Het gaat niet om jou

Misschien valt er vanaf nu een astronomische schemering over mijn blogberichten.

Normaal gesproken neem ik nooit iets serieus aan mijn dromen; waarschijnlijk omdat ze nooit lucide genoeg zijn om er iets van te willen onthouden. Maar gisteren trad er een markant individu in op. Hij sprak door alle vergeten belevenissen heen. Wat hij zei zou me bijblijven voor de duur van de droom: “Morgen tien over tien.” Het enige wat ik deed was die zin herhalen. Dat werd door beiden opgevat als een bevestiging.

Aan het eind van de droom scheen ik de afspraak te zijn vergeten. Vandaag droomde ik weer heel belevingsrijk. Alles wat ik me daarvan kan herinneren is dat het zich afspeelde in dezelfde setting als gisteren. Ik was me, zoals gezegd, van geen afspraak meer bewust, maar op een zeker moment kreeg ik een notificatie. Het bleek om de korte uitwisseling met de man van gisteren te gaan. Vanaf dat moment ging ik me haasten.

Rennen in een droom spot met je lichaam dat redelijk bewegingloos in een bed ligt. Ik belandde in een loge vol identieke wezens. Ze waren niet erg vriendelijk tegen me. Ik merkte dat ze wisten met wie ze van doen hadden. Ze wekten zonder uitzondering de indruk dat ze me kenden en zelfs weet hadden van mijn toekomst. Notificaties zijn niet bedoeld om iemand te laat te laten komen. Misschien was ik precies op tijd.

Helaas hield de droom toen op. ik keek op de klok van mijn mobieltje. Het was 4:30u, het begin van de civiele schemering. Deze fase start zodra de zon minder dan 6 graden onder de horizon staat; begin juli is dat rond deze tijd. Er is dan al zoveel indirect zonlicht dat je moeiteloos kunt zien. 5:20 van deze zelfde dag markeert het astronomische moment waarop de bovenrand van de zonneschijf de horizon snijdt: de officiële zonsopkomst.

Door het verstrooide licht in de hogere luchtlagen is de nachtelijke duisternis op dit moment al lang en breed verdreven. Al dromend meende ik even dat ik te laat was voor mijn afspraak, hoewel de tijd van leven nooit werd vermeld terwijl ik sliep. Wie zegt mij dat de afspraak van tien over tien met de man uit mijn dromen zich niet in de werkelijkheid zal afspelen? Als dat waar is, heb ik nog tijd genoeg. Deze woorden schrijf ik op om 6:45u.

Wat gaat er straks gebeuren? Misschien kom ik de genoemde man daadwerkelijk tegen. Het blijkt een speciale afgezant te zijn. Zal hij mij iets op het hart drukken dat ik niet mocht missen? “Hou op met die zinloze blogberichten. Stort je nu eindelijk eens op het afronden van dat ene boek.” Misschien heeft hij het echt goed met mij voor en opent hij mijn ogen nog effectiever voor de realiteit: “Het gaat niet om jou.”

Omdat dit zich afspeelt in de werkelijkheid zal ik het nooit vergeten. Ik zal natuurlijk mijn conclusies trekken. Misschien hoort de lezer nooit meer van me. De trouwe geabonneerde ook niet. Dan was dit mijn laatste aankondiging, bericht en overdenking. Ik vond het leuk zolang het duurde. Vaarwel.

Lezersreacties:

Veel lezers wilden weten wat er om 10:10 uur heeft plaatsgevonden. Sommigen waren ook opvallend geïnteresseerd in de aard van de drugs die ik gebruikt zou hebben. Anderen informeerden slechts of het wel helemaal goed met me ging; op die typische, vileine manier die zoveel wil zeggen als dat ze er definitief van overtuigd zijn dat ik ben doorgedraaid.

Laat ik hoofdzakelijk op de eerste vraag ingaan. Daarmee wek ik jegens de belangstellenden naar de tweede vraag immers subtiel de suggestie dat de geestverruimende substanties nog lang niet zijn uitgewerkt; terwijl ik de bezorgde vragenstellers van de derde categorie in de waan laat dat hun sombere vermoedens omtrent mijn geestelijke gezondheid volkomen terecht waren.

