Sociaal geïsoleerd

Lees maar er staat niet wat er staat.

Ik fietste vandaag vanuit park Angerenstein het laatste stuk van de Julianalaan in, vol goede moed dat de werkzaamheden aan de Velperweg inmiddels voorbij zouden zijn. Helaas bleek de herinrichting nog in volle gang. Nu wist ik natuurlijk dat ze daar bezig waren, maar omdat ik nergens een hek met een omleidingsbord had gezien, trapte ik vrolijk verder. Te vroeg gejuicht. Ik kon weer omkeren.

De verdwijntruc van het omleidingsbord. Waar is dat verdomde hek gebleven? Helaas; geen hek, geen bord, en een illusie armer.

Terug dus naar het beginpunt. Waar was dat onmisbare hek gebleven? Een blik achterom gaf het antwoord: in de Kathuizerstraat stond een groep mensen bijeen, en dáár had men omleidingsmiddelen neergezet. Ze leken verdacht veel op het hek en de bebording die zo cruciaal waren voor de Julianalaan.

De grote hekverplaatsing. Omleiding der misverstanden. De improvisatiekunst van gemeente-ambtenaren?

Voordat ik schuldigen aanwees, besloot ik een site te raadplegen waarop wegwerkzaamheden en verstoringen in de infrastructuur worden gepubliceerd. En jawel hoor: specifiek vandaag, 27 september, wordt in de Kathuizerstraat aan de weg getimmerd. Officieel heet dat: ‘Overig klusdag.’ Kijk zelf maar. Het klussen duurt tot één minuut voor middernacht.

Afgesloten, misleid of louter omgeleid? Er is een site (https://www.melvin.ndw.nu/public) waarop wegwerkzaamheden en verstoringen in de infrastructuur in heel Nederland worden gepubliceerd. MELVIN staat voor: MELden van Verstoringen in de Infrastructuur in Nederland.

Ik probeer me voor te stellen dat het zo is gegaan: door een nijpend tekort aan verkeershekken, heeft ‘men’ – ik zou hier dolgraag ‘ambtenaren’ of ‘de gemeente’ schrijven – dit ene beschikbare hek simpelweg verplaatst. Jammer dat ik daardoor in een doodlopende laan belandde.

De lezer vraagt zich nu af waarom ik zo uitpak over een niemendalletje? Heel eerlijk: ik reed verkeerd en ergerde me groen en geel. Ik voelde me misleid, fietste knorrig terug en zag hoe het hek inmiddels een andere functie diende. In eerste instantie dacht ik dat buurtbewoners een straatfeest hadden en pottenkijkers wilden weren. In mijn hoofd schreef ik al een brief:

Geachte feestvierders,
Ik weet dat straatfeesten vaak ontstaan uit sociaalvriendelijke overwegingen, maar geef toe: jullie hebben de weg versperd met gestolen gemeentegoederen…

Gelukkig bleek de werkelijkheid anders.

TikTokdiplomatie

Maakt het uit of je door de dictator wordt gecontroleerd of door de anti-democraat?

De president van de Verenigde Staten vertoont gedrag dat verre van adequaat is voor een wereldleider. Zijn beoordelingsvermogen laat te wensen over, en zijn optreden verraadt kenmerken die sterk overeenkomen met een narcistische persoonlijkheid. Dat hij daarbij ook nog vals en onbetrouwbaar is, maakt de situatie des te zorgwekkender.

‘Het maakt niet uit of je door de hond of door de kat wordt gebeten’, luidt het spreekwoord.

Het nieuws dat Oracle de Amerikaanse activiteiten van TikTok overneemt, lijkt op het eerste gezicht een gewone zakelijke deal. Maar de context maakt het verontrustend: de Amerikaanse regering onder Trump zette TikTok onder druk met beschuldigingen dat de Chinese eigenaar, ByteDance, gegevens van Amerikaanse gebruikers doorspeelde aan Beijing. De oplossing was een politieke: een Amerikaanse partij moest het bedrijf “overnemen” om de app in de VS te laten voortbestaan.

Dat Oracle deze rol kreeg, roept vragen op. Het gaat minder om echte gegevensbescherming en meer om geopolitiek en machtsuitoefening. Nationale veiligheid wordt gebruikt als dekmantel voor commerciële en politieke belangen. Digitale platforms worden zo geen instrument van onafhankelijke regelgeving of internationale afspraken, maar van de politieke willekeur van de machtigste staten.

TikTok opereert in China onder het gezag van Xi Jinping, die totale controle hoog in het vaandel heeft staan. Het probleem wordt echter niet opgelost wanneer de Amerikaanse tak in handen komt van Oracle, een bedrijf met nauwe politieke connecties en beperkte transparantie. De macht verschuift dan simpelweg van de ene invloedssfeer naar de andere, terwijl de belangen van miljoenen gebruikers nauwelijks worden meegewogen.

Een president met weinig verstand van grenzen en nuance krijgt zo plots een stevige vinger in de pap bij de Amerikaanse versie van TikTok. De situatie doet denken aan de pingpongdiplomatie van de jaren zeventig: toen al ontstond een politiek spel tussen een aspirant-autocraat en een gevestigde dictator. De vergelijking gaat op, omdat beide voorbeelden laten zien hoe de relatie tussen de landen wordt bepaald door pragmatische deals, niet door nobele idealen als veiligheid. Achter het scherm van publieke retoriek over bescherming en orde gaat het vooral om politieke en economische voordelen voor machthebbers en hun trouwe entourage.

Zowel toen als nu leidde dit soort deals tot felle controverse. Nixon kreeg destijds het verwijt dat hij morele principes opzijzette voor geopolitiek gewin. De TikTok-deal laat iets vergelijkbaars zien: de vrije markt wordt ondermijnd en politieke bevoordeling ligt op straat. Dit laatste is rechtstreeks verbonden met de nauwe banden tussen Trump en Oracle-oprichter Larry Ellison, een uitgesproken aanhanger en gulle donateur van de president.

Deze toenaderingen tussen machtspolitieke regimes laten zien dat internationale betrekkingen zelden draaien om de verheven waarden waarmee ze publiekelijk worden verkocht. In werkelijkheid gaat het om de machtsbalans, persoonlijke belangen van leiders en de opportunistische voordelen die ze eruit kunnen halen. Wat werd gepresenteerd als een sportief bruggetje naar wereldvrede – de pingpongdiplomatie – was in feite een geraffineerde schaakzet. Nixon gebruikte het om China in te zetten als tegenwicht tegen de Sovjet-Unie en tegelijk zijn eigen positie thuis te versterken.

Ook de TikTok-deal draait niet alleen maar om nationale veiligheid. In werkelijkheid is het een instrument voor de president: om economische bondgenoten te belonen, de media-infrastructuur te beïnvloeden en om symbolisch te tonen dat hij de zogenaamde ‘Chinese dreiging’ onder controle houdt; een theaterstuk van macht en propaganda dat vooral hemzelf en zijn entourage dient.

De analogie met pingpong laat zien dat het publieke verhaal toen en nu een dekmantel is voor verborgen agenda’s: geopolitieke manoeuvres, persoonlijke machtsuitbreiding en economische voordelen voor loyale elites. Terwijl het publiek een potje pingpong of een app ziet, ontvouwt zich achter de schermen een veel geraffineerder spel dat de werkelijke inzet onthult.

Hopelijk struikelt ook de huidige president over zijn eigen schijnvertoning, zodat zijn ware aard net zo genadeloos zichtbaar wordt als die van Nixon destijds.

De verboden parade die niet viel te stoppen

Hoe Boedapest opstond tegen Orbáns dreiging, met steun uit Europa.

