Verplaatsing (displacement)

Natuurkundeformules (vergelijkingen, equations) → mechanica (mechanics) → kinematica (kinematics) → verplaatsing (displacement).

Onlangs verkeerde ik in een kring van creatievelingen. Tijdens de finissage ontspon zich een discussie omtrent de dualiteit van rust en dynamiek; daarbij overtrof de retoriek niet zelden de feitelijke onderbouwing. Als nuchter tegengewicht voor deze subjectieve interpretaties presenteer ik (met schaamteloze arrogantie) een mathematisch model dat de wetten van de fysica verduidelijkt. Hieronder staan de grondbeginselen van de kinetica beschreven. Deze bevatten onvermijdelijk ook een omschrijving van inertie; immobiliteit is tenslotte niets anders dan een verplaatsing waarbij de snelheid \boldsymbol{v=0} bedraagt. Mijn eerdere uiteenzetting over de ‘eenparig versnelde beweging vanuit stilstand’ leidde tot verzoeken om toelichting. Dat lijkt me billijk. Wellicht was het beter geweest om te starten bij de meest elementaire hoeksteen van de mechanica: de verplaatsing op zich. Ik ga ervan uit dat de nu volgende formule voor eenieder volkomen transparant is.

In de mechanica is de meest fundamentele bouwsteen het bepalen van de positieverandering van een object. We noemen dit de verplaatsing (displacement). In tegenstelling tot de afgelegde weg (distance), houdt displacement rekening met de richting; het is een vectorgrootheid.

\huge\boldsymbol{\Delta x = x_f - x_i}

(Uitspraak: “Delta x equals x sub f minus x sub i.”)

Specificatie van de variabelen van de formule:

  • \boldsymbol{\Delta x} (Displacement): De netto verandering van positie (uitgedrukt in meters, m).
  • \boldsymbol{x_f} (Final position): De eindpositie van het object ten opzichte van de oorsprong.
  • \boldsymbol{x_i} (Initial position): De beginpositie van het object ten opzichte van de oorsprong.

De vergelijking voor displacement is de essentie van de rechtlijnige beweging. Het symbool \boldsymbol{\Delta} (de Griekse hoofdletter Delta) staat in de wetenschap altijd voor ‘verandering’.

Het cruciale verschil tussen distance en displacement is dat de displacement negatief kan zijn. Als een deeltje begint op \boldsymbol{x = 10} en eindigt op \boldsymbol{ x = 2}, dan is de displacement:

\huge \boldsymbol{2 - 10 = -8}

Dit negatieve getal vertelt ons niet alleen hoe ver het object is bewogen, maar ook dat het in de negatieve richting op de x-as is gegaan. Dit onderscheid is essentieel voor de verdere berekening van de velocity (snelheid met richting).

Aan de polymath in het park

Van wereldwijs en wetenswaardig naar wetmatig.

Ik verberg je voornaam achter deze kleine letter uit respect. De m staat voor massa als een extreem geconcentreerde vorm van energie; zij vormt het fundament van alles wat tastbaar is, terwijl de reflectie daarvan bepaalt wat wij uiteindelijk zien. Nadat ik onaangekondigd bij je had aangeklopt namen we plaats aan de tafel voor je huis. Steeds wanneer ons gesprek op een onderwerp uitkwam dat voortvloeide uit jouw belezenheid, bleek daar iets bij te horen; een dierbaar bezit dat je binnen bewaarde en naar buiten bracht. Zo toonde je me het horloge van wijlen je vader (of was het de Pontiac van je opa?). Je had het onlangs gekregen van je tante bij een bezoek aan Katwijk, waar een deel van je familie woont.

Ik schrijf je dit omdat onze ontmoeting, daar aan die tafel in het park, in mij bleef resoneren. Je bent voor mij de “entiteit met het grootste associërende vermogen” die ik persoonlijk ken. Ik heb je ook “een vulkaan in rommelende rust” genoemd, die, zodra de as van de dagelijkse stilte wordt weggeblazen, een magma aan kennis en anekdotes over de bezoeker uitstort. Ergens anders noemde ik je “een menselijke deeltjesversneller” bij wie de kleinste herinnering tot bijna lichtsnelheid wordt opgejaagd totdat deze botst met een nieuw inzicht. Dat is uiteraard beeldspraak, een stijlvorm die me eigenlijk niet past. Metaforen zijn meer jouw manier van naar de wereld kijken, van communiceren en de chaos ordenen.

Je sprak die middag over je “val uit de causaliteit” rond je achttiende; een breuklijn in je persoonlijke tijdsbeleving waaraan je onlangs werd herinnerd bij het zien van de film The Sound of Falling. Het was alsof je aan die rand van je volwassenheid de zwaartekracht van oorzaak en gevolg voor het eerst werkelijk voelde. Terwijl je me door je stereoscoop liet turen naar de driedimensionale diepte van Napels en Venetië – beelden waarin de ruimte tastbaar werd maar de tijd bevroor – strooide je met tijdsbegrippen die ik nog steeds probeer te ordenen. Het was precies daar, terwijl we vanuit eigen stilstand door die kijker naar statische werelden staarden, dat je met het begrip ‘interpassiviteit’ op de proppen kwam.

Ik begreep dat je hiermee aan Robert Pfaller of wellicht Slavoj Žižek refereerde; die vreemde paradox waarbij de handeling van het genieten of het ervaren wordt uitbesteed aan een object, waardoor wij zelf lethargisch kunnen blijven. Het turen door die lenzen en dia’s zou de ultieme metafoor kunnen zijn (misschien bedoelde jij dat ook zo): de kijker ‘ziet’ de diepte voor ons, wij consumeren slechts de illusie. Het is een fascinerende gedachte dat wij, in onze drang naar ervaring, steeds vaker apparaten laten dromen in onze plaats. In dit geval betrof het een heel ‘lief’ apparaat, want oud en vervaardigd met degelijke Duitse precisie.

Wat me werkelijk fascineert, zijn de Latijnse woorden die je op je huis hebt geschreven en in de bast van een boom hebt gekerfd. Aan de ene kant is er het Nunc Fluens, het stromende nu dat vluchtig wegglipt en de tijd creëert (‘nunc fluens facit tempus’). Maar jij raakt duidelijk meer in de ban van een kwaliteit die gedragen wordt door het Nunc Stans: het staande (onveranderlijke) nu. Je citeert graag het ‘nunc stans facit aeternitatem’ (het staande nu maakt de eeuwigheid). Voor Boëthius was dat de perfecte, gelijktijdige bezitting van een eindeloos leven; een moment dat niet voorbijgaat maar alle tijd omvat. Het tijdloze heden bevat tegelijkertijd alle momenten.

