Tussen Ritueel en Overleving

Wat twee Himalaya‑documentaires onthullen over nomadisme, sentiment en de blik van de camera.

Ik heb zo’n vriend die, zodra ik hem enthousiast wijs op een documentaire die mij heeft geraakt, bijna automatisch laat weten dat hij óf die film al heeft gezien, óf het onderwerp allang kent. Daarna volgt steevast een kleine tirade over wat er volgens hem allemaal mis mee is, om vervolgens met een alternatief te komen. Zo ook toen ik hem vertelde over The Nomads of Dolpo, een film die me oprecht had ontroerd. Zijn reactie: ‘Die muziek en die voice-over waren zó irritant dat ik ben afgehaakt, maar het onderwerp is fascinerend. Ik meen me te herinneren dat ik jaren geleden een docu over de zoutmannetjes heb gezien.’ Even later stuurde hij me een link naar Die Salzmänner von Tibet.

Links de sacrale rust van Die Salzmänner von Tibet; rechts de rauwe werkelijkheid van The Nomads of Dolpo, waar een zoon het lichaam van zijn overleden vader op de rug neemt om hem naar de crematieplaats te brengen; een onverwacht onheil dat de karavaan vier dagen ophoudt en de familie extra kwetsbaar maakt voor de oprukkende winter. Een beeld dat het grote verschil in toon tussen beide films pijnlijk zichtbaar maakt. Toegegeven: ‘mijn’ film leunt meer op sentiment, maar ik zou dat geen effectbejag of gemakzuchtige emotie willen noemen.

Laat één ding duidelijk zijn: hij doet dit niet om mij te treiteren. Hij weet zelf ook hoe irritant betweterigheid kan zijn. ‘Excuses dat ik altijd zo overdreven kritisch ben,’ schreef hij er daarom bij, ‘maar ja, je moet het maar doen met zo’n zeikerd van een vriend.’ Bij hem werkt het anders dan bij de meeste mensen: hij reageert niet uit superioriteit, maar uit een diepgewortelde gevoeligheid voor vorm en toon. Alles wat te sentimenteel, te nadrukkelijk of te glad is, schuurt bij hem onmiddellijk. En juist daardoor wijst hij me soms op iets dat ik anders nooit had ontdekt.

En eerlijk is eerlijk: in dit geval had hij een punt. Want als je The Nomads of Dolpo naast Die Salzmänner von Tibet legt, zie je dat het vooral het sentiment is dat de twee films van elkaar scheidt. De eerste is een emotioneel geladen familie‑epos, compleet met muziek die je bij de hand neemt en een voice‑over die je door het verhaal leidt. De tweede is juist bijna ascetisch: een rituele, verstilde observatie waarin geen ruimte is voor sentiment, alleen voor traditie, ritme en de heiligheid van arbeid. Waar Dolpo je raakt in het hart, raakt Salzmänner je in de ziel; en mijn vriend heeft nu eenmaal een ingebouwde allergie voor alles wat te nadrukkelijk aan dat eerste trekt. Juist daarom werd het interessant om beide films naast elkaar te leggen en te zien wat ze, ondanks hun totaal verschillende toon, onthullen over nomadisme in het Himalayagebied.

In deze regio is de rondtrekkende traditie nog niet gereduceerd tot cultureel erfgoed; het is er simpelweg de enige manier om stand te houden. De hoogvlaktes van Tibet en de valleien van Dolpo in Nepal delen een eeuwenoude economie die draait om yaks, zout, gerst en de ritmiek van seizoenen die genadeloos zijn. Toch tonen deze twee documentaires dat nomadisme niet één verhaal is, maar een spanningsveld tussen ritueel en overleving, tussen traditie en verandering, tussen gemeenschap en individu. Hoewel ze dezelfde wereld betreden, doen ze dat met een totaal andere filmische blik, en juist dat verschil maakt zichtbaar hoe veelzijdig dit bestaan is; en hoe verschillend het kan worden verteld.

