De VS hebben hun beste president vermoord

…terwijl een psychopathische schurk niet eens wordt geïmpeacht.

Als mijn ouders, begin jaren zestig, in Rotterdam waren gebleven, zou ik nooit op een christelijke school zijn beland. Maar in Gilze-Rijen kon ik er niet aan ontkomen; er was daar geen onderwijs voorhanden zonder bijbel. Zodoende leerde ik van Jezus’ zondedood; zijn eigen Heilige Vader haalde hem voortijdig weg bij de mensen. Thuis werd dat verhaal genuanceerd (“God bestaat niet”), maar een andere vergelijkbare tragische gebeurtenis diende zich alweer aan: de grote leider van Amerika werd op 22 november 1963 vermoord. “Door zijn eigen mensen”, beweerde mijn vader. We hebben thuis nooit iets anders geloofd. De moord op Kennedy – niet alleen de dood zelf, maar ook het raadselachtige karakter ervan, de tegenstrijdige verklaringen, de vermoede betrokkenheid van staatsinstanties en de eindeloze stroom speculaties en reconstructies – fascineerde hem mateloos. Dit werd thuis zichtbaar aan de groeiende plank vol boeken over Dallas, Oswald en de complotten rond de aanslag.

Toen ik begon aan JFK and the Unspeakable: Why He Died and Why It Matters van James W. Douglass, dacht ik dat ik een zoveelste boek over de moord op John F. Kennedy zou lezen. Maar Douglass doet iets veel fundamentelers: hij legt de anatomie bloot van een staatsgreep. Hij laat zien dat de vraag wie Kennedy doodde onlosmakelijk verbonden is met de vraag waarom hij een existentiële bedreiging vormde voor de instituten van zijn eigen land. Dat verschil is essentieel.

Inmiddels heb ik ook het JFK-gedeelte van Martyrs to the Unspeakable gelezen, en de optelsom van beide boeken is voor mij onontkoombaar. Waar JFK and the Unspeakable de gedetailleerde, bijna obsessieve reconstructie is van de politieke confrontaties, functioneert Martyrs als de morele slotsom. Douglass stapt hier weg van de feiten om de gruwelijke betekenis van de moord te duiden: Dallas was geen tragisch incident, maar een noodzakelijke interventie van een systeem dat vrede als een direct gevaar voor de nationale veiligheid beschouwde.

Wat mij in beide boeken zo aangreep, is de gedocumenteerde transformatie van Kennedy. Hij was aanvankelijk een overtuigd kind van de Koude Oorlog, gevormd door machtspolitiek. Maar de Cubacrisis was zijn breekpunt. Douglass toont aan dat Kennedy daar veranderd uitkwam. Hij besefte dat hij de leiding had over een apparaat dat richting totale zelfvernietiging dreef; een systeem van generaals en adviseurs die nucleaire escalatie niet alleen acceptabel, maar zelfs wenselijk achtten. Hoe meer ik Douglass las, hoe duidelijker het werd dat Kennedy’s daaropvolgende koerswijziging zijn doodvonnis tekende.

Zijn openlijke toenadering tot Chroesjtsjov en de beroemde vredesrede aan de American University waren geen loze retoriek; het waren daden van openlijk verzet tegen het diep gewortelde militaire establishment. Het meest overtuigende bewijs voor de noodzaak van zijn eliminatie vind ik echter in Vietnam. National Security Action Memorandum 263 – Kennedy’s concrete plan om de troepen terug te trekken – was de definitieve splijtzwam. Douglass laat zien dat de oorlogsmachine een eigen momentum had gekregen dat geen halt meer toeriep voor een president. De snelheid waarmee dit beleid na de moord door Lyndon B. Johnson werd teruggedraaid, spreekt boekdelen.

De kracht van Douglass’ argumentatie zit niet in één enkel bewijsstuk, maar in de verstikkende opeenstapeling van spanningen tussen Kennedy en de legertop en veiligheidsdiensten. De openlijke vijandschap van de CIA na de Varkensbaai en de woede van de militaire haviken vormden de opmaat naar een onvermijdelijke botsing. Douglass schetst het beeld van een president die door de structuren die hem geacht werden te dienen, werd geïsoleerd en uiteindelijk geëlimineerd.

Het begrip ‘the Unspeakable’, dat Douglass ontleent aan Thomas Merton, is daarom de enig juiste kwalificatie. Het beschrijft de ijzingwekkende werkelijkheid van een schaduwmacht waarin militarisme en geheimhouding zo verstrengeld zijn dat democratische controle slechts een illusie is. Douglass confronteert de lezer met een moreel trauma dat men liever negeert omdat de implicatie te groot is: Kennedy werd niet vermoord door een eenling, maar geëxecuteerd door zijn eigen regering.

Ik bleef achter met de wetenschap dat ik geen ‘ketters’ geschiedenisboek had gelezen, maar een verslag van een keerpunt. Dallas was de gewelddadige vernietiging van een historische richting die Amerika even leek in te slaan. Kennedy stierf als martelaar, vermoord door een systeem dat vrede gevaarlijker vond dan de ondergang van de wereld.

Annex: De onuitspreekbare werkelijkheid van vandaag

Wie denkt dat de krachten die Douglass beschrijft met de jaren zijn getemd door democratische controle of moreel voortschrijdend inzicht, kijkt naar een land dat niet bestaat. Integendeel; het systeem is alleen maar efficiënter geworden in het verbergen van de naden, terwijl de corruptie zich als een veenbrand heeft verspreid. De Amerikaanse democratie balanceert momenteel op een afgrond, voortgestuwd door een Republikeinse schurkenbende die de instituten niet langer wil dienen, maar wil gijzelen.

De parallel met Kennedy is wrang, maar noodzakelijk. JFK probeerde via diplomatieke weg een brug te slaan naar Chroestsjov om de wereld te behoeden voor een nucleaire apocalyps. Dat was een daad van moed, een poging tot vrede vanuit een moreel kompas. Als we dat leggen naast het huidige geflirt van Trump met Poetin, zien we de ultieme pervertering van diplomatie. Waar Kennedy zocht naar vrede via openheid en dialoog, zien we nu een sinistere verstandhouding die niet is gestoeld op wereldvrede, maar op de gedeelde bewondering voor autocratie en eigenbelang.

Het is de paradox van de macht: Kennedy werd geëlimineerd omdat hij de vrede zocht binnen een systeem dat oorlog nodig had; de huidige machthebbers ondermijnen de vrede juist door de fundamenten van de democratie zelf te slopen.