Zoiets internaliseer ik misschien alleen maar met wietboter op mijn paasbroodje. Thuisgekomen voelde ik de dwingende behoefte aan ordening en een nuchter, maar geenszins ontnuchterend, tegenwicht. Want hoe eloquent je ook spreekt over die spirituele eeuwigheid, mijn visie op ‘ruimtetijd’ hecht meer aan kwantitatieve wetmatigheden en analytische bewijsvoering die ik op school en door latere zelfstudie heb geleerd. Ik zoek de eeuwigheid niet in drugsgerelateerde, metafysische of serendipitaire ervaringen, maar in de onveranderlijke natuurconstanten. Dat is mijn mathematische geraamte.

Ik moet bekennen dat ik het kwadrateren tot precies de tweede macht in E=mc² lang niet goed begreep. Ik dacht dat die ‘2‘ een soort kunstmatige ingreep was om de vergelijking in balans te houden. Maar ik ontdekte – ook zo rond mijn achtiende – dat het geen menselijke afspraak is, zoals de 100 graden waarbij water kookt. Die ‘2‘ vloeit voort uit de diepe symmetrie van ons universum. De lichtsnelheid c is niet zomaar een snelheid, maar de koppeling tussen afstand en tijd. Zodra we het ruimtetijd-interval berekenen (s² = (ct)² – x² – y² – z²), volgt de noodzaak om c te kwadrateren; alleen zo rijmt de tijdseenheid met de afstand.

Dit kwadraat fungeert als een geometrische hoeksteen en definieert het vlak binnen de vierdimensionale ruimtetijd, vergelijkbaar met hoe de oppervlakte van een vierkant steevast ‘zijde kwadraat’ dicteert. Hier schuilt geen esoterisch gedoe achter, maar een pure wiskundige blauwdruk. Mocht dat kwadraat ook maar een fractie afwijken – zeg naar 2,00001 – dan zouden sterren weigeren te branden en de chemie die ons leven mogelijk maakt simpelweg niet bestaan. In de deeltjesversnellers van het CERN levert men dagelijks het bewijs voor deze onverbiddelijke precisie, tot ver achter de komma. Die ‘magie’ van de natuurwetenschap gaf mij een euforie die misschien wel lijkt op wat jij voelt bij je Nunc Stans.

Voor mij is de symmetrie in tijd (behoud van energie) en ruimte (behoud van impuls) de werkelijke ‘eeuwigheid’. Het universum is een uiterst efficiënte boekhouder; elke gram die verdwijnt, verschijnt elders als energie, precies volgens de regels van de calculus. Fysici als Erik Verlinde suggereren zelfs dat tijd een emergent verschijnsel is; een illusie die opborrelt uit een tijdloos heelal. Zij gebruiken een metafoor die jou moet aanspreken: het heelal als een roman. In een dichtgeslagen boek staan alle gebeurtenissen – onze jeugd en onze gesprekken aan de tafel – er al. Tegelijkertijd. Tussen de kaften is de tijd statisch.

Dat lijkt mijn wetenschappelijke vertaling van jouw ‘staande nu’ vriendschappelijk in jouw richting te bewegen. Ik schrijf je dit niet om je Latijnse begrippen of je liefde voor Tao of Jung onderuit te halen, maar om mijn observatie met je te delen dat de kil overkomende natuurkunde wellicht uitkomt bij iets dat verdacht veel weg heeft van jouw visie. We zijn blijkbaar allemaal onderdeel van het gedeelde geheugen van een informatieverwerkend universum. De tijd stroomt misschien wel, maar alleen omdat wij weigeren het boek dicht te slaan. En zolang het boek openligt, geniet ik van de voetnoten die jij eraan toevoegt.

Met een vriendschappelijke groet, Ronald

Een curieuze paradox

Omdat het maar zelden gebeurde dat een prominente journalist werd betrapt op AI-misbruik, ging de naam van Bennie van Bergen die week over ieders lippen. Hij kwam hoofdzakelijk negatief in het nieuws, wat hem – wie had dit ooit gedacht – opvallend koud liet. Hij werd als werknemer door zijn nieuwsorganisatie op non-actief gesteld, maar de journalist in Van Bergen ging gewoon door met zijn werk. Zodoende constateerde hij iets merkwaardigs; in de collectieve afrekening tekende zich een opvallend patroon af.

Hij ontdekte een verband dat anders nooit was opgevallen: hoe meer je te maken had met collega-journalisten die het literaire gehalte van wat je schreef het belangrijkste vonden, hoe groter de afwijzing. Hoe sterker iemands’ nadruk op vorm boven inhoud, hoe feller de veroordeling. Het waren de estheten van de redactieburelen, de fijnproevers van de interpunctie, de hoeders van stijl en toon, zij die hun carrière zorgvuldig hadden opgebouwd op veilige afstand van elke inslaande granaat, die als eersten opstonden om hem de maat te nemen.

Voor hen is een tekst een zorgvuldig gepolijst sieraad, wist Bennie; iets om te bewonderen, niet om te gebruiken. Geen kogel die doel moet treffen; geen boodschap die de wereld in moet voordat ze veroudert. Een waarheidsschending door AI-gebruik, hoe onbedoeld ook, wordt in dat universum niet beschouwd als een operationeel risico, een bedrijfsfoutje, maar als een esthetische misdaad. Pleitbezorgers van die parochie spreken dan ook zonder aarzeling van ‘een smet op het blazoen van de journalistiek’; een heiligdom waarin zij zichzelf tot hogepriesters hebben gekroond.

Bennie moest heimelijk lachen. Hij noteerde: ‘Hun eigen handelingen zijn heel ritueel, hun geschrijf zit vol herhaling. Dat maakt hen volstrekt inwisselbaar.’ Hij meende een curieuze paradox op het spoor te zijn.

Ondertussen in de rechtse roedel…

Mona, de parmantige show-poedel, heeft haar wonden gelikt en laat alle zogenaamde alfamannetjes nog even in het ongerede.

Natuurlijk zal dit slinkse nest niet rusten voordat alle neuzen haar kant op wijzen. Het gaat niet goed met de opperbazen in de Boreale bossen van Teutholia. Blafhond Geert had teveel afscheiding na de laatste coupe. De hooghartige bloedhond Markusz liep een vette kluif mis en blaft nu al een toontje lager. De potsierlijke Teckel Thierry verliet zijn roedel overhaast en keerde terug met hangende pootjes, wat een slappe indruk maakte. Kettinghond Henk kan alleen het boerenerf bewaken en laat zijn oren teveel hangen naar, de niet minder voorspelbare, one-trick pony Van der Plas. De Eerdmanterriër tenslotte baalt dat zijn alfavrouwtje vaker wordt aangehaald door asielhoudster Jinek dan hij.

