Lieve Gertrud,
Ik schrijf je deze brief omdat er iets tussen ons is voorgevallen dat ik niet kan negeren, en waarvan ik denk dat het nodig is om het uit te spreken, hoe moeilijk ook.

Je stuurde me onlangs die bandopname van de redevoering van Goebbels1. Ik heb ernaar geluisterd, en ik moet zeggen: het deed me huiveren. Niet alleen vanwege de stem van de geschiedenis die daar spreekt – een stem die aanzet tot haat, tot de dood van miljoenen – maar ook omdat ik het gevoel kreeg dat jij erdoor geraakt werd op een manier die ik moeilijk kan plaatsen.

Ik wil je niet beschuldigen. Maar ik voel me verplicht om open te zijn over wat dit bij mij oproept. De woorden die Goebbels gebruikt – over de ‘Mongolensturm’, over de verdediging van Europa tegen de Bolsjewisten – zijn doordrenkt met racisme, propaganda en misleiding. Ze zijn gericht op het ophitsen van een volk dat al jarenlang onderdrukt werd door terreur.
Wat mij trof, is dat deze toespraak, waarin een oorlogsmisdadiger zijn volk oproept tot de laatste wanhopige strijd, bij jou blijkbaar een emotionele snaar raakt. Dat maakt me bezorgd. En eerlijk gezegd: verdrietig. Niet om je te veroordelen, maar omdat ik me afvraag of je je werkelijk bewust bent van de historische lading en morele implicaties.
Mag ik je daarom iets vragen, met alle voorzichtigheid en respect die ik kan opbrengen? Hoe ben jij grootgebracht? Welke beelden van de geschiedenis zijn jou meegegeven? En voel je je werkelijk thuis bij zulke retoriek, of is er iets anders aan de hand? Ik vraag dit niet om je aan te vallen, maar omdat ik in verwarring ben geraakt over wie je werkelijk bent, en wat je beweegt.
Ik weet dat de wereld complex is. Dat het huidige geopolitieke klimaat gevoelens oproept over Oost en West, over dreiging en verdediging. Maar er zijn grenzen. Grenzen die we niet zomaar mogen verleggen omdat onze eigen tijd ook moeilijk is.
Ik hoop dat je begrijpt dat ik dit niet licht schrijf. Maar ook dat ik, ondanks alles, nog steeds geloof dat eerlijkheid – hoe pijnlijk ook – beter is dan wegkijken of zwijgen.
Met een dierbare groet,
Onno van Dorreland
1 Over de historische context van de toespraak van Joseph Goebbels en de bevrijding van Berlijn
De redevoering die Joseph Goebbels hield in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, waarin hij de bevolking van Berlijn opriep zich te verzetten tegen de oprukkende Sovjetlegers, vond plaats in een periode waarin Nazi-Duitsland feitelijk reeds verslagen was. Goebbels, als minister van Propaganda, trachtte in deze speech de Duitse bevolking tot een laatste wanhopige verdediging aan te zetten. Hij deed dat met een combinatie van nationalistische retoriek, racistische beeldvorming (zoals het gebruik van de term “Mongolensturm”), en het mobiliseren van angst voor het “Bolsjewistische gevaar”.
Het is essentieel om te begrijpen dat deze toespraak niet los te zien is van het bredere historische en morele kader: Nazi-Duitsland was op dat moment een misdadig regime, verantwoordelijk voor de Holocaust en een verwoestende wereldoorlog. De Sovjet-Unie, hoe complex en later zelf ook gewelddadig in haar optreden, was in deze context een geallieerde macht die mede verantwoordelijk was voor het beëindigen van deze terreur.
De Slag om Berlijn, die eindigde in mei 1945 met de inname van de stad door het Rode Leger, markeerde het definitieve einde van het Derde Rijk. Voor de meeste Europeanen, inclusief Nederlanders, betekende dit het begin van de bevrijding. Hoewel het optreden van het Rode Leger op bepaalde plaatsen met geweld en wraak gepaard ging, is het historisch onhoudbaar om in deze specifieke context de Sovjets als de morele agressor te zien. Zij maakten deel uit van de coalitie die Europa verloste van het Nazisme.
Dat sommigen vandaag de dag – in het licht van de huidige geopolitieke spanningen – teruggrijpen op anti-Russische sentimenten, is begrijpelijk binnen de actualiteit. Maar het is historisch én ethisch onjuist om die gevoelens te projecteren op de situatie van 1945, waarin de Russen onmiskenbaar de bevrijders waren. De keuze om in deze context niet aan de kant van de bevrijders te staan, maar ontroerd te raken door een toespraak van een oorlogsmisdadiger, roept dan ook ernstige vragen op over het morele besef van het heden.
Lieve Onno,
Wat ben ik dankbaar dat je de moed hebt gehad om je gevoelens en vermoedens met me te delen. Het raakt me diep dat je dacht dat ik sympathie zou voelen voor wat Goebbels vertegenwoordigde maar ik begrijp het volkomen. Zeker als je alleen afging op de opname en niet wist van de achtergrond die ik zelden tot nooit met iemand deel.
