Het doel heiligt de bemiddeling

Ietwat kunstmatig in leven gehouden prachtproducten.

Om gratis toegankelijk te kunnen blijven, vraagt The Guardian zijn lezers bij elk online bezoek om een bijdrage. Je neemt als gebruiker de ‘bedelpop-ups’ voor lief omdat je er een objectieve informatiebron voor terugkrijgt. De eerlijke, Engelstalige krant kan, tot nu toe, wereldwijd op voldoende steun rekenen. Dit is een voorbeeld van een orgaan dat z’n onafhankelijkheid waarborgt door z’n hand op te houden bij bewonderaars, of bij meer pragmatische betalers die behulpzaam willen zijn.

Elke keer dat The Guardian om steun vraagt, denk ik even na over wat echte onafhankelijkheid kost. Ze blijven schrijven zonder betaalmuur en dat is precies waarom ik ze iets gun. Die kleine pop-ups die vragen om steun vind ik eerder ontroerend dan opdringerig; ze herinneren me eraan dat vrijheid van informatie niet vanzelf spreekt. Ik geef The Guardian graag wat krediet; niet alleen financieel, maar moreel. Hun oproep om steun voelt niet als marketing, maar als een eerlijk bewijs van hoe kwetsbaar onafhankelijke journalistiek eigenlijk is.

DPG gaat enkele van zijn kranten gratis maken voor studenten, las ik, omdat die hun nieuws nu vaak uit minder partijdige bronnen halen, zoals de socials. Je zou het ook als een ondersteuning van onbevooroordeelde journalistiek kunnen bestempelen. De bezitter van het blad betaalt uit eigen middelen, dus is er geen sprake van valse bevordering of een verstrengeling van belangen waar een luchtje aan zou zitten. Dit is een voorbeeld van bijstand aan de integriteit van nieuwsmakers waarbij de krant z’n eigen broek ophoudt met het geld van abonnementshouders en losse kopers. 

Regeringen en de EU komen ook vaak beroepsgroepen tegemoet die lijden onder de last van oneerlijke concurrentie. Vanuit die overweging worden bijvoorbeeld boeren gesubsidieerd vanuit de staatsruif of de EU-pot. En dat terwijl zulke agrariërs vaak een ongezond geproduceerd product afleveren. De rechtvaardiging voor ondersteuning snijdt echter hout: in de landen waarmee geconcurreerd moet worden lapt men milieuregels nog veel drastischer aan de laars. Ik zou deze hulp voor westerse voedselproducenten willen bestempelen als het bevorderen van rechtvaardigheid, waaraan echter wel een luchtje blijft kleven. Maar ik gun ze die back-up, laat dat duidelijk zijn.

Waarom zette ik het bovenstaande op een rijtje? Omdat ik terug moest denken aan een vriend die ik voor het laatst had bezocht toen hij in het ziekenhuis lag om te herstellen van een longtransplantatie. Hij noemde die ingreep “uitstel van executie”. Dat wilde hij niet hardop zeggen want hij had veel respect voor de vorige eigenaar van zijn orgaan, alsook voor de dokters. Hij was verlegen met alle goedheid die hem ten deel viel en voelde zich bovendien nog steeds schuldig omdat hij altijd veel te veel had gepaft. Soms moeten mooie dingen een beetje geforceerd in leven worden gehouden, vond ik toen en nu. Voor de zuiverheid, de waarde en de betekenis van zo’n lief, ondersteunend gebaar, maakt het niet echt uit hoe lang dat goed gaat.

Lezersreactie:

Mooie slotalinea, maar ik vroeg me af in hoeverre die nog aansluit bij de drie voorbeelden erboven. De overgang naar het persoonlijke, met je vriend en de longtransplantatie, voelt bijna als een ander verhaal. Had je die verbinding bewust zo losjes gelegd?


Antwoord:
Dank voor je oplettende vraag; en ja, die overgang is bewust gekozen, juist omdat ze het onderliggende thema op een ander vlak laat resoneren.

In de eerste drie alinea’s beschrijf ik telkens een spanning tussen ondersteuning en onafhankelijkheid, tussen zuiverheid en noodzaak. The Guardian, DPG en de boeren krijgen of bieden steun die iets goeds in stand houdt, maar die tegelijk moreel of praktisch wringt: idealen worden overeind gehouden dankzij vormen van afhankelijkheid.