Budapest Pride lijkt vandaag zonder geweld te zijn verlopen. Dat is op zichzelf al een overwinning, want de mars vond plaats ondanks een officieel verbod van de Hongaarse regering, dat deelname strafbaar stelt met een boete van 500 euro en mogelijk zelfs gevangenisstraffen voor de organisatoren. Er werd gedreigd met het gebruik van technologie voor gezichtsherkenning, waardoor deelnemers later alsnog in conflict kunnen raken met het bewind. Toch stroomden duizenden mensen de straten op; niet alleen queer Hongaren, maar ook bondgenoten, gezinnen, mensen met een beperking, en opvallend veel buitenlandse afgevaardigden.

Dat de Pride uiteindelijk zonder ingrijpen kon doorgaan, had volgens mij niets met tolerantie te maken, maar met berekening. Orbán weet dat harde repressie tegen de aanwezige Europarlementariërs, ambassadeurs en buitenlandse delegaties tot internationale ophef en diplomatieke schade zou leiden. Tegelijk ziet hij zijn machtsbasis afbrokkelen: in de peilingen verliest hij terrein aan Péter Magyar, en hij kan zich geen nieuw conflict veroorloven dat de Europese subsidiepotten in gevaar brengt. Angst voor gezichtsverlies en verlies van macht hield hem dit keer tegen.

Dat laatste zal vermoedelijk een doorslaggevende factor zijn geweest. Tientallen Europarlementariërs, diplomaten, en ook de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema waren zichtbaar aanwezig. Hun aanwezigheid maakte het voor de regering Orbán uiterst onaantrekkelijk om met harde hand in te grijpen: geweld tegen demonstranten zou niet alleen het Hongaarse imago internationaal verder beschadigen, maar ook diplomatieke incidenten kunnen veroorzaken. Zo werd een poging tot onderdrukking, ironisch genoeg, door internationale solidariteit geneutraliseerd.

De Pride begon ooit als een protest, niet als een feestje. In 1969 weigerden trans vrouwen, lesbiennes, en andere queer personen in New York zich nog langer te onderwerpen aan politiegeweld en discriminatie. De Stonewall-rellen markeerden het begin van de moderne lhbtq+-beweging, een strijd om gelijke rechten die nog steeds niet ten einde is. In Boedapest anno 2025 is het datzelfde vuur van verzet dat de Pride levend houdt.

Maar de context is grimmiger dan ooit. Premier Viktor Orbán regeert al vijftien jaar met ijzeren hand. Zijn regime is doordrenkt van nationalistisch conservatisme en een cynisch gebruik van culturele vijandbeelden. Lhbtq+-rechten zijn daarin een dankbaar doelwit geworden. De beruchte ‘kinderbeschermingswet’ verbiedt alle uitingen van queer-identiteit voor minderjarigen en stelt het gelijk aan schadelijke propaganda; een echo van het donkerste verleden van Europa. De wet biedt geen bescherming, maar een legitimatie voor onderdrukking.

Dat een meerderheid van de Nederlandse Tweede Kamer in mei opriep tot een kabinetsdelegatie bij de Pride, getuigt van de juiste reflex. Het was een signaal: mensenrechten zijn grensoverschrijdend. Maar niet iedereen ging hierin mee; de PVV stemde tegen. Partijleider Geert Wilders, die warme banden onderhoudt met Orbán, weigerde zich uit te spreken tegen een wet die de vrijheid van meningsuiting en vereniging ondermijnt en queer Hongaren tot tweederangsburgers maakt. Dat is geen conservatisme, dat is collaboratie met een repressief systeem en geeft aan waar hij zelf heen zou willen.

Het contrast met burgemeester Femke Halsema kon vandaag niet groter zijn. Door naar Boedapest af te reizen, ondanks een dreigend reisadvies, betoonde ze niet alleen solidariteit met de lokale queer gemeenschap, maar ook met de burgemeester van Boedapest, Gergely Karácsony. Hij noemde de Pride een “gemeenschappelijk feest van vrijheid” en onttrok het evenement aan het demonstratierecht door het als gemeentelijk programma te labelen. In zijn woorden wonen er in Boedapest “geen eerste- en tweederangsburgers”.

Dat Halsema, net als haar voorgangster Simone Kukenheim in Istanbul, het lef toont om fysieke aanwezigheid in te zetten als bescherming, is een daad van stille diplomatie en groot moreel gewicht. Niet met een schreeuw, maar door schouder-aan-schouder te staan.

Orbán lijkt de controle te verliezen. Zijn angstcampagne heeft averechts gewerkt. De Pride is uitgegroeid tot een nationaal symbool van verzet tegen autoritair bestuur. Zelfs niet-queer Hongaren sluiten zich aan, niet omdat ze zelf onder de wet vallen, maar omdat ze voelen dat dit hen allemaal raakt. Orbán is steeds kleinzieliger en machtshongeriger geworden; een leider die burgers verdeelt, angsten exploiteert, en de Europese waarden waarop hij ooit aanspraak maakte, met voeten treedt.

Vandaag heeft de Pride hem overtroffen. Niet in volume, maar in morele helderheid. De regenboog, die ooit begon als symbool van hoop in stormachtige tijden, is in Boedapest opnieuw gaan schijnen; als teken van moed, solidariteit en een langzaam opkomend nieuw Hongarije.

‘Daddy’ Donald en zijn retejong

Poen uit de belastingpot om een ploert te paaien.

Mark Rutte is inmiddels de risée van de NAVO. Met zijn geslijm richting Trump zette hij niet alleen zichzelf voor schut, maar in zijn hoedanigheid als secretaris‑generaal eigenlijk ook alle 32 lidstaten. Allereerst was er zijn controversiële bericht aan ‘dear Donald’. Trump publiceerde deze private chat met sardonisch genoegen op zijn platform Truth Social. En daar stond het dus voor iedereen te lezen.

‘Mr President, dear Donald, Congratulations and thank you for your decisive action in Iran, that was truly extraordinary, and something no one else dared to do. It makes us all safer. You are flying into another big success in The Hague this evening. It was not easy but we’ve got them all signed onto 5 percent! Donald, you have driven us to a really, really important moment for America and Europe, and the world. You will achieve something NO American president in decades could get done. Europe is going to pay in a BIG way, as they should, and it will be your win. Safe travels and see you at His Majesty’s dinner!’

Later volgde er nog een publieke grap met ‘daddy’. Rutte liet dat woord vallen in de volgende opmerking: “Then daddy has to sometimes use strong language to get them to stop.” Daarmee vergeleek hij Trump met een vaderfiguur. Een NAVO-leider wordt geacht neutraal en zakelijk te zijn. Het tonen van zulke persoonlijke adoratie lijkt ongebruikelijk, zeker naar een politicus die controversieel is. Natuurlijk, een diplomaat mag privéberichten uitwisselen, maar als ze publiek worden, vervaagt de grens tussen persoonlijk en institutioneel. Tactieken zoals vriendjespolitiek of overdreven vleierij ondermijnen de strategische neutraliteit.

Journalisten confronteerden de secretaris-generaal met de inhoud van zijn privébericht en het feit dat Trump het openbaar had gemaakt. Rutte verdedigde zichzelf en vond de toon “gepast”. Hij benadrukte dat er niets vertrouwelijks in stond. Sommige analisten noemden het een ‘charm offensive’; een vorm van bewuste diplomatie om Trump binnenboord te houden. Anderen waarschuwden voor ‘flattery-led influence’ die de betrouwbaarheid kon schaden. Er was verbazing over de openlijke adoratie tegenover een politicus wiens houding tegenover de NAVO traditioneel kritisch is.

Dit filmpje zal blijven rondzingen.