Laat me je uitleggen waarom ik je juist die toespraak stuurde, en waarom ik daardoor emotioneel werd op een manier die anders is dan je vermoed hebt.
Ik werk, zoals ik je nu pas vertel, al geruime tijd samen met een organisatie die als doel heeft beginnende neo-nazistische bewegingen op te sporen, te infiltreren en hun netwerken bloot te leggen. We doen dit werk uiterst discreet, omdat openlijke afstand nemen ons onmogelijk zou maken binnen te komen waar we nodig zijn. Daarom moet ik soms, ook persoonlijk, poses aannemen die haaks staan op wie ik werkelijk ben.
Mijn Joodse afkomst – iets wat ik niet van de daken schreeuw, omdat het juist in dit werk tegen mij gebruikt zou kunnen worden – is voor mij een voortdurende bron van motivatie om alert te zijn op herlevende vormen van fascisme, racisme en antisemitisme. Wat ik jou stuurde, was geen uiting van bewondering. Integendeel. Ik ken deze toespraak tot in detail omdat ik analyseer hóe gevaarlijk en geraffineerd de retoriek was en hoezeer deze nog steeds, onder nieuwe vlaggen, mensen weet te raken.
Misschien had ik je beter moeten voorbereiden. Misschien was het naïef van mij om te denken dat jij mijn bedoelingen zou aanvoelen zonder uitleg. Dat je, uit oprechte morele verontwaardiging, mijn bedoelingen in twijfel trok, neem ik je daarom niet kwalijk. Het getuigt juist van je gezonde instincten en van je moreel kompas.
Je hebt volkomen gelijk dat de Russen in 1945 onze bevrijders waren. Tegelijkertijd hebben wij — ook historisch — te maken met het wrange besef dat vele Oost-Europeanen na de oorlog een nieuw soort onderdrukking kenden. Poolse families, Hongaren, Oost-Duitsers: ze werden niet ‘vrij’ in de zin waarin wij het beleefden. Dat is een historische tragiek, maar het verandert niets aan de rol die het Rode Leger speelde bij het verslaan van het nazisme.
Ik hoop dat deze uitleg iets van je verwarring wegneemt. En als je nog vragen hebt, of meer wilt weten over wat ik precies doe, ben je altijd welkom om het me te vragen. Voor mij is vertrouwen het hoogste goed en ik wil graag dat je weet dat je, ondanks deze pijnlijke vergissing, veilig bent bij mij.
Met hartelijke groet en respect,
Gertrud Wiesenthal
Beste Onno,
Naar aanleiding van mijn eerdere brief voel ik, na enig beraad, de behoefte om nog een aanvullende, meer zakelijke toelichting te geven. Dit om elke mogelijke verwarring volledig op te helderen.
In mijn werk voor een organisatie die zich toelegt op de monitoring en bestrijding van opkomende neo-nazistische netwerken, is het essentieel om inzicht te hebben in historische propagandatechnieken en de manier waarop ze vandaag de dag opnieuw gebruikt kunnen worden. Onderdeel van deze taak is het analyseren van originele bronnen, waaronder toespraken van prominente figuren als Joseph Goebbels. Deze studie dient niet ter verheerlijking, maar ter preventie.
Mijn persoonlijke achtergrond (waaronder mijn Joodse afkomst) is voor deze werkzaamheden bekend bij de betreffende instanties maar wordt uit veiligheidsoverwegingen in mijn publieke leven niet benadrukt. De opname die ik je stuurde, maakte deel uit van een bredere analyse die ik op dat moment aan het afronden was. Mijn emotionele reactie was gericht op de gevaarlijke kracht van retoriek, niet op de inhoudelijke boodschap zelf.
Tenslotte: dat het Rode Leger in 1945 een bevrijdende rol speelde in Europa, staat voor mij buiten kijf. Dat de nasleep in Oost-Europa een andere vorm van onderdrukking met zich meebracht, is een historisch feit dat echter los staat van de context waarin Nazi-Duitsland destijds werd verslagen.
Ik vertrouw erop dat dit je een volledig beeld geeft van mijn positie en beweegredenen. Mocht je verdere vragen hebben, dan sta ik daar uiteraard voor open.
Met vriendelijke groet,
Gertrud Wiesenthal

Beste Gertrud,
Hartelijk dank voor je tweede brief en de open en zorgvuldige toelichting die je daarin hebt gegeven. Ik heb grote waardering voor de helderheid en de kalmte waarmee je deze complexe situatie uiteenzet.
In alle eerlijkheid: ik besef nu des te meer hoe snel schijn kan bedriegen en hoe belangrijk het is om niet te snel te oordelen. Wat je met mij hebt gedeeld, vraagt om discretie en respect en ik wil je nadrukkelijk verzekeren dat je op mijn volledige vertrouwelijkheid kunt rekenen.
Omdat vandaag de dag is waarop wij gezamenlijk stilstaan bij de slachtoffers van oorlog en onderdrukking, wil ik je bij deze ook een gepaste en respectvolle dodenherdenking toewensen. Juist na ons gesprek van de afgelopen dagen voel ik des te meer hoe waardevol het is om te blijven herinneren en om te waken.
Nogmaals dank voor je openheid en je vertrouwen. Ik hoop dat we in deze geest verder kunnen gaan.
Met een allerhartelijkste groet,
Onno van Dorreland