De laatste alinea tilt datzelfde dilemma naar een persoonlijk niveau. De vriend met de longtransplantatie leeft voort dankzij een “ondersteuning” — een orgaan, een medische ingreep — die enerzijds een teken van liefde en menselijkheid is, en anderzijds een fragiele, tijdelijke oplossing. In die paradox zit voor mij dezelfde lading als in de maatschappelijke voorbeelden erboven:

Soms moeten mooie dingen een beetje geforceerd in leven worden gehouden.

Of het nu gaat om onafhankelijke journalistiek, eerlijke landbouw of het menselijk lichaam zelf — zuiverheid en voortbestaan zijn nooit helemaal vanzelfsprekend. Toch schuilt de waarde juist in dat kwetsbare evenwicht.

Het zal altijd bij spelevaren blijven

Geen zorgen: hier wordt waarde niet gelijkgesteld aan opbrengst.

Valt het je ook op hoeveel podcasts er tegenwoordig worden gemaakt die zogenaamd ‘gratis’ zijn, ware het niet dat ze bijna allemaal worden onderbroken door reclameboodschappen? Meestal klinken die als standaard spotjes, maar steeds vaker worden ze uitgesproken door de podcastmakers zelf. Met een ironische knipoog, een quasi-verontschuldigende toon, alsof ze er zelf ook niet helemaal achter staan. Het is een merkwaardig fenomeen: de makers erkennen impliciet de frictie tussen inhoudelijke integriteit en commerciële noodzaak.

Eenmansuitgeverij Cum Suis heeft zich voorgenomen dat het nooit serieus in zaken zal gaan. Het zal dus altijd bij spelevaren blijven wat betreft haar activiteiten.

Die ironie blijkt geen toeval. Ze vormt het schaamlapje voor wat in wezen een knieval is naar het zakenleven. Door te adverteren binnen hun eigen product – vaak in een luchtige, zogenaamd kritische toon – proberen de makers hun publiek te sussen: ja, we verkopen iets, maar we weten zelf ook hoe ongeloofwaardig we onszelf hiermee maken. De ironie wordt zo een beschermlaagje, een vorm van zelfrelativering die moet verhullen dat er wel degelijk werd gekozen voor een commercieel verdienmodel.

Wat hier wringt, is niet per se dat podcastsamenstellers geld willen verdienen – dat lijkt me begrijpelijk – maar dat de wervende praatjes de grens tussen inhoud en promotie steeds vager maken. De luisteraar weet niet meer precies wanneer hij naar een oprecht verhaal luistert, en wanneer hij wordt beïnvloed door marketing. Zelfs het persoonlijke, het ‘echte’, is verhandelbaar geworden, juist omdat het authentiek klinkt.

Schijnadvertentie voor een schijnbedrijf van een echtpaar met onwaarschijnlijke, wnat anagrammatische namen.

Misschien is dat de prijs van ‘gratis’ content in een wereld waar alles gemonetariseerd moet worden. Maar je kunt je afvragen: wat blijft er over van onafhankelijke stemmen als ze zichzelf voortdurend moeten verkopen? En wat gebeurt er met het vertrouwen van het publiek, als ironie het enige schild is tegen de sluipende invloed van commercie?

Tegen die achtergrond wil ik iets zeggen over mijn eigen werk. Ik run een kleine, onafhankelijke uitgeverij, genaamd Cum Suis. Deze eenmanszaak heeft uiteraard geen aandeelhouders, maar kent ook geen verdienmodel met advertenties en geen verborgen commerciële agenda. Het wil gewoon een plek zijn waar ideeën en verhalen centraal staan zonder dat ze eerst door een marketingfilter hoeven.

De website cumsuis.org is en blijft vrij van advertenties. Geen banners, geen gesponsorde content, geen podcasts die onderbroken worden door stemmetjes die je vertellen wat je echt niet kunt ontberen. Want ik geloof dat sommige dingen niet verkocht hoeven te worden. Sommige dingen mogen gewoon bestaan, op eigen kracht, in hun eigen taal.

