De scheur in het Amerikaanse graniet

Een stem die helder blijft terwijl een wereldmacht haar eigen contouren verliest.

Soms kom je een denker tegen die door alle ruis heen snijdt. Voor mij is Jeffrey Sachs zo iemand. Geen politiek theater, geen strategisch gemompel, maar een stem die helder blijft wanneer de rest van het debat vertroebelt. In een tijd waarin middelmatigheid vaak wordt verkocht als pragmatisme, is Sachs een zeldzame combinatie van academisch gewicht en morele ruggengraat.

Zijn recente analyse van Trumps handelslogica is daar een goed voorbeeld van. Sachs begint bij de basis: een handelstekort betekent dat een land meer uitgeeft dan het verdient. Niet meer, niet minder. Hij vergelijkt het met een creditcard: als jij je kaart leegkoopt bij de lokale winkels, is het absurd om de winkeliers de schuld te geven. Toch is dat precies wat de VS doet wanneer het landen als China of zelfs Lesotho beschuldigt van “valsspelen”.

Volgens Sachs is het idee dat je met elk land afzonderlijk een evenwichtige handelsbalans moet hebben economisch nonsens. Het negeert twee eeuwen economische wetenschap en ondermijnt de efficiëntie van de wereldmarkt. De kern van het probleem ligt volgens hem niet in buitenlandse concurrentie, maar in de Amerikaanse gewoonte om structureel meer uit te geven dan het produceert; gedreven door overheidstekorten van zo’n 2 biljoen dollar per jaar. Belastingen verhogen is politiek onhaalbaar, dus blijft men lenen. Het tekort wordt vervolgens verkocht als een buitenlandse samenzwering.

Maar Sachs blijft niet bij economie. Hij ziet een land dat steeds meer wordt bestuurd via noodverordeningen, terwijl die macht eigenlijk bij het Congres hoort te liggen. Hij waarschuwt dat de VS cruciale technologische ontwikkelingen heeft gemist – elektrische voertuigen, AI – terwijl China dankzij langetermijnplanning juist versnelt. De onvoorspelbaarheid van Trumps beleid kostte de wereldmarkt op één moment naar schatting 10 biljoen dollar aan waarde. Geen verschuiving van rijkdom, maar pure vernietiging ervan.

Sachs stelt dat de VS haar eigen gebrek aan discipline en visie maskeert door anderen de schuld te geven van een tekort dat ze zelf creëren. Hij zegt het droog: als Trump zijn student was, zou hij hem een onvoldoende geven. Helaas is Trump zijn president, wat de situatie “iets vreemder” maakt.

Buiten dit optreden om heeft Sachs zich nog scherper uitgelaten over het Trump-beleid. In A New Foreign Policy: Beyond American Exceptionalism (2018) stelt hij dat de ‘Amerikaanse Eeuw’ – begonnen in 1941 – eindigde op de dag van Trumps inauguratie. Volgens hem markeert ‘America First’ geen hernieuwde assertiviteit, maar een vrijwillige troonsafstand. Een vorm van nationaal narcisme die de VS isoleert terwijl de wereld multipolair wordt. De economische zwaartekracht is verschoven naar Azië, en Washington kan de rest van de wereld niet langer dwingen haar wil te volgen.

Bij de VN heeft Sachs felle kritiek geuit op het gebruik van eenzijdige sancties, onder meer tegen Venezuela en Iran. Hij noemt ze ineffectief én in strijd met het internationaal recht. In een rapport over Venezuela stelde hij zelfs dat Amerikaanse sancties direct hebben bijgedragen aan tienduizenden doden door gebrek aan medicijnen en voedsel; “oorlogsvoering via financiële weg”, noemt hij het.

Volgens Sachs is Trump geen incident, maar een symptoom van een dieper probleem: een politiek systeem waarin miljardairs beleid kopen via campagnefinanciering. Hij hekelt dat Trump defensie-uitgaven verhoogde terwijl hij bezuinigde op diplomatie. De VS verandert zo in een garnizoensstaat: overal militaire bases, maar nergens duurzame vrede.

Ondertussen blijven de echte problemen van de Amerikaanse arbeidersklasse liggen: dalende levensverwachting, stijgende zelfmoordcijfers, verdwijnende sociale vangnetten. Geen enkel tarief lost dat op. Sachs benadrukt dat de meeste industriële banen niet naar China zijn verdwenen, maar naar automatisering. Door China de schuld te geven, ontwijkt de overheid de verantwoordelijkheid om te investeren in omscholing en sociale zekerheid; “politieke lafheid”, noemt hij het.