In Die Salzmänner von Tibet wordt de zoutkaravaan niet gepresenteerd als een economische activiteit, maar als een heilige choreografie. Vier mannen bereiden zich voor op een negentig dagen durende tocht naar het mythische Tsento‑meer, waar zout niet wordt gewonnen maar verzameld onder het toeziend oog van een godin. Alles is ritueel: het kiezen van een gunstige dag, het bereiden van offers, het spreken van een geheime taal, het naleven van voorbeeldig gedrag. De film toont nomadisme als een kosmisch contract: de mens beweegt door het landschap, maar het landschap beweegt ook door de mens.

In The Nomads of Dolpo is de zouttocht geen ritueel maar een familiale migratie. Karma Tshering leidt zijn vrouw, kinderen en yaks door bergpassen boven de vijfduizend meter. De tocht is niet sacraal, maar existentieel: als ze te laat vertrekken, sluit de winter de passen en sterft de kudde. Hier is het trekkersbestaan geen ceremonie maar een levenslijn; een traditie die wankelt onder armoededruk en de vraag of de kinderen dit leven nog willen of kunnen voortzetten. Waar Salzmänner een wereld toont die lijkt te bestaan buiten de tijd, toont Dolpo een wereld die tegen de tijd in probeert te blijven bestaan.

Die verschillen worden pas echt scherp zodra je ziet hoe beide filmmakers de lens hanteren. De camera van Salzmänner is stil, geduldig, bijna monastiek. Ze observeert, dringt zich niet op, bewaart afstand om nabijheid mogelijk te maken. Lange shots van yaks die zich door de vlakte bewegen, rituele handelingen die in real time worden getoond; het is een beeldtaal die doet denken aan klassieke etnografische cinema. De film laat je niet alleen zien wat er gebeurt, maar hoe het voelt om deel uit te maken van een traditie die ouder is dan het geheugen.

De camera van Dolpo is beweeglijker, menselijker, soms zelfs wankel; en dat is precies de bedoeling. Ze volgt de familie door sneeuw, rotspartijen en wind, registreert emoties: vermoeidheid, verdriet, doorzettingsvermogen. Close‑ups van kinderen die worstelen met de hoogte, shots die de gevaren van de passen voelbaar maken, een ritme dat de fysieke inspanning weerspiegelt. Waar Salzmänner contemplatief is, is Dolpo kinetisch. De camera ademt mee met de karavaan.

Ook narratief staan de films lijnrecht tegenover elkaar. Salzmänner vertelt geen verhaal in klassieke zin: geen conflict, geen dramatische boog, geen psychologische ontwikkeling. Het narratief is cyclisch, zoals de seizoenen. De mannen vertrekken, verzamelen zout, keren terug. Het drama zit niet in gebeurtenissen, maar in de betekenis ervan. De film is een mythe in documentairevorm. Dolpo daarentegen is een epos: de dreiging van de winter, de fysieke uitputting, het verlies van een familielid onderweg, de vraag of deze manier van leven toekomst heeft. Het narratief is lineair en emotioneel geladen, een reisverhaal dat de kijker meeneemt in de kwetsbaarheid van een familie die letterlijk tussen leven en dood navigeert.

Wanneer je deze films naast elkaar ziet, ontstaat een dieper begrip van nomadisme in het Himalayagebied. Het is zowel sacraal als praktisch, zowel collectief als familiaal, zowel tijdloos als bedreigd; het is zowel een kosmologie als een economische noodzaak. Samen vormen de documentaires een tweeluik dat laat zien hoe een eeuwenoude levenswijze zich staande probeert te houden in een wereld die steeds sneller verandert.

Misschien is dat wel de reden dat ik beide films koester, elk op hun eigen manier. De één herinnert me eraan dat tradities niet zomaar gebruiken zijn, maar dragers van betekenis. De ander laat zien dat achter elke traditie mensen schuilgaan die moeten leven, lijden, kiezen en doorgaan. Ergens tussen die twee polen – tussen ritueel en overleving – bevindt zich de ruimte waarin nomadisme nog altijd ademt. Misschien is dat ook de ruimte waarin wij, kijkers, iets kunnen leren over onze eigen manier van bewegen door de wereld.