Cum Suis zal nooit commercieel worden, omdat ik geloof dat er ruimte moet blijven voor stemmen die niet inwisselbaar zijn. Voor boeken, verhalen en inzichten die niet gebonden zijn aan klikcijfers, verkoopstrategieën of algoritmes. In een tijd waarin zoveel content wordt gestuurd door economische belangen, wil ik juist vasthouden aan het onbetaalbare: onafhankelijkheid, eigenaardigheid, durf, nuance, ja misschien wel aan een zweem van gekte. Dat maakt het kwetsbaar, maar ook echt, vind ik.

In een wereld waarin alles financieel exploiteerbaar en geldgedreven lijkt te zijn, geloof ik dat juist het niet-verhandelbare waarde heeft: een vreemd verhaal, een onverwachte gedachte, een publicatie die nergens in past omdat niemand er op zat te wachten. Cum Suis is geen product, het is een houding. Een klein gebaar van trouw aan het idee dat je ook iets kunt maken zonder iets te hoeven verkopen. Dat ideeën niet pas tellen als ze economisch inzetbaar zijn. Hier wordt waarde niet gelijkgesteld aan opbrengst. Hier krijgt niets een prijs en maak ik niets te gelde ten koste van de inhoud. Hier duw ik lezers dingen door de strot waarbij als enig excuus geldt dat iedereen dit blogberichtje ten alle tijden kan verlaten.

Hoe zou de boodschap van dit bericht eruit zien, als ik iets te verkopen had?

Er is een eerste keer voor alles en voor Cum Suis markeert vandaag een mijlpaal om te vieren. Met trots kondigen we aan dat we ons allereerste opdrachtproject hebben voltooid: een prachtig vormgegeven brochure voor Serena, de bijzondere uitvaartorganisatie onder leiding van het toegewijde echtpaar Noor en Ron van Dalden.

Serena is niet zomaar een uitvaartdienst. Noor en Ron hebben hun levenswerk gewijd aan een diep menselijke missie: het bieden van afscheidsceremonies die net zo uniek zijn als de levens die ze herdenken. Met hun motto “Een uitvaart in uw stijl, met onze expertise” hebben zij talloze families bijgestaan in het zorgvuldig en respectvol vormgeven van een persoonlijk afscheid.

Om de geest van hun werk vast te leggen, wilden ze meer dan een brochure; ze droomden van een boek.

Een verzameling van duizend-en-één ideeën, geboren uit jarenlange ervaring, die laat zien hoe een afscheid persoonlijk, betekenisvol en onvergetelijk kan zijn. Van intieme plechtigheden in een familietuin tot muzikale eerbetonen op onverwachte locaties: Noor en Ron hebben de meest oprechte laatste wensen mogelijk gemaakt en deze zelf begeleid.

Voor Cum Suis was de samenwerking met Serena dan ook meer dan een professionele opdracht. Het was een ontmoeting van gedeelde waarden: de overtuiging dat elk leven een verhaal vertelt, en dat het goed vertellen van dat verhaal een diepe vorm van liefde is. We zijn vereerd dat we de pagina’s mochten vormgeven die de tederheid, creativiteit en toewijding weerspiegelen waarmee Serena haar families bijstaat. Een passend begin voor Cum Suis en een herinnering dat publiceren, in wezen, gaat over stem geven aan wat er écht toe doet.

Speaking of Melting.

From: The Meltdown of Monarchies

I am invited for a visit with the king. It takes place at his home, a palace that doesn’t flaunt its splendor, and precisely because of that, it feels majestic to me. I convince myself that this environment reflects the character of my host and wonder if he understands that someone like me, the son of a working-class family, is impressed by such surroundings. “We’re a fairly normal family,” he will say later. By that time, I will have also met his wife and one of his daughters. Over time, I can indeed see the normalcy, but when I first meet him in person, I’m stiff with nerves.

I already feel uncomfortable around VIPs, let alone with a monarch. I fear that -much to my dismay- I am susceptible to fame. That’s ridiculous and completely against my principles, so I can be thankful that this king puts me at ease; every time he appears, I feel a mixture of awe and compassion. He’s tall, his stature fills the room, but he has nothing grandiose about him. You could say he lacks grace, but that is certainly not a shortcoming. He is the least imposing monarch I know. That reassures me and inspires sympathy.