Begin 2026 leek de politieke pikorde op rechts te wankelen. Zeven PVV-Kamerleden, onder leiding van Gidi Markuszower, scheidden zich af van Geert Wilders. Hun plan was even ambitieus als opportunistisch; ze maakten aanspraak op een ‘bruidsschat’ van ruim 1,3 miljoen euro uit de fractiereserves. Met dit kapitaal wilden zij een eigen machtsblok vormen en zelfs een strategische alliantie aangaan met de BBB van Mona Keijzer om het minderheidskabinet-Jetten over rechts te gijzelen. De werkelijkheid bleek echter hardvochtig voor de afsplitsers. Het presidium van de Tweede Kamer – waar hun voormalige alfa, Geert Wilders, zelf in meebesliste – stak een stokje voor de uitbetaling. Door hun vertrek juridisch te bestempelen als een ‘afscheiding’ in plaats van een ‘splitsing’, bleven de miljoenen in de kas van Wilders. De politieke isolatie werd compleet toen ook de flirt met de BBB mislukte; Mona Keijzer werd door haar eigen partij gepasseerd, mede vanwege haar geheime toenadering tot de groep. Wat restte was een roedel zonder tanden en zonder budget; gedwongen om met hangende pootjes terug te keren in de marge van het parlement. De likorde op rechts zal opnieuw moeten worden bevochten.

Mijn stemadvies voor Arnhem

Beau Vroone van de Partij voor de Dieren.

Nee, ik zal haar niet de hemel in prijzen want ik ken haar verder niet, maar dit is wat ik wel van haar weet:

1. Zij heeft de moed om de problemen te benoemen.
In het dossier Buitenplaats Beekhuizen stuitte ik op een muur van bureaucratisch gelul. Terwijl andere partijen meegaan in de technische rekensommetjes die op papier natuurwinst beloven, was het Beau Vroone die mijn bezwaren ondersteunde. Het getuigt van intellectuele eerlijkheid om te erkennen dat een administratieve stikstofreductie de natuur in de praktijk niet helpt. We hebben politici nodig die de fysieke realiteit van de Veluwezoom zwaarder laten wegen dan een juridisch sluitend document.

2. Zij toont betrokkenheid bij de directe leefomgeving (en kijkt dus ook over de gemeentegrenzen heen).
Natuur houdt niet op bij de gemeentegrens tussen Rheden en Arnhem. Waar veel raadsleden zich verschuilen achter hun eigen ‘tuintje’, toonde Beau Vroone zich bereid om over de grenzen heen te kijken. Door de Rhedense fractie te tippen over mijn boze emails en blogberichten, liet zij zien dat ecologische belangen en democratische transparantie een regionaal belang zijn. Dat is het type leiderschap dat de Veluwezoom nodig heeft.

3. Zij brengt de filosoof terug in de politieke arena.
Dat Beau een afgestudeerd filosofe is, zie ik als een aanzienlijk voordeel voor de lokale politiek. We moeten hiervoor terug naar het oude Griekenland, de bakermat van onze democratie. Voor figuren als Plato was de ‘filosoof-bestuurder’ het hoogste ideaal; niet uit arrogantie, maar omdat een filosoof getraind is om voorbij de waan van de dag te kijken. In de traditie van Socrates stelt een filosoof de ‘waarom-vraag’ die anderen vaak vergeten. In een tijd van snelle oneliners hebben we mensen nodig die logische drogredenen herkennen en die de ethische consequenties van beleid kunnen overzien voordat de eerste schop de grond in gaat.

4. Haar scriptie waarin zij patronen van onderdrukking doorziet, belooft veel goeds.
Haar masterscriptie over de ‘heks als anti-moeder’ is meer dan een historisch onderzoek; het is een analyse van hoe systemen van macht en uitsluiting werken. Door te laten zien hoe vrouwen historisch tot zondebok werden gemaakt zodra ze niet aan onmogelijke maatschappelijke normen voldeden, toont ze aan dat ze scherp is op systeemfouten. In de politiek betekent dit dat zij waarschijnlijk de eerste zal zijn die signaleert wanneer kwetsbare ‘groepen’ — of dat nu mensen, dieren of de natuur zelf zijn — onterecht in de hoek van ‘het probleem’ worden gedrukt. Haar focus op reproductieve rechten en de onzichtbare lasten van zorgwerk vertaalt zich direct naar een pleidooi voor een rechtvaardigere inrichting van onze Arnhemse samenleving.

En dus?
Politiek gaat voor mij om vertrouwen. Vertrouwen dat een volksvertegenwoordiger niet alleen de regels volgt, maar ook durft te zeggen wanneer die regels de werkelijkheid geweld aandoen. Beau Vroone heeft mij nu al bewezen over die scherpte en integriteit te beschikken. Wie hart heeft voor de natuur van de Veluwezoom en wie gelooft in een transparante democratie vindt in haar de juiste stem in de Arnhemse raad.


Mijn superieure lijden (2)

Een vriendschappelijke interventie voerde mij terug naar de onvervalste versie van een vaderlands verhaal.

Ik ben opgevoed in een gezin dat werd gestut door het zuchten en kreunen van oudere zussen. Vier om precies te zijn. Dankzij hen raakte ik al vroeg vertrouwd met de twee fundamentele vormen van gedesillusioneerde liefde. Je zou kunnen zeggen dat ik een onvrijwillige masterclass volgde in het breken van harten. In het begin was dat louter leerzaam; het ging toen namelijk niet om mijn eigen hart dat sneuvelde. Ik had me nog nooit met vrouwen ingelaten. Ik kon hen dus ook geen hartzeer bezorgen.

Normaal nu. Na een natsukashii navigeerde ik ontnuchterd van Nippon naar Nederland.

Het lot maakte mij tot de Benjamin. Mijn zussen waren de eersten die teleurstelling in de liefde ervoeren, en wel in de eenvoudige variant. Zij koesterden hoogdravende verwachtingen over een minnaar, om vervolgens met een schok te ontdekken dat de jongeman in kwestie niet de emotionele diepgang bezat om een kroon te kunnen zetten op zijn perfecte uiterlijk. De held bleek gewoon een figurant. In zo’n geval ben je een illusie armer, maar laten we wel wezen: het liefdesobject heeft in feite nooit bestaan.

