De blinde vlekken van de Rhedense raad

Over een vals referentiepunt en het meten met twee maten rond Buitenplaats Beekhuizen.

In mijn vorige bericht over de uitbreidingsplannen van Buitenplaats Beekhuizen meende ik de vinger op de zere plek te hebben gelegd: de nulmeting. De wethouder en de raad lijken bij hun beoordeling uit te gaan van een verkeerde basislijn. Ze kijken naar de situatie zoals die er nu bij ligt — inclusief de twijfelachtige uitbreidingen die al ‘stiekem’ zijn neergezet — en noemen elke minimale aanpassing vanaf dat stadium ‘winst’. Maar wie de natuur als maatstaf neemt, ziet dat dit een vals vertrekpunt is. Het lijkt een rekentruc om achteruitgang als vooruitgang te verkopen.

Hoe kan het dat een mapje, dat veel lichter is, de weegschaal toch doet doorslaan? Omdat er een onzichtbare kracht op duwt: de ‘politieke onwil’. Ze wordt hier symbolisch vormgegeven als een hand ‘van boven’ die een valse balans creëert.

Waar ik me richtte op de inhoudelijke weeffout in de plannen, legt Annelies van Vliet de vinger op een procesmatige inconsistentie. In haar nieuwste brief aan de gemeente – die zij zo goed was met mij te delen – stelt zij de vraag waarover elke controlerende politicus zich achter de oren zou moeten krabben: waarom gelden de regels die de raad voor elk ander dossier hanteert, plotseling niet voor Beekhuizen? Hieronder de integrale tekst van haar analyse:

De keuze is niet reuze

De gemeenteraad van Rheden heeft zich de afgelopen jaren graag gepresenteerd als kritisch controleur van het college. Bij vrijwel elk spraakmakend dossier werd het college teruggestuurd naar de tekentafel met de opdracht om méér scenario’s uit te werken. Dat gebeurde bij het afsluiten van de Posbank, bij het vuurwerkverbod en bij het dossier rond houtstook. Steeds weer klonk vanuit de raad dat er eerst verschillende opties op tafel moesten komen voordat een besluit kon worden genomen.

Opvallend genoeg lijkt dat principe niet te gelden bij het dossier rond de uitbreiding van Buitenplaats Beekhuizen. Daar wordt slechts één scenario uitgewerkt. Alternatieven ontbreken. Geen varianten, geen verschillende ruimtelijke of beleidsmatige opties – alleen het voorstel zoals het er nu ligt.

Dat roept een eenvoudige maar wezenlijke vraag op: waarom vindt de raad het hier blijkbaar wél voldoende om met één scenario genoegen te nemen?

Juist bij een ontwikkeling in een kwetsbaar natuurgebied zou je verwachten dat de raad dezelfde zorgvuldigheid eist als in andere dossiers. Dat betekent: verschillende scenario’s naast elkaar leggen, de (financiële!) gevolgen vergelijken en pas daarna een afgewogen keuze maken.

Als de raad in andere dossiers keer op keer benadrukt dat besluitvorming beter wordt van meerdere opties, waarom wordt dat principe hier dan losgelaten?

Consistent bestuur vraagt om gelijke maatstaven. Anders ontstaat al snel de indruk dat het principe van “meer scenario’s” alleen wordt toegepast wanneer het politiek handig is.

En dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Annelies van Vliet

Ik heb deze tekst met veel genoegen gelezen. Wat Annelies hier doet, is de raad herinneren aan de eigen retoriek. Of het nu gaat om de afsluiting van de Posbank, het vuurwerkverbod of het dossier houtstook: de raad van Rheden profileert zich de laatste jaren als de ‘kampioen van de scenario’s’. Geen besluit zonder alternatieven op tafel.

Behalve bij Beekhuizen. Daar ligt maar één scenario. Geen varianten, geen ‘natuur-eerst’-optie, geen kleinschaliger alternatief. Alleen het plan van de ontwikkelaar. Dat komt heel inconsistent over. Waarom is haar brief zo sterk? Een paar punten die mij opvallen:

  • De bewijslast: Door drie concrete dossiers te noemen waar de raad wél om scenario’s vroeg, dwingt ze de politiek in de verdediging. Zij moeten nu gaan uitleggen waarom Beekhuizen zo ‘uniek’ is dat hun eigen principes hier niet gelden. Dat is een nagenoeg onmogelijke positie.
  • De stem van het gezond verstand: Ze schrijft “als gewone kiezer” die het “echt niet snapt”. Dat is slimme framing. Ze stelt zich niet op als activist, maar als de stem van de logica. De suggestie is helder: als zij het niet meer volgt, is de raad de burger definitief kwijt.
  • Het financiële haakje: Met de toevoeging “(financiële!)” raakt ze een gevoelige snaar. Zonder alternatieven is er immers geen enkel zicht op of dit wel de meest doelmatige besteding van publieke middelen en ruimte is.
  • De uitsmijter: De zin “Consistent bestuur vraagt om gelijke maatstaven” is de genadeslag. Ze trekt het dossier weg uit de emotie van natuurbeheer en tilt het naar het niveau van bestuurlijke zuiverheid en integriteit.

Door de zorgvuldigheid die de raad elders eist nu naast de laksheid bij Beekhuizen te leggen, laat Annelies zien dat er sprake is van meten met twee maten. Als je bij een kwetsbaar natuurgebied – nota bene een Natura 2000-gebied – genoegen neemt met slechts één uitgewerkt scenario, dan is je rol als ‘kritisch controleur’ niets meer dan een gelegenheidsargument. Haar punt over de “tekentafel” staat dan ook als een huis.

De optelsom is pijnlijk: de raad hanteert een foutief referentiepunt (inhoud) én weigert alternatieve scenario’s te onderzoeken (proces). Het begint er steeds meer op te lijken dat de uitkomst al vaststaat en dat de democratische weg eromheen slechts hinderlijke ruis is.

Annelies houdt de politiek in een hoffelijke, maar ijzersterke houtgreep. Ze stelt terecht de vraag: “Dat kan toch niet de bedoeling zijn?” Ik ben benieuwd of de raad, nu de verkiezingen voor de deur staan, het lef heeft om alsnog wezenlijke beleidsvarianten en/of alternatieve afwegingen af te dwingen. Of blijft het bij dit ene, al uitgestippelde pad?