He is a king of class, but the better version of that concept. He distinguishes himself by mastering the art of staying grounded. Is that the result of a healthy sense of perspective, or is there something else at play? Many royals appear more stately than he does. They seem to embody a long family history. Distinction suits them, it is their driving force. They embrace their inherited role much more easily and are less concerned with the misdeeds of their ancestors. This man represents a country with critical citizens and a history that humbles. If he doesn’t present himself with humility, his people would devour him. But it’s also within him. I believe that, from a young age, he’s had his reservations about the state system and the historical accident that chose him.

That I, as the tenant of a two-room apartment, am impressed by the environment in which I am received is perhaps logical, but I can’t forgive myself for this fascination. My views on capitalism and old money urge me towards indifference, yet I cannot deny that the opulence, which comes with monarchy, exerts a strong pull on me. Perhaps, for my host, the palace is also the only allure of kingship. For him and his family, who get to live there, that’s nice. I’m a fleeting visitor and want to leave my weakness behind by unburdening myself. While the king shows me his most amiable side, I feel the urge to share libertarian thoughts with him. I want to let him know why I believe in a republic. I suspect that he also wants me to speak up about this. After all, he didn’t invite me here for nothing. Of course, he’s read my book.

“I greatly appreciate this meeting, Your Majesty,” I begin sincerely. “I want you to understand that my position in favor of a state without hereditary succession by a head of state doesn’t stem from hatred or distrust towards you and your family. On the contrary, it arises from my deep disdain for the conspiracy theories circulating in far-right circles and other extremist groups. I’m the last person to believe that the royal family is involved in dark conspiracies, or that they are puppets of a hidden world order pulling the real strings behind the scenes. But how do we banish such absurd fabrications? The genie seems to be out of the bottle, Your Majesty. People are driving each other crazy on social media. So much is claimed, and so little is proven. Honestly, I believe there’s only one way left to rid ourselves of these annoying rumors.”

“By giving the slanderers no further reason,” the king adds. His kind eyes seem to have absorbed my words and have grown a bit more serious. He limits his response to that single sentence, so I continue my argument freely: “That’s exactly what I mean, Your Majesty. Apart from that, I believe in a system where power and privilege are not based on birth, but on merit. That seems fairer and more inclusive. A system where everyone has equal opportunities, where the strength of society comes from its diversity and the possibilities it offers to all, regardless of their background.” This moment of revealing my colors is accompanied by a vision of the future that I keep to myself.

Over smelten gesproken

Uit: The Meltdown of Monarchies

Ik word uitgenodigd voor een bezoek aan de koning. Dat speelt zich af bij hem thuis, een paleis dat niet wil pronken met z’n pracht en juist daardoor majesteitelijk op mij overkomt. Ik maak mij wijs dat deze omgeving het karakter uitstraalt van mijn gastheer en vraag me af of hij begrijpt dat een arbeiderszoon als ik onder de indruk raakt van dit soort ambiances? ‘We zijn een vrij normaal gezin’, zal hij later zeggen. Tegen die tijd heb ik ook zijn vrouw en één van zijn dochters leren kennen. Dat normale zie ik er gaandeweg wel aan af, maar als ik hem voor het eerst in het echt ontmoet, sta ik stijf van de zenuwen.

Bij VIPs voel ik me al ongemakkelijk, laatstaande bij een vorst. Ik vrees dat ik, geheel tegen mijn wil in, bevattelijk ben voor beroemdheid. Dat is belachelijk en volstrekt in strijd met mijn principes en dus mag ik blij zijn dat deze koning het me gemakkelijk maakt; steeds wanneer hij in beeld verschijnt, voel ik een mengeling van ontzag en mededogen. Hij is groot, zijn postuur vult de ruimte, maar hij heeft niets verhevens. Gebrek aan gratie, zou je kunnen zeggen, maar een tekortkoming is dat zeker niet. Hij is de minst voorname vorst die ik ken. Dat stelt gerust en wekt sympathie.