Ik ben er heilig van overtuigd dat de ‘Unspeakable’ vandaag de dag nog steeds de dienst uitmaakt, zij het in een moderner jasje. Het militair-industrieel complex waar Eisenhower voor waarschuwde en waar Kennedy zijn tanden op stukbeet, is inmiddels gefuseerd met een ongekende financiële hebzucht en een totale minachting voor de waarheid. Dit ondoorzichtige netwerk van het Pentagon, de inlichtingendiensten en hun commerciële belangen is geenszins getemd; het wordt simpelweg gefaciliteerd door een politieke klasse die de burgerrechten liever bij het grofvuil zet dan de eigen privileges opgeeft.

Misschien is dat wel de meest bittere pil: we kijken niet langer naar een systeem dat een president elimineert omdat hij te progressief is, maar naar een systeem dat de volledige staatsstructuur aanpast aan de grillen van de meest corrupte elementen binnen de samenleving. De moord op JFK was het startschot voor een proces dat nu zijn voltooiing nadert. De ‘stilte’ waar Douglass over spreekt, is inmiddels een oorverdovend lawaai geworden van desinformatie en politiek opportunisme.

Lezersreactie:
Ik zou van ‘impeached’ de nederlandse versie maken. In het Nederlands schrijf je doorgaans: hij wordt geïmpeacht, dus mét trema en als vernederlandste werkwoordsvorm. Het werkwoord wordt dan behandeld zoals andere uit het Engels overgenomen werkwoorden: uploaden → geüpload, deleten → gedeletet, improviseren → geïmproviseerd. Het trema in geïmpeacht laat zien dat je de i apart uitspreekt. In meer journalistieke of informele stijl kun je de Engelse vorm onveranderd laten, zoals je deed: “Trump wordt impeached.” Maar volgens Nederlandse spellingslogica is geïmpeacht de meest vernederlandste en taalkundig consistente vorm.

Antwoord: Ok, bij deze aangepast. Op jouw risico.

De man die de keizer zijn kleren ontzegt

Als Jeffrey Sachs het woord neemt, is het verstandig om even heel goed op te letten.

Jeffrey Sachs is een van die zeldzame stemmen die niet probeert te imponeren, maar te verduidelijken. Zijn analyses hebben niets van de gebruikelijke ruis die het publieke debat vaak verstikt. Hij spreekt met de rust van iemand die de feiten kent en met de scherpte van iemand die weigert zich te laten meeslepen door politieke slogans.

In zijn recente uitleg over het Amerikaanse handelstekort legt Sachs een ongemakkelijke waarheid bloot: de VS geeft structureel meer uit dan het produceert. Niet door buitenlandse manipulatie, maar door eigen begrotingsdiscipline die al jaren ontbreekt. De vergelijking met een creditcard is volgens hem voldoende om de logica te begrijpen: wie meer koopt dan hij verdient, kan moeilijk de verkoper de schuld geven. Dat deze simpele realiteit wordt omgebogen tot een beschuldiging richting China of andere landen, noemt hij economisch misleidend en politiek gemakzuchtig.

Maar Sachs’ kritiek reikt verder dan de handelsbalans. Hij ziet een land dat zijn internationale rol verwart met spierballentaal, dat diplomatie afbouwt terwijl het defensiebudget blijft groeien, en dat via noodverordeningen regeert waar het Congres zou moeten spreken. In A New Foreign Policy stelt hij dat het ‘America First’-beleid niet alleen een koerswijziging is, maar een vrijwillige terugtrekking uit de wereldorde die de VS zelf heeft opgebouwd.

Tegelijkertijd wijst hij op een technologische achterstand die niet ontstaat door buitenlandse concurrentie, maar door gebrek aan langetermijnvisie. Terwijl China investeert in elektrische mobiliteit, AI en industriële capaciteit, blijft de Amerikaanse koers grillig en reactief. De volatiliteit van Trumps beleid leidde volgens Sachs zelfs tot een moment waarop tien biljoen dollar aan marktwaarde verdampte; geen verschuiving, maar vernietiging van welvaart.

Ook de binnenlandse gevolgen blijven niet ongenoemd. De problemen van de Amerikaanse arbeidersklasse komen volgens hem niet voort uit Chinese import, maar uit automatisering. Door China tot zondebok te maken, ontwijkt de politiek de verantwoordelijkheid om te investeren in omscholing, sociale zekerheid en toekomstbestendige industrie. Het is geen strategie, maar uitstelgedrag.

Sachs’ conclusie is helder: de VS kampt niet met een handelsprobleem, maar met een realiteitsprobleem. Een land dat weigert zijn eigen begrotingsroes, technologische achterstand en sociale erosie onder ogen te zien, wijst liever naar anderen. Zijn pleidooi is dan ook niet voor meer protectionisme, maar voor een terugkeer naar multilaterale samenwerking en een economisch beleid dat gebaseerd is op feiten in plaats van slogans.

Dageraad van een wetenschappelijke winter

Angela Collier legt uit waarom de ‘Genesis Mission’ een scam is.

In de wereld van de natuurkunde kennen we Angela Collier als iemand die geen blad voor de mond neemt. In haar nieuwste video legt ze de vinger op een zere plek die ons allemaal zou moeten verontrusten. Terwijl de media juichen over de Genesis Mission – een grootschalig AI-initiatief van de Amerikaanse overheid – laat Angela zien dat dit project niet de toekomst van de wetenschap is, maar de vernietiging ervan.

Angela begint met een noodzakelijke correctie op ons taalgebruik. Wetenschappers gebruiken al decennia complexe algoritmen voor datareductie. Denk aan de astronomie; een telescoop produceert zoveel data dat geen menselijk oog ooit een half miljoen sterrenstelsels kan categoriseren. Welke methode passen we dan toe?