Die manier van bewegen blijft een strikt persoonlijke exercitie. Het verklaart waarom filmvoorkeuren onherroepelijk uiteenlopen. Mijn vriend, met zijn hypergevoelige antenne voor vorm en toon, laveert moeiteloos mee op de meditatieve golven van Salzmänner; hij ziet er een pure, onbevlekte esthetiek in die gevrijwaard blijft van goedkoop sentiment. Ik daarentegen krijg bij dat soort devotionalia al snel last van jeuk. De rauwe, aardse logica van Dolpo ligt mij van nature beter. Waar hij loutering vindt in een kosmos vol rituelen, kies ik voor de overlevingstocht van vlees en bloed.

Uiteindelijk heb ik weinig met esoterische abstracties, zoals mijn lezers inmiddels weten. Ik zie de menselijke conditie het liefst gereduceerd tot wat ze werkelijk is: een bittere, tastbare noodzaak om de winter voor te blijven. Met zo’n ‘zeikerd van een vriend’ wordt mijn blikveld ruimer maar houd ik ook scherp waar mijn nuchterheid ophoudt en zijn sacrale wereld vol vormesthetiek begint.

Een breuk in het script

Wanneer het leven de vlogger inhaalt.

Bij het openslaan van een roman of het starten van een Netflix-serie sluiten we een stilzwijgend pact met de maker; we accepteren de chaos op het scherm, simpelweg omdat we weten dat er achter de schermen een scenarist waakt over de rode draad. Hoe grillig de plot ook mag lijken, het is een geconstrueerde ononderbrokenheid die ons onvermijdelijk naar een doordacht slot voert. Maar wie zich begeeft in de wereld van de avontuurlijke vlogger, stapt in een verhaal zonder vangnet. Hier is geen sprake van een regisseur die ‘cut’ roept als de realiteit te rauw wordt; hier kan het leven met een botte bijl inhakken op de verhaallijn. Het is de ultieme kwetsbaarheid van de ‘unscripted’ mens: de droom die niet eindigt met een geplande apotheose, maar met een technisch debacle dat geen enkele scriptschrijver had durven indienen bij zijn producent.

Maak kennis met Molly, een jonge vrouw die met haar kanaal Molly’s Sea Stories (mollysseastories op Instagram) de belichaming was van de moderne ontsnappingsdrang. Haar metgezel? De Kyeema, een stalen dame die haar de ultieme vrijheid beloofde. Het kanaal ademde die typische, aanstekelijke naïviteit van de vroege ontdekkingsreiziger: de oceaan als decor voor een eindeloze zoektocht naar zelfstandigheid en verre horizonten.

Al snel bleek dat de Kyeema niet alleen een schip was, maar een gulzige verzameling mechanische uitdagingen. Wat begon als een romantisch epos, veranderde langzaam in een kroniek van defecte alternatoren, slippende v-snaren en accu’s die de geest gaven. Het avontuur werd een uitputtingsslag waarbij de horizon steeds vaker werd geblokkeerd door een geopende motorkap.

Het centrale motief van dit epos is tevens de meest wrange verklaring voor het uiteindelijke falen: de paradox van de onafhankelijkheid. In de moderne beeldvorming wordt zeilen vaak gepresenteerd als de ultieme ontsnapping aan de maatschappelijke systemen; een leven op eigen kracht, gedreven door de wind. De realiteit is echter dat een zeiljacht een drijvende micro-kosmos is van complexe techniek.

Wie de oceaan opzoekt zonder fundamentele technische vaardigheid, creëert onbedoeld de meest extreme vorm van afhankelijkheid die denkbaar is. In plaats van vrij te zijn, word je een gijzelaar van het toeval. Elke hapering van de motor of elk defect aan de elektronica verandert de kapitein in een toeschouwer van haar eigen ondergang. Het gebrek aan ‘wetenschappelijke soundness’ – de nuchtere kennis van hoe krachten, corrosie en verbranding op elkaar inwerken – zorgt ervoor dat de droom niet wordt gestuurd door de koers van het roer, maar door de grillen van externe redders. Deze technische onmacht fungeert als een onzichtbaar anker dat, ongeacht de goede bedoelingen, elke voortgang uiteindelijk onmogelijk maakt.