Hij is een koning van klasse, maar dan de betere versie van dat begrip. Hij onderscheidt zich omdat hij de kunst verstaat van het gewoon blijven. Is dat het gevolg van een gezond relativeringsvermogen of zit er nog iets anders achter? Veel royals komen statiger over dan hij. Ze lijken de belichaming van een lange familiegeschiedenis. Distinctie doet hen goed, het is hun drijfveer. Ze laten zich hun overerfde functie veel meer aanleunen en bekommeren zich minder om de wandaden van hun voorvaderen. Deze man vertegenwoordigt een vaderland met kritische onderdanen en een verleden dat nederig stemt. Als hij zich niet bescheiden opstelt, lust zijn volk hem rauw. Maar het zit ook in hemzelf. Ik geloof dat hij van kindsbeen af bedenkingen heeft bij het staatsbestel en het historische toeval dat hem heeft uitverkoren.

Dat ik, als huurder van een tweekamerappartementje, onder de indruk raak van de omgeving waarin ik word ontvangen, is misschien wel logisch, maar ik kan mezelf die fascinatie niet vergeven. Mijn opvattingen over kapitalisme en oud geld manen me tot onverschilligheid, en toch kan ik niet ontkennen dat de weelde, die komt met het vorstendom, een sterke aantrekkingskracht op me uitoefent. Misschien is zo’n paleis ook voor mijn gastheer de enige bekoring van het koningschap. Voor hem en zijn familie, die er in mogen wonen, is dat fijn. Ik ben een kortstondige bezoeker en wil mijn zwakte achter me laten door m’n hart te luchten. Terwijl de koning mij zijn vriendelijkste kant toont, voel ik de drang om libertijnse gedachten met hem te delen. Ik wil hem laten weten waarom ik geloof in een republiek. Ik vermoed dat hij ook wil dat ik me daarover uitspreek. Hij heeft me hier toch niet voor niets naartoe laten komen. Natuurlijk heeft hij mijn boek gelezen.

‘Ik waardeer deze ontmoeting zeer, Uwe Majesteit’, begin ik gemeend. ‘Ik wil dat u begrijpt dat mijn standpunt voor een staat zonder erfopvolging door een staatshoofd niet voortkomt uit haat of wantrouwen jegens u en uw naasten. Integendeel, het vloeit juist voort uit mijn diepe afkeer van de complottheorieën die circuleren in ultra-rechtse kringen en andere extremistische groeperingen. Ik ben de laatste persoon die denkt dat de koninklijke familie betrokken is bij duistere samenzweringen, of dat ze marionetten zijn van een verborgen wereldorde die achter de schermen de echte macht vormen. Maar hoe ban je zulke idiote verzinsels nog uit? De geest lijkt uit de fles, Majesteit. Mensen maken elkaar gek op de ‘socials’. Er wordt zoveel beweerd en zo weinig bewezen. Eerlijk gezegd geloof ik dat er nog maar één manier is om van deze irritante geruchtmakingen af te komen.’

‘Door de lasteraars geen aanleiding meer te geven’, vult de koning aan. Zijn vriendelijke ogen lijken mijn woorden te hebben geabsorbeerd en zijn iets ernstiger geworden. Hij houdt het bij die ene reactie, dus vervolg ik vrijmoedig mijn betoog: ‘Dat is precies wat ik bedoel, Majesteit. Los daarvan geloof ik in een systeem waarin macht en privileges niet gebaseerd zijn op geboorte, maar op verdienste. Dat lijkt me rechtvaardiger en inclusiever. Een systeem waarin iedereen gelijke kansen heeft, waarin de kracht van de samenleving voortkomt uit haar diversiteit en de mogelijkheden die het biedt aan allen, ongeacht hun achtergrond.’ Dit moment van kleurbekennen gaat gepaard met een toekomstvisie die ik voor me houd.

I don’t tweet anymore, I just retweet.

From: The Silent Retweeter

I don’t tweet anymore; I just retweet. That way, you make far fewer enemies. It requires less courage. Passive use of Twitter—I’d recommend it to anyone. You view the news that matters to you, more or less like reading the newspaper. You follow your favorites, just like in the paper. The small difference is that you highlight what you like by sharing the post in the usual Twitter fashion. A small tribute to your kindred spirits.