“[The current regime says:] ‘See, we have the Genesis mission.’ And then they made it impossible to apply for funding, impossible to understand what they want, and also impossible to deliver what they are asked. […] That is on purpose, in my opinion. You destroy [existing] funding, you create this [new] project, and then when all the scientists at universities and national labs fail to deliver, you’re like: ‘See? Why were we wasting [money]? I’ve saved so much money by killing science because they don’t know what they’re doing anyway.’ […] There’s Hanlon’s Razor, right? ‘Never attribute to malice that which is adequately explained by stupidity.’ But at this scale, at this level of power, it doesn’t matter if you’re stupid, because the consequences of your actions are still your fault.” (Angela Collier)

We trainen een algoritme op een kleine subset van data en laten het daarna los op de rest. Dit is machine learning; uiterst nuttig, maar het is geen kunstmatige intelligentie aldus Angela. De overheid presenteert die soort ‘AI’ nu als een magische toverstaf die fundamentele gaten in onze kennis kan dichten zonder dat er nog menselijk begrip aan te pas komt, en daarin schuilt een groot gevaar.

De Genesis Mission wordt verkocht als een transformatie van de Amerikaanse wetenschap. Maar Angela stelt een terechte retorische vraag; als een regime werkelijk geeft om wetenschap, waarom worden dan de budgetten van de NSF (National Science Foundation) en NASA gekort? Waarom worden gerespecteerde wetenschappers vervangen door talkshow-presentatoren? De Genesis Mission lijkt een ‘oplossing’ voor een probleem dat door de beleidsmakers zelf is gecreëerd door de reguliere financiering af te knijpen.

Bestaande beurzen (grants) worden simpelweg stopgezet. Wil je als natuurkundige je lab openhouden en voorkomen dat je promovendi zonder inkomsten komen te zitten? Dan ben je gedwongen om mee te doen aan Genesis en moet je jouw onderzoek in een met de haren erbij gesleept ‘AI-jasje’ steken. In plaats van beoordeling door vakgenoten (peer review) die de materie werkelijk begrijpen, worden voorstellen nu getoetst op hun ‘AI-potentieel’ door mensen (en mogelijk LLM’s, Large Language Models) die vooral kijken naar de commerciële verkoopbaarheid van het resultaat.

Wetenschap wordt behandeld als een productiefabriek voor de tech-giganten. Dit is misschien wel Angela’s meest vernietigende punt; de verplichte samenwerking met de industrie. Om in aanmerking te komen voor financiering, moet je een commerciële partner hebben.

Wetenschappers die hun leven lang aan nucleaire theorie hebben gewerkt, moeten nu plotseling binnen zes weken een partner bij Oracle AI zien te vinden om een ‘product’ op te leveren. Dit is geen wetenschap; dit is een kickback-systeem voor tech-oligarchen.

Angela haalt een citaat aan uit de Genesis-reclame; “Knowledge grows faster than our ability to understand it”. Ze fileert deze uitspraak genadeloos. Kennis zonder begrip bestaat niet. Als een computer (zoals ‘Deep Thought’ uit The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy) het antwoord “42” geeft zonder dat wij het proces of de context begrijpen, dan hebben we geen kennis vergaard. We hebben alleen een betekenisloos getal.

Angela Collier herinnert ons eraan dat wetenschap draait om het traag en zorgvuldig opbouwen van begrip, niet om het snel uitspugen van door AI gegenereerde ‘producten’ om commerciële partners tevreden te stellen. De Genesis Mission is een waarschuwing; wanneer politiek en hype de overhand krijgen over de wetenschappelijke methode, is de waarheid het eerste slachtoffer.

En wat Microsoft betreft? (Het is een leuke uitsmijter van haar drie kwartier durende aanklacht) Angela hoopt op hun spoedige ondergang, al was het maar omdat ze een hele generatie kinderen hebben opgezadeld met computers die 85 seconden nodig hebben om een tekstverwerker te openen. Angela is net als ik een gebruiker van Libre Office; het gratis programma waarop ik dit stukje heb geschreven.

Zet mij maar op de zwarte lijst

Het zou mij tegenvallen als het Trump-regime mij niet als staatsgevaarlijk zou bestempelen.

Er is opnieuw felle kritiek vanuit de VS op Europa. Naast de bekende stokpaardjes van radicaal rechts – dat Europa een broedplaats voor terreurdreigingen zou zijn vanwege massamigratie, zwakke grenzen en narco-terroristen – trekt het Trump-regime nu ook van leer tegen “extremistisch links”. Maar wat zijn eigenlijk de criteria waarmee de Nationale Veiligheidsraad van het Witte Huis bepaalt dat bewegingen als ‘antifa’ een “grote bedreiging” vormen?

De would-be dictator Trump wordt hier in één beeld gevangen met George Wahington, de eerste president van de VS. Washington was een republikein in de klassieke zin (voorstander van een republiek), geen democraat in de hedendaagse Amerikaanse partijbetekenis. Hij stond boven de partijen en waarschuwde juist tegen de polarisatie die we vandaag de dag zien. Hij was meer een ‘staatsman’ dan een partijdige politicus. In zijn beroemde Farewell Address (1796) waarschuwde hij expliciet tegen het gevaar van politieke partijen (“the spirit of party”). Hij vreesde dat ze de eenheid van het land zouden ondermijnen en zelfs tot despotisme zouden leiden. In het geval van Trump heeft hij gelijk gekregen. (Foto van EPA wordt hier geplaatst met gesupposeerde toestemming.)

In de nieuwe Amerikaanse antiterreurstrategie voor 2026 wordt ‘antifa’ niet zozeer behandeld als een formele organisatie, maar eerder als een ideologisch netwerk of een politieke parapluterm. Daarmee ontstaat een rekbare definitie van extremisme, die veel verder gaat dan het bestrijden van concreet geweld. Laat me raden waar de kritiek uiteindelijk op neerkomt. De Trump-regering kijkt vermoedelijk allang niet meer uitsluitend naar vormen van terrorisme. Groepen kunnen al verdacht worden zodra zij:

  1. anti-statelijke of revolutionaire retoriek bezigen;
  2. internationale netwerken onderhouden;
  3. maatschappelijke mobilisatie organiseren;
  4. culturele of ideologische alternatieven tegenover ‘Amerikaanse waarden’ plaatsen;
  5. invloed uitoefenen binnen universiteiten, media, NGO’s, de ambtenarij of technologiebedrijven.

Kortom: de definitie van ‘extremistisch links’ verschuift van ‘geweldstoepassing’ naar ‘verwerping van traditionele normen en nationale instituties.’ Dat is een fundamentele verschuiving.

In de VS is het in principe legaal om radicaal-linkse, anarchistische of antikapitalistische ideeën te hebben zolang men geen concrete geweldsdaden plant of pleegt. Maar uit de retoriek van het Trump-regime blijkt dat begrippen als “anti-Amerikaans”, “radicaal pro-transgender” en “anarchistisch” moeiteloos door elkaar heen lopen. Dat wijst erop dat de criteria niet louter veiligheidsgericht zijn. De selectie van doelwitten vindt plaats op basis van een doctrinair kader. Men volgt het programma van een sektarische, revanchistische partij.

