Het wederzijds onbegrip is uit balans

Compassie en dialoog dichten de kloof niet meer.

Fascistisch gedrag contextualiseren met verzachtende verklaringen oogt angstig en doelloos. Compassie voor klootzakken schaadt hun slachtoffers. Kwaad met strafrecht aanpakken is geen schande. Stop de slappe vergevingsgezinde psychotalk.

In een van zijn columns haalt Sander Schimmelpenninck fel uit naar het pleidooi van Bernice Franssen, die oproept tot meer compassie en dialoog met radicaal-rechts om de maatschappelijke kloof te dichten.

Volgens de columnist is deze benadering gebaseerd op een naïeve en elitaire misinterpretatie van filosofische concepten, waarbij onterecht wordt gesuggereerd dat er sprake is van een gelijkwaardige ‘cyclus’ van wederzijds onbegrip. De tekst stelt dat empathie een effectief instrument kan zijn in een therapeutische een-op-een-setting, maar dat het volstrekt tekortschiet als politiek antwoord op een beweging die de democratische rechtsstaat actief probeert te ondermijnen.

In plaats van de “toonpolitie” te volgen en begrip op te brengen voor onverdraagzaamheid, pleit de schrijver voor een strijdbaardere houding. Het idee dat men fascistoïde overtuigingen met zachtmoedigheid kan bestrijden, wordt afgedaan als een gevaarlijke vorm van paternalisme die de kwaadwilligheid van de tegenstander uit het oog verliest. De conclusie is helder: in de confrontatie met vijanden van de democratie is het winnen van de ideologische strijd belangrijker dan het bewaren van de lieve vrede of het vermijden van conflict.

Het gaat hier om een klassiek conflict tussen de ethiek van de dialoog en de ethiek van de weerbare democratie. De kern van de kritiek in de column is eigenlijk een fundamenteel meningsverschil over de aard van politiek:

  • Bernice Franssen (en de stroming die zij vertegenwoordigt) ziet politiek als een proces van heling en verbinding, waarbij onbegrip de bron van het probleem is.
  • De columnist ziet politiek als een strijd tussen onverenigbare waarden, waarbij het niet gaat om een gebrek aan begrip, maar om een fundamenteel verschil in intentie (kwaadwilligheid versus democratie).

Het is interessant om te vermelden dat dit debat in de politieke filosofie bekendstaat als de “Paradox van de tolerantie” van Karl Popper. Deze stelt dat als een samenleving onbeperkt tolerant is, zelfs tegenover degenen die intolerant zijn, de toleranten uiteindelijk zullen worden vernietigd en de tolerantie met hen.

De achterkant van de ontamerikanisering

Dank Marcia voor de plastische voorstelling van zaken.

We ontamerikaniseren onze digitale systemen of anders: “Vol overgave de dikke lillend-witte Amerikaanse presidentiële reet likken.” Marcia Luyten plaatst het woord ‘ondernemen’ in een nieuwe ‘konttext’. Het vult een afzichtelijk gat, zeg maar. ONT- of KONTamerikaniseren, that is the question.

De democratie is een kostbaar goed

Met iedere aanslag sloopt Israël zijn eigen rechtstaat.

Mijn eerste associatie was: napalm. De tweede: Zyklon B. Wat de Israëlische regering van de geschiedenis had kunnen leren, is dat verschrikkingen niet moeten worden herhaald. Maar Netanjahu c.s. verspreidt zenuwgas in woorden en daden.

https://www.volkskrant.nl/buitenland/israel-sproeit-landbouwgif-in-grensgebied-libanon-en-syrie-rampzalige-gevolgen-voor-de-grond~bff93157/

De paradox van de agro-industrie

Agro-industrie & boerocratie doen denken aan anarcho-primitivisme: landbouw als bron van een cliëntelistische staat die boeren helpt via subsidies en uitzonderingsregels. Resultaat: een sector die vasthoudt aan een vervuilend overlevingsmodel. En die critici bedreigt.

De begrippen agro-industrie en ‘boerocratie’ vertonen een sterke ideologische verwantschap met het anarcho-primitivisme. Deze stroming voert de wortels van hiërarchie en sociale dwang terug naar de neolithische revolutie: het moment waarop de mens overstapte van het jagen en verzamelen naar vaste landbouw. In deze visie was de ‘uitvinding’ van de boer de noodzakelijke voorwaarde voor de geboorte van de staat, die immers afhankelijk was van belastbare overschotten.

In de moderne tijd heeft de staat de agro-industrie verder vormgegeven via een complex stelsel van prijssteun, garanties en uitzonderingsbepalingen. Dit beleid was primair gericht op schaalvergroting en maximale productie, waarbij de ecologische grenzen vaak ondergeschikt werden gemaakt aan economische belangen. Hierdoor is een systeem ontstaan waarin boerenbedrijven structureel afhankelijk zijn geworden van subsidies en industriële input (zoals kunstmest en bestrijdingsmiddelen).

Deze ‘lock-in’ creëert een situatie waarin de agrarische sector vastzit in een kapitaalintensief model. De weerstand tegen strengere milieunormen komt dan ook voort uit een economisch overlevingsmechanisme: binnen het huidige agro-industriële kader is de overstap naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering voor velen financieel onhaalbaar zonder de volledige afbouw van het huidige systeem.