What bothered me about the platform was all the angry ranting by far-right fools. I’m glad to be done with that. You could say I let others pull the chestnuts out of the fire for me—like Sander Schimmelpenninck or Esther Ouwehand, for instance. They get a ton of crap thrown at them after just about every tweet. Unfair, because they’re the ones sticking their necks out, while I merely ‘redistribute’ what was already circulating online.

Ouwehand advocates for a better society with a unique party platform, one that outlines the only measures that truly align with what science deems necessary for the environment. Schimmelpenninck fights like a kind of Saint George battling the dragon—at least if we think of Saint George as a just and intelligent guy and the dragon as the embodiment of ‘populist proles.’

I can name countless Twitter users who have the best intentions for their fellow humans—the platform is certainly not lacking in ethical allies—but still get slammed every time they post something. Pretty much anyone who’s against economic growth, or at least believes that too little is being done to combat climate change, can expect ‘dirt,’ especially from those quarters that have plenty of it to dish out.

Speaking of which, you better not criticize the farmers. As we know, things have been rather hectic in our country thanks to the ‘tractor terrorists.’ Mechanical horsepower compensates for what the farming brain lacks in intelligence. Farmers Defence Force, for example, loves to spread nonsense on social media like the foul slurry they spray over their fields.

If only it stopped there—but of course, it never does. From time to time, they escalate, as everyone has witnessed, forcing their way to The Hague to shove their alternative truths down the throats of politicians through threats. Some of them even had to file police reports for intimidation or worse. Others (now) dance to the tune of these agricultural criminals.

Meanwhile, it remains a scientific fact that the agricultural sector in the Netherlands is responsible for around 60% of nitrogen emissions. You can shout all you want, spreading the manure of your own self-righteousness until the stench of stupidity becomes unbearable and chokes us as fellow citizens, but you can’t just plow the reality under the ground.

And yet, the farmers won’t back down. I’d like to say to them: leave the thinking and tweeting to the thinkers, and use your tractor and computer for what they’re made for. But anyway, I don’t engage in the fight. I carefully highlight existing posts. For the umpteenth time, and probably against better judgment, because really, does it help? But just retweeting is certainly safer.

Ik tweet niet meer, ik retweet.

uit: The silent retweeter

Ik tweet niet meer, ik retweet. Op die manier maak je veel minder vijanden. Er is minder moed voor nodig. Passief gebruik maken van Twitter, ik kan het iedereen aanraden. Je bekijkt het nieuws dat er voor jou toe doet. Dus min of meer zoals je de krant leest. Je volgt je favorieten zoals je in de krant doet. Het kleine verschil is, dat je, wat je goed vindt, extra onder de aandacht brengt door het bericht te delen op de voor Twitter gebruikelijke manier. Een kleine eerbetuiging aan je geestverwanten.

Wat mij tegenstond aan het medium was al dat boze ‘gereaguur’ door rechtsradicale minkukels. Daar ben ik mooi van af. Je zou kunnen zeggen dat ik anderen de kastanjes uit het vuur laat halen. Sander Schimmelpenninck of Esther Ouwehand bijvoorbeeld. Die krijgen een hoop bagger over zich heen na zowat elke tweet. Onrechtvaardig, want zij steken juist hun nek uit. Terwijl ik alleen maar ‘herdistribueer’ wat toch al rondging op het internet.

Ouwehand pleit voor een betere samenleving vanuit een uniek partijprogramma. Het beschrijft de enige maatregelen die echt aansluiten bij wat de wetenschap noodzakelijk acht voor het milieu. Schimmelpenninck vecht als een soort van Joris met de draak, tenminste als we Joris voor een rechtvaardige en intelligente jongen houden en ons de draak voorstellen als de vertegenwoordiger van het ‘proletenpopulisme’.

Ik kan trouwens talloze twitteraars noemen die het beste met hun medemens voor hebben – zo arm van ethische zielsverwanten is het medium echt niet – maar toch de wind van voren krijgen als zij een bericht de wereld insturen. Zowat iedereen die tegen economische groei is, of in ieder geval vindt dat er te weinig wordt gedaan om klimaatverandering tegen te gaan, kan ‘stront’ verwachten, vooral uit de hoek die over hopen van dat spul beschikt.