Midden in deze mechanische gijzeling verscheen Tom, de drijvende kracht achter het kanaal What In The World. Hij was de personificatie van de ontbrekende schakel: de man die niet alleen de horizon zag, maar ook begreep hoe je daar moest komen als de wind wegviel. Tom bracht een broodnodige medische interventie voor de Kyeema. Hij reviseerde lieren, verving v-snaren en bracht een kalmte aan boord die alleen voortkomt uit het beheersen van de materie. Voor de kijker was hij de ‘deus ex machina’ die de verhaallijn behoedde voor een voortijdig einde.

Toch was het niet alleen de techniek die de kijkers aan het scherm gekluisterd hield. Er ontstond een onmiskenbare synergie tussen Tom en Molly die de video’s een diepere, bijna literaire laag gaf. We kijken immers liever naar een hart dat klopt dan naar een motor die draait. De tederheid in de interactie en de gedeelde kwetsbaarheid tijdens zware oversteken voedden de hoop op een groter verhaal. Of er nu sprake was van een klassieke romance of een diepe verbondenheid door gedeelde nood; het element van menselijke genegenheid was de lijm die de brokkelige verhaallijn tijdelijk weer tot een eenheid smeedde. Het maakte de reis voor het publiek persoonlijk; de boot werd een thuis, en de tweekoppige bemanning een belofte.

Uiteindelijk bleek de realiteit echter een onverbiddelijke scenarist. In de gedenkwaardige aflevering 100 zagen we hoe de wetten van de fysica en de genadeloze logica van de economie het laatste woord opeisten. De Kyeema was simpelweg “op”. De structurele gebreken en de financiële uitputting dwongen hen tot een besluit dat even onbaatzuchtig als hartverscheurend was: de boot moest worden weggegeven.

Het is het definitieve einde van een verhaallijn die niet bezweek onder een gebrek aan passie, maar onder het gewicht van zijn eigen paradoxen. De droom van vrijheid eindigde in een haven waar de sleutels werden overgedragen; een herinnering achterlatend aan een reis die ons leerde dat je de wereld kunt bevaren op hoop, maar dat je alleen thuiskomt met een werkende dynamo.

Begint het ijs nu pas echt te kraken?

De transformatie van solo naar symbiose en de onzekere koers van het aan wal gaan.

Wat bezielt een mens om de relatieve veiligheid van de Finse kust te verruilen voor de onverbiddelijke grijstinten van de Noordelijke IJszee? Het YouTube-kanaal Alluring Arctic Sailing begon niet als een gelikt mediaproject, maar als een minimalistische studie in menselijke volharding. Juho Karhu, de protagonist van dit epos, belichaamde jarenlang de archetypische solo-zeiler; een man die schijnbaar genoeg had aan een stalen romp, een paar ski’s en de ijzige stilte van de hoge breedtegraden. De vroege jaren van het kanaal werden gekenmerkt door een zekere ascetische esthetiek. Juho navigeerde de fjorden in zijn eentje, waarbij de kijker getuige was van een technische dialoog tussen mens en element.

Hoewel de vroege dagen van Alluring Arctic een frisse wind brachten door de focus op expedities in hoge breedtegraden in plaats van de standaard tropische ‘bikini-zeil-vlogs’, zie je vaak een verzadigingspunt optreden bij dit soort content. YouTube beloont extreem dramatische verhaallijnen, maar bij zeilkanalen treedt er na een paar seizoenen soms ‘avontuur-moeheid’ op bij het publiek; hoe spectaculair de fjorden ook zijn, voor de gemiddelde kijker begint de tiende storm op elkaar te lijken. Tja, en als je dan ook nog voor langere tijd aan land gaat…