De consequentie laat zich raden: politieke inzet van veiligheidsdiensten tegen ideologische tegenstanders, intensievere surveillance van activisten, criminalisering van protest en verdere aantasting van burgerrechten.

Je bent al snel verdacht in het Amerika van nu. Ondersteun je autonome vrijplaatsen? Onderhoud je internationale contacten? Doe je weleens mee aan een bezetting? Organiseer je maatschappelijke onrust, al is het maar in de breedste, meest politieke betekenis van het woord? Wees dan Trumps motto indachtig:

Misschien is het daarom verstandig om alvast wat helderheid te verschaffen. Bij gebrek aan officiële criteria geef ik zelf graag aan waarom ik aan gene zijde van de Atlantische Oceaan mogelijk als staatsvijand moet worden aangemerkt. Dit zijn mijn ‘zeven vinkjes’:

  1. In 2017 noemde ik Trump in een interview met de Volkskrant een “potsierlijke geilneef.” Achteraf bezien hield ik mij nog in. Ik wou dat ik toen de tegenwoordigheid van geest had gehad om de president te typeren zoals Ben Meiselas vaak doet (zie verder).
  2. Mijn boek The GreenXtreme vraagt op de cover openlijk: “Is it Time to Break the Law for the Right to Breathe?” Daarboven staan bovendien de woorden: “No Law But Justice.” Niemand hoeft nu nog te weten dat ik in het belangrijkste, derde deel, van dat boek, het gebruik van geweld stelselmatig afwijs.
  3. Ik beschouw mezelf als een milieuactivist die zich (tot nu toe) weet in te houden.
  4. Ik onderhoud contacten met buitenlandse activistische netwerken.
  5. Ik weiger de autocratische impulsen van het huidige Trump-regime te normaliseren als legitiem democratisch gezag. Want laten we eerlijk zijn; het functioneert slechts onder de dekmantel van een representatieve (dus volkssoevereine) autoriteit, maar kan absoluut niet worden gezien als een reguliere uiting van constitutioneel bestuur.
  6. Ik stem op de Partij voor de Dieren.
  7. Ik ben radicaal pro-transgender.

Ik verzoek de Nationale Veiligheidsraad van de VS om mij preventief op hun zwarte lijst te plaatsen. Het zou vervelend zijn als daar later administratieve onduidelijkheid over ontstaat. Ik beschouw het als een eer om door een schurkenregime als persona non grata (of erger) te worden verklaard.

Op zijn veelbekeken kanaal, het MeidasTouch Network (MTN), spaart Ben Meiselas de huidige president niet. Zijn vocabulaire is doorspekt met juridische ernst vermengd met een flinke dosis retorische verontwaardiging. Wanneer Meiselas van leer trekt, gebruikt hij vaak de volgende termen en typeringen:

  • Convicted Felon: Sinds de uitspraak in de zwijggeldzaak in New York is dit zijn absolute favoriet. Hij herhaalt dit bijna als een mantra om de juridische status van Trump te benadrukken.
  • Adjudicated Rapist: Verwijzend naar de civiele rechtszaak van E. Jean Carroll. Meiselas hecht veel waarde aan het gebruik van de exacte juridische terminologie die door de rechter is bevestigd.
  • Fraudster: Meestal in de context van de civiele fraudezaak in New York waarbij de zakelijke praktijken van de Trump Organization onder de loep werden genomen.
  • Authoritarian / Wannabe Dictator: Hij waarschuwt regelmatig voor de antidemocratische retoriek en de plannen die Trump heeft voor een eventuele derde termijn.
  • Incompetent / Chaotic: Meiselas zet Trump vaak neer als iemand die intellectueel niet in staat is om de complexiteit van het landsbestuur of zelfs zijn eigen juridische verdediging te begrijpen.
  • The Leader of the MAGA Cult: Hij positioneert Trump niet als een traditionele politicus, maar als een sekteleider die zijn volgers misleidt.
  • Cognitive Decline: Meiselas deelt vaak clips waarin Trump woorden vergeet of verward overkomt, om te betogen dat hij mentaal ongeschikt is voor het ambt.
  • Low Energy / Weak: In schril contrast met de “strongman”-persona die Trump probeert uit te stralen, schildert Meiselas hem vaak af als een kwetsbare, paniekerige man die doodsbang is voor de gevangenis (waar hij thuishoort).

Lezersreactie:
Interessante analyse. Wat u hier beschrijft bij het Trump-regime, lijkt overigens verdacht veel op de klassieke theorie van de ‘Dual State’ van Ernst Fraenkel. Hij stelde vast dat in autoritaire systemen een normatieve staat (die de schijn van de wet ophoudt voor de ‘brave’ burger) zij aan zij bestaat met een prerogatieve staat; een machtsapparaat dat volledig willekeurig en naar eigen goeddunken afrekent met iedereen die als ‘vijand’ is gelabeld.
Het is een bittere ironie dat een regime dat de mond vol heeft van de rule of law, in de praktijk vooral de regels van de prerogatieve staat hanteert om critici monddood te maken. Het zou verfrissend zijn als men in de VS deze wetenschappelijke realiteit eens onder ogen kwam, in plaats van te blijven geloven in de fabel van een ongeschonden democratie.

Tegenstemmen uit de VS

Wat verbindt de commentatoren uit mijn eerdere lijstje?

In mijn eerdere blogbericht deelde ik een verzameling Amerikaanse commentatoren. Naar aanleiding van dat overzicht vroeg iemand zich af op grond van welke criteria deze selectie tot stand kwam. Die vraag rechtvaardigt een toelichting. Dit overzicht dient immers niet enkel als hulpmiddel om online opinievormers in kaart te brengen, maar wil ook een genuanceerder beeld schetsen van het Amerikaanse politieke landschap. Te vaak heerst in Europa de gedachte dat de Verenigde Staten louter uit extremen en chaos bestaan. De werkelijkheid blijkt gelukkig een stuk complexer en genuanceerder.