Het gaat mij er niet zozeer om dat de leider van de NAVO publiekelijk met één lidstaat flirt en of dit potentieel riskant is voor de onderlinge samenhang. Ik stoor mij aan het feit dat hij slijmt met een slecht mens. De vraag of hier niet een te persoonlijke toon wordt aangeslagen, waardoor de NAVO een soort van politiek theater dreigt te worden in plaats van een organisatie die de gezamenlijke veiligheid bespreekt, zou voor mij niet spelen als dit ronduit kruiperige gedrag naar een ander was vertoond. Ik vind het alleen maar ongelooflijk irritant dat deze overdreven, gênante woorden aan Trump waren gericht. Daardoor heeft Ruttes reputatie voor mij als neutrale leider echt schade opgelopen.

Rutte koos voor directe, persoonlijke diplomatie, wat een duidelijke breuk was met de traditionele, officiële toon die zijn voorganger kenmerkte. Sommigen zullen vinden dat dit strategische winst opleverde. Trump zou zich hierdoor gekend kunnen voelen, waardoor hij bijvoorbeeld de defensiebelofte van artikel 5 niet meer in twijfel trekt en zich opnieuw betrokken voelt bij de NAVO doelstellingen. Maar onorthodoxe diplomatie versus institutionele integriteit is zoals gezegd mijn punt niet. Dit geslijm valt onder regelrechte kruiperigheid omdat het aan Trump is gericht.

Tja, wurm jezelf er maar uit, slijmjurk; je maakt het alleen maar genanter.

Want wie is Trump nu helemaal, dat hij zo hoflijk ontvangen wordt? Laat ik dat nog even opsommen. Dit is een man die de Amerikaanse ontwikkelingshulp grotendeels stopzette, met als gevolg dat honderdduizenden mensen wereldwijd zonder voedsel of medische zorg kwamen te zitten. Met zijn handelsbeleid joeg hij complete continenten tegen zich in het harnas, en zijn economische koers bracht de Amerikaanse overheidsfinanciën in ernstige wanorde.

Hij weigert Israël publiekelijk aan te spreken op het geweld en de uithongering van burgers in Gaza, en kiest keer op keer voor stilzwijgende instemming met grof militair optreden. Ondertussen ondermijnt hij thuis de democratische rechtsstaat: hij zaait twijfel aan verkiezingsuitslagen, valt de onafhankelijke rechtspraak aan, en tart de fundamenten van de democratie.

De rechten van de lhbti-gemeenschap worden onder zijn invloed steeds verder uitgehold, en slechts drie dagen voor zijn komst naar Den Haag gaf hij nog opdracht tot luchtaanvallen waarbij naar alle waarschijnlijkheid ook burgers omkwamen. Dit is dezelfde man die, na zijn verkiezingsnederlaag, aanzette tot een poging tot staatsgreep. Hij is inmiddels veroordeeld voor seksueel grensoverschrijdend gedrag én financiële fraude.

Als rechtvaardigheid werkelijk leidend was, had hij niet in het centrum van de macht moeten staan, maar in een cel moeten zitten van het Internationaal Strafhof.

Verbeten partijprominenten

Een nieuwe plek voor de ‘lijdende minderheid’.

Bij een hoofdredactioneel commentaar staat vermeld dat hiermee het standpunt van de krant wordt verwoord. Een column daarentegen bevat de mededeling dat columnisten de vrijheid hebben hun mening te geven en zich niet hoeven te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Het siert de redactie dat zij schrijvers met sterk afwijkende meningen een plaats toekent. Ik heb Pieter Klok nog nooit zo lijnrecht tegenover Sander Schimmelpenninck zien staan als in hun respectievelijke standpunten over de strengere Israëlkoers van GroenLinks-PvdA. In de Volkskrant lijken alle redeneringen aan bod te komen.

Ik denk niet lichtvaardig over de belangrijke rol die oude partijprominenten ooit gespeeld hebben. Hen ‘fossielen’ of ‘dinosaurussen’ noemen, vind ik dan ook respectloos. Maar het zou passend zijn als deze oude garde de nieuwe plek binnen de partijdemocratie kon aanvaarden en haar lidmaatschap moedig voortzette. Een partij ontwikkelt zich en vormt zich voortdurend in antwoord op maatschappelijke uitdagingen. Het is geen museum, maar een levend geheel dat zich uitspreekt over uiteenlopende thema’s. Een individuele stem, hoe geëngageerd of doorleefd ook, blijft één stem. Haar waarde ligt niet in het aantal dienstjaren, maar in haar bijdrage aan het debat van vandaag. (Afbeelding overgenomen uit het archief van de Volkskrant, fotograaf David van Dam. Foto in de breedte ingekort.)

Leden in een partij die zich niet kunnen vinden in een meerderheidsbesluit lopen soms boos weg. Da’s jammer. Zou er voor hen geen plek zijn binnen de partijstructuur, te vergelijken met een plek in de krant voor een columnist? Hoe kan GroenLinks-PvdA de verschillende redeneringen in zich blijven dragen en dus voorkomen dat leden die zich niet gehoord voelen de partij verlaten? Voor een krant lijkt het iets makkelijker om de ‘checks-and-balances’ te respecteren. Je ruimt gewoon wat ruimte in voor een bijdrage en vermeldt daarbij uitdrukkelijk dat de hoofdredactie anders over de daarin verwoorde mening kan denken. Zo’n column wordt vaak gretiger gelezen dan een commentaar.

Dat een deel van de ‘lijdende minderheid’ in GroenLinks-PvdA boos en teleurgesteld uit de partij stapt heeft er volgens mij niet mee te maken dat zij niet gehoord is. Wij hebben allemaal kennis kunnen nemen van de verschillende standpunten. Ik denk dat het demonstratief opstappen eerder te maken heeft met gekrenkte trots. Sommige partijprominenten zijn nog niet gewend aan hun nieuwe positie binnen de partijdemocratie. Ze zitten, zeg maar, niet meer op de burelen van de ‘hoofdredactie’ en vinden een plaats als ‘columnist’ kennelijk te minnetjes. Ik zou zeggen: verwoord je standpunt naar behoren en je wordt gehoord. Zo kun je je huidige betekenis maximaal benutten.

Kritiek op Netanyahu en Israël:

1. Kritiek op Netanyahu zelf

a. Corruptieaanklachten
  • Netanyahu staat sinds 2019 terecht wegens fraude, omkoping en machtsmisbruik. Veel tegenstanders vinden dat hij zijn politieke positie misbruikt om strafvervolging te ontlopen.
b. Hervorming van de rechterlijke macht
  • Zijn regering probeerde de macht van het Hooggerechtshof in te perken, wat leidde tot massale protesten in Israël. Critici zien dit als een ondermijning van de democratie en een poging om het proces tegen hem zelf te beïnvloeden.

2. Beleid jegens Palestijnen en Gaza

a. Schending van mensenrechten
  • Mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch en Amnesty International hebben Israël beticht van apartheid op basis van systematische discriminatie van Palestijnen.
b. Belegering van Gaza
  • Sinds 2007 geldt er een blokkade van Gaza, met grote gevolgen voor de burgerbevolking. In recente oorlogen, met name sinds oktober 2023, is er veel kritiek op het disproportioneel gebruik van geweld door Israëlische troepen, met hoge aantallen burgerdoden en vernietiging van infrastructuur.
c. Nederzettingenbeleid
  • Israël blijft illegale nederzettingen bouwen op de Westelijke Jordaanoever, wat indruist tegen internationaal recht volgens VN-resoluties. Netanyahu steunt deze uitbreiding expliciet, met steun van rechtse en religieuze coalitiepartners.

3. Internationale kritiek

a. Huidige oorlog tegen Hamas (sinds 7 oktober 2023)
  • Hoewel Israël het recht op zelfverdediging wordt erkend, is er groeiende kritiek op de omvang en duur van het militair offensief in Gaza, met honderdduizenden doden en vluchtelingen. Onder meer Zuid-Afrika heeft een zaak aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof wegens mogelijke genocide; een historisch unicum tegen Israël.
b. Spanningen met bondgenoten
  • De regeringen Biden en Trump blijven Israël steunen. Biden sprak Netanyahu nog wel aan op het militaire optreden en de humanitaire situatie, maar erg streng was hij toch niet. Europa is verdeeld. Landen als Spanje, Ierland en België nemen duidelijk stelling tegen het huidige Israëlische beleid.