Men huilt om een fata morgana dat bij nader inzien een hoopje zand blijkt te zijn. Het werd niets, maar er was ook niets. Niets werkelijks. Dit type liefdesverdriet is een milde vorm van existentiële griep. Het vraagt om een kuurtje van zelfmedelijden en theatraal achterafge-analyseer waaraan je als huisgenoot beleefde maar minimale aandacht besteedt. Een nieuwe aanbidder volstaat doorgaans als medicijn. Liefdesverdriet van deze categorie is een luxeprobleem van jewelste.

Nee, dan mijn ervaringen! Deze kwamen wat laat op gang maar ergens in de nadagen van mijn jeugd – ik was al 21 – moest er wel een vrouw in mijn leven binnenwandelen. Dat had op een gegeven moment meer met kansberekening te maken dan met charme. Sindsdien werd ik het structurele slachtoffer van de andere sekse die, precies zoals mijn zussen, hun verwachtingen als een strenge meetlat langs mijn lichaam en mijn hersenen legden. Dat laatste niet in de zin van intelligentie, maar uitgelegd als inlevingsvermogen of zoiets.

Ook ik bleek de ware niet; ik kon de torenhoge ambities van hun verbeelding niet stutten en kreeg, exact zoals de onfortuinlijke minnaars van mijn zussen, de wacht aangezegd. Hier wringt de schoen, en hier begint mijn superieure lijden. Waarom, zo hoor ik de lezer vragen, zou mijn lijden de zieligheid van mijn teleurgestelde zussen zo glansrijk verslaan? Heel simpel: wanneer je wordt afgewezen, blijft het object van je liefde irritant aanwezig. Dat is veel pijnlijker. Dat zal je nooit meer loslaten.

Zij — ik hanteer de vrouwelijke vorm, ik spreek hier immers vanuit de empirische data van mijn eigen ellende — blijft in je universum ronddolen. Ze manifesteert zich op de meest tactloze manieren, bijvoorbeeld door doodleuk opnieuw verliefd te worden. Hoe groot de geografische afstand ook is, het nieuws van haar herwonnen geluk sijpelt altijd door de kieren van je bestaan; het voelt alsof er in een toch al gehavend hart een nieuw mes wordt geplant met chirurgische precisie.

Ik durf de stelling aan dat ik aanzienlijk zieliger was dan alle vrouwen die mijn pad hebben gekruist, zussen en maîtresses incluis. De feiten liegen niet. Terwijl mijn zussen hun desillusie met verbazingwekkende efficiëntie overwonnen en bespraken met een kersverse opvolger, kende ik lange perioden van solitair geweeklaag. Zij ruilden hun spookbeelden in voor nieuwe kandidaten; ik bleef achter zonder troostende vervanging, starend naar de plek waar de werkelijkheid mij de deur had gewezen.

Het is een zware last, de enige van een groot gezin te zijn die écht weet wat verliezen is en daar de rest van zijn leven op moet teren.

Aanleiding voor de verandering t.o.v. gisteren (zie eerder):

Lezersreactie: Goed verhaal, Ronald. Maar [het] verhaal over de man met vier zussen en de teleurstellende liefde vraagt helemaal niet om een Japanse context. Het is van zichzelf sterk genoeg. Alle toevoegingen in kaders, over Deshima enz., zijn mijns inziens overbodig en smaken als een slecht dessert. Skip het gefotoshop of bewaar dat voor andere afdelingen van je website. Leer je nu eens te beheersen.
Ik: Dank je wel Hans. Ik besef meteen dat je gelijk hebt.

Mijn superieure lijden (1)

Adana wa ‘Kawaii Karimero’ desu.

Mijn naam is Kawaii Karimero. Ik ben opgevoed in Dejima in een huis dat werd gestut door het zuchten en kreunen van oudere zussen. Vier om precies te zijn. Dankzij hen raakte ik al vroeg vertrouwd met de twee fundamentele vormen van gedesillusioneerde liefde. Je zou kunnen zeggen dat ik een onvrijwillige masterclass volgde in het breken van harten. In het begin was dat louter leerzaam; het ging toen namelijk niet om mijn eigen hart dat sneuvelde. Ik had me nog nooit met vrouwen ingelaten. Ik kon hen dus ook geen hartzeer bezorgen.

Dejima is kleinschalig, museaal en historisch accuraat. Met zijn houten pakhuizen en woningen lijkt het exact op het kunstmatige eilandje in het centrum van Nagasaki dat in de 17e eeuw werd aangelegd om de Nederlandse handelaren te isoleren van de Japanse bevolking. In Dejima voel je de geschiedenis van eenzame Nederlandse koopmannen die jarenlang op een houten vlonder naar de zee staarden. Dat is een speciaal soort melancholie dat mijn personage in zijn rol van vertaler goed kan uitstralen. (Voor deze fotobewerking heb ik, met impliciete toestemming, een foto van de Japanse beroemdheid Tsuji Hitonari gebruikt. Dat leek me om meer dan één reden een uitstekende match. Zie onder.)

Het lot maakte mij tot de Benjamin. Mijn zussen waren de eersten die teleurstelling in de liefde ervoeren, en wel in de eenvoudige variant. Zij koesterden hoogdravende verwachtingen over een minnaar, om vervolgens met een schok te ontdekken dat de jongeman in kwestie niet de emotionele diepgang bezat om een kroon te kunnen zetten op zijn perfecte uiterlijk. De held bleek gewoon een figurant. In zo’n geval ben je een illusie armer, maar laten we wel wezen: het liefdesobject heeft in feite nooit bestaan.

Men huilt om een fata morgana – wij noemen dat hier Shinkirō – dat bij nader inzien een hoopje zand blijkt te zijn. Het werd niets, maar er was ook niets. Niets werkelijks. Dit type liefdesverdriet is een milde vorm van existentiële griep. Het vraagt om een kuurtje van zelfmedelijden en theatraal achterafge-analyseer waaraan je als huisgenoot beleefde maar minimale aandacht besteedt. Een nieuwe aanbidder volstaat doorgaans als medicijn. Liefdesverdriet van deze categorie is een luxeprobleem van jewelste.

Nee, dan mijn ervaringen! Deze kwamen wat laat op gang maar ergens in de nadagen van mijn jeugd – ik was al 21 – moest er wel een vrouw in mijn leven binnenwandelen. Dat had op een gegeven moment meer met kansberekening te maken dan met charme. Sindsdien werd ik het structurele slachtoffer van de andere sekse die, precies zoals mijn zussen, hun verwachtingen als een strenge meetlat langs mijn lichaam en mijn hersenen legden. Dat laatste niet in de zin van intelligentie, maar uitgelegd als inlevingsvermogen of zoiets.