Welnu: ​Bedankt voor de belangstelling. Er vond om tien over tien inderdaad een ontmoeting plaats.

De persoon in kwestie wees mij op een versje dat ik ooit schreef voor het poeziealbum van mijn drie jaar oudere zus. Ik was destijds pas vijf; ik kon zo’n rijmpje natuurlijk nooit zelfstandig hebben gecomponeerd. Dat wordt ook direct duidelijk uit de regels waarmee hij kwam aanzetten. De laatste twee zinnen daarvan luiden:

‘Ik gebruik hier woorden op de tast;
mijn moeder houdt mijn handje vast.’


De inzage in dit reeds lang vergeten album heeft mij diep geëmotioneerd, zoals de gehele ontmoeting een volstrekte openbaring was. Tegelijkertijd drong zich een besef aan mij op dat mij oprecht gelukkig maakte: vanaf de allereerste ademtocht in een mensenleven vindt er al registratie plaats. Wat ongetwijfeld ook wil zeggen dat alle pogingen tot kunst die je in woorden bedrijft, altijd talloze meelezers kennen.

​Dat was de hoofdboodschap die mij werd meegegeven. Het maakt ten diepste niet uit welk medium je gebruikt, welke taal je bezigt, hoe onbeholpen de vorm is of wat de exacte inhoud behelst; het hele universum leest mee. Dat onwrikbare gegeven geldt voor alle uitingen van iedereen.

De amechtige, haast krampachtige pogingen om voortdurend dingen onder de aandacht van tijdgenoten te brengen, vergen in dat licht bezien bizar veel overbodige energie. Datzelfde geldt voor de onvermijdelijke zoektocht naar uiterlijke waardering die daarachter schuilgaat. Terwijl die bewijsdrang helemaal niet hoeft. De interventie had dan ook puur tot doel dat ik meer zou gaan creëren vanuit een zuivere innerlijke drang tot expressie, en niet langer vanuit ijdelheid en de zucht naar erkenning.

Het ‘het gaat niet om mij’ waarvan ik van tevoren al vermoedde dat het de kern van de boodschap zou zijn, is daarmee zowel waar als onwaar gebleken. Het is waar in de zin dat het ego en de persoonlijke ijdelheid er totaal niet toe doen; je bent immers slechts een doorgeefluik in een oneindig groter geheel. Maar het is tegelijkertijd onwaar, omdat iedere individuele pennenstreek – hoe klein of op de tast geproduceerd ook – vanaf het allereerste begin wordt gezien en gekend. Je doet er als creator dus wel degelijk toe, zolang de creatie maar voortkomt uit de pure noodzaak om te maken.

Een eerlijk antwoord van de PvdD

Waarom een fictieve camping met 150 diesels de natuurvergunning voor Buitenplaats Beekhuizen moet redden.

Nadat ik mijn zorgen over de ‘valse nulmeting’ bij Buitenplaats Beekhuizen had gedeeld met de Partij voor de Dieren in Rheden, ontving ik een opvallend openhartige reactie van Claudia van den Elsen. Waar veel politieke partijen zich verschuilen achter ambtelijk jargon, geeft Claudia een ontluisterend inkijkje in de “politieke houdgreep” waarin de raad zich bevindt. Ze schetst een beeld van een besluitvorming die in beton gegoten lijkt; een proces waarbij de werkelijkheid van het Natura 2000-gebied moet wijken voor een bureaucratische schijnvertoning.

Ziehier de kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart van de PvdD. Achter Niek Brunninkhuis staat een team van maatschappelijk betrokken inwoners. De Partij voor de Dieren is nieuw in de Rhedense politiek en bestaat uit nieuwe mensen. Van al deze kanditdaten durf ik te zeggen dat zij wél opkomen voor de belangen van de natuur.