4. Israël en Iran: spanningen en geheime aanvallen

a. Operaties in Iran en Syrië
  • Israël voert al jaren geheime aanvallen uit op Iraanse doelen in Syrië en soms binnen Iran zelf (bijv. nucleaire installaties en wetenschappers). Deze aanvallen zijn zelden formeel erkend, maar worden algemeen gezien als preventieve acties tegen Iraanse invloed en wapenleveranties aan Hezbollah.
b. Bombardement op Iran
  • Israël viel in april 2024 een militaire basis bij Isfahan aan, zonder VN‑mandaat of directe aanval vooraf van Iran zelf. Juridisch wordt dit door sommigen gezien als een preventieve aanval zonder directe bedreiging, dus in strijd met Artikel 2, lid 4 van het VN‑Handvest, dat een verbod kent op agressieoorlogen.
  • Op 13 juni 2025 lanceerde Israël “Operation Rising Lion”. Het richtte zich op meer dan 100 militaire en nucleaire doelen in Iran, waaronder nukleaire faciliteiten in Tehran, Isfahan en Natanz, en leidende IRGC-commandanten – waaronder generaal Hossein Salami – werden gedood. Mossad & drone‑operaties: Kort voorafgaand aan de bommen werden via Mossad eenheden onopvallende drones ingezet om luchtverdediging en surface-to-surface‑raketsystemen uit te schakelen.
  • Op 21 juni 2025, acht dagen na de Israëlische operatie, voerde de VS zelf ook een bombardement uit op drie nucleaire sites (Fordow, Natanz, Isfahan) met massieve bunker-buster bommen (GBU‑57A/B) en Tomahawks uit een onderzeeër. President Trump verdedigde de actie als “onze zeer succesvolle aanval” en benadrukte dat dit ter ondersteuning van Israël was .

Internationaal recht – Critici en juridische bezwaren

  • De VN-factfinding missie en juridische experts (zoals Milanović, Heller, Vasiliev, prof. Ben Saul) kwalificeren het offensief als een mogelijk misdrijf van agressie, met ernstige schendingen van het zwaar geweldverbod onder het VN-Handvest.
  • Er waren ook civiele slachtoffers en schade aan ziekenhuizen en woonwijken, waarbij onvoldoende waarschuwing werd gegeven, wat volgens het internationaal humanitair recht de principes van kenbaarheid, proportionaliteit en voorzorg schendt.
  • Juridische commentatoren (Just Security) wijzen erop dat wederrechtelijke represailles – die niet vallen binnen het recht op zelfverdediging – verboden zijn en dat Israël en de VS mogelijk niet voldeden aan de criteria noodzaak en proportionaliteit.

5. Hezbollah en de Libanese grens

a. Dagelijkse aanvallen sinds oktober 2023
  • Israël voert regelmatig luchtaanvallen uit op Hezbollah‑doelen in Zuid‑Libanon, als vergelding voor raketaanvallen of ter afschrikking. In juni 2024 voerde Israël een pageraanval uit op een konvooi in Zuid‑Libanon, waarbij ook burgers omkwamen.
b. Kritiek
  • Veel internationale waarnemers spreken van overschrijding van het proportionaliteitsbeginsel, zeker wanneer aanvallen in dichtbevolkte gebieden plaatsvinden. Hezbollah zelf is erkend als een terroristische organisatie door o.a. de VS en EU, maar Libanon is niet in oorlog met Israël, dus de juridische basis voor langdurige militaire acties is wankel.

Conclusie

Israël’s beleid ten aanzien van Iran en Hezbollah is verweven met regionale spanningen, maar juridisch en moreel omstreden. Zolang er geen directe dreiging of formele oorlogsverklaring is, gelden deze acties volgens velen als:

  • Schending van het internationaal recht (VN-Handvest)
  • Ondergraving van de internationale rechtsorde
  • Escalatie van conflicten buiten bestaande mandaten

Internationaalrechtelijke status: In het internationaal recht is preventieve zelfverdediging alleen toegestaan als er sprake is van een onmiddellijke dreiging (“necessity and proportionality”). In dit geval betwisten veel juristen of dat zo was.

De stuka-piloot die niet stuk wilde

Een overlevingskunstenaar aan de verkeerde kant van het verleden.

Fragment nummer 2 uit van de brievenroman: De Liefdesbrigade

Lieve Gertrud,

Na onze eerdere brieven, die me op een dieper niveau hebben geraakt dan ik had voorzien, merk ik dat mijn aandacht – misschien zelfs mijn waakzaamheid – is blijven hangen bij bepaalde historische figuren. In de context van onze gesprekken en jouw werk, kwam ik onlangs de naam tegen van iemand die ik nog niet kende: Hans-Ulrich Rudel.

Drie verschillende uitgaven van Mein Kriegstagebuch, het oorlogsdagboek van Hans-Ulrich Rudel, dat nog altijd populair is in ultra-rechtse kringen. Het geldt als lectuur onder deze hedendaagse populistische en neo-fascistische bewegingen om de verkeerde redenen. Onder hen wordt Rudel helaas als een cultheld beschouwd. Zij menen in zijn militarisme en onbuigzaamheid een ‘voorbeeld’ te zien. Het zou mooi zijn indien er een biografie verscheen die leesbaar was voor historisch geïnteresseerden die niet gecharmeerd zijn van autoritaire ideologieën maar zuiver het verhaal van het veelbewogen leven van Rudel als een historisch verslag willen overzien.

Gezien je historische kennis en je professionele inzet bij het blootleggen van hedendaagse extremistische netwerken, ga ik ervan uit dat deze naam je bekend is. Toch wil ik hem graag met je bespreken, misschien juist omdat ik benieuwd ben naar jouw blik, die steeds zo zorgvuldig en genuanceerd is.

Zoals je wellicht weet, was Rudel een van de meest onderscheiden soldaten van het Derde Rijk; door Hitler persoonlijk zelfs geëerd met het enige bestaande exemplaar van het Gouden Ridderkruis met Eikenloof, Zwaarden en Briljanten. Hij vloog duizenden missies, vernietigde honderden Sovjettanks, en werd ondanks zware verwondingen telkens weer ingezet. Zijn militaire dossier leest als een bizarre heldenepiek, waarin uithoudingsvermogen, fanatisme en loyaliteit op een griezelige manier samenkomen.

Wat me echter vooral trof – en waarover ik graag jouw visie zou horen – is Rudels rol ná de oorlog. Zijn onverbloemde nationaal-socialistische overtuigingen, zijn contacten met andere oud-nazi’s in Latijns-Amerika, en zijn publicaties waarin hij de nazi-ideologie geen strobreed in de weg legde, maken hem tot een van de beruchtste representanten van het naoorlogse revanchisme.

Zijn oorlogsdagboek, Mein Kriegstagebuch, is in sommige kringen haast een cultboek geworden. Het is opmerkelijk hoe open hij daarin spreekt, niet alleen over zijn militaire successen, maar ook over zijn ideologische overtuiging, die hij na de oorlog nauwelijks heeft afgezworen. Dat maakt het tot een beklemmend document: een combinatie van frontverslag, heldenverering en onverholen apologetiek.

Een stripalbum waarin Rudel wordt opgevoerd als een held van de tegenpartij.

Wat me bezig blijft houden – en ik zeg dit met de voorzichtigheid die onze briefwisseling inmiddels kenmerkt – is hoe deze figuren een zekere aantrekkingskracht blijven uitoefenen op mensen. Niet vanwege hun moorddadige ideeën, hoop ik, maar vanwege het aura van ‘kracht’, ‘trouw’ of ‘prestatie’ dat hen wordt toegeschreven. Hoe zie jij dat? Hoe duid je zo’n fascinatie in het licht van je werk?