Voor Sachs belichaamt Trump een natie die haar eigen internationale orde afbreekt uit frustratie over haar tanende macht. Zijn antwoord is geen nieuw protectionisme, maar een terugkeer naar multilateralisme en de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.

Vermogensbelasting is een privilege, geen last

Waarom belasting op werkelijk rendement geen straf is, maar de contributie voor een stabiel land.

De transitie naar een stelsel waarin vanaf 2028 niet langer met fictieve rendementen maar met de werkelijke winst op kapitaal wordt gerekend, roept felle emoties op. De essentie van deze verandering in box 3 is simpel: de fiscus belast voortaan het reële financiële resultaat uit sparen, beleggen en vastgoed.

De overgang naar een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement in 2028 wordt door De Telegraaf vaak geframed als een aanval op het individu; in werkelijkheid is het de noodzakelijke prijs voor de grond waarop dat individu staat. Het resultaat van de enquêtes onder lezers is geen economische analyse, maar een illustratie van de structurele weerstand tegen het maatschappelijk contract. Het gaat de krant nooit om een objectieve graadmeter van de publieke opinie, maar om een bevestiging van een bestaand wereldbeeld (zie onder).

Het is belangrijk om te beseffen dat deze belasting enkel de groep treft met een vermogen boven de vrijstellingsgrens van circa 60.000 euro; dit zijn doorgaans niet de burgers die direct in de knel komen door stijgende huren of energielasten. Belastingheffing fungeert hierbij als de contributie voor een functionerende rechtsstaat. Het is een essentieel onderdeel van het sociaal contract: burgers dragen financieel bij en krijgen daar collectieve voorzieningen voor terug. Toch lijkt de bereidheid om dit deel van de afspraak na te komen bij elke nieuwe maatregel te wankelen. Terwijl beleggers ageren tegen de heffing, kampen de zorg en de woningmarkt met grote tekorten.

De econoom Thomas Piketty onderbouwde met harde cijfers dat vermogensongelijkheid inherent toeneemt wanneer het rendement op kapitaal groter is dan de economische groei. Zonder actieve herverdeling middels belastingen blijft deze kloof generatie op generatie groeien. De hervorming van box 3 moet dan ook niet worden gezien als een vijandige actie tegen welgestelden, maar als een noodzakelijk instrument om de door Piketty beschreven scheefgroei in te dammen.

Hoewel de kritiek op de jarenlange gebrekkige uitvoering en de juridische misslagen van de overheid volledig terecht is — zoals de Hoge Raad ook bevestigde — gaat de principiële weerstand tegen het belasten van werkelijk rendement dieper. Het suggereert een groeiend onbegrip over de herkomst van welvaart.

Men vergeet dat individuele vermogensopbouw onmogelijk is zonder een solide publieke basis. Een veilige omgeving, goede infrastructuur en toegankelijke zorg zijn de randvoorwaarden voor economisch succes. Deze collectieve faciliteiten vereisen financiering. In die optiek is de plicht om belasting te betalen geen zware last, maar juist een bewijs dat men profiteert van een stabiel en welvarend land.

Wanneer een medium als De Telegraaf haar lezers vraagt naar vermogensbelasting, is de uitkomst methodologisch gezien nagenoeg een voldongen feit. Dit fenomeen laat zich verklaren door drie wetenschappelijke principes:

  1. Bevestigingsvooroordeel (Confirmation Bias): De lezerspopulatie deelt vaak al een specifieke politiek-economische voorkeur. De vraagstelling en de context van de krant sturen aan op een antwoord dat dit wereldbeeld bevestigt, in plaats van uitdaagt.
  2. Zelfselectie: Alleen de meest geëmotioneerde lezers (vaak zij die direct een ‘offer’ vrezen te moeten brengen) nemen de moeite om te stemmen. Dit creëert een vertekend beeld van de werkelijke maatschappelijke consensus.
  3. Verliesaversie: Psychologisch weegt het verlies van een klein deel van het eigen vermogen (belasting) zwaarder dan de abstracte winst van een stabiele zorgsector of woningmarkt voor de volgende generatie.