Die dynamiek veranderde enigszins toen zijn partner aan boord kwam. Wat aanvankelijk een verslag van nautische ontberingen was, transformeerde in een liefdesverhaal – zo keek ik er althans naar – met nog wel de extreme druk van een onverbiddelijke omgeving, maar ook met beelden van twee jongverliefde mensen. Voor mij monsterde Sohvi Kangasluoma precies op tijd aan. Ik zwijmelde. Ze waren nu in ieder geval samen. Sohvi was een PhD Candidate aan het Arctic Centre van de Universiteit van Lapland toen ze aanmonsterde (inmiddels heeft ze een doctorsgraad). Ze zat in de laatste, zware fase van haar promotietraject en profiteerde optimaal van de reis met Juho door tijdens hun tochten daadwerkelijk onderzoek te doen en aan haar proefschrift te schrijven. De boot was dus niet alleen een vervoermiddel voor ski-avonturen, maar ook een varend laboratorium.

Deze overgang van individuele overlevingsdrang naar een gedeeld lot werd bezegeld met de aanschaf en de collectieve renovatie van een nieuw schip. Het opknappen van de boot fungeerde als een metafoor voor hun gezamenlijke toekomst; een wetenschappelijk onderbouwde herstructurering van hun leven om de meest vijandige omgevingen op aarde te kunnen weerstaan. Het resultaat was een uniek genre: de expedition-romance.

Een van de meest onderscheidende kenmerken van hun reis was de synergie tussen zeilen en skiën. Door berghellingen aan te varen die enkel via het water bereikbaar zijn, creëerden zij hun eigen privé-resort; een vorm van toerisme die zo exclusief is dat de enige getuigen de camera en de poolwind waren. Het was deze combinatie van maritieme kunde en alpine durf die het kanaal naar een eenzaam hoog niveau tilde.

Dit culmineerde in twee monumentale prestaties: De Noordwestpassage; een onderneming met twee goede vrienden waarbij de grenzen van navigatie en groepsdynamiek werden opgezocht. En de Overwintering; het absolute magnum opus. Twee mensen met hun Groenlandse hond Nova – die zij ter plaatse adopteerden, daarmee hun band met het landschap definitief bezegelend – in een bewust ingevroren schip in een verlaten baai. De psychologische en fysieke impact van het ‘vastzitten’ als een bewuste keuze, bood een zeldzame inkijk in een leven dat volledig is losgekoppeld van de moderne tijdrekening.

Toch kent elk verhaal zijn schaduwkanten. De aflevering waarin zij meevoeren met Groenlandse zeehondenjagers zorgde voor een stevige dissonant. Hoewel het een eerlijke, bijna rauwe weergave was van een eeuwenoude overlevingstraditie, botste de bloedige realiteit van de jacht frontaal met de gepolijste verwachtingen van een deel van het westerse publiek. Het was een moment waarop de kijker bruut werd herinnerd aan het feit dat de natuur in de Arctis niet alleen een decor is voor mooie plaatjes, maar een functionele en vaak meedogenloze werkelijkheid. Dat zij deze beelden durfden te tonen, getuigt van een integriteit die zeldzaam is op YouTube, zeker ook omdat die aflevering hen kijkers kostte.

Op dit moment bevindt Alluring Arctic zich in rustiger vaarwater; letterlijk en figuurlijk. ‘Sailing’ is bewust verwijderd uit de titel. Met de boot in de stalling en het paar in een Fins vakantiehuis, is de constante dreiging van het ijs vervangen door de alledaagsheid van het vasteland. Juho heeft bovendien de zakelijke koers verlegd door Patreon de rug toe te keren en abonnementen in eigen beheer te nemen. Patreon is weliswaar de industriestandaard voor het financieel ondersteunen van makers, maar het platform fungeert ook als een machtige tussenpersoon die een aanzienlijk percentage van de inkomsten opeist en de directe communicatie met de achterban bemoeilijkt. Juho’s overstap naar een eigen systeem is een stap naar volledige autonomie die past bij zijn karakter; het is de digitale variant van solo-zeilen waarbij hij liever zelf aan het roer staat van zijn community dan afhankelijk te zijn van de grillen van een extern platform. Het brengt echter ook risico’s met zich mee voor de continuïteit, want zonder de vertrouwde infrastructuur van een grote speler moet hij zijn volgers nu op eigen kracht aan boord houden.

