Het ultieme bouwproject

Even zocht de poète maudit wat al te vruchtbare aarde voor zijn gaatjeskathedraal.

Monument majeur


Op de warmste dag van het jaar schreef de geknakte kunstenaar vanuit zijn ‘madcave’ aan zijn muze: ‘Hoi Swaantje, ik ben zojuist begonnen aan een technisch huzarenstukje van jewelste: de Eiffeltoren van Meccano. Mocht het gevaarte ooit rechtop staan, dan praten we over een hoogte van 1 meter 85 exclusief de sokkel.’

Diezelfde middag stuurde hij haar nog meer berichten, die zonder uitzondering over deze Parijse triomf gingen; zijn architectonische statement. Maar hij varieerde wel qua woordgebruik, zoals ze dat gewend was. Hij gebruikte altijd teveel woorden; het duidelijkste teken van zijn sluimerende gekte.

Hij sprak van een werktuigbouwkundig epos dat fier overeind zou gaan staan; een staaltje superieure ingenieurskunst; een monument van mechanische persistentie; een staalconstructie van ongekende allure; zíjn kathedraal van gatenijzer; zíjn metalen magnum opus; een erecte daad van zeldzame dapperheid.

En al die tijd wist hij god-zij-dank de woorden symbool en fallus te vermijden.

Toen hij zich ’s avonds eindelijk los had gemaakt van zijn ‘monument de boulons’, stuurde hij, vanuit het dolhuis, nog één bericht voor het slapen gaan; een mededeling die misschien, heel in de verte, toch verband hield met zijn dagbesteding.

Hij vroeg haar: ‘Wanneer is je eisprong? Ik kom snel vrij. Misschien wordt het nu toch tijd voor een derde.’

©Uitgeverij Cum Suis, 2026