Een stap te ver van een meeliftende, empathisch geïnfecteerde reisparasiet op Polarsteps?
Wat een reis! Ik heb genoten van elke bocht in het parcours en elke pleisterplaats. Van de stille ochtenden in Umbrië tot de levendige plekken aan de kust. Van de Adriatische zeelucht tot de Tyrreense zonsondergangen en alle onderkomens daartussen. Het vloeibare licht, de espresso en de sprankelende wijnen, de heuvels, de groengele citrusgloed van de middag…ik draag ze mee in m’n rugzak vol herinneringen. We hadden geen betere route kunnen kiezen. De wagen heeft het goed gehouden, maar wat wil je: mijn bijrijders deden het fantastisch. Ik zou het zó weer doen.

“Ho, stop” grijpt de – altijd over mijn rug meelezende – psychiatrische verkeersleidster plotseling in: “Het tonen van actieve betrokkenheid en inlevingsvermogen heeft een problematisch kantje gekregen. Nu moet je uitstappen, of liever: uittreden!”.
Deze goedbedoelende behandelaar zegt dat het goed is om mee te leven, maar dat ik me de reis iets te veel heb eigen gemaakt. Ik noem het ‘betrokkenheid’, zij noemt het ‘dissociatie’. Ik schijn deze vakantie enorm geïnternaliseerd te hebben (om even een andere term uit haar therapeutenidioom te gebruiken), dus raadt ze me aan om nu discreet afstand te nemen. “Dat zou ook prettiger zijn voor de familieleden”, schat ze in. Er zit een grens tussen empathie en identiteitsvervaging en daar ben ik kennelijk overheen gereden in mijn comfortabele ‘bolide’, zoals ik die prachtige vierwieler – ook niet voor niets! – steeds aanduidde.
“Zullen we het in stapjes doen?”, stelt ze voor. De ‘incorporatie’ van deze reis zelf ging in fasen, dus ook het ‘uit deze illusie stappen’ mag geleidelijk. Vanmorgen stond ik met haar voor de spiegel en leerde ik ‘arrivederci’ zeggen. Daarna hebben we een denkbeeldige tent opgezet. Ik kampeer vanavond alleen op een trekkersveldje in de schaduw van de scheve toren van Pisa, terwijl mijn zus en mijn zwager in hun BMW naar huis zoeven. De behandeling is inmiddels geïntensiveerd en wordt waarschijnlijk opgeschaald tot het niveau van toen ik 40 jaar geleden in therapie ging. (Over met geld smijten gesproken!)
Zeg nu zelf lezer: heb ik mij te zeer vereenzelvigd, mij verloren in andermans ervaringen, mij geïdentificeerd met iets dat niet van mij was? Spreken wij hier inderdaad van ‘psychische projectie’, ‘interne corporatie van andermans beleving’? Ben ik verworden tot een reisparasiet? Bedrijf ik zielstoerisme? Heb ik mij genesteld in andermans hotelslofjes en (steeds strakker zittende) bikini? Boekte ik een mentale vakantie op andersmans kosten?
Of was ik gewoon een grappige broer met een opmerkelijk schrijftalent?
