Luisterbereidheid is één ding.

Jammer wel dat de Groenlinkse raadsleden ‘hun’ wethouder politieke rugdekking lijken te geven.

Laten we positief beginnen. In een tijd waarin politici zich vaker verschuilen achter ambtelijke nota’s dan dat ze daadwerkelijk staan voor hun zaak, met de verkiezingsbeloften nog vers op de lippen, was de ervaring met de GroenLinks-fractie van Rheden een verademing. Hun aanspreekbaarheid bleek groot. Ik, een simpel blogschrijvertje, werd zowaar teruggebeld. Twee keer zelfs.

Eerst door Herriët Heersink. Zij toonde de tactische souplesse van een doorgewinterde volksvertegenwoordiger: ze luisterde en ventileerde mondjesmaat haar ‘genuanceerde’ mening over Park Beekhuizen, maar wist me precies op tijd door te sluizen naar de man met de echte dossierkennis. De beleefdheid spatte ervan af, al voelde ik ook haar beheerste drang om de vingers vooral niet te branden aan de hete brij van een lastig ‘sujet’. Het was duidelijk dat zij weg wilde blijven bij materie die haar groene geweten wel eens zou kunnen hinderen.

De papieren werkelijkheid versus de natuurlijke realiteit. Terwijl ik dit raadsvoorstel vasthoud tegen het decor van de Veluwezoom, besef ik hoe geduldig papier is. Met termen als ‘interne saldering’ en ‘kwaliteitsimpuls’ wordt hier een juridisch schild opgetrokken rondom de permanente verstening van dit Natura 2000-gebied. De ambtelijke taal van wethouder Hofman en de ecologische argumenten van Tim Endeveld vormen samen de blauwdruk voor een voldongen feit, waarin de oorspronkelijke natuurcamping slechts een hinderlijke herinnering in de voetnoten is. In het gemeentehuis heet dit ‘interne saldering’; in het bos noemen we dit simpelweg het einde van een tijdperk.

En toen was daar Tim Endeveld. De fractievoorzitter én ecoloog. Kijk, dat is de ultieme politieke luxe. Als je een plan wilt verdedigen dat vijftig permanente woningen en een megarestaurant in een Natura 2000-gebied parkeert, is het verdomd handig om een ecoloog als fractievoorzitter te hebben. Tim nam uitgebreid de tijd. Hij was de personificatie van ‘in verbinding staan met het electoraat’. We voerden een gesprek dat zo burgervriendelijk was, dat je bijna zou vergeten dat de uitkomst waarschijnlijk al vaststaat.

Want daar zit de crux. Tim is het ecologische raadslid dat de wethouder Paul Hofman (tevens GroenLinks) moet controleren. Maar hij heeft ook de pet op van fractievoorzitter die de politieke rugdekking organiseert. Het is een fascinerende spagaat: aan de ene kant de wetenschappelijke kennis van de kwetsbare natuur op de Veluwezoom, aan de andere kant de bestuurlijke drang om een project van een commerciële ontwikkelaar op de valreep door de raad te loodsen.

Wordt het een teken van dualisme, waarbij de fractie de wethouder kritisch op de vingers kijkt? Of blijkt het een goed geoliede machine waarbij de ecologische expertise vooral wordt ingezet om de scherpe randjes van een commercieel plan voor de bühne glad te strijken? Eén ding is zeker: ze zijn bij GroenLinks een stuk aanspreekbaarder dan bij de PvdA. Je zou bijna geloven dat ze naar je luisteren terwijl ze hun lang geleden geplaatste piketpaaltjes in beton gieten.

In het gesprek met Tim kwam de kern van de juridische en ecologische discussie naar voren: de keuze voor de referentiesituatie. Tim hanteerde de lijn die ook in het raadsvoorstel van 24 maart (Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Buitenplaats Beekhuizen) staat beschreven. Het argument voor de ‘kwaliteitsimpuls’ en de berekende stikstofafname van 35% rust namelijk volledig op de vergelijking tussen de nieuwe plannen en de huidige planologische omstandigheden. In feite wordt de nieuwe situatie afgezet tegen de intensieve exploitatie van de afgelopen jaren door dezelfde eigenaren.

Ik heb hem voorgelegd dat dit een wankele basis is. De huidige situatie op Buitenplaats Beekhuizen is de afgelopen jaren stapsgewijs geïntensiveerd, waarbij de grenzen van de natuurwaarden al flink onder druk zijn gezet. Door nu juist die intensieve (en deels tijdelijke) situatie als nulmeting te gebruiken, ontstaat er op papier een verbetering, terwijl er in werkelijkheid sprake is van een permanente verstening en een structurele belasting van het Natura 2000-gebied.