Gisteren voorspeld, vandaag bewaarheid. Trump heeft inderdaad het voornemen uitgesproken om MTN voor de rechter te slepen. Ben Meiselas – advocaat van huis uit – lust hem rouw. (Ik schreef trouwens voor het eerst over deze mogelijkheid op 25 oktober 2025 in https://ronaldvannoorden.com/2025/10/25/drie-kanaries-in-een-kolenmijn/)

Ik toon hier eerst de verzameling van opiniemakers, zoals ik die gisteren ook online zette:

  • Ben MeiselasMeidasTouch Network.
  • David PakmanThe David Pakman Show.
  • Tim MillerThe Bulwark.
  • JessiahPondering Politics.
  • Amy Goodman en Juan GonzálezDemocracy Now!.
  • Brian Tyler CohenNo Lie.
  • Luke BeasleyThe Luke Beasley Show.
  • Krystal BallBreaking Points (dikwijls gepresenteerd met Saagar Enjeti).
  • Kyle KulinskiSecular Talk.
  • Cenk Uygur en Ana KasparianThe Young Turks (Rebel HQ).
  • Natalie WynnContraPoints.
  • Sam SederThe Majority Report with Sam Seder.
  • Chris HedgesThe Chris Hedges Report (of gelieerd aan The Real News Network).
  • Kara SwisherOn With Kara Swisher.
  • Hasan PikerHasanAbi.
  • Thom HartmannThe Thom Hartmann Program.
  • Scott Galloway en Kara SwisherPivot.
  • Chip Franklin, Corinne Straight en Justin HorowitzReally American.
  • Adam MocklerThe Adam Mockler Show.
  • Jeffrey Sachs, John J. Mearsheimer, Stephen Walt, Rohit „Ro” Khanna; geen eigen platform maar regelmatig optredend als gasten in andermans show vanwege hun expertise.

De lijst is samengesteld op basis van de volgende uitgangspunten:

  1. Het betreft overwegend progressieve denkers en analisten, opiniemakers en commentatoren. Het stempel ‘progressief’ is een politiek en sociologisch begrip. De commentatoren van The Bulwark komen oorspronkelijk vaak uit conservatieve of centrumrechtse hoek. Die houd ik, eerlijk gezegd, wat kritischer in de gaten.
  2. Het volledige gezelschap bezit de Amerikaanse nationaliteit. Dit staatsburgerschap is een verifieerbaar juridisch feit (hoewel de gekte van de huidige politiek met zich meebrengt dat sommige van de legaal in de VS wonende commentatoren toch te vrezen hebben voor wat ICE met hun beschermde status zal uitrichten. Zij hebben namelijk een migratieachtergrond.).
  3. De onderwerpen van hun uitzendingen richten zich overwegend op de binnenlandse politiek en maatschappelijke debatten in de Verenigde Staten. Er is dus nauwelijks internationale berichtgeving. Deze Amerikanocentrische focus schept duidelijkheid.
  4. Ieder van hen manifesteert zich via het videoplatform YouTube; dit medium fungeert als hun digitale megafoon. Velen van hen zijn ook als podcast te beluisteren. Sommigen van hen gebruiken de YouTube-factor louter als distributiekanaal voor hun podcasts of radio-uitzendingen.
  5. De inkomsten komen veelal van crowdfunding, abonnees op platforms zoals Patreon of betaalde podcasts, waardoor zij losstaan van traditionele mediabedrijven. Hun financiële onafhankelijkheid is belangrijk.
  6. Er is sprake van een hecht ecosysteem waarin de makers geregeld in elkaars programma’s verschijnen; deze intertekstualiteit en netwerkinspanningen versterken hun gezamenlijke online bereik aanzienlijk.
  7. Hun content bevindt zich in de categorie duiding, analyse en opinie. Je kunt hun commentaren wel objectieve journalistiek blijven noemen omdat zij doen aan factchecking. Zij duiden de actualiteit op een journalistiek verantwoorde manier.
  8. Zij leveren kritisch commentaar in plaats van uitsluitend droog nieuws te verspreiden. Hun uitgesproken standpunten creëren een inhoudelijke signatuur die overeenkomt met mijn eigen politieke voorkeur. Het merendeel pleit voor linkse dus democratische standpunten; denk hierbij aan sociale hervormingen en progressieve wetgeving. Wat is er mis met een moraal die deugt?

Europa kampt met een forse opkomst van radicaal-rechtse bewegingen. Hoewel de naald op ons continent vooralsnog uitslaat naar een democratische meerderheid, balanceren ook wij op de rand van autocratische ontwikkelingen. Wanneer we over de oceaan kijken, zien we iets hoger oplopende spanningen. Toch is er een aanzienlijke groep Amerikanen met een scherp moreel kompas en een diepgeworteld besef van beschaving. Zij vormen in de praktijk nog altijd de overhand, ook al is dat door de lawaaierige polarisatie niet altijd direct zichtbaar.

De aankomende verkiezingen zullen hier meer duidelijkheid over verschaffen. Pas na die stembusgang kunnen we hopelijk weer spreken van een normalisatie van de bilaterale relaties tussen beide continenten. Tot die tijd is het cruciaal om de stemmen van de rede te blijven beluisteren en delen.

Vrijheid van meningsuiting à la carte

De selectieve verontwaardiging van de Grote Leider en zijn volgelingen.

Als de schoft genaamd Trump en zijn schurkenbende door niets en niemand werden tegengehouden, zouden ze waarschijnlijk achter de volgende journalisten aangaan (de lijst is uiteraard niet compleet, maar dit zijn de commentatoren die ik volg):

  • Ben Meiselas; MeidasTouch Network.
  • David Pakman; The David Pakman Show.
  • Tim Miller; The Bulwark.
  • Jessiah; Pondering Politics.
  • Amy Goodman en Juan González; Democracy Now!.
  • Brian Tyler Cohen; No Lie.
  • Luke Beasley; The Luke Beasley Show.
  • Krystal Ball; Breaking Points (dikwijls gepresenteerd met Saagar Enjeti).
  • Kyle Kulinski; Secular Talk.
  • Cenk Uygur en Ana Kasparian; The Young Turks (Rebel HQ).
  • Natalie Wynn; ContraPoints.
  • Sam Seder; The Majority Report with Sam Seder.
  • Chris Hedges; The Chris Hedges Report (of gelieerd aan The Real News Network).
  • Kara Swisher; On With Kara Swisher.
  • Hasan Piker; HasanAbi.
  • Thom Hartmann; The Thom Hartmann Program.
  • Scott Galloway en Kara Swisher; Pivot.
  • Chip Franklin, Corinne Straight en Justin Horowitz; Really American.
  • Adam Mockler; The Adam Mockler Show.
  • Jeffrey Sachs, John J. Mearsheimer, Stephen Walt, Rohit „Ro” Khanna; geen eigen platform maar regelmatig optredend als gasten in andermans show vanwege hun expertise.
Noam Chomsky: “If you’re in favor of freedom of speech, then you’re in favor of freedom of speech precisely for views you despise. Otherwise, you’re not in favor of freedom of speech.” (De cartoon van Matt Wuerker wordt hier geplaatst met impliciete toestemming.)