Ook ik bleek de ware niet; ik kon de torenhoge ambities van hun verbeelding niet stutten en kreeg, exact zoals de onfortuinlijke minnaars van mijn zussen, de wacht aangezegd. Hier wringt de schoen, en hier begint mijn superieure lijden. Waarom, zo hoor ik de lezer vragen, zou mijn lijden de zieligheid van mijn teleurgestelde zussen zo glansrijk verslaan? Heel simpel: wanneer je wordt afgewezen, blijft het object van je liefde irritant aanwezig. Dat is veel pijnlijker. Dat zal je nooit meer loslaten.

Zij — ik hanteer de vrouwelijke vorm, ik spreek hier immers vanuit de empirische data van mijn eigen ellende — blijft in je universum ronddolen. Ze manifesteert zich op de meest tactloze manieren, bijvoorbeeld door doodleuk opnieuw verliefd te worden. Hoe groot de geografische afstand ook is, het nieuws van haar herwonnen geluk sijpelt altijd door de kieren van je bestaan; het voelt alsof er in een toch al gehavend hart een nieuw mes wordt geplant met chirurgische precisie.

Ik durf de stelling aan dat ik aanzienlijk zieliger was dan alle vrouwen die mijn pad hebben gekruist, zussen en maîtresses incluis. De feiten liegen niet. Terwijl mijn zussen hun desillusie met verbazingwekkende efficiëntie overwonnen en bespraken met een kersverse opvolger, kende ik lange perioden van solitair geweeklaag. Zij ruilden hun spookbeelden in voor nieuwe kandidaten; ik bleef achter zonder troostende vervanging, starend naar de plek waar de werkelijkheid mij de deur had gewezen.

Het is een zware last, de enige van een groot gezin te zijn die écht weet wat verliezen is en daar de rest van zijn leven op moet teren. Misschien dat ik mij daarom wel goed voel als figurant. Ik loop rond als ‘Oranda-tsūji’ op de waaiervormige weergave van een kunstmatig eilandje dat in de 17e eeuw werd aangelegd om de Nederlandse handelaren te isoleren van de Japanse bevolking. Als onderdeel van het Historisch ervaringspersoneel – de toeristen noemen dat roleplayers of re-enactors – is de rol van Nederlandse tolk mij op het lijf geschreven.

De held van mijn boek zou Kawaii Karimero gaan heten, omdat zijn zussen hem zo noemen. Kawaii betekent schattig of lieflijk. Zij konden hem plagen met z’n eeuwige jongensachtigheid maar zij boden hem ook altijd bescherming en zij functioneerden als een soort van juffen, al was dat soms voor lessen van hoe het juist niet moet.

Het hele gezin is opgegroeid tussen de nep-grachten van het waaiervormige eiland in het centrum van Nagasaki. Als we nep zeggen moeten we trouwens oppassen. Ja, de waterwegen waren eerst gedempt en zijn later weer uitgegraven om het eilandkarater te herstellen. Maar het gezin leeft niet in een simulacrum (een kopie zonder origineel); het eiland Desima heeft de tijd juist overleefd. Biedt dat niet een fascinerende omgeving voor de vorming van iemands identiteit?

De bijnaam Karimero moet ik ook nog verklaren. In Japan is Calimero een heel ander verhaal dan elders. Hij is daar namelijk nog altijd zeer bekend. Sterker nog, het is grotendeels aan Japan te danken dat het kuiken wereldwijd zo populair is geworden. Hoewel Calimero een Italiaanse creatie is (van de gebroeders Pagot), zijn de twee grote animatieseries geproduceerd door Japanse studio’s. Omdat de series decennialang op de Japanse televisie te zien waren, herkennen meerdere generaties Japanners het personage direct. Het wordt daar beschouwd als een klassieke mascotte.

In tegenstelling tot veel andere landen waar Calimero langzaam uit het collectieve geheugen verdween, bleef er in Japan altijd een markt voor knuffels, briefpapier en andere producten met zijn beeltenis. Het is overigens een interessant biologisch fenomeen dat een kuiken decennialang uit een ei kan kruipen zonder ooit de eierschaal op zijn kop te verliezen. Je kunt concluderen dat de schaal met een soort organische lijm aan zijn schedel is vergroeid, wat de nodige vragen oproept over zijn schedelontwikkeling.

De specifieke uitspraak “Zij zijn groot en ik is klein, en dat is niet eerlijk, o nee” is trouwens een puur Nederlandse creatie. De tekst werd in de jaren ’70 bedacht door de Nederlandse vertalers. In Japan zegt Calimero dit niet. De Japanse versie van het personage is minder gefocust op het “slachtofferrol-complex” dat in Nederland zo iconisch is geworden. Hoewel hij ook in Japan een dapper maar onhandig kuiken is dat tegen onrecht strijdt, ontbreekt de specifieke herhaalbare catchphrase over zijn lengte.

Het ‘Calimero-complex’ is een Europees psychologisch begrip. Het charmante “ik is klein” (de bewuste grammaticale fout in het Nederlands) is uniek voor onze taalregio. De mensen die mij kennen en op de hoogte zijn van mijn minderwaardigheidscomplex, begrijpen dat ik met dat gegeven ook nog iets moet in het potentiële verhaal.

Maar als ze mij inderdaad zo goed kennen, weten ze waarschijnlijk ook dat het er nooit van zal komen om dit boek daadwerkelijk te schrijven.

Ik heb voor de begeleidende foto bij dit blogbericht een selfi van Tsuji Hitonari gebruikt die ik vond op zijn Instagram-account. Daarvoor liet ik de origenele achtergrond verdwijnen. Nu poseert hij voor vier geisha’s in een toeristenoord.

Tsuji is een ware ‘renaissance man’ in de Japanse popcultuur: zanger, rockmuzikant, regisseur en winnaar van de prestigieuze Akutagawa-prijs voor literatuur. Hij past perfect in een verhaal dat in mijn hoofd aan het onststaan is. Hij woont al jaren in Parijs.

Hij is de belichaming van de Japanse intellectueel die gefascineerd is door Europa, maar altijd zijn Japanse ziel behoudt. Dit spiegelt mijn personage in Dejima: iemand die leeft in een Europese schil in Japan (en die daar overigens nooit weggaat omdat hij zijn rol van figurant in een levend museum heel serieus neemt).

Zijn boeken en liedjes gaan vaak over melancholie, eenzaamheid en de complexiteit van de liefde tussen culturen. Zijn bekendste werk, Sayanora Itsuka (Goodbye Someday), is een schoolvoorbeeld van het type hartzeer waar mijn personage ook mee worstelt.