Een zuivere vergelijking zou niet moeten kijken naar de recente commerciële exploitatie, maar naar de oorspronkelijke staat van Beekhuizen als eenvoudige natuurcamping. Dat is de situatie van vóór de oogluikend toegestane uitbreidingen en de komst van semi-permanente voorzieningen. In die oorspronkelijke staat was de ecologische voetafdruk minimaal. Vergeleken met die werkelijke referentie is de huidige stap naar vijftig permanente woningen en een groot restaurant geen winst, maar een substantiële achteruitgang voor de natuur.

Het was opvallend dat Tim, ondanks zijn achtergrond als ecoloog, bleef vasthouden aan de ambtelijke rekenmethode uit het raadsvoorstel. Voor hem lijkt de papieren werkelijkheid van de ‘interne saldering’ – waarbij stikstofruimte binnen de eigen vergunning wordt weggestreept – leidend te zijn voor de politieke besluitvorming.

De overtuigingskracht van dit hele dossier valt of staat met de bereidheid om mee te gaan in een papieren werkelijkheid. Wie het raadsvoorstel van 24 maart 2026 (zaaknummer Z2023-00000044) erop naslaat, ziet dat het niet alleen gaat over toekomstige natuurwinst, maar ook over het rechtbreien van wat nu krom is.

In het voorstel wordt de raad namelijk expliciet gevraagd om in te stemmen met het legaliseren van parkeerplaatsen en het formeel regelen van de wellness-voorzieningen (zoals een inmiddels beruchte sauna*). Het is de omgekeerde wereld: eerst worden er faciliteiten gerealiseerd die buiten de bestaande vergunningen vallen, en vervolgens wordt dit ‘voldongen feit’ gebruikt als argument voor een ‘kwaliteitsimpuls’ die planologisch moet worden vastgelegd.

Door de ‘ontwerpverklaring van geen bedenkingen’ één dag voor de verkiezingen, door de raad te loodsen, wordt de weg naar een definitieve vergunning nagenoeg onomkeerbaar. Als er tijdens de terinzagelegging geen zienswijzen komen, is het besluit een formaliteit geworden waar een nieuwe gemeenteraad straks geen invloed meer op heeft.

Het gesprek met Tim en Herriët liet zien dat GroenLinks de verbinding met de burger koestert, maar de politieke rugdekking voor hun wethouder en dit project zwaarder laat wegen. De beleefdheid aan de telefoon was oprecht, maar de politieke koers is dat ook: men kiest voor de weg van de minste weerstand, waarbij de stikstofberekeningen de morele bezwaren over de aantasting van de Veluwezoom moeten maskeren.

We gaan op 17 maart zien of de huidige raad deze ‘erfenis’ inderdaad nog snel even veiligstelt voor de volgende generatie bestuurders. Voor de natuur op Beekhuizen lijkt de beslissing echter al lang geleden te zijn genomen, ergens tussen de eerste illegale sauna en de laatste ambtelijke rekentabel.


*Over de sauna informeerde Jan Keemink, die in het bestuur van Stichting NatuurBehoud Veluwezoom zit, mij als volgt:

“Het betreffende gebied achter het hotel werd in 2011 door het ministerie bestemd als faunapassage voor de dassen van een vlakbij gelegen (70m) dassenburcht. Het idee kwam van Introvast. Voor een effectieve faunastrook moest het al eeuwen bestaande wandelpad verdwijnen, omdat dat natuurlijk storend is voor de das. In 2021 heeft de provincie de faunapassage geïnspecteerd om te beoordelen of die was ingericht volgens instructie. Zij was niet helemaal compleet en er moest nog een herinspectie volgen.

Nog geen twee jaar later vraagt Introvast aan een sauna te mogen plaatsen in die passage. De werkelijke motivatie voor het voorstel van Introvast wordt nu duidelijk. Op 21 november 2023 neemt B&W een positief besluit dat ze pas op 4 december publiceert. In verband met de verhuizing van het gemeentehuis en Kerst/Nieuwjaar bleven er slechts zes dagen over voor contact met de gemeente, want het besluit werd definitief op 2 januari.

In het bezwaar dat wij indienden, werden we bijna agressief ondervraagd over belanghebbendheid; geen woord over de inhoud van ons bezwaar. We werden gekwalificeerd als ‘niet-belanghebbend’ en het bezwaar als niet-ontvankelijk. Dit werd overgenomen door de provincie toen we een handhavingsverzoek indienden. Naderhand bleek de gemeente in de verslaglegging de publicatiedatum te hebben aangepast, evenals detailaanpassingen in de tekst.

Op het moment dat wij een voorlopige voorziening aanvroegen, bleek Introvast de sauna al geplaatst te hebben. Introvast beweerde het bezwaar niet gezien te hebben, ondanks onmiskenbare communicatie van de gemeente. De dassenburcht is op dit moment niet of minimaal in gebruik omdat die 70 meter echt te kort is; de das komt dan ’s avonds zijn hol niet uit. De minimale afstand is 200 meter. Wanneer de rust weer zou keren, komt de dassenclan gewoon weer terug in die burcht.”

Jan Keemink
(toegestuurd op 2 maart 2026)