Het succes van dergelijke kanalen stoelt vaak op een constante escalatie van avontuur. Nu de grootste mijlpalen zijn bereikt, rijst de vraag: wat nu? Kan een verhaal dat gedijt bij ontbering, overleven in de geborgenheid van een Finse woonkamer?

Alluring Arctic Sailing heeft bewezen dat een goed verhaal over afzondering paradoxaal genoeg het beste werkt wanneer er op een zeker moment iets van liefde in beeld komt. De interactie tussen twee mensen die op elkaar aangewezen zijn in een bevroren leegte, geeft de kijker een ankerpunt. Maar met het schip aan land en de grote expedities achter de rug, staat het kanaal voor zijn grootste uitdaging: bewijzen dat het de aandacht kan vasthouden zonder de adrenaline van het ijs. Of, om het wat ironischer te formuleren: we hebben ze zien overleven in een bevroren baai met een hond en een afgepaste hoeveelheid leeftocht en scheepsbenodigdheden. De vraag is nu of ze de confrontatie ook zo dapper doorstaan met een stabiele internetverbinding, een dagelijkse sauna en een knapperende haard.

Dat is pas échte overleving.

Het had wat minder fel gekund

Maar ja, die Wennemarsjes hebben losse handjes.

Het incident op de 1000 meter schaatsen tijdens de Winterspelen liet me niet los. Joep Wennemars werd tijdens zijn rit gehinderd door de Chinese schaatser Lian Ziwen, wat zijn kansen op een medaille ernstig schaadde. Dat Lian Ziwen vervolgens zijn excuses aanbood, getuigt van sportiviteit en fair play; het was een correcte en waardige reactie op een incident dat vrijwel zeker niet met opzet plaatsvond. Des te onbegrijpelijker was de reactie van Joep Wennemars zelf, die desondanks een slaande beweging naar hem maakte. Dat is gedrag dat niet past bij een topsporter die geacht wordt een voorbeeld te zijn voor anderen. Mijn verontwaardiging was dan ook groot.

Een boze volger op X en een enthousiaste volgster op BlueSky.

Die verontwaardiging bracht mij ertoe een brief te schrijven naar de Volkskrant, die de krant daadwerkelijk plaatste. Achteraf moet ik bekennen dat mijn bewoordingen wat aan de scherpe kant waren. Ik schreef dat topsporters narcisten van het ergste soort zijn en dat Joep voor het leven geschorst zou moeten worden. Als ik er nu op terugkijk, zijn dat wel erg harde woorden voor wat in essentie een onbezonnen gebaar was in een moment van intense frustratie en verdriet. Topatleten staan onder een enorme druk; dat is geen excuus, maar het verdient wel een plek in de beoordeling. Ik blijf bij het standpunt dat Joep zich sportiever had kunnen en moeten gedragen, maar geef toe dat mijn formulering niet helemaal in verhouding stond tot het vergrijp.

Wat vader Erwin Wennemars betreft, ligt de zaak anders en voel ik me minder geneigd tot matiging. Erwin sloeg in zijn opwinding over de prestaties van zijn zoon de bril stuk op de neus van een volstrekt argeloze toeschouwer. Dat is niet alleen onbezonnen gedrag, maar ook fysiek gevaarlijk voor een derde partij die er helemaal niets mee te maken had. Als je het zo leest, snap je eigenlijk niet hoe zoiets kan gebeuren. De man is een opgewonden standje, en dat vind ik een probleem, zeker gezien zijn publieke rol.

Erwin Wennemars zit immers aan tafel als commentator bij een sportprogramma op televisie. Vanuit die positie wordt van hem verwacht dat hij gezaghebbend en evenwichtig commentaar levert, en een zekere voorbeeldfunctie uitstraalt naar het kijkerspubliek. Een commentator die van de zijlijn anderen oproept tot kalmte en sportiviteit, maar zelf ontploft bij succes of tegenslag, geeft een tegenstrijdig en ongeloofwaardig signaal. Of hij die rol nog geloofwaardig kan vervullen in het licht van dit incident, is een terechte vraag die wat mij betreft nog niet beantwoord is.