Maak ik me ook eens hard voor de natuur…

…laat ik de journalistieke zorgvuldigheid pas na plaatsing van mijn stukje op de feiten aansluiten.

Geachte redactie / Beste Karin Mulder,

Naar aanleiding van uw artikelen “Buurman Tim strijdt tegen populair restaurant aan de rand van de Veluwe” en “Fel verzet tegen plannen voor fonkelnieuw bosrestaurant met 120 zitplaatsen” in De Gelderlander neem ik contact met u op.

Gisteren heb ik op mijn persoonlijke blog een bericht geplaatst over de huidige ontwikkelingen en plannen rondom restaurant Woodz en de Buitenplaats Beekhuizen. Hoewel dit bericht mede vanuit een persoonlijke betrokkenheid is geschreven, hecht ik grote waarde aan een feitelijk juiste onderbouwing van de context.

Restaurant Woodz, onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen. Foto: Marc Pluim (geplaatst met gesupposeerde toestemming).

In een annex bij dit bericht heb ik de situatie samengevat zoals die in uw artikelen en tijdens de betreffende hoorzitting naar voren kwam. Omdat ik de journalistieke nauwkeurigheid van uw verslaglegging als de standaard voor deze kwestie zie, wil ik er zeker van zijn dat ik de finesses en de standpunten van de betrokken partijen – zoals de heer Tim Bot en de gemeente Rheden – accuraat heb weergegeven.

Zou u bereid zijn om de passage in de annex kort te screenen op feitelijke onjuistheden? Mocht blijken dat er nuances ontbreken of dat zaken onjuist zijn geïnterpreteerd, dan zal ik mijn publicatie direct corrigeren.

U kunt het volledige bericht hier teruglezen: [https://ronaldvannoorden.com/2026/03/01/de-grote-veluwse-verdwijntruc/]

Ik hoor graag of u deze korte check voor mij zou willen doen. Alvast hartelijk dank voor uw tijd en voor uw heldere berichtgeving over dit dossier.

Met vriendelijke groet,


PS: Hieronder de genoemde artikelen van Karin Mulder in De Gelderlander:

Artikel 1, geplaatst in De Gelderlander op 24 mei 2023

De gemeente Rheden moet ingrijpen bij restaurant Woodz aan de rand van de Veluwezoom. Dat stelt Tim Bot, bewoner van de aangrenzende wijk Beekhuizen, die de strijd aangaat tegen Woodz. ,,Wat er nu gebeurt, mag gewoon niet.”

Woodz trekt volgens Bot veel meer bezoekers dan is toegestaan volgens de huidige vergunning. In oktober vorig jaar vroeg hij de gemeente voor de tweede maal om daar paal en perk aan te stellen.

Volgens de huidige vergunning mag Woodz uitsluitend gasten ontvangen van Buitenplaats Beekhuizen, de glamping naast het restaurant. Maar er komen ook andere bezoekers naar het populaire restaurant, aan de rand van de bossen bij Velp. In totaal zijn het er 50.000 per jaar, stelt Bot.

In 2021 diende hij al eens een handhavingsverzoek in bij de gemeente Rheden. Toen werd zijn verzoek afgewezen, omdat Bot geen belanghebbende zou zijn.

Dinsdag lichtte Bot zijn verzoek toe bij de adviescommissie. Volgens een juridisch medewerker van de gemeente Rheden had ook dit tweede handhavingsverzoek afgewezen moeten worden. Door een samenloop van omstandigheden, waaronder zoekgeraakte post – ,,Niet netjes”, gaf de medewerker toe – kon Bot dinsdag toch zijn bezwaren toelichten bij de adviescommissie.

Volgens Bot, bewoner van Beekhuizen, is de verkeersdruk in zijn wijk de afgelopen jaren flink toegenomen. Dat zorgt voor een afname van rust en veiligheid en een toename van geluidsoverlast, stelt hij. ,,Maar bovendien: auto’s stoten fijnstof uit. Fijnstof is ook in kleine hoeveelheden schadelijk voor de gezondheid.”

Of die verkeerstoename uitsluitend door Woodz komt, betwijfelt directielid Judith Stoevelaar van Buitenplaats Beekhuizen: ,,Rondom Woodz zijn meer bedrijven gevestigd. Ook de tennis- en de hockeyvereniging zitten in de buurt. Er wordt gegoocheld met cijfers.”

Buitenplaats Beekhuizen diende eerder dit jaar een vergunningaanvraag in bij de gemeente voor nieuwbouw op het terrein. In afwachting van de behandeling van deze aanvraag treedt de gemeente niet handhavend op bij Woodz. ,,We hebben wel aangegeven: wat u doet, is niet toegestaan.”

De juridisch medewerker noemde het onredelijk om handhaving nu door te zetten, er ligt immers een vergunningaanvraag. Tijdens de hoorzitting bleek dat er contact is geweest tussen Buitenplaats Beekhuizen en de verantwoordelijk wethouder, voordat de vergunningaanvraag werd ingediend.

Bot was verbijsterd. ,,Ik ben ontstemd, dit riekt naar gedogen. Het bestemmingsplan moet gewoon worden nageleefd.”

Volgens Stoevelaar worden de plannen van Buitenplaats Beekhuizen al jaren breed gedragen door politiek Rheden en de gemeente. Op vragen van De Gelderlander wilde Stoevelaar na afloop van de hoorzitting niet ingaan.

Karin Mulder

Artikel 2, geplaatst in De Gelderlander op 19 oktober 2025:

In de bossen bij Velp, op de plek van het huidige restaurant Woodz, moet een fonkelnieuw restaurant komen, met 120 zitplaatsen. De plannen stuiten op fel verzet: „De gemeente is faliekant tegen een McDonald’s aan de rand van het bos. En dit kan wel? Onbegrijpelijk.” Wat is er aan de hand?

Restaurant Woodz is onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen. Dit vakantiepark omvat 28 houten boshuisjes, sommige met hottub, en 22 luxe lodgetenten, middenin de natuur.

Omdat de huidige vergunning per april 2026 afloopt, is ook een nieuwe, permanente vergunning nodig voor de vijftig vakantieverblijven. Die blijven zoals ze zijn, laat mede-eigenaar Judith Stoevelaar weten.

Wél zijn restaurant Woodz en ook de receptie en het linnenhok van Buitenplaats Beekhuizen toe aan vernieuwing, stelt de eigenaar: „Voor onze toekomst is het nodig om de bestaande facilitaire gebouwen te vervangen. Duurzaamheid staat voor ons voorop, met oog voor natuur, landschap en vormgeving.”

