Angela Collier legt uit waarom de ‘Genesis Mission’ een scam is.
In de wereld van de natuurkunde kennen we Angela Collier als iemand die geen blad voor de mond neemt. In haar nieuwste video legt ze de vinger op een zere plek die ons allemaal zou moeten verontrusten. Terwijl de media juichen over de Genesis Mission – een grootschalig AI-initiatief van de Amerikaanse overheid – laat Angela zien dat dit project niet de toekomst van de wetenschap is, maar de vernietiging ervan.
Angela begint met een noodzakelijke correctie op ons taalgebruik. Wetenschappers gebruiken al decennia complexe algoritmen voor datareductie. Denk aan de astronomie; een telescoop produceert zoveel data dat geen menselijk oog ooit een half miljoen sterrenstelsels kan categoriseren. Welke methode passen we dan toe?
“[The current regime says:] ‘See, we have the Genesis mission.’ And then they made it impossible to apply for funding, impossible to understand what they want, and also impossible to deliver what they are asked. […] That is on purpose, in my opinion. You destroy [existing] funding, you create this [new] project, and then when all the scientists at universities and national labs fail to deliver, you’re like: ‘See? Why were we wasting [money]? I’ve saved so much money by killing science because they don’t know what they’re doing anyway.’ […] There’s Hanlon’s Razor, right? ‘Never attribute to malice that which is adequately explained by stupidity.’ But at this scale, at this level of power, it doesn’t matter if you’re stupid, because the consequences of your actions are still your fault.” (Angela Collier)
We trainen een algoritme op een kleine subset van data en laten het daarna los op de rest. Dit is machine learning; uiterst nuttig, maar het is geen kunstmatige intelligentie aldus Angela. De overheid presenteert die soort ‘AI’ nu als een magische toverstaf die fundamentele gaten in onze kennis kan dichten zonder dat er nog menselijk begrip aan te pas komt, en daarin schuilt een groot gevaar.
De Genesis Mission wordt verkocht als een transformatie van de Amerikaanse wetenschap. Maar Angela stelt een terechte retorische vraag; als een regime werkelijk geeft om wetenschap, waarom worden dan de budgetten van de NSF (National Science Foundation) en NASA gekort? Waarom worden gerespecteerde wetenschappers vervangen door talkshow-presentatoren? De Genesis Mission lijkt een ‘oplossing’ voor een probleem dat door de beleidsmakers zelf is gecreëerd door de reguliere financiering af te knijpen.
Bestaande beurzen (grants) worden simpelweg stopgezet. Wil je als natuurkundige je lab openhouden en voorkomen dat je promovendi zonder inkomsten komen te zitten? Dan ben je gedwongen om mee te doen aan Genesis en moet je jouw onderzoek in een met de haren erbij gesleept ‘AI-jasje’ steken. In plaats van beoordeling door vakgenoten (peer review) die de materie werkelijk begrijpen, worden voorstellen nu getoetst op hun ‘AI-potentieel’ door mensen (en mogelijk LLM’s, Large Language Models) die vooral kijken naar de commerciële verkoopbaarheid van het resultaat.
Wetenschap wordt behandeld als een productiefabriek voor de tech-giganten. Dit is misschien wel Angela’s meest vernietigende punt; de verplichte samenwerking met de industrie. Om in aanmerking te komen voor financiering, moet je een commerciële partner hebben.
“Het resultaat? Belastinggeld dat bedoeld is voor fundamenteel onderzoek vloeit rechtstreeks naar de bunkers van Jeff Bezos en de servers van Microsoft.”
Wetenschappers die hun leven lang aan nucleaire theorie hebben gewerkt, moeten nu plotseling binnen zes weken een partner bij Oracle AI zien te vinden om een ‘product’ op te leveren. Dit is geen wetenschap; dit is een kickback-systeem voor tech-oligarchen.
Angela haalt een citaat aan uit de Genesis-reclame; “Knowledge grows faster than our ability to understand it”. Ze fileert deze uitspraak genadeloos. Kennis zonder begrip bestaat niet. Als een computer (zoals ‘Deep Thought’ uit The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy) het antwoord “42” geeft zonder dat wij het proces of de context begrijpen, dan hebben we geen kennis vergaard. We hebben alleen een betekenisloos getal.
Angela Collier herinnert ons eraan dat wetenschap draait om het traag en zorgvuldig opbouwen van begrip, niet om het snel uitspugen van door AI gegenereerde ‘producten’ om commerciële partners tevreden te stellen. De Genesis Mission is een waarschuwing; wanneer politiek en hype de overhand krijgen over de wetenschappelijke methode, is de waarheid het eerste slachtoffer.
En wat Microsoft betreft? (Het is een leuke uitsmijter van haar drie kwartier durende aanklacht) Angela hoopt op hun spoedige ondergang, al was het maar omdat ze een hele generatie kinderen hebben opgezadeld met computers die 85 seconden nodig hebben om een tekstverwerker te openen. Angela is net als ik een gebruiker van Libre Office; het gratis programma waarop ik dit stukje heb geschreven.