    De rubriek WatuZegt van De Telegraaf staat bekend om stellingen die direct inspelen op de emotie rondom de eigen portemonnee. De specifieke stelling rondom de wijziging van het box 3-inkomen en het werkelijk rendement luidde in die context: “De nieuwe box 3-heffing is een ordinaire roofoverval op de spaarder en belegger.”

    Het voorspelbare resultaat van dergelijke enquêtes is dat een overweldigende meerderheid (vaak tussen de 80% en 95%) het met de stelling eens is. Dit bevestigt precies het punt hierboven: de focus ligt op het individuele verlies, waarbij de collectieve baten volledig buiten beschouwing worden gelaten.

Box 3 als noodrem op de ongelijkheid

Vermogensheffing beschermt het fundament van ons maatschappelijk contract; de collectieve veiligheid van de rechtsstaat.

De overgang naar een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement in 2028 wordt vaak geframed als een aanval op het individu; in werkelijkheid is het de noodzakelijke prijs voor de grond waarop dat individu staat. Wie vanaf 2028 belasting betaalt over de reële winst uit sparen, beleggen of vastgoed, doet dat niet omdat de overheid hem wil dwarsbomen, maar omdat hij succesvol opereert binnen de veiligheid van een georganiseerde rechtsstaat.

De paradox van de welvaart: de ‘Stelling van de Dag’ bevestigt telkens opnieuw de groeiende kloof tussen privaat gewin en de bereidheid om bij te dragen aan het publieke fundament. Een voorspelbare echo in de echokamer: wanneer de Telegraaf-lezer wordt gevraagd naar een vrijheidsbijdrage (wat vermogensbelasting feitelijk is), wint het eigenbelang het steevast van het maatschappelijk contract. We zien de collectieve onwilligheid van recht Nederland in beeld gebracht. De uitslag van deze enquête zegt meer over de angst voor nivellering dan over de noodzaak van een stabiele rechtsstaat.

Iedereen die box 3-belasting betaalt, beschikt over een vermogen dat de vrijstelling van bijna 60.000 euro overstijgt. Dit is niet de groep die wakker ligt van exploderende huren of wachtlijsten in de zorg, maar juist de groep die het meest te verliezen heeft bij een instabiele samenleving. Belastingheffing is geen boete op succes, maar de premie voor het maatschappelijk contract. De burger draagt bij en verwacht daar een functionerend land voor terug. Toch lijkt de bereidheid om dat eigen aandeel te leveren bij elke maatregel opnieuw ter discussie te staan, terwijl de publieke sector onder de druk bezwijkt.

Thomas Piketty toonde in Het kapitaal in de 21ste eeuw met wiskundige precisie aan dat vermogensongelijkheid zichzelf versterkt wanneer het rendement op kapitaal de economische groei structureel overstijgt. Zonder correctiemechanismen zoals een vermogensheffing groeit de kloof tussen bezit en arbeid onhoudbaar door. De hervorming van box 3 is daarom geen ideologische pesterij, maar een bescheiden en noodzakelijke rem op een gevaarlijke economische tendens die de sociale cohesie bedreigt.

Natuurlijk is de kritiek op de uitvoering terecht. Het jarenlange gebruik van fictieve rendementen was een juridisch wangedrocht dat de rechtsstaat onwaardig was. Maar de verontwaardiging over het belasten van echte winst verraadt een dieper probleem: een deel van Nederland lijkt de verbinding kwijt met de bron van hun eigen welvaart.

Zonder een robuuste infrastructuur, hoogwaardige gezondheidszorg en de collectieve veiligheid van de rechtsstaat is het onmogelijk om vermogen op te bouwen of te behouden. Die stabiliteit is niet gratis; het vereist georganiseerd, collectief kapitaal. Dat noemen we belasting. Mogen bijdragen aan een land dat overeind blijft, is geen last die we moeten ontwijken, maar het ultieme privilege van de vermogende burger.

PS: De uitslag van de peiling van De Telegraaf is geen economische analyse, maar een illustratie van de structurele weerstand tegen het maatschappelijk contract. Waar de lezersschare een ‘roofoverval’ ziet, negeert zij de collectieve voorzieningen die hun vermogensopbouw überhaupt mogelijk maken. De voorspelbare uitkomst van deze enquête bevestigt de ‘verliesaversie’ van een groep die het eigen directe belang consequent zwaarder laat wegen dan het publieke fundament van de rechtsstaat