Al met al schetst het geheel een familieportret van grote passie voor de schaatssport, maar ook van een zelfbeheersing die onder druk snel het onderspit delft. Passie is mooi, en het is onmiskenbaar dat de familie Wennemars leeft voor de sport. Maar passie zonder zelfcontrole is in de publieke arena geen kwaliteit; het is een risico. Voor de sport, voor het publiek, en uiteindelijk ook voor henzelf.

Bril aan gort. Als een ex-sportman zoiets flikt heet dat eufemistisch: ‘De voormalige vedette zat hoog in zijn emotie.’

Niet allemaal tegelijk graag

Hoeveel ballen kan één man in de lucht houden?

Lieve Ana,
Namens de hele staf van Sanatorium Nervosa willen wij jou kolossaal bedanken voor je inspanningen, vooral nu de donkere dagen op ons af denderen en onze overmoedige slede, zoals ieder jaar rond deze tijd, in een nogal steile afdaling dreigt te raken. Jij bent ons stille genie, het Manusje-van-Alles die onze chaos in de meest perfecte work flows omzet. Zonder jou zouden Ronda Dolan-Vernon’s dossiermappen in een versnipperaar zijn verdwenen, Rev. Dr. Ann Lando-Ono’s […] in een gebedshuis veranderen, en zouden Noald ‘Varn’ O’Donner’s ergotherapie-elastieken in een gordiaanse knoop zijn geeindigd!

Zoals je weet, sta ik, de Ronald van Noorden-variatie die momenteel de lakens uitdeelt (en soms de vloeren dweilt), op het punt om een… eh… interne retraite te beginnen. Dit brengt ons bij de zwaarmoedige kant van de mij vertrouwde, maar soms verwarrende, bipolaire stoornis. Terwijl ik op mijn ‘normale’ dagen, in de manische fase, de CEO/patiënt speel die barst van de ideeën (zoals het aanleggen van een helihaven op het dak of het adopteren van 73 therapiekatten), is er nu een verschuiving. De depressieve fase die eraan komt, impliceert dat de energie en het enthousiasme totaal wegvloeien.

Wat betekent dat voor jou, Ana? In mijn manische fase zou ik misschien roepen dat je voor Kerst een gouden eenhoorn als bonus krijgt! Maar als depresieveling: Ik zal de komende weken de ‘afwezige aanwezige’ zijn. Ik ben er wel, in mijn kamer, maar mijn aanwezigheid zal lijken op een stilgelegde ventilator; functioneel in de herinnering, maar niet meer in beweging. Ik heb geen puf om zelfs maar een simpele to-do-lijst te maken.

Kortom: De bipolaire stoornis is een constante achtbaan. Nu ga ik even omlaag, en daarom wordt de roep op jouw talenten, om de boel draaiende te houden, des te groter! Alle zeven van onze hardwerkende krachten (zie de foto!) staan te popelen om jou te prijzen. Ana, bedankt dat je in deze ‘hoog-laag’-tijden de constante factor bent. Geniet van de komende feestdagen. Rust uit wanneer je kunt. En weet dat we intens dankbaar zijn voor jouw inzet. Met de meest correct gespelde groeten, namens het hele Nervosa-team,

Ronald van Noorden (Huidig CEO/Baas in eigen bed)

Ronda Dolan-Vernon (Psychiater): “Ana’s ordening is mijn zen. Ze is de enige die de anagrammen van onze patiëntencijfers begrijpt. Onno van Dorreland (Psycholoog): “Ana is de stabiliteit. Zonder haar zouden de therapieschema’s meer op een schilderij van Escher lijken dan op een plan.” Rev. Dr. Ann Lando-Ono (Kapelaan): “Zij is een zegen, een wonder. Dorrena von Nøland: “Moge haar ‘ø’ van Nøland eeuwig correct gespeld blijven.”