Ouwehand moet zich alwéér buigen over een mensenonderwerp.
Een leiderschapsconflict heeft de driekoppige Eerste Kamerfractie van de Partij voor de Dieren (PvdD) verscheurd. De fractie is gespleten in twee kampen, die beiden beweren de ware vertegenwoordigers van de Partij voor de Dieren te zijn. Het partijbestuur heeft de leden per mail geïnformeerd dat alleen fractievoorzitter Ingrid Visseren-Hamakers namens de partij doorgaat. De senatoren Niko Koffeman en Peter Nicolaï betwisten dit en stellen dat zij degenen zijn die de Partij voor de Dieren zullen vertegenwoordigen.

De vraag blijft waarom Koffeman – die dieren centraal wilde stellen en vond dat de PvdD te ver van haar kernopdracht afdreef – uitgerekend vlak voor de verkiezingen zijn lidmaatschap opzegde. Daarmee toonde hij dat hem niets kleinmenselijks vreemd is. De strategische timing ondermijnde de interne cohesie en joeg kiezers weg. Dank u wel meneer Koffeman; al eens van de tactiek van de verschroeide aarde gehoord? Idealen worden niet alleen verraden door tegenstanders, maar soms ook door hun eigen predikers; wanneer de zuiverheid van het principe zwaarder gaat wegen dan het voortbestaan van de beweging die het moest dragen.

Moest hij de partij persé op dit moment laten voelen hoezeer ze van de bron was afgedwaald? Zijn vertrek leek minder op een daad van moreel verzet dan op een berekende explosie. Na zulke acties blijft meestal weinig meer over dan as, en een verwarring die kiezers afschrikt. Dat is wat er gebeurt wanneer idealisten te lang tussen politiek en moraal balanceren: wat ze niet meer kunnen zuiveren, willen ze vernietigen. Een oude, menselijke reflex, ook als het om dieren gaat, die ze dan voor het gemak maar even links laten liggen.