Ik schrijf je dit niet vanuit sensatiezucht, maar uit een oprechte behoefte om te begrijpen hoe zulke verhalen blijven circuleren. En misschien ook om te toetsen waar bij jou de grenzen liggen tussen onderzoek, interesse, en morele afschuw; grenzen die jij eerder zo helder hebt kunnen markeren, en waarvan ik hoop dat je me opnieuw iets wilt uitleggen.

Met mijn warme groet, en in verbondenheid,
Onno van Dorreland

Lieve Onno,

Wat een merkwaardig toeval; of misschien moet ik zeggen: wat een onvermijdelijkheid in het grote archief dat onze herinneringen blijken te zijn. Want ja, ik ken hem, die Hans-Ulrich Rudel. En ik moet je bekennen dat ik mij, na jouw verwijzing, opnieuw in zijn levensloop heb verdiept. Dat wil zeggen: ik heb mij laten onderdompelen in wat gerust een mengeling van walging en bewondering genoemd mag worden.

Van eenvoudig Fahnenjunker (heerlijk, die barokke Duitse rangaanduidingen die ergens tussen opera en kazerne in hangen) tot succesvol Stukadoor. Je begrijpt mijn woordspeling, want hij was natuurlijk die gevreesde Stuka-piloot, specialist in het ‘pleisteren’ van Sovjettanks met bommen. En na een obligaat ‘Wir haben es nicht gewusst’ krijgsgevangene gespeeld te hebben — zijn militaire carrière eindigend met letterlijk geknakte vleugels want hij werd mank — bleef hij figuurlijk met zijn hoofd in de wolken, in de ideologische contreien van Argentinië.

Een man dus, die duidelijk zijn verdiende straf is ontlopen. Of beter gezegd: hem handig ontweken heeft, met een flair die ik met tegenzin als geniaal moet typeren. Ik denk dat zijn grote intelligentie hem meermaals uit penibele situaties heeft gered. Hij moet een listige piloot zijn geweest met een groot strategisch overzicht, een mensenkenner in zijn omgang met Hitler (die hij kennelijk met een zekere intimiteit ontmoette), een indrukwekkende, slinkse overste in zijn contact met de geallieerden, en een taaie overlever toen hij besloot te emigreren naar oorden waar de morele temperatuur milder was voor lieden van zijn soort.

Hij bleef zijn principes trouw, maar het waren niet de meest gezonde principes. Hij was, kortom, een rotzak die op onverklaarbare wijze respect afdwong. Al deze woorden zijn van mij. Wat mij nu intrigeert: is er ooit een fatsoenlijke biografie aan hem gewijd? Iemand die hem niet als held, maar als symptoom heeft durven beschrijven? Jij vraagt je dit ook af dus ik zal er verder onderzoek naar doen.

Ik steek niet graag de loftrompet af over iemand die tot het tegenkamp behoort, maar ik geloof dat ik moet constateren — met al mijn afkeer paraat — dat hij zonder meer de ‘beste’ soldaat was die de Tweede Wereldoorlog heeft voortgebracht. In de zin van: effectief, trouw, meedogenloos, onaantastbaar en ideologisch consistent tot in het graf. Het is een akelige gedachte. Maar de waarheid is zelden zacht.

Hartelijks,
Gertrud Wiesenthal

De neiging om Rudel als een held neer te zetten, ook aan geallieerde zijde, is groot; een neiging die zelden stil lijkt te staan bij zijn onverminderde trouw aan het nazisme.
Dat Rudel, een overtuigde nazi tot ver na de oorlog, nog steeds als luchtvaartheld wordt gevierd — ook door zijn voormalige tegenstanders — zegt meer over onze fascinatie voor moed dan over ons historisch besef.
De heldenstatus die Rudel ten deel valt, zelfs buiten nazi-gezinde kringen, roept vragen op over de scheiding die men meent te kunnen maken tussen technische bekwaamheid en moreel failliet.

De post herpakt: van puin tot wederopbouw

Een vers voor als Arnhem was bevrijd.

Onno van Dorreland sr., de grootvader van de gelijknamige schrijver (waarvan Cum Suis enkele titels mocht publiceren), was een jonge postbode in Arnhem toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Die zwarte periode zou gedurende geruime tijd de officiële uitoefening van zijn beroep aan banden leggen. De man zat echter niet stil. Hoewel de omstandigheden zwaar waren, verkeerde hij in de kracht van zijn leven.

Blauwe pakken? Dat gaat eigenlijk niet op voor de PTT-medewerkers. De pakken waren in de winter zwart en van wol, in de zomer groen en van katoen, en hadden een dubbele knopenrij. De pet bezat een rode bies.

Wat men later over hem zou ontdekken — hoewel nooit met zekerheid — was dat hij in stilte bleef rondgaan, zelfs toen de officiële postbedeling vanaf half augustus 1944 vrijwel tot stilstand kwam. Niet in uniform, niet met zijn vertrouwde leren tas, maar met de vastberaden tred van iemand die zijn weg kende, en zijn eigen route liep. Hij bezorgde geen brieven meer van gemeentewege, maar zogenaamde ‘witte post’. Deze post werd ‘wit’ genoemd omdat het geen officiële zegels of stempels droeg. Het ging puur om menselijkheid en de behoefte aan contact en hulp in de meest wanhopige tijden. Van Dorreland was geen saboteur, geen spion, geen held. Wat hij precies deed, bleef onduidelijk, zoals dat hoort bij hen die niet worden herdacht.

Wat wel met zekerheid overbleef, waren zijn gedichten. Zijn kleinzoon trof die later aan, achter een loszittende plank op zolder. Eén daarvan droeg de datum 10 april 1945, dus dat gedicht scheen slechts enkele dagen voor de bevrijding van Arnhem te zijn voltooid. In half uitgeveegd potlood, op een afgescheurde reep behang, noteerde hij bovenstaand vers.

In vredestijd was Onno van Dorreland sr. een vertrouwd gezicht geweest in de wijk Klarendal en het verder zuidoostelijk gelegen Spijkerkwartier. Elke ochtend deed hij zijn ronde langs de molen, de statige- en de arbeiderswoningen, de winkels en de café’s. De kinderen groetten hem, oude dametjes gaven hem thee met een koekje, en soms las hij een brief voor aan iemand wiens ogen niet meer zo goed wilden.

PTT-medewerkers onderschepten systematisch verraadbrieven. Ze openden voorzichtig brieven die bestemd waren voor Duitse instanties. Als ze daarin informatie vonden die landgenoten in gevaar bracht (bijvoorbeeld door Joden of onderduikers te verraden), waarschuwden ze de potentiële slachtoffers persoonlijk of schriftelijk met een kort bericht als ‘Wees voorzichtig’. Deze acties hebben ongetwijfeld levens gered en tonen een staaltje van burgerlijk verzet binnen een cruciaal staatsbedrijf.

De oude drogisterij De Bode op nr. 24 werd helaas opgedoekt op last van de bezetter.

In de nacht van 10 april 1945, terwijl het kanongebulder steeds dichterbij kwam en de lucht trilde van naderend geweld, zag hij in de verte de contouren van Elst, gehuld in rook en vlammen. Arnhem was sinds de mislukte Slag om Arnhem in september 1944 – een gewaagde maar tragisch verlopen geallieerde operatie – in Duitse handen gebleven. Men had de vernielde stad grotendeels ontruimd en leefde al maanden in afwachting van een nieuwe bevrijdingspoging. Nu trokken Canadese troepen eindelijk op vanuit het zuiden, en Elst – zwaar getroffen en in brand – lag op hun route naar Arnhem. In die gespannen nacht, met de bevrijding in aantocht maar nog vol onzekerheid, schreef hij een gedicht dat opmerkelijk licht van toon was. Jaren later zou zijn kleinzoon het beschouwen als een van de mooiste die hij ooit van de hand van zijn opa had gelezen. De man overleefde de oorlog en ook de vrede, hoewel hij daarvan slechts zes jaar heeft kunnen genieten. Onno van Dorreland sr. leerde nog wel de liefde van zijn leven kennen, en kreeg ook een zoon en een dochter. Hij stierf helaas vroegtijdig en onverwacht.