Daarover gesproken: kom vooral niet aan de boeren. Zoals wij weten gaat het er in ons land nogal hectisch aan toe als gevolg van ‘trekkerterroristen’. Mechanische paardenkrachten compenseren wat het boerenbrein aan intelligentie moet ontberen. Farmers Defence Force bijvoorbeeld verspreidt graag onzinberichten via sociale media als de onwelriekende gier over hun akkers.

Bleef het daar maar mij, maar dat doet het natuurlijk nooit. Nu en dan gaan zij over op fellere middelen – zoals iedereen kon ervaren – en forceren zich een weg naar Den Haag waar zij hun alternatieve waarheden onder bedreiging door de strot wringen van bestuurders. Sommigen van hen zagen zich genoodzaakt aangifte te doen bij de politie wegens intimidatie of erger. Anderen dansen (inmiddels) naar de pijpen van deze landbouwcriminelen.

Ondertussen blijft het een wetenschappelijk feit dat de agrarische sector in Nederland verantwoordelijk is voor zo’n 60% van de stikstofuitstoot. Je kunt een grote bek opzetten en met boerenverbolgenheid de drek van je eigen gelijk rondstrooien tot de stank van de domheid ondraaglijk wordt en ons als medeburgers naar de keel grijpt, maar de werkelijkheid ploeg je niet zomaar onder de zoden.

En toch binden de boertjes niet in. Ik zou tegen hen willen zeggen: laat het denken en twitteren aan denkers over en gebruik je tractor en je computer waarvoor die gemaakt zijn. Maar goed, ik meng mij niet in de strijd, ik breng behoedzaam bestaande berichten onder de aandacht. Voor een zoveelste keer en eigenlijk tegen beter weten, want ja, of het helpt? Maar dat louter retweeten is dus wel zo veilig.

The site named ‘Mental Preserver’.

An invitation to visit a site.

I would like to invite you to visit some trial websites I created using the web-building platforms wordpress.com and wix.com. These sites are not very extensive; I mainly made them to get a feel for how the ‘Theme’ would look in action. They were designed to help me decide whether I should opt for a paid subscription for these specific themes.

When you click on the links to these ‘demo sites’ in the menu ‘SiteSteps’ above, you’ll be redirected from my main paid website. The trial sites will open in a separate menu, making it easy to return to my main site, ronaldvannoorden.com, by simply pressing the Home button. Perhaps a visit to these small ‘web showcases’ will inspire you to start your own site or explore a new theme if you already have one.

Comments are welcome, and I kindly ask you to share your thoughts via my email address.

The site named ‘Sanatorium Nervosa’.

An invitation to visit a site.

I would like to invite you to visit some trial websites I created using the web-building platforms wordpress.com and wix.com. These sites are not very extensive; I mainly made them to get a feel for how the ‘Theme’ would look in action. They were designed to help me decide whether I should opt for a paid subscription for these specific themes.

When you click on the links to these ‘demo sites’ in the menu ‘SiteSteps’ above, you’ll be redirected from my main paid website. The trial sites will open in a separate menu, making it easy to return to my main site, ronaldvannoorden.com, by simply pressing the Home button. Perhaps a visit to these small ‘web showcases’ will inspire you to start your own site or explore a new theme if you already have one.

Comments are welcome, and I kindly ask you to share your thoughts via my email address.

The site named ‘Cloudworker’.

An invitation to visit a site.

I would like to invite you to visit some trial websites I created using the web-building platforms wordpress.com and wix.com. These sites are not very extensive; I mainly made them to get a feel for how the ‘Theme’ would look in action. They were designed to help me decide whether I should opt for a paid subscription for these specific themes.

When you click on the links to these ‘demo sites’ in the menu ‘SiteSteps’ above, you’ll be redirected from my main paid website. The trial sites will open in a separate menu, making it easy to return to my main site, ronaldvannoorden.com, by simply pressing the Home button. Perhaps a visit to these small ‘web showcases’ will inspire you to start your own site or explore a new theme if you already have one.

Comments are welcome, and I kindly ask you to share your thoughts via my email address.