PS: Ik spreek in het BlueSky-bericht van een cliëntelistische staat, omdat ik wil wijzen op de politieke “vriendjespolitiek” waarbij de staat de agrarische achterban tevreden houdt met gunstige regels in ruil voor steun. Misschien had ik nog beter kunnen kiezen voor het woord corporistisch. Een corporatistische staat kenmerkt zich namelijk door de nauwe verwevenheid tussen de overheid en grote belangengroepen (zoals de agro-industrie). Dit dekt precies de lading van de ‘boerocratie’: een systeem waarin beleid, subsidies en uitzonderingsregels worden afgestemd op de belangen van de gevestigde machtsblokken. En dan is er een nog ontoegankelijker woordencombinatie, namelijk ‘Interventionistische staat’. Dat is een neutrale, wetenschappelijke term voor een staat die de markt kunstmatig stuurt (via die subsidies en prijssteun).

Mijn Valentijn, who bist du?

Wellicht surveilleert hij stiekem boven mijn huis.

Ik geloof dat ik vriend Peter ben verloren omdat ik hem plaagde met zijn Drone-cursus. Voor de studie en materiaalaanschaf gebruikte hij zijn Persoonlijk Ontwikkelbudget (POB). Daar mag iedere werknemer van Prorail uit putten voor opleidingen, trainingen, workshops of loopbaanactiviteiten. Je kunt dit binnen fiscale grenzen grotendeels zelf inzetten, zonder aparte toestemming vooraf. Het resterend budget mag worden meegenomen naar het volgende jaar. Peter had er vorig jaar geen beroep op gedaan; vandaar dat hij ditmaal tweemaal € 1.000 kon inzetten. De aanschaf van de drone en toebehoren werden als essentieel gezien om het vliegbrevet met goed gevolg te kunnen halen.

“Hé, ben je iets nuttigs gaan doen met je speeltje?”, schreef ik bij dit knipsel uit de Volkskrant dat niet over ‘mijn’ Peter gaat maar over dasseninspecteur Peter Klaver.

Mijn kritiek op die geldsmijterij is dat de kosten van zulke emolumenten tot stijgende prijzen van treinkaartjes en trajecttoeslagen leiden (die toch al niet mals zijn). Daar was hij het overigens mee eens. Maar ja, zijn tegenargument klonk ook niet onlogisch: de mogelijkheden bestonden nu eenmaal. Hij maakte daar dus gewoon maar gebruik van. Zou ik niet hetzelfde hebben gedaan als ik nog treindienstleider was?

Die vraag moet ik schuldig blijven. Ik maakte ooit een veiligheidsfout en verliet het bedrijf voortijdig. Misschien ben ik sindsdien gevoelig voor alles wat met verkeersleiding te maken heeft. Het is een feit dat ik het altijd als een deceptie heb ervaren dat ik daar zelf de hand in heb gehad. Niet alleen in het abrupte einde van mijn loopbaan, maar ook in de manier waarop ik sindsdien naar spoorzaken ben blijven kijken; alsof ik nog steeds langs de kant van het emplacement sta, terwijl de treinen zonder mij vertrekken.

Ik was ook nooit de beste verkeersleider, moet ik eerlijk zeggen. Ik ging altijd wat nerveus naar het werk. Anderen leken het overzicht moeiteloos te bewaren; zij spraken over het omzetten van wissels, het vrijgeven van rijwegen en het uitschakelen van bovenleidingen alsof het schaakzetten waren. Bij mij zat er altijd een fractie twijfel tussen waarnemen en handelen. Niets dramatisch, meestal niet eens zichtbaar voor collega’s, maar genoeg om je eigen vertrouwen langzaam uit te hollen. Die ene veiligheidsfout was misschien onvermijdelijk. Achteraf voelt hij bijna logisch, alsof hij al jaren onderweg was.

Misschien kijk ik daarom zo scherp naar alles wat met het spoor te maken heeft. Niet uit superioriteit; eerder uit een mengeling van spijt en nostalgie. Jaloezie speelt waarschijnlijk ook mee. Peter staat nog midden in het bedrijf, tussen de dienstregelingen en het koffieautomaat, waar het gesprek altijd ergens over storingen, collega’s of reorganisaties gaat. Hij hoort daar nog bij. Ik niet meer.

Dat persoonlijk ontwikkelbudget is trouwens ooit door de vakbond binnengehaald, althans zo gaat het verhaal. Een verworven recht, bedoeld om werknemers wendbaar te houden in een sector die voortdurend verandert. Nieuwe technieken, digitalisering, drones blijkbaar ook. In theorie een prachtig idee: mensen de kans geven zichzelf opnieuw uit te vinden zonder meteen afhankelijk te zijn van leidinggevenden of budgetrondes. In de praktijk betekent het soms dat iemand met twee keer duizend euro aan opgespaard budget thuiskomt met een drone die meer kost dan mijn eerste auto.

En daar begon dus het plagen. Bovenop mijn eerste kritiek stapelde ik wat kleine opmerkingen richting Peter (zie afbeeldingen). Aanvankelijk was het onschuldig. Een opmerking hier, een krantenknipsel daar. Ik vond het geestig; precies scherp genoeg om grappig te zijn, zo dacht ik. Maar Peter reageerde niet. Humor werkt uitstekend zolang beide partijen weten dat het een grap is. Maar ergens onderweg verloor ik misschien dat kompas. Misschien omdat ik eigenlijk niet met hem sprak, maar met mezelf, met de versie van mij die ooit ook recht had gehad op cursussen, certificaten en nieuwe kansen.

Sindsdien is het stil. Ik ben inmiddels benieuwd naar die dronefilmpjes. Waar vliegt hij zoal heen als vreemde vogel en wat brengt hij in beeld? Ik kijk steevast naar boven als ik mijn huis verlaat.

Mijn begeleidend commentaar bij dit knipsel uit de NRC luidde: “Jij haalt de krant wel vaak, de laatste tijd.” Het ging overigens om een interview met de opiniepeiler Peter Kanne.