De postbezorging ging in Arnhem – en in grote delen van Nederland – door tijdens de Tweede Wereldoorlog, zij het met aanzienlijke verstoringen en beperkingen.

Voor de Slag om Arnhem (tot september 1944):

  • Beperkt maar functionerend: Over het algemeen bleef de PTT functioneren onder Duitse bezetting. Dit betekende dat brieven en pakketten nog steeds werden bezorgd, hoewel er natuurlijk censuur was en de bezetter de infrastructuur kon gebruiken voor hun eigen doeleinden.
  • Joodse postbodes: Zoals eerder vermeld, was er bijvoorbeeld een Joodse postbode, Elias Schaap, actief in Arnhem. Hij is een voorbeeld van de vele PTT-medewerkers die probeerden hun werk te blijven doen onder moeilijke omstandigheden.
  • Verzetswerk: Zoals het feitje over verraadbrieven al aangaf, gebruikten sommige PTT-medewerkers hun positie om verzetswerk te doen. Dit toont aan dat er ondanks de bezetting nog steeds een basisstructuur was.

Tijdens en na de Slag om Arnhem (september 1944 en daarna):

  • Catastrofale onderbreking: De Slag om Arnhem (Operatie Market Garden) in september 1944 had een verwoestende impact op de stad en daarmee ook op de postbezorging. Arnhem werd zwaar beschadigd, en een groot deel van de bevolking werd geëvacueerd.
  • Stakingen en logistieke problemen: Na Operatie Market Garden gingen Nederlandse spoorwegpersoneel in staking voor de rest van de oorlog. Dit had ernstige gevolgen voor de postdienst, omdat treinen en postwagens niet meer beschikbaar waren voor regulier transport.
  • Beperkte en vertraagde post: De postdienst raakte hierdoor ernstig verstoord. Post kon extreem lang onderweg zijn, en veel zendingen kwamen nooit aan. Er zijn voorbeelden van brieven die pas maanden of zelfs na de oorlog werden bezorgd, soms zelfs nadat de ontvanger al was omgekomen.
  • Rode Kruis en andere organisaties: In de periode na de Slag om Arnhem en tijdens de Hongerwinter speelden het Rode Kruis en andere hulporganisaties een cruciale rol bij het verzenden van berichten en pakketten naar en van getroffen gebieden, vaak via speciale routes en met goedkeuring van de bezetter.

De postbezorging ging in zekere zin door, maar in Arnhem werd dit na september 1944 zo goed als onmogelijk en onregelmatig door de enorme vernietiging en evacuatie.

In de bezettingsjaren werd de Menno van Coehoornkazerne kazerne door de Duitsers gebruikt. Op de eerste dag van (17 september 1944) van de geallieerde operatie Market Garden, bombardeerde een groep Britse jachtbommenwerpers de drie Arnhemse kazernes; de Engelsen wilden zo veel mogelijk Duitsers uitschakelen als voorbereiding op de operatie. De Willemskazerne brandde geheel uit. De Saksen-Weimarkazerne en de Menno van Coehoornkazerne ontsnapten aan dit lot. Wel troffen enkele bommen bedoeld voor de Van Coehoornkazerne nabijgelegen woonhuizen. In de Sintjanskerkstraat kwamen Engelse bommen neer die eigenlijk bedoeld waren voor de toenmalige kazerne aan Klarendalseweg een paar honderd meter verderop. De misrekening van de Engelse vliegers veroorzaakte een flinke schade. Ook vielen er diverse dodelijke slachtoffers.

Opmaakfoutjes

Onafhankelijkheid, machtsuitoefening en meeloopgedrag.

Soms wil je een eerder geplaatst blogbericht herschrijven en opnieuw delen, omdat uit de reacties blijkt dat je bedoelingen niet duidelijk genoeg zijn overgekomen. In dit geval gaat het mij om een fundamenteel onderscheid tussen drie vormen van onwaarachtigheid. Niet elke vorm van misleiding is namelijk even verwerpelijk. Er bestaat een verschil tussen een leugentje om bestwil in dienst van de kunst, tussen verdraaiing als instrument van de macht, en tussen het schaamteloos meebuigen uit carrière-overwegingen. Anders gezegd: ik wil de spanning onderzoeken tussen onafhankelijke fictie, manipulerend beleid en volgzaam spreekbuisgedrag. Drie houdingen, drie motivaties: creatieve vrijheid, machtshandhaving en meeloperij.

In het vervolg laat ik drie voorbeelden zien, elk met een eigen soort ‘onwaarheid’. En ik nodig de lezer uit om zich af te vragen: welke van deze drie verdient eigenlijk de meeste afkeuring? Ter illustratie geef ik drie voorbeelden – drie ‘exhibits’ – elk belichamend een ander type onwaarachtigheid: artistieke fictie, politieke vervalsing en ideologische meeloopretoriek. De verschillen zijn soms subtiel, de uitwerking niet. Wat begint als spel of stijlkeuze, kan eindigen als massale misleiding. De vraag die daarbij steeds terugkomt, is: wanneer wordt onwaarachtigheid werkelijk kwalijk?

Exhibit Nr. 1: Een boekcover. Van een boek dat ik zogenaamd schreef. In werkelijkheid is het een mockup, laten we zeggen een oefening in zelfpromotie, over een window dresser met literaire aspiraties. Dan hebben we het over tweedegraads onechtheid. De inhoud bestaat niet. De buitenkant wel. Vorm zonder inhoud: een klassieker.

Exhibit Nr. 2: Het MAHA-rapport, dat onlangs werd gepresenteerd door minister van Volksgezondheid Robert F. Kennedy Jr. en zijn commissie. Make America Healthy Again heet het. Een pleidooi voor de gezondheid van kinderen, gebaseerd op studies die, oeps, niet bestaan of verkeerd geciteerd blijken te zijn. Gelukkig kun je zulke onwaarheden eenvoudig corrigeren door het rapport gewoon een beetje aan te passen. Beetje kneden, beetje bijsturen en de regering Trump sukkelt in al z’n leugenachtigheid voort tot het zoveelste schandaal.

Exhibit Nr. 3: Karoline Leavitt, Trump-woordvoerster, die het hele MAHA-debacle afdeed als ‘opmaakfoutjes’. Alsof het ontbreken van bewijs slechts een kwestie is van verkeerd geplaatste voetnoten.

Dus ik vraag u: wat is de érgste vorm van onechtheid? De fictieve façade van een verzonnen boek? De inhoudelijke vervalsing van een beleidsrapport? Of de bagatelliserende retoriek die alles reduceert tot een “formatting issue”? De lezer mag het zeggen. Maar lees eerst nog even mijn toelichting op alle drie de gevallen.

Laat ik, voordat men mij de maat neemt, direct schuld bekennen en Exhibit Nr. 1 persoonlijk verduidelijken (en verdedigen). Ja, ik heb een boekcover gefabriceerd van een boek dat niet bestaat. En nee, ik zie daar ethisch geen enkel bezwaar in. Integendeel: het is artistieke vrijheid, zelfexpressie, misschien zelfs een mild gebaar richting de denkbeeldige lezer die dit werk ooit had kunnen lezen. Geen misleiding, maar een spel. Geen oplichterij, maar een knipoog. Wat ik mezelf wél aanreken, is de opmaakfout. De titel valt weg tegen de achtergrond. Onleesbaar. Dát is pas schandalig. Dáár had een commissie zich over moeten buigen. Als we dingen verzinnen, laat het er dan op z’n minst goed uitzien.