Vrijheid van meningsuiting, het is een prachtig concept. Een soort heilig huisje in het Amerikaanse landschap, vooral luidkeels bejubeld door Donald Trump en diens discipelen. Tenminste, zolang de boodschap in hun straatje past. Zodra de wind uit een andere hoek waait, verandert datzelfde principe in een ongemakkelijke hindernis.

Neem het recente theater rond Jimmy Kimmel. De presentator durfde het aan om een grap te maken over het leeftijdsverschil tussen Trump en zijn echtgenote Melania (“Mrs. Trump, you have a glow like an expectant widow”). Een mop zo oud als de weg naar Kralingen; absoluut geen hoogvlieger op het gebied van originaliteit. Cruciaal detail: deze uitspraak werd gedaan vóórdat een verward individu probeerde binnen te dringen bij een evenement in Washington. Er was dus precies nul komma nul causaal verband. Toch schreeuwde het Trumpkamp moord en brand; het zou gaan om “aanzetten tot geweld”.

Trump eiste zelfs dat de zender ABC Kimmel de laan uit zou sturen (dit wordt daar nu zowaar overwogen). Dat is een regelrechte poging om een kritisch medium de mond te snoeren. Censuur in de praktijk, verpakt als morele verontwaardiging.

De hypocrisie druipt er vanaf wanneer we kijken naar het eigen gedrag van de gewelddadige narcist. Nog geen twee dagen later maakte hij tijdens een officieel moment met de Britse koning zelf een flauwe opmerking over zijn huwelijk en Melania. Gênant? Zeker. Maar riep iemand op om hem van het podium te plukken? Nee hoor. Dat valt dan weer onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’ en ‘je moet ertegen kunnen’.

Het probleem is niet de grap; het probleem is de persoon die hem vertelt. Wanneer Trump of zijn handlangers beledigingen uiten, is het humor. Wanneer een komiek precies hetzelfde doet over de leider zelf, is het plotseling gevaarlijk en moet het stoppen. Dit is geen principiële houding; het is opportunisme van de bovenste plank. Het mechanisme is inmiddels zo voorspelbaar als een klok:

  • Men rukt een willekeurige opmerking uit zijn context en plakt er de stempel ‘bedreiging’ op.
  • Vervolgens wordt dit gekoppeld aan een echt incident zonder enig bewijs (een klassieke drogreden).
  • Morele paniek is het resultaat, want woorden zouden immers geweld veroorzaken.

Satire is al eeuwenlang een onmisbaar instrument om de macht te controleren. In de Verenigde Staten wordt dit zelfs expliciet beschermd door het Eerste Amendement. En nee, dat recht is er niet alleen voor serieuze journalisten; ook humoristen hebben er recht op.

Het gevaar voor het vrije woord komt niet van een late-night host met een flauwe opmerking. Het schuilt in politici die zelf bepalen wie er wel of niet mag spreken en die mediabedrijven onder druk zetten. Zelfs als Kimmel zijn baan behoudt, is de dreiging reëel. Het creëert een angstcultuur waarin mensen uit voorzorg zwijgen uit angst voor represailles. En dat is precies hoe een vrije maatschappij langzaam afglijdt naar conformiteit.

Vrijheid van meningsuiting betekent niet dat je alles fantastisch moet vinden. Het betekent dat ook meningen die je de strot uitkomen, beschermd zijn. Je hoeft niet te lachen om Kimmel, je mag diens grappen gerust smakeloos vinden. Maar eisen dat een kritisch geluid van de buis verdwijnt, is iets heel anders.

Vrij naar Chomsky: Wie vrijheid van meningsuiting alleen verdedigt wanneer het hem uitkomt, verdedigt haar in feite helemaal niet.






De grote Veluwse verdwijntruc

Hoe we de natuur gaan redden met beton.

Het is weer zover. In het rijke Westen hebben we een prachtige traditie: iedere generatie moet een offer brengen aan de goden van de commercie. En wat is een beter offer dan een stukje Natura 2000-gebied dat er toch maar een beetje onbestemd bij leek te liggen? Ditmaal is de voormalige natuurcamping Beekhuizen aan de beurt, die inmiddels Buitenplaats Beekhuizen is gaan heten. Dankzij de visionaire blik van projectontwikkelaar Introvast, gesteund door de warme handdruk van de gemeente Rheden en de provincie Gelderland, gaan we de natuur eindelijk eens écht verbeteren. Hoe doen we dat? Nou, heel simpel.

Camping Beekhuizen in het Natura2000-gebied zoals het er nu uit zou zien*. Foto: Martin Slijper (geplaatst met gesupposeerde toestemming). De gemeente Rheden en provincie Gelderland lijken van plan om projectontwikkelaar Introvast de vergunningen te verstrekken om van de natuurcamping een permanent recreatiepark met groot restaurant te maken. Volledig in strijd natuurlijk met het feit dat dit gebied is aangemerkt als Natura2000 gebied. Stem tegen! https://natuurcampingbeekhuizen.petities.nl/

Stap één: we noemen vijftig permanente recreatiewoningen “kleinschalig”. Want laten we eerlijk zijn; in vergelijking met de stad Shanghai is een dorp van vijftig bungalows midden in het bos eigenlijk bijna onzichtbaar. De tijdelijke safaritenten die in 2026 moeten verdwijnen, maken plaats voor de eeuwigheid van funderingen en isolatiemateriaal. Dat is pas duurzaamheid: iets neerzetten dat nooit meer wegvliegt als het waait.

Stap twee: het “natuurversterkende” restaurant. Omdat de reeën en zwijnen op de Veluwezoom doodongelukkig zijn zonder de geur van biefstuk en de gezelligheid van 120 pratende mensen, bouwen we restaurant Woodz gewoon wat groter uit. Niets herstelt de biodiversiteit sneller dan een flinke portie stikstof en een terras vol toeristen. De provincie Gelderland knikt instemmend; het verwijderen van een oud hek is immers een eerlijke ruil voor een jaarrond geopend horecacomplex. Dat is de wiskunde van de vooruitgang.