Het is een wrange grap van de geschiedenis; we wonnen de strijd om de efficiëntie, maar verloren onderweg de realiteit uit het oog. In de lente van 1968, terwijl de straten van New York kolkten van sociaal onbehagen, voltrok zich in de achterkamers van de Verenigde Naties een revolutie zonder geweerschoten. Statistici herschreven de regels van wat we ‘waarde’ noemen. Wat voorheen werd gezien als een noodzakelijk kwaad of een faciliterende dienst – het uitlenen van geld tegen rente – werd plotsklaps gepromoveerd tot de motor van onze welvaart. De documentaire genaamd Een kapitale denkfout van Tegenlicht, die afgelopen dinsdag door de VPRO werd uitgezonden, legt de vinger op een zere plek die velen van ons wel voelen, maar zelden kunnen aanwijzen. We lijden aan een collectieve tunnelvisie, waarbij alles wat niet in een Excel-hokje past, simpelweg ophoudt te bestaan.
VPRO Tegenlicht belicht de wortels van onze spreadsheet-samenleving. Een noodzakelijke waarschuwing, die we eigenlijk al decennia hadden kunnen horen. Dat een vergeten VN-commissie uit 1968 onze definitie van waarde voorgoed veranderde, is absoluut een eye-opener, maar deze ‘kapitale denkfout’ werd zeker niet door iedereen over het hoofd gezien. Veel economen hebben gewaarschuwd voor het feit dat extra arbeidswaarde niet meer eerlijk werd verdeeld, maar rechtstreeks vloeide naar de zakken van de renteniersklasse. (Kritiek op meerwaarde van extra inspanning die niet wordt vertaald in loonstrookjes, maar wordt opgezogen door het kapitalisme, is natuurlijk Marx ten voete uit; alleen was er in zijn tijd nog geen ICT in combinatie met een financiële markt.) De eigenlijke vraag is dan ook: hebben we die kapitalisering door de financiële sector gemist, of wilden we het gewoon niet zien?
We moeten het hebben over de erfenis van Robert McNamara. Als architect van de Vietnamoorlog probeerde hij een conflict te managen alsof het een autofabriek was. Als de ‘bodycount’ maar hoog genoeg was en de statistieken van afgeworpen munitie gunstig kleurden, dan móésten we wel winnen, toch?
Niet dus. De menselijke moraal, de culturele weerstand en het diepe sentiment van een bevolking laten zich niet vangen in een staafdiagram. Deze McNamara Fallacy – het negeren van de onmeetbare werkelijkheid omdat deze lastig te kwantificeren is – is inmiddels de standaardprocedure geworden in onze bestuurskamers. Of het nu gaat om de zorg, het onderwijs of de klimaatcrisis; we staren ons blind op de dashboard-indicatoren terwijl de motor in de soep loopt.
Vanuit een progressief-economisch perspectief is de beslissing van 1968 niets minder dan de juridische erkenning van het rentenierskapitalisme. Door bankactiviteiten mee te tellen in het Bruto Binnenlands Product (BBP), creëerden we een perverse prikkel. In plaats van een economie die goederen en diensten produceert om menselijke behoeften te bevredigen, bouwden we een systeem dat ‘groei’ simuleert door schulden op te stapelen.
Wanneer een bank een lening verstrekt voor een speculatieve vastgoeddeal, stijgt het BBP. De statistiek juicht, maar de samenleving schiet er niets mee op; de huizen worden onbetaalbaar en de rijkdom concentreert zich bij degenen die al over kapitaal beschikken. We hebben de financiële sector, die ooit diende als de olie in de machine, verward met de machine zelf. Het resultaat is een economie die op papier floreert, terwijl de sociale cohesie verdampt en de mentale gezondheidssituatie precair wordt.
Gedurende het kijken naar deze documentaire moest ik de hele tijd denken aan een andere economomische schok, die wat later plaatsvond en waarvan iedereen heeft gehoord. Ik dacht aan het loslaten van de goudstandaard. Hoewel de Tegenlicht-uitzending focust op de statistische verschuiving in 1968, is de ‘Nixon Shock’ van 1971 – het moment dat de koppeling tussen de dollar en goud werd doorgesneden – volgens mij de andere helft van de schaar (bij gebrek aan een betere beeldspraak).
Zit er een correlatie tussen deze momenten? Volgens mij wel. In 1971 zorgde ‘men’ ervoor dat de hoeveelheid geld niet langer beperkt werd door een fysieke voorraad goud. Velen zagen dat als een bevrijding, maar het was natuurlijk het begin van de ellende. Ik begrijp nu dat deze rampspoed werd ingeleid in 1968 door wat je ‘De creatie’ zou kunnen noemen: eerst bepaalden we dat het verschuiven van geld ‘productief’ was.
Zonder de rem van goud kon de financiële sector exponentieel groeien. Geld werd een abstractie die uit het niets kon worden