Dan Exhibit Nr. 2: het MAHA-rapport. Een document dat pretendeert de gezondheid van Amerikaanse kinderen te beschermen, maar zich baseert op studies die niet bestaan, foutief geciteerd zijn of simpelweg uit de lucht komen vallen als engelen die te veel ivermectine hebben geslikt. Het werd plechtig gepresenteerd door minister Robert F. Kennedy Jr., die kennelijk zijn roeping als kwakzalver in marmeren zalen heeft gevonden. En ja, ik weet het, Kennedy is geen Trump, maar de geur is dezelfde: die van gladgestreken pseudowetenschap, netjes verpakt in patriotisme, met een strikje van “wij maken ons zorgen.” Het is niet eens subtiel meer. De waarheid wordt hier niet per ongeluk overgeslagen, ze is met opzet van het schoolplein gestuurd.

Onschuldige opmaaklol

Dit is geen op zichzelf staand incident. We hebben het over een politieke cultuur waarin orkanen met viltstift worden bijgetekend (Sharpiegate), waarin een pandemie “onder controle” was terwijl mensen stierven bij tienduizenden, waarin de verkiezingsuitslagen als fraude werden bestempeld omdat men simpelweg verloor (de lijst van voorvallen is veel langer*). En nu dus dit: een rapport over kinderen dat kinderen gebruikt om onwaarheden te verspreiden. Het zou tragisch zijn als het niet zo misselijkmakend was. Want ergens houdt het een keer op; al was het maar omdat de waarheid uiteindelijk altijd bovendrijft.

Exhibit Nr. 3 brengt ons bij Karoline Leavitt, Trumpwoordvoerster oftewel: wandelend spreekbuismeubelstuk van het post-truth tijdperk. In haar reactie op de ophef rond het MAHA-rapport sprak ze over “formatting issues,” alsof de afwezigheid van wetenschappelijke onderbouwing te herleiden was tot een slordig geplakte paginanummering of een vergeten regelafstand. Leavitt heeft zich ontwikkeld tot wat men in journalistieke kringen een ‘geselecteerde echo’ noemt. Er zijn stemmen die haar omschrijven als ‘a well-groomed amplifier of autocratic nonsense,’ of als ‘de spindoctor die vergeten is dat je soms ook een patiënt moet genezen, niet alleen symptomen verhullen.’

Waarom kiest iemand zo radicaal voor de rol van reclamelakei of blindvolger in een regime dat z’n eigen leugens niet eens meer fatsoenlijk hoeft te verpakken? Heeft het te maken met macht, met carrière, met ideologische driften die nog niet door de realiteit zijn ingehaald? Of is het gewoon makkelijker om op een zinkend schip de purser te blijven, zolang het buffet openblijft? Hoe dan ook: als “formatting issues” de samenvatting wordt van vier jaar presidentschap, dan weet je dat de inhoud al lang van de pagina’s is gewist.

Gelukkig is er de kunst. Kleinkunst in dit geval, want wie werkelijk wil begrijpen wie Leavitt is, hoeft alleen maar te kijken naar comédienne Lisandra Vazquez, die haar met zoveel verve, spot en precisie persifleert dat je soms vergeet dat je niet naar Leavitt zelf kijkt. En daarmee zijn we weer terug bij exhibit Nr. 1: de kunstmatige representatie, de uitvergroting, de fictionele façade. Want anders dan bij Leavitt is het bij Vazquez tenminste opzettelijk ironisch. Je kunt in al je onechtheid dus gewoon ook eerlijk zijn.

Karoline Leavitt versus Lisandra Vazquez


Misschien draait het uiteindelijk niet om de leugen zelf, maar om de context waarin ze wordt verteld. In de kunst knipoogt ze naar de waarheid, in de politiek maskeert ze haar, en in de propaganda vermomt ze zich als deugdzame bezorgdheid. En wie daarin meegaat, doet dat soms uit overtuiging, soms uit opportunisme. Maar zeg nu zelf: welke van de drie roept de meeste weerzin op? Niet elke vorm van onwaarachtigheid is even schadelijk, maar allemaal zeggen ze iets over de verhoudingen waarin ze ontstaan. De kunstenaar kiest voor illusie om vrijheid te winnen. De machthebber kiest voor vervalsing om die vrijheid in te perken. En de meeloper kiest voor gemak, carrière, of simpelweg overleving (‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt’). De vraag is niet alleen welke vorm het ergst is, maar ook: welke laten we ongemoeid? Kunst mag misleiden, zolang ze er eerlijk over is. Macht verdraait, omdat ze zich onkwetsbaar waant. En wie dat met droge ogen verdedigt als ‘opmaakfoutjes’, maakt van ironie een rookgordijn. Misschien is dat wel de grootste onwaarachtigheid: doen alsof je niets te verbergen hebt, terwijl je niets te vertellen hebt.

*Een beknopte lijst van waarheidsovertredingen en realiteitsvervorming onder de Trump Administration:

De aanval op de Capitol (6 januari 2021)
– Een poging tot staatsgreep gevoed door fabels. De bestorming van de waarheid in real time.

Sharpiegate (2019)
– Toen Trump een orkaanvoorspelling eigenhandig “corrigeerde” met een viltstift om zijn eerdere uitspraak te staven. Klimaatwetenschap, maar dan als kleurplaat.

“We have it totally under control” (januari 2020)
– Over COVID-19, vlak voordat tienduizenden Amerikanen stierven en ziekenhuizen overspoeld werden. Vrede op aarde, met ventilatoren.

Bleachgate (april 2020)
– Trump suggereerde dat ontsmettingsmiddel misschien ingespoten kon worden bij mensen om het virus te doden. De wetenschap haalde diep adem (en nam afstand).

De herhaaldelijke bewering dat de verkiezingen van 2020 “gestolen” zijn
– Omdat verliezen simpelweg geen optie was. Rechters, hertellingen, en zelfs Trumps eigen kiescommissie vonden géén bewijs, maar het narratief bleef.

Charlottesville (“very fine people on both sides”, 2017)
– Over een neonazi-optocht waarbij een vrouw werd doodgereden. Een “gebalanceerde” kijk op haat, zogezegd.

De familiegesponsorde regeringsaanpak
– Jared Kushner kreeg het Midden-Oosten, Ivanka “empowerde” vrouwen, en Eric en Don Jr. mochten de tweets op smaak brengen. Diplomatie als familiebedrijf.

De immigratieban (“Muslim ban”, 2017)
– Een presidentieel decreet dat niet alleen moreel omstreden was, maar ook juridisch werd teruggefloten — meerdere keren.

Kinderen in kooien (2018)
– Migrantenkinderen gescheiden van hun ouders aan de grens. Later gepresenteerd als “een humanitaire maatregel.”

Altering hurricane maps vs. altering medical reports
– Van Sharpiegate tot MAHA-rapport: het patroon blijft gelijk. Eerst de waarheid, dan het potlood.

Alternative facts (2017)
– Kellyanne Conway verdedigde leugens over de inauguratie-opkomst met deze Orwelliaanse term. Waarheid? Keuzeoptie.

De beautytreatment van dictators
– Kim Jong-un was “a smart cookie”, Poetin “a strong leader”, en Mohammed bin Salman “maybe did it, maybe didn’t” (over de moord op Khashoggi). Realpolitik als fanclub.

Het weer opzeggen van het Klimaatakkoord van Parijs (2017)
– “Ik ben president van Pittsburgh, niet van Parijs.” Vervuilen met vlagvertoon.

De verheerlijking van hydroxychloroquine (2020)
– Naar eigen zeggen nam hij het zelf ook. Het hielp tegen malaria, niet tegen feiten.

Het uit de WHO stappen midden in een pandemie (2020)
– De logica: als je je oren dichtdoet, bestaat het virus niet.