Stap drie: de juridische acrobatiek. Natuurorganisaties zeuren over “referentiedatums” uit het jaar 2000. Alsof de stikstofuitstoot van een seizoenscamping van 25 jaar geleden te vergelijken is met een modern, commercieel vakantiepark dat 365 dagen per jaar open is. Maar maak je geen zorgen; de overheid heeft de oplossing. Als we het maar hard genoeg “kwaliteitsimpuls” noemen, veranderen de wetten van de natuurkunde en de ecologie vanzelf mee.

Op 17 maart 2026 mag de gemeenteraad van Rheden de definitieve stempel zetten. Het wordt een historisch moment. We laten zien dat we de natuur zó liefhebben, dat we haar het liefst opsluiten in een luxe vakantiepark met een sauna (die er trouwens “per ongeluk” al staat*). Proost op de vooruitgang. De Veluwezoom wordt eindelijk wat het altijd al had moeten zijn: een prachtig decor voor een projectontwikkelaar. Want echte natuur is leuk, maar natuur waar je een rekening voor kunt sturen, is natuurlijk veel beter.

*PS1: Er is een sauna gebouwd, ergens bij hotel Beekhuizen. Let wel, dat is in de buurt van, maar niet op de plekken waar ik het hierboven over heb. Het behoort dus NIET tot de genoemde camping of tot restaurant Woodz. Wat wel het geval is: hotel Beekhuizen, restaurant Woodz, Buitenplaats Beekhuizen en de sauna staan op naam van één eigenaar. De bouw van de sauna is exemplarisch. Deze werd een specifiek pijnpunt en bron van conflict in de juridische discussie rondom het park Beekhuizen. Het ding is al geruime tijd fysiek aanwezig en in gebruik. Natuurorganisaties hebben handhavingsverzoeken ingediend omdat de sauna geplaatst zou zijn zonder de juiste (natuur)vergunningen. Typisch voorbeeld van hoe de projectontwikkelaars vooruitlopen op officiële besluitvorming door simpelweg feiten op de grond te creëren. Het gaat om een zogenaamde “wellness-unit” of buitensauna die specifiek bedoeld is voor de gasten van de luxe kampeeraccommodaties (de pods en safaritenten).

Het geschil over de sauna zou je symbolisch kunnen noemen voor het bredere conflict:

  1. Bestemmingsplan: Volgens critici past een permanente sauna-installatie niet binnen de huidige bestemming van het gebied, zeker niet in een kwetsbaar Natura 2000-gebied.
  2. Verstening en impact: De aanwezigheid van dergelijke faciliteiten trekt een ander publiek aan en zorgt voor een hogere belasting van de omgeving (energieverbruik, licht, geluid), wat volgens natuurorganisaties strijdig is met de instandhoudingsdoelstellingen van de Veluwezoom.
  3. Juridisch handhaven: Omdat de sauna er al staat terwijl de permanente vergunningen (die in maart 2026 worden besproken) nog niet definitief zijn, wordt dit door omwonenden gezien als een vorm van illegale bebouwing die door de gemeente gedoogd wordt.

De sauna is dus niet zomaar een extraatje voor gasten, maar een cruciaal onderdeel van de juridische strijd over wat er wel en niet is toegestaan op deze specifieke locatie.

*PS2: Aanvulling op mijn eerdere bericht betreffende Woodz en Buitenplaats Beekhuizen.

Er moet niet gedacht worden dat de situatie op bovengenoemde plekken op dit moment erg voorbeeldig is. Integendeel: de huidige bedrijfsvoering bij restaurant Woodz ligt al geruime tijd onder vuur vanwege het structureel overschrijden van de geldende vergunningen.

Uit berichtgeving van De Gelderlander (mei 2023) en formele hoorzittingen bij de gemeente Rheden blijkt het volgende:

  • Illegaal gebruik: Volgens de vigerende vergunning mag Woodz uitsluitend gasten ontvangen die verblijven op de naastgelegen glamping. In de praktijk fungeert het echter als een openbaar restaurant dat jaarlijks naar schatting 50.000 bezoekers trekt. De gemeente heeft officieel erkend dat deze huidige werkwijze niet is toegestaan.
  • Verkeers- en milieudruk: Omwonenden ervaren een forse toename in verkeersoverlast, wat niet alleen de veiligheid en rust in de wijk Beekhuizen aantast, maar ook zorgt voor een ongewenste toename van fijnstof aan de rand van dit kwetsbare natuurgebied.
  • Bestuurlijk gedogen: Hoewel de overtredingen vaststaan, treedt de gemeente Rheden momenteel niet handhavend op. Men wacht de uitkomst van een nieuwe vergunningaanvraag voor nieuwbouw af. Dit wekt de schijn van een gedoogconstructie, waarbij het bestemmingsplan ondergeschikt wordt gemaakt aan de uitbreidingsplannen van de ondernemer.

Deze feiten onderstrepen dat de zorgen over de toekomst van dit gebied niet hypothetisch zijn; ze komen voort uit een realiteit waarin de huidige regels al niet worden nageleefd en de druk op de natuur en de leefomgeving de grens reeds heeft bereikt.

Tirannie verpakt in vrijheid

Dat het land al heel lang ziek is, had iedereen kunnen weten.

Dat de VS een ‘liability’ zouden worden, hadden we niet voorzien in de tijd dat ze ‘alleen maar’ dictators in hun achtertuin in het zadel hielpen. Toen burgerrechten werden geschonden, noemden we dat binnenlandse aangelegenheden. Het waren waarschuwingen. Grote broer bleek een gewelddadige moralist.

Toen de VS vol trots hun democratie exporteerden naar bevriende naties, had het al veel weg van idealisme met een teveel aan spierballen. Maar wij zagen daarin nog niet de proefversie van iets dat later intern — binnen hun eigen nog wankele rechtsstaat — vervaarlijk zou worden uitgehold. En het kon ons kennelijk weinig schelen dat ze die democratische idealen niet in hun eigen achtertuin duldden.