Beste Ronald,

Ten eerste mijn excuses voor het zo laat reageren op je e-mail. We zijn druk bezig met campagne voeren en het is mij compleet ontschoten om te reageren op je mail. Doorgaans proberen we binnen drie werkdagen te reageren.

Ook voor ons is Buitenplaats Beekhuizen een redelijk nieuw en complex dossier. En ook bij ons kwam er een overduidelijk gevoel op, dat zaken op een twijfelachtige manier werden weerlegd en/of goedgepraat. Wij zijn allerminst tevreden hoe dit allemaal afgehandeld wordt, met een duidelijke toename van urgentie om dit dossier maar zo spoedig mogelijk te sluiten.

Ook het feit dat er maar twee scenario’s bestaan in deze zaak, bevreemd ons. Het is ofwel volledig toestaan wat de dames hebben ingezet, met na toch vele vragen vanuit de raad en bewoners, enige restricties, ofwel teruggaan naar een camping met 150 plaatsen, die volgens een vertegenwoordiger van PvdA/GL […] dan zullen uitmonden in 150 plekken voor vieze, op diesel rijdende campertjes, die de boel nog meer vervuilen!

Ik werd door een zittend raadslid op je blogs gewezen twee weken geleden en ik/wij denken niet dat je het verkeerd ziet. Allerminst. Helaas is onze inbreng momenteel minimaal. Ik heb wel de mogelijkheid genomen om in te spreken en de raad op andere gedachten te brengen, met nu blijkt, ook minimaal effect helaas. Alsof alles al in beton gegoten is.

Ik heb ook nog een poging via de Provinciale Staten gedaan met het indienen van een zienswijze vanuit de PvdD. Over ca. 5 weken zal Provinciale Staten een uitspraak doen inzake het afgeven van een natuurvergunning voor Buitenplaats Beekhuizen. Maar ons raadslid aldaar gaf al aan dat het overgrote merendeel voor het afgeven van de vergunning is.

En dit alles onder de zware wetgeving van Natura2000! Ik vind het werkelijk onvoorstelbaar dat dit kan gebeuren. 

Mijn mail komt hoogstwaarschijnlijk als mosterd na de maaltijd, maar ik/wij zijn heel blij met kritische mensen zoals jij, met oog en hart voor onze mooie natuur en haar bewoners, het milieu en die ook niet bang zijn om misstanden in de gemeenteraad aan te kaarten.

Het enige wat wij nu nog kunnen doen is de dames goed in de gaten houden en direct ageren als ze wederom de grenzen aan het oprekken c.q. aan het overschrijden zijn. Want ik denk dat er morgenavond hoogstens twee raadsleden tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen zullen stemmen. Rosanna Huertas Mulckhuyse en met een beetje geluk, Theo Kooijmans.

Hopelijk heb ik je vragen enigszins kunnen beantwoorden, gezien ook onze ‘lekenstaat’, heb je nog verdere vragen of wil je op de mail reageren, graag.

Met vriendelijke groet,
Claudia
Partij voor de Dieren Rheden

Ik was geraakt door de eerlijkheid van Claudia, maar ook gesterkt in mijn vermoeden dat we hier te maken hebben met een vals dilemma. In mijn antwoord aan haar ga ik in op de retoriek die wordt gebruikt om dit dossier door de raad te loodsen en de noodzaak om, over de gemeentegrenzen heen, de vinger op de zere plek te blijven leggen.

Beste Claudia,

Hartelijk dank voor je uitgebreide en eerlijke reactie. Excuses zijn nergens voor nodig; ik begrijp heel goed dat de campagnetijd hectisch is en ik waardeer het des te meer dat je de tijd neemt om zo inhoudelijk te reageren.

Het is zowel een geruststelling als een zorg dat jullie mijn observaties delen. Een geruststelling, omdat het bevestigt dat mijn analyse van de ‘valse nulmeting’ en de ‘papieren referentiesituatie’ hout snijdt. Een zorg, omdat het beeld dat je schest — van een raad die lijkt vast te zitten in een voldongen feit — getuigt van een democratisch tekort bij een dossier met een dergelijke ecologische impact.

De redenering die je aanhaalt over de ‘150 vieze dieseltjes’ is een treffend voorbeeld van de retoriek die hier wordt gebruikt. Het presenteert een vals dilemma […] waarbij een vertegenwoordiger van de coalitie suggereert dat de enige keuze bestaat uit een overbevolkte camperplaats of de huidige expansieplannen. Dat een scenario gericht op volledig natuurherstel niet eens serieus is onderzocht, blijft de grote blinde vlek in dit dossier. Zoals Beau Vroone uit de Arnhemse fractie het treffend verwoordde: we hebben hier te maken met een ‘papieren werkelijkheid’. Een werkelijkheid die op papier stikstofwinst claimt, maar in de praktijk de druk op een kwetsbaar Natura 2000-gebied alleen maar verhoogt.

Ik heb veel respect voor het feit dat je hebt ingesproken en zelfs via de Provinciale Staten een zienswijze hebt ingediend. Dat het effect op de korte termijn minimaal lijkt en de uitspraak over de natuurvergunning over vijf weken wellicht niet de gehoopte uitkomst biedt, is frustrerend; het ontslaat ons echter niet van de plicht de vinger op de zere plek te blijven leggen.

Mijn blogs zijn bedoeld om deze mechanismen inzichtelijk te maken voor een breder publiek. Het is fijn om te weten dat ze ook binnen de fractie gelezen worden. Laten we contact houden over het vervolg, zeker wanneer de “dames” van de Buitenplaats de grenzen verder opzoeken.

Nogmaals dank voor jullie inzet voor de natuurwaarden van de Veluwezoom.

Met vriendelijke groet,

Ronald van Noorden

P.S. 1 Voor wie zich afvraagt wie er achter het huidige beleid schuilgaan: met ‘de dames’ waarnaar in de correspondentie wordt verwezen, worden Judith en Irene Stoevelaar bedoeld; zij zijn van Introvast. Het is hun visie die momenteel leidend is, ten koste van alternatieve scenario’s waarin natuurherstel het vertrekpunt zou zijn.

P.S. 2 Deze correspondentie heeft voor mij persoonlijk ook voor een politieke doorbraak gezorgd. Als inwoner van Arnhem is het voor mij nu volkomen helder op wie ik mijn stem ga uitbrengen bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. Beau Vroone heeft met haar scherpe analyse en bereidheid om over de gemeentegrenzen heen te kijken, bewezen dat zij de stem van de natuur serieus neemt. Op dit blog volgt een uitgebreid en onderbouwd stemadvies.

Politiek gaat vaak over compromissen, maar wanneer een compromis wordt gebouwd op een fundament van administratieve fictie, verliest de democratie haar geloofwaardigheid. Het dossier Beekhuizen laat zien dat we niet langer genoegen mogen nemen met een natuur die alleen op papier floreert. De strijd voor de Veluwezoom stopt niet bij de uitspraak van de Provinciale Staten over vijf weken; die begint pas echt wanneer we de grenzen van de ‘papieren werkelijkheid’ blijven uitdagen.

Kantoorliefde anno 1960

Het relaas van het ontslag van Onno’s moeder.

Met Kantoorliefde anno 1960 heeft Onno van Dorreland een opmerkelijk boek geschreven: half familiekroniek, half aanklacht tegen de verstikkende moraal van het begin van de jaren zestig. De ondertitel Het relaas van mijn moeders ontslag klinkt bureaucratisch, bijna droog, en dat is precies de wrange ironie die door het hele boek heen sluimert.

Van Dorreland vertelt het verhaal van zijn moeder, een vrouw die weigerde zich neer te leggen bij het voorspelbare levenspad dat haar generatiegenotes werd voorgehouden: jong trouwen, kinderen krijgen, de eigen ambities opbergen. Zij wilde een carrière, wilde zichzelf zijn. Maar in de kantoorwereld van begin jaren zestig was dat al een vorm van rebellie. Vrouwen die trouwden, dienden op te stappen of werden eruit gewerkt. Het huwelijk gold als een stilzwijgend ontslagformulier.

Dan gebeurt wat niet had mogen gebeuren: een kantoorromance. Een collega maakt haar het hof en er bloeit in het geniep een relatie op. Totdat het uitkomt. En dan toont de hypocrisie van die tijd zich in zijn meest venijnige vorm. De man blijkt getrouwd, heeft kinderen; details die hij angstvallig verzwegen had. Maar waar je zou verwachten dat hij ter verantwoording wordt geroepen, gebeurt het omgekeerde. Zij krijgt ontslag. Hij blijft gewoon zitten. Sterker nog: hij ontkent zijn aandeel, minimaliseert de affaire tot een onbenullige flirt, en laat haar vallen als een baksteen.

Van Dorreland schrijft met ingehouden woede, maar ook met een scherpe pen. De opmerking dat hij “blij is dat deze man niet zijn vader is geworden” heeft iets van zwarte humor; een zoon die zijn eigen ontstaansgeschiedenis welhaast bedankt voor een gemiste kans op een waardeloze vader. Het is die droge toon die het boek draaglijk maakt, die voorkomt dat het een slachtoffer-epos wordt.

Want een slachtoffer is zijn moeder niet geworden, althans niet in de ogen van haar zoon. Zij ontmoette later een betere man, trouwde, werd moeder. Maar – en hier zit de angel van het boek – ze werkte nooit meer. Ze werd inderdaad die huisvrouw die ze juist niet had willen zijn. Van Dorreland wijst er nadrukkelijk op dat dit niet haar keuze was, niet haar zwakte, maar het resultaat van een maatschappij die geen ruimte liet voor herstel of een tweede kans. Een vrouw met zo’n ‘smet’ op haar blazoen kwam er niet meer bovenop.

Het boek leest als een persoonlijke afrekening, maar overstijgt het individuele verhaal. Van Dorreland schetst een tijd waarin vrouwen structureel werden achtergesteld – lagere lonen voor hetzelfde werk, dubbele moraal bij seksueel gedrag, ontslag bij huwelijk – en laat zien hoe die mechanismes niet abstract waren, maar levens verwoestten. Echte levens. Zoals dat van zijn moeder.

Kantoorliefde anno 1960 is geen prettig boek, maar wel een noodzakelijk. Het combineert persoonlijke geschiedenis met maatschappijkritiek, pijn met precisie, verontwaardiging met verdriet. En het doet dat met een literaire finesse die voorkomt dat het verzandt in sentiment. Een indringend portret van een tijd die gelukkig voorbij is, en een waarschuwing dat rechtvaardigheid nooit vanzelfsprekend is.

Brief aan mijn voormalige teamleider

‘Ik sta aan het hoofd van een eenmans-collectief van volledig naar mijn hand te zetten entiteiten.’

Beste Leo,

Ik heb het eerder meegemaakt op Facebook: ik plaatste een bericht dat op meerdere manieren uit te leggen was, waarna iemand me publiekelijk vroeg of het wel goed met me ging. Zo’n vraag is in die context zelden oprecht; het is een retorische zet, bedoeld voor meelezers. De onderliggende boodschap was: “Kijk eens hoe vreemd hij doet.” Het bleek een poging om mijn omgeving te polsen: “Vinden jullie hem ook zo’n mafketel?” Een subtiele uitnodiging om gezamenlijk afstand te nemen van mijn vermeende excentriciteit.

Jouw bericht was van een heel andere orde, en dat waardeer ik. Juist omdat je de vraag in een persoonlijk bericht stelde, voelde ik de oprechtheid die ik altijd in jou als teamleider heb gewaardeerd: een mens die werkelijk hart heeft voor de ander. Natuurlijk werd ook jij getriggerd door mijn post; de afbeelding met alle anagrammen van mijn naam suggereert immers een zekere mate van ‘versnippering’. Maar ik heb niet het idee dat je bang was dat ik een klinische dissociatieve identiteitsstoornis had ontwikkeld. Je zag simpelweg dat ik weer eens van me liet horen en was oprecht benieuwd hoe het met de mens achter het bericht ging.