Het Clinton-obsessie-circus
– “Lock her up” als standaard refrein, nog jaren na de verkiezingen. Alsof hij ’s nachts wakker werd van e-mails.

De Bible photo-op (2020)
– Protesten tegen politiegeweld werden hardhandig uiteengedreven, zodat Trump met een Bijbel (op z’n kop) op de foto kon voor een kerk. Religie als rekwisiet.

Het ontslag van inspecteurs-generaal en ambtenaren
– Onafhankelijke toezichthouders werden massaal aan de kant gezet. Controlemechanismen? Te negatief.

De mislukte coronatest-infrastructuur
– “Iedereen die een test wil, kan er een krijgen.” Spoiler: dat was niet zo. Tenzij je NBA speelde.

De ‘perfecte’ telefoontjes
– Naar Oekraïne (2020), waarin hij Zelensky onder druk zette om compromitterende info over Biden te vinden. Dat leidde tot de eerste impeachment. “Perfect” volgens Trump zelf. Zwart-wit, volgens iedereen met een geweten.

Het laten verdwijnen van het vertaalteam voor pandemieën (2018)
– In 2018 werd het pandemieteam bij de National Security Council ontbonden. Want wat kon er gebeuren?

Covfefe (2017)
– De legendarische onafgemaakte tweet. De eerste officiële presidentiële typo die tot filosofisch debat leidde.

De injectie van politiek in onafhankelijke instellingen
– FBI, CDC, FDA: alles werd politiek gereviseerd. Het ministerie van Volksgezondheid als verkiezingsinstrument.

De geheime belastingaangiftes
– Hij zou ze “binnenkort” vrijgeven. Spoiler: dat gebeurde pas via gerechtelijke dwang, en ze lieten zien dat hij nauwelijks belasting betaalde. Great businessman.

Trump University
– Technisch van vóór zijn presidentschap, maar in toon volledig op één lijn: een “universiteit” die vooral leergeld vroeg. Letterlijk.

Het voortdurend herhalen van leugens tot ze waar lijken
– Volgens The Washington Post meer dan 30.000 feitelijke onjuistheden in vier jaar tijd. Een gemiddelde van 21 per dag. Productiviteit in post-truth.

Het benoemen van rechters die het systeem langdurig conservatief verankeren
– Waaronder drie Hooggerechtshofrechters, mede verantwoordelijk voor de afschaffing van Roe v. Wade. Geen leugen, maar wel een blijvend gevolg van een man die zwoer bij chaos.

De wall die nooit kwam (of werd betaald door Mexico)
– De Grote Muur bleef steken in een paar honderd mijl hekwerk. Betaald door de Amerikaanse belastingbetaler.

De demonisering van de pers (“Enemy of the people”)
– Kritische media werden consequent beschuldigd van leugens, terwijl propaganda als “truth” verkocht werd. Orwell zou instemmend grinniken — of huilen.

De poging om poststemmen te saboteren
– Door de Postmaster General bewust postverwerking af te remmen. Post-truth werd letterlijk snail mail.

De Lafayette Square ‘rechtzetting’
– Het officiële verhaal was dat de ordetroepen demonstranten “toevallig” uit het park verwijderden vlak vóór Trumps fotomoment met de Bijbel. De werkelijkheid: het park werd leeggeknuppeld voor een PR-foto. Een scenariowijziging in real-time.

De orkaan die afboog dankzij een Sharpie (Sharpiegate)
– Omdat Trump ten onrechte zei dat orkaan Dorian ook Alabama zou treffen, werd er later een kaart getoond waarop het orkaanpad… met een stift was aangepast. Meteorologie à la Trump.

“Stand back and stand by”
– Tijdens een presidentieel debat vroeg men hem zich te distantiëren van racistische groeperingen. Zijn antwoord aan de Proud Boys: een bijna militaire opdracht. Dog whistle? Nee hoor, dit was een megafoon.

De Trump Tower bijeenkomst met Russische advocaten (2016)
– “Adoptiebeleid”, volgens het officiële verhaal. In werkelijkheid ging het over het verkrijgen van dirt over Hillary Clinton. Verloedering in ruil voor verkiezingswinst.

De poging om Groenland te kopen (2019)
– Echt gebeurd. Trump wilde Groenland kopen van Denemarken. Toen Denemarken het belachelijk vond, annuleerde hij het staatsbezoek. Imperialisme met kinderwens.

De suggestie om Californië ‘terug te geven’ aan Mexico
– Een van de off-the-record hersenspinsels van de president. Als je dan toch alles opnieuw wil onderhandelen…

Het injecteren van bleekmiddel (2020)
– Tijdens een persconferentie vroeg Trump zich hardop af of desinfectiemiddel niet “geïnjecteerd” kon worden in mensen om COVID-19 te bestrijden. De medische wereld sloeg collectief de handen voor de ogen.

De hernoeming van COVID-19 tot ‘Kung Flu’
– Een racistische grap in speeches, bedoeld om China de schuld te geven — maar ook om af te leiden van beleidstekort. Viruspolitiek met een vleugje nativisme.

De aanstelling van familieleden in sleutelposities
– Jared Kushner en Ivanka Trump kregen officiële functies in het Witte Huis. Geen ervaring nodig, zolang je bij de familie hoort. In het Trump Hotel, zeg maar.

De heroïsche mislukking van de Tulsa-rally (2020)
– Trump dacht een stadion vol aanhangers aan te treffen. Bleek dat TikTok-gebruikers massaal nepkaartjes hadden gereserveerd. Jongeren: 1, Oranjereus: 0.

De beschuldiging dat windmolens kanker veroorzaken (2019)
– Ja, echt. “The noise causes cancer,” zei hij. Wetenschappelijk gezien volstrekt onzinnig, maar wel goed voor de olie-industrie.

Het vernietigen van documenten (2022 onthuld)
– Na zijn termijn bleek dat Trump documenten doorscheurde, liet verdwijnen en zelfs in het toilet spoelde. Archiefbeheer zoals een kleuter zijn tekeningen selecteert.

Het Mar-a-Lago-documentenschandaal (2022–)
– Geheime documenten in een privéclub bewaard, in dozen tussen golfclubs en schoonmaakspullen. Bij een ander zou dit spionage heten. Bij Trump: “mijn persoonlijke souvenirs.”

De omarming van QAnon
– Hij retweette tientallen QAnon-gerelateerde accounts en weigerde afstand te nemen. Een president die samenzweringswaan omarmt alsof het beleid is.

De eindeloze recounts en audits in Arizona
– Duizenden dollars uitgegeven aan het controleren van al lang vastgestelde verkiezingsuitslagen. De enige die fraude pleegde, was ironisch genoeg… een Trump-stemmer.

Het “Go back to your country” tegen vier congresvrouwen (2019)
– Een expliciete racistische uitval naar vrouwen van kleur die — o ja — allemaal Amerikaans staatsburger zijn. Drie van hen zelfs geboren in de VS.

Het uitlachen van een gehandicapte journalist (2015)
– Een van de eerste momenten dat de wereld dacht: dit wordt hem nooit. Maar het werd hem. Moraal: onderschat nooit het gebrek aan moreel besef.

Het in twijfel trekken van de geboortestatus van Kamala Harris (2020)
– Na Obama was zij het volgende doelwit van birther-achtige theorieën. Ironisch genoeg geboren in Oakland, Californië. Duidelijker Amerikaans dan Trump zelf.

De claim dat hij de ‘meest milieuvriendelijke president ooit’ was
– Terwijl hij tegelijkertijd natuurgebieden opende voor olieboringen. Het enige groen aan zijn presidentschap was het geld.

De permanente campagne-modus
– Zelfs na zijn verlies ging Trump door met rallies, fondsenwerving en retoriek alsof hij nog regeerde. Een exit die voelt als een seizoensfinale met te veel cliffhangers.