In die nabijgelegen invloedssferen creëerden de VS bewust bestuurlijke ontwrichting en chaos. Ze faciliteerden dictators van twijfelachtige regimes en verkochten hen staatsgrepen als stabiliteitsupdates van een computersysteem. Wij beschouwden dat blijkbaar als normale buitenlandse politiek, want hoewel Nederland een kwart eeuw geleden nog veel linkse stemmers telde, ontstond er maar weinig effectief verzet.

Ook in hun eigen opbouwstaat werd de rassenscheiding nog lang met vlagvertoon verdedigd en werden burgerrechten met tegenzin toegekend. We noemden dat een pijnlijk verleden, en onderkenden daarin niet een blijvende bestuursstijl. Toch veranderde er in de VS niet snel iets ten goede, hoezeer de juiste weg ook met veelbelovende woorden door opeenvolgende presidenten werd uitgestippeld en beleden.

Wij beschouwden al dat wanbeleid aan de andere kant van de oceaan als ruis in de marge, in plaats van als tekens aan de wand. Dat de VS zelf ooit een geopolitieke bedreiging voor ons zouden worden, kwam gewoon niet voor in het draaiboek. Zo’n plotwending was te ondenkbaar; die stond niet op de verpakking van hun geopolitieke ondernemerschap, dat ons overigens veel prachtige overzeese producten opleverde.

Een deel van de pers in Amerika heeft kans gezien om gevrijwaard te blijven van corruptie. Zij stelt de misstanden geloofwaardig aan de kaak. Ik wilde iets visueels gebruiken in mijn blogbericht en vond gemakkelijk wat ik zocht. Er bestaan krantenpagina’s met foto’s en koppen over Amerikaanse betrokkenheid bij staatsgrepen en steun aan dictatoriale regimes. Protestfoto’s uit de jaren ’50 tonen demonstranten vóór het Witte Huis tegen Latijns‑Amerikaanse dictators waar de VS mee omgingen. Dat illustreert dat Amerikaanse betrokkenheid al vroeg controversieel was.

Een voorpagina van The New York Times van 20 augustus 1953, die een door Amerika gesteunde staatsgreep in Iran (tegen premier Mohammad Mossadegh) in beeld brengt, is berucht. De krant doet verslag van het omverwerpen van een gekozen leider en de perceptie daarvan. Dit is historisch relevant omdat het een van de duidelijkste voorbeelden is van een Amerikaanse rol bij het verwijderen van een niet-communistische, democratisch gekozen leider; een gebeurtenis die veel historici als symbool gebruiken voor latere invloeden in Latijns-Amerika en elders.

Documentatie van Amerikaanse steun aan regimes zoals in Brazilië (1964) of Congo (met Mobutu) bevat foto’s in kranten en archieven. De hierboven afgebeelde voorpagina toont de tekst “Senators see FBI report on Kissinger and wiretapes” naast beelden van de VS die een dictatuur in Chili steunen. De historische nieuwsgebeurtenissen rond Watergate, wiretapping, en de kwalijke rol van Kissinger zijn ook elders uitgebreid beschreven en in beeld gebracht; vaak op de voorpagina van grote kranten.

De fascinerende rol van de Washington Post in de oude, nog objectieve, hoedanigheid, hoef ik hier niet te memoreren. Toen de Pentagon Papers werden gepubliceerd, stond dat prominent op de voorpagina van The New York Times in 1971. Dat verhaal legde de focus op geheime, controversiële Amerikaanse buitenlandse politiek en de Vietnam‑oorlog. In de jaren 1970 waren er veel voorpagina‑koppen in Amerikaanse kranten over Watergate, de Nixon‑administratie en de publieke verontwaardiging over illegale afluisterpraktijken.

De vrije pers in de VS bestond en bestaat. De verontwaardiging was er altijd en is momenteel weer groeiende, nu er een absolute gek aan de macht blijkt. De pers roert zich, de democraten hervinden hun kracht en wij hier lijken inmiddels ook helemaal klaar met de geweldadige narcist die de wereld tart met zijn waanzin. We lazen de handleiding van de zieke staat wat laat. Maar nu zijn we wakker.

De paradox van de agro-industrie

Agro-industrie & boerocratie doen denken aan anarcho-primitivisme: landbouw als bron van een cliëntelistische staat die boeren helpt via subsidies en uitzonderingsregels. Resultaat: een sector die vasthoudt aan een vervuilend overlevingsmodel. En die critici bedreigt.

De begrippen agro-industrie en ‘boerocratie’ vertonen een sterke ideologische verwantschap met het anarcho-primitivisme. Deze stroming voert de wortels van hiërarchie en sociale dwang terug naar de neolithische revolutie: het moment waarop de mens overstapte van het jagen en verzamelen naar vaste landbouw. In deze visie was de ‘uitvinding’ van de boer de noodzakelijke voorwaarde voor de geboorte van de staat, die immers afhankelijk was van belastbare overschotten.

In de moderne tijd heeft de staat de agro-industrie verder vormgegeven via een complex stelsel van prijssteun, garanties en uitzonderingsbepalingen. Dit beleid was primair gericht op schaalvergroting en maximale productie, waarbij de ecologische grenzen vaak ondergeschikt werden gemaakt aan economische belangen. Hierdoor is een systeem ontstaan waarin boerenbedrijven structureel afhankelijk zijn geworden van subsidies en industriële input (zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen).

Deze ‘lock-in’ creëert een situatie waarin de agrarische sector vastzit in een kapitaalintensief model. De weerstand tegen strengere milieunormen komt dan ook voort uit een economisch overlevingsmechanisme: binnen het huidige agro-industriële kader is de overstap naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering voor velen financieel onhaalbaar zonder de volledige afbouw van het huidige systeem.

PS: Ik spreek in het BlueSky-bericht van een cliëntelistische staat, omdat ik wil wijzen op de politieke “vriendjespolitiek” waarbij de staat de agrarische achterban tevreden houdt met gunstige regels in ruil voor steun. Misschien had ik nog beter kunnen kiezen voor het woord corporistisch. Een corporatistische staat kenmerkt zich namelijk door de nauwe verwevenheid tussen de overheid en grote belangengroepen (zoals de agro-industrie). Dit dekt precies de lading van de ‘boerocratie’: een systeem waarin beleid, subsidies en uitzonderingsregels worden afgestemd op de belangen van de gevestigde machtsblokken. En dan is er een nog ontoegankelijker woordencombinatie, namelijk ‘Interventionistische staat’. Dat is een neutrale, wetenschappelijke term voor een staat die de markt kunstmatig stuurt (via die subsidies en prijssteun).