De man die de keizer zijn kleren ontzegt

Als Jeffrey Sachs het woord neemt, is het verstandig om even heel goed op te letten.

Jeffrey Sachs is een van die zeldzame stemmen die niet probeert te imponeren, maar te verduidelijken. Zijn analyses hebben niets van de gebruikelijke ruis die het publieke debat vaak verstikt. Hij spreekt met de rust van iemand die de feiten kent en met de scherpte van iemand die weigert zich te laten meeslepen door politieke slogans.

In zijn recente uitleg over het Amerikaanse handelstekort legt Sachs een ongemakkelijke waarheid bloot: de VS geeft structureel meer uit dan het produceert. Niet door buitenlandse manipulatie, maar door eigen begrotingsdiscipline die al jaren ontbreekt. De vergelijking met een creditcard is volgens hem voldoende om de logica te begrijpen: wie meer koopt dan hij verdient, kan moeilijk de verkoper de schuld geven. Dat deze simpele realiteit wordt omgebogen tot een beschuldiging richting China of andere landen, noemt hij economisch misleidend en politiek gemakzuchtig.

Maar Sachs’ kritiek reikt verder dan de handelsbalans. Hij ziet een land dat zijn internationale rol verwart met spierballentaal, dat diplomatie afbouwt terwijl het defensiebudget blijft groeien, en dat via noodverordeningen regeert waar het Congres zou moeten spreken. In A New Foreign Policy stelt hij dat het ‘America First’-beleid niet alleen een koerswijziging is, maar een vrijwillige terugtrekking uit de wereldorde die de VS zelf heeft opgebouwd.

Tegelijkertijd wijst hij op een technologische achterstand die niet ontstaat door buitenlandse concurrentie, maar door gebrek aan langetermijnvisie. Terwijl China investeert in elektrische mobiliteit, AI en industriële capaciteit, blijft de Amerikaanse koers grillig en reactief. De volatiliteit van Trumps beleid leidde volgens Sachs zelfs tot een moment waarop tien biljoen dollar aan marktwaarde verdampte; geen verschuiving, maar vernietiging van welvaart.

Ook de binnenlandse gevolgen blijven niet ongenoemd. De problemen van de Amerikaanse arbeidersklasse komen volgens hem niet voort uit Chinese import, maar uit automatisering. Door China tot zondebok te maken, ontwijkt de politiek de verantwoordelijkheid om te investeren in omscholing, sociale zekerheid en toekomstbestendige industrie. Het is geen strategie, maar uitstelgedrag.

Sachs’ conclusie is helder: de VS kampt niet met een handelsprobleem, maar met een realiteitsprobleem. Een land dat weigert zijn eigen begrotingsroes, technologische achterstand en sociale erosie onder ogen te zien, wijst liever naar anderen. Zijn pleidooi is dan ook niet voor meer protectionisme, maar voor een terugkeer naar multilaterale samenwerking en een economisch beleid dat gebaseerd is op feiten in plaats van slogans.