De nieuwbouwplannen stuiten op verzet. Omwonenden vrezen overlast. Ze zagen de vroegere natuurcamping uit de jaren zestig veranderen in de populaire accommodatie die Buitenplaats Beekhuizen nu is.

„Funest voor de kwetsbare natuur”, benadrukt Jan Keemink van Stichting Natuurbehoud Veluwezoom. „Het hele gebied rondom het park is na zonsondergang gesloten. Verboden terrein, om de natuur te beschermen. Een restaurant dat soms tot acht of zelfs tot tien uur ’s avonds is geopend, past daar niet. Dat zorgt voor een te grote verstoring van dit natuurgebied.”

Woodz, nu gevestigd in twee containers, is een geliefd plekje, weet mede-eigenaar Stoevelaar: „Voor ouders met kinderen, voor buurtbewoners die over het landgoed naar ons toe wandelen, voor hardlopers en wielrenners die neerploffen na een sportief rondje.”

Dat gebeurt illegaal, benadrukt Tim Bot, net als Keemink betrokken bij Stichting Natuurbehoud Veluwezoom: „Woodz is volgens de huidige vergunning alléén bedoeld voor gasten van het vakantiepark en van het nabijgelegen hotel.”

Dat hotel is Boutique Hotel Beekhuizen, aan de overkant van de Beekhuizenseweg, ook onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen en eigendom van Judith Stoevelaar en haar zus Irene. Bot: „Woodz is niet bedoeld voor andere bezoekers. Toch komen die massaal. En de gemeente doet niets.”

In afwachting van de nieuwe vergunning wordt de situatie gedoogd, liet de gemeente Rheden eerder al weten. „Zolang de aanvraag nog in behandeling is, handhaven wij niet actief.”

Intussen is die aanvraag ruim tweeëneenhalf jaar in behandeling. „Onbegrijpelijk”, vinden Bot en Keemink. „Waarom moet dit zolang duren? Dit is een beschermd natuurgebied, daar is nieuwbouw niet toegestaan.”

„De gemeente is faliekant tegen een McDonald’s in Rheden, nota bene op een paar honderd meter afstand van de bosrand. En dan zou dit wel kunnen, nieuwbouw ín de bossen? Voor de gemeente is dit ongetwijfeld een hoofdpijndossier.”

Een woordvoerder van de gemeente Rheden laat weten dat nog wordt gewerkt aan de vergunningaanvraag voor Buitenplaats Beekhuizen; de gemeente onderzoekt of de aanvraag buiten het zogenoemde voorbereidingsbesluit van de provincie valt.

Dat besluit verbiedt alle nieuwe activiteiten die stikstof uitstoten in een straal van 500 meter van Natura 2000-gebieden. Er zijn een paar uitzonderingen: bestaande activiteiten mogen blijven, uitbreiding ervan kan niet.

Of de nieuwbouwplannen van Buitenplaats Beekhuizen passen, is dus de vraag. „Om dat helder te krijgen, moet er een heel aantal aanvullende stukken aangeleverd worden”, meldt de gemeentewoordvoerder. „Hierin werken de eigenaren en wij als gemeente met elkaar samen.”

„Zorgvuldigheid staat wat ons betreft voorop en dat kost nu eenmaal tijd”, reageert Stoevelaar. „Er zijn door de gemeente aanvullende eisen gesteld voor wat betreft landschappelijke en ecologische aspecten, waardoor aanpassingen nodig waren.”

„Wij willen terug naar de situatie zoals die was”, zegt Keemink. „Dit was een seizoensgebonden natuurcamping, die maar een deel van het jaar open was. Het restaurant was vergund voor 25 zitplaatsen binnen, dat aantal is stukje bij beetje uitgebreid naar de 120 plekken die er nu zijn, vooral buiten op het terras.”

Het ‘snoepeffect’ is dit volgens Lennard Jasper, directeur van Stichting Behoud Veluwsch Landschap: „Ondernemers snoepen overal steeds meer stukjes natuur bij hun bedrijf. Dat gaat sluimerend. Het is op plekken als deze zoeken naar balans. Op het moment dat hier permanente voorzieningen komen, moet je de zaken goed voor elkaar hebben.”

Volgens Stoevelaar blijft Woodz een knus restaurant, maar wordt het volledig duurzaam met gebruik van natuurlijke materialen: „Terecht heeft de gemeente hoge kwaliteitseisen opgelegd. Door de aanpassingen zitten we nu op één lijn.”

„Wij denken de afgelopen tien jaar een goede balans te hebben gevonden tussen natuur, verblijfsrecreatie en buurtfunctie. Dat vinden ook andere partijen; regelmatig geven wij op verzoek uitleg over onze natuurinclusieve onderneming, zoals bijvoorbeeld aan Vitale Vakantieparken en Groene Metropoolregio.”

Bot en Keemink blijven sceptisch. „Dit is greenwashing, hier wordt een overdreven positief beeld geschetst van de duurzaamheid van de onderneming. Dat gebeurt vaker. Niemand kan ontkennen dat de ontwikkelingen van de afgelopen jaren een aanslag zijn op de kwetsbare natuur in dit gebied.”

De eigenaar is verbaasd dat er tegenstanders zijn: „Ons plan betreft enkel het behoud van de al aanwezige accommodaties en de vervanging van onze verouderde gebouwen. De kleinschaligheid blijft gelijk.”

Lennard Jasper, van Stichting Behoud Veluwsch Landschap, plaatst kanttekeningen. „Het gaat om de samenhang in een gebied. Als je hier kijkt naar de ontwikkelingen van de laatste jaren, Buitenplaats Beekhuizen met restaurant Woodz, én het hotel aan de overkant, dan lijkt het toch te groot geworden.”

Karin Mulder

De grote Veluwse verdwijntruc

Hoe we de natuur gaan redden met beton.

Het is weer zover. In het rijke Westen hebben we een prachtige traditie: iedere generatie moet een offer brengen aan de goden van de commercie. En wat is een beter offer dan een stukje Natura 2000-gebied dat er toch maar een beetje onbestemd bij leek te liggen? Ditmaal is de voormalige natuurcamping Beekhuizen aan de beurt, die inmiddels Buitenplaats Beekhuizen is gaan heten. Dankzij de visionaire blik van projectontwikkelaar Introvast, gesteund door de warme handdruk van de gemeente Rheden en de provincie Gelderland, gaan we de natuur eindelijk eens écht verbeteren. Hoe doen we dat? Nou, heel simpel.

Camping Beekhuizen in het Natura2000-gebied zoals het er nu uit zou zien*. Foto: Martin Slijper (geplaatst met gesupposeerde toestemming). De gemeente Rheden en provincie Gelderland lijken van plan om projectontwikkelaar Introvast de vergunningen te verstrekken om van de natuurcamping een permanent recreatiepark met groot restaurant te maken. Volledig in strijd natuurlijk met het feit dat dit gebied is aangemerkt als Natura2000 gebied. Stem tegen! https://natuurcampingbeekhuizen.petities.nl/

Stap één: we noemen vijftig permanente recreatiewoningen “kleinschalig”. Want laten we eerlijk zijn; in vergelijking met de stad Shanghai is een dorp van vijftig bungalows midden in het bos eigenlijk bijna onzichtbaar. De tijdelijke safaritenten die in 2026 moeten verdwijnen, maken plaats voor de eeuwigheid van funderingen en isolatiemateriaal. Dat is pas duurzaamheid: iets neerzetten dat nooit meer wegvliegt als het waait.

Stap twee: het “natuurversterkende” restaurant. Omdat de reeën en zwijnen op de Veluwezoom doodongelukkig zijn zonder de geur van biefstuk en de gezelligheid van 120 pratende mensen, bouwen we restaurant Woodz gewoon wat groter uit. Niets herstelt de biodiversiteit sneller dan een flinke portie stikstof en een terras vol toeristen. De provincie Gelderland knikt instemmend; het verwijderen van een oud hek is immers een eerlijke ruil voor een jaarrond geopend horecacomplex. Dat is de wiskunde van de vooruitgang.

Stap drie: de juridische acrobatiek. Natuurorganisaties zeuren over “referentiedatums” uit het jaar 2000. Alsof de stikstofuitstoot van een seizoenscamping van 25 jaar geleden te vergelijken is met een modern, commercieel vakantiepark dat 365 dagen per jaar open is. Maar maak je geen zorgen; de overheid heeft de oplossing. Als we het maar hard genoeg “kwaliteitsimpuls” noemen, veranderen de wetten van de natuurkunde en de ecologie vanzelf mee.

Op 17 maart 2026 mag de gemeenteraad van Rheden de definitieve stempel zetten. Het wordt een historisch moment. We laten zien dat we de natuur zó liefhebben, dat we haar het liefst opsluiten in een luxe vakantiepark met een sauna (die er trouwens “per ongeluk” al staat*). Proost op de vooruitgang. De Veluwezoom wordt eindelijk wat het altijd al had moeten zijn: een prachtig decor voor een projectontwikkelaar. Want echte natuur is leuk, maar natuur waar je een rekening voor kunt sturen, is natuurlijk veel beter.

*PS1: Er is een sauna gebouwd, ergens bij hotel Beekhuizen. Let wel, dat is in de buurt van, maar niet op de plekken waar ik het hierboven over heb. Het behoort dus NIET tot de genoemde camping of tot restaurant Woodz. Wat wel het geval is: hotel Beekhuizen, restaurant Woodz, Buitenplaats Beekhuizen en de sauna staan op naam van één eigenaar. De bouw van de sauna is exemplarisch. Deze werd een specifiek pijnpunt en bron van conflict in de juridische discussie rondom het park Beekhuizen. Het ding is al geruime tijd fysiek aanwezig en in gebruik. Natuurorganisaties hebben handhavingsverzoeken ingediend omdat de sauna geplaatst zou zijn zonder de juiste (natuur)vergunningen. Typisch voorbeeld van hoe de projectontwikkelaars vooruitlopen op officiële besluitvorming door simpelweg feiten op de grond te creëren. Het gaat om een zogenaamde “wellness-unit” of buitensauna die specifiek bedoeld is voor de gasten van de luxe kampeeraccommodaties (de pods en safaritenten).

Het geschil over de sauna zou je symbolisch kunnen noemen voor het bredere conflict:

  1. Bestemmingsplan: Volgens critici past een permanente sauna-installatie niet binnen de huidige bestemming van het gebied, zeker niet in een kwetsbaar Natura 2000-gebied.
  2. Verstening en impact: De aanwezigheid van dergelijke faciliteiten trekt een ander publiek aan en zorgt voor een hogere belasting van de omgeving (energieverbruik, licht, geluid), wat volgens natuurorganisaties strijdig is met de instandhoudingsdoelstellingen van de Veluwezoom.
  3. Juridisch handhaven: Omdat de sauna er al staat terwijl de permanente vergunningen (die in maart 2026 worden besproken) nog niet definitief zijn, wordt dit door omwonenden gezien als een vorm van illegale bebouwing die door de gemeente gedoogd wordt.

De sauna is dus niet zomaar een extraatje voor gasten, maar een cruciaal onderdeel van de juridische strijd over wat er wel en niet is toegestaan op deze specifieke locatie.

*PS2: Aanvulling op mijn eerdere bericht betreffende Woodz en Buitenplaats Beekhuizen.

Er moet niet gedacht worden dat de situatie op bovengenoemde plekken op dit moment erg voorbeeldig is. Integendeel: de huidige bedrijfsvoering bij restaurant Woodz ligt al geruime tijd onder vuur vanwege het structureel overschrijden van de geldende vergunningen.

Uit berichtgeving van De Gelderlander (mei 2023) en formele hoorzittingen bij de gemeente Rheden blijkt het volgende:

  • Illegaal gebruik: Volgens de vigerende vergunning mag Woodz uitsluitend gasten ontvangen die verblijven op de naastgelegen glamping. In de praktijk fungeert het echter als een openbaar restaurant dat jaarlijks naar schatting 50.000 bezoekers trekt. De gemeente heeft officieel erkend dat deze huidige werkwijze niet is toegestaan.
  • Verkeers- en milieudruk: Omwonenden ervaren een forse toename in verkeersoverlast, wat niet alleen de veiligheid en rust in de wijk Beekhuizen aantast, maar ook zorgt voor een ongewenste toename van fijnstof aan de rand van dit kwetsbare natuurgebied.
  • Bestuurlijk gedogen: Hoewel de overtredingen vaststaan, treedt de gemeente Rheden momenteel niet handhavend op. Men wacht de uitkomst van een nieuwe vergunningaanvraag voor nieuwbouw af. Dit wekt de schijn van een gedoogconstructie, waarbij het bestemmingsplan ondergeschikt wordt gemaakt aan de uitbreidingsplannen van de ondernemer.

Deze feiten onderstrepen dat de zorgen over de toekomst van dit gebied niet hypothetisch zijn; ze komen voort uit een realiteit waarin de huidige regels al niet worden nageleefd en de druk op de natuur en de leefomgeving de grens reeds heeft bereikt.