnsel
Daarmee komen Klein en Taylor bij een belangrijk onderdeel van hun fascismebegrip.
Wanneer mensen geconfronteerd worden met:
- economische onzekerheid;
- verlies van status;
- technologische veranderingen;
- klimaatproblemen;
- sociale ontwrichting;
ontstaat woede.
Die woede kan omhoog worden gericht:
Wie heeft de economische en politieke macht?
Maar ze kan ook naar beneden worden geleid:
Wie is de schuldige vreemdeling?
Volgens Taylor is het succes van fascistische politiek juist dat tweede proces.
De machtige en de gefrustreerde burger worden tijdelijk met elkaar verbonden.
De miljardair wordt niet langer gezien als degene die bovenaan staat, maar als iemand die samen met “het volk” strijdt tegen een gezamenlijke vijand.
14. De alternatieve strategie: horizontale solidariteit
Daartegenover stellen Klein en Taylor horizontale solidariteit.
Dat betekent dat mensen hun belangen niet verbinden via een leider boven hen, maar rechtstreeks met elkaar.
Dus niet:
Wij zijn allemaal slachtoffers van die groep daar.
maar:
Wij hebben verschillende problemen, maar kunnen samen optreden tegen de structuren die ons treffen.
Daarbij is volgens hen juist een brede coalitie nodig.
Niet iedereen hoeft dezelfde politieke overtuigingen te hebben.
Het verbindende uitgangspunt zou veel fundamenteler moeten zijn:
we willen hier blijven.
15. “Staying on Earth”
Dat is uiteindelijk het meest positieve idee in het boek.
Taylor formuleert het als een keuze voor “staying here on Earth”.
Dat klinkt bijna banaal, maar is volgens haar juist radicaal.
De auteurs stellen tegenover elkaar:
Het eindtijdproject
- de wereld is verloren;
- de toekomst is catastrofaal;
- sommigen kunnen ontsnappen;
- anderen zullen achterblijven;
- geweld en uitsluiting zijn noodzakelijk;
- technologie kan misschien een uitweg bieden;
- bezit bepaalt wie wordt gered.
Het alternatief
- de aarde is ons gezamenlijke huis;
- er is geen individuele ontsnapping;
- niemand heeft een andere planeet;
- problemen moeten bij de oorzaak worden aangepakt;
- solidariteit moet grenzen overschrijden;
- de toekomst moet gezamenlijk worden gemaakt.
Het boek is daarmee uiteindelijk niet alleen een analyse van extreemrechts.
Het is ook een strijd om de verbeelding van de toekomst.
16. Waarom ze het woord “fascisme” gebruiken
Dit is misschien het meest controversiële onderdeel van hun betoog.
Klein en Taylor gebruiken fascisme niet simpelweg als synoniem voor “rechts” of “autoritarisme”.
Ze proberen een specifieke combinatie te beschrijven:
crisis + ontmenselijking + hiërarchie + zondebokpolitiek + autoritaire macht + de verwachting dat een gedeelde toekomst onmogelijk is.
Het nieuwe element is volgens hen dat deze mechanismen plaatsvinden terwijl de wereld daadwerkelijk met existentiële problemen kampt.
Het gevaar is daardoor niet alleen fictief.
Er zijn daadwerkelijk:
- klimaatcrises;
- oorlogen;
- kernwapens;
- pandemieën;
- ecologische grenzen;
- technologische risico’s.
De fascistische reactie kan dus profiteren van echte angst voor echte gevaren.
Dat maakt haar volgens de auteurs bijzonder gevaarlijk.
17. Hun kritiek op het kapitalisme
Onder de analyse ligt een klassiek argument van Klein:
fascisme kan functioneren als bescherming van bestaande economische machtsverhoudingen.
Wanneer een crisis ontstaat, zou die crisis kunnen leiden tot fundamentele verandering.
Bijvoorbeeld:
klimaatcrisis → andere economie.
of:
economische ongelijkheid → herverdeling.
of:
technologische werkloosheid → andere arbeidsverhoudingen.
Maar een fascistische reactie kan volgens hen voorkomen dat de woede daarop wordt gericht.
De energie wordt dan gekanaliseerd naar:
immigranten, minderheden, progressieven, “globalisten”, enzovoort.
Daarmee wordt de bestaande machtsstructuur beschermd.
Klein noemt dat in het interview een soort “capitalism with bared teeth”: kapitalisme dat zijn tanden laat zien.
18. AI maakt dit probleem nog groter
AI vormt in hun verhaal geen afzonderlijk onderwerp.
Het is een versneller.
Als AI inderdaad enorme hoeveelheden werk kan vervangen, ontstaat volgens hen een potentieel enorm maatschappelijk probleem:
wat gebeurt er met de mensen die economisch overbodig worden?
Als je daar geen sociaal antwoord op hebt, kun je volgens Taylor twee kanten op.
Ofwel:
we verdelen de opbrengsten en verkorten arbeid; technologie wordt gemeenschappelijk bezit.
Ofwel:
een kleine groep bezit de technologie en de staat wordt ingezet om de enorme groep overbodig geworden mensen te controleren.
In dat tweede scenario komen AI, kapitalistische concentratie en autoritarisme bij elkaar.
19. Waarom het boek toch niet fatalistisch is
Dit is misschien het belangrijkste aspect van de uitzending.
Hoewel de titel buitengewoon somber klinkt, willen Klein en Taylor juist niet beweren dat fascisme onvermijdelijk is.
Klein zegt expliciet dat end times fascism nog niet heeft gewonnen.
Daarom schrijven ze het boek.
Hun redenering is:
als je het patroon kunt herkennen, kun je ertegen handelen.
En bovendien:
de meeste mensen willen helemaal niet dat de wereld vergaat.
Dat lijkt vanzelfsprekend, maar voor hen is het politiek van groot belang.
De apocalyptische elite is volgens hen een minderheid.
De meerderheid wil:
- leven;
- familie en vrienden behouden;
- een leefbare omgeving;
- een toekomst voor kinderen;
- ergens bij horen;
- een veilige samenleving.
Dat gedeelde verlangen naar voortbestaan vormt volgens hen de basis van verzet.
20. Het slot: “defend the paradise of here”
Het boek eindigt volgens de auteurs met een oproep om “the paradise of here” te verdedigen.
Dat is een mooie omkering van het apocalyptische verhaal.
De eindtijdideologie zegt:
het echte paradijs komt later.
Of:
het paradijs is elders.
Of:
het paradijs is voor degenen die weten te ontsnappen.
Klein en Taylor keren dat om:
het paradijs is hier.
Niet omdat de wereld nu perfect is — integendeel — maar omdat dit de enige wereld is die we hebben.
Daarom moet het doel niet zijn om een select groepje mensen uit de wereld te redden.
Het doel moet zijn:
de wereld zelf leefbaar houden.
In één schema
Het hele boek zou je volgens mij ongeveer zo kunnen samenvatten:
| Probleem | Eindtijdreactie | Alternatief van Klein & Taylor |
|---|---|---|
| Klimaatcrisis | Bunker / vlucht | Oorzaak aanpakken |
| Economische onzekerheid | Zondebok | Sociale solidariteit |
| Migratie | Fortificatie | Menselijke samenwerking |
| AI | Versnellen ondanks risico | Democratische controle |
| Ongelijkheid | Privé-ontsnapping | Herverdeling / collectieve oplossingen |
| Oorlog | Militarisering | Ontwapening |
| Maatschappelijke angst | Autoritaire leider | Horizontale coalities |
| Ecologische crisis | “Laat het maar branden” | Voor de aarde zorgen |
| Toekomst | Voor enkelen | Voor iedereen |
| Paradijs | Elders / later | Hier |
En misschien is dit de meest compacte formulering van hun hele argument:
Klein en Taylor zien een nieuwe politieke mentaliteit ontstaan waarin sommige machtige mensen niet langer proberen een gedeelde toekomst te bouwen, maar zich voorbereiden op het einde van de gedeelde wereld.
De combinatie van apocalyptisch denken, extreem vermogen, technologie, etnonationalisme en autoritaire politiek noemen zij end times fascism. Hun antwoord daarop is niet een andere bunker, maar juist het tegenovergestelde: opnieuw geloven dat er een gemeenschappelijke toekomst bestaat en daar politieke instituties voor bouwen. Democracy Now!
Een interessant aspect van dit boek is dat Klein en Taylor fascisme hier niet primair als een historisch fenomeen behandelen. Ze proberen het te begrijpen als een antwoord op een bepaalde ervaring van de toekomst: het gevoel dat de bestaande wereld ten einde loopt en dat de belangrijkste vraag daarom niet meer is hoe we samen verder leven, maar wie er straks nog over is. Dat is volgens mij de intellectuele kern van hun boek.