Welnu, het gaat goed met me. Om je vragen te beantwoorden: ja, ik ben nog steeds postbode, al doe ik dat tegenwoordig vier dagen per week. Ik bezorg de post in Arnhem, de stad waar ik inmiddels een heel prettig thuis heb gevonden. Wat die afbeelding betreft: de anagrammen zijn voor mij pure intellectuele spielerei. Het is een spel met identiteit dat nauw samenhangt met mijn eenmansuitgeverij. Er schuilt een bewuste paradox in de naam Cum Suis. Hoewel het “met de anderen” betekent, zijn die “anderen” in mijn geval de denkbeeldige schrijvers die ik zelf in het leven heb geroepen. Waar de wereld soms overweldigend dichtbij kan komen, kies ik ervoor om de fysieke anderen op afstand te houden en hen te vervangen door personages die ik zelf regisseer.

Je zou het kunnen zien als een artistieke noodzaak. Het opvoeren van al die pseudoniemen is geen uiting van een verwarde geest, maar een manier om verschillende invalshoeken te verkennen zonder de beperkingen van één enkele naam. Het is een veilige, gecontroleerde vorm van gezelschap. En dat de boeken op mijn site vaak “Mockups” zijn? Dat is voor mij niet vreemd, maar eerder een vorm van conceptuele kunst. Het is het visualiseren van een potentieel; de architectuur van een idee voordat de eerste steen daadwerkelijk is gelegd. Voor een buitenstaander lijkt het misschien alsof ik een luchtspiegeling verkoop, maar voor mij is het een noodzakelijke stap in het creatieve proces: het vormgeven van een wereld die er nog niet is, maar die in mijn hoofd al volledig bestaat.

In plaats van een klinisch syndroom (MPS?), is het eerder een passie voor de constructie. Ik bouw aan een universum waarin ik zowel de uitgever, de auteur als de compagnon ben. Een eenmans-collectief, zogezegd. En dan is er nog het punt waar mijn omgeving — vaak ongevraagd — het meest over struikelt: mijn schaamteloze gebruik van AI. Men werpt al snel termen op als ‘intellectuele armoede’, ‘gebrek aan authenticiteit’ of zelfs ‘valsspelen’. Ik zie dat fundamenteel anders. Voor mij is AI een medewerker, een medeontwerper en een klankbord dat precies die ‘ongrijpbare ander’ invult. Omdat het geen mens van vlees en bloed is, kan ik deze entiteit volledig naar mijn hand zetten zonder de ruis van interpersoonlijke frictie.

Ik blijf te allen tijde de architect. Ik lever de concepten, de eerste tekstuele aanzetten en de visie. Alles gaat door het filter van mijn eigen bemoeienis; ik heb zelf het kader geschapen — de uitgeverij, de blogomgeving, de hele context — waarbinnen deze experimenten kunnen bestaan. Ik voel me in de eerste plaats een kunstenaar. Alles wat op mijn pad komt en bruikbaar is, absorbeer ik en transformeer ik met behulp van mijn eigen creativiteit tot iets nieuws.

Het is opvallend dat de kritiek vaak komt van degenen die zelf zelden met iets origineels voor de dag komen. Ik heb dan ook weinig geduld met het dedain van mensen die de techniek niet begrijpen en mijn werkwijze vanuit een soort conservatisme veroordelen. Voor mij is het geen armoede, maar een verrijking van het instrumentarium waarover ik als eenling beschik.

Beste Leo, dit is in een notendop hoe ik er nu in sta. Ik ben nog steeds diezelfde eigenwijze geest die je kende van de NS, maar dan in een nieuwe omgeving en met een gereedschapskist die eindeloos veel groter is geworden.

Ik hoop dat het met jou ook goed gaat.

Hartelijke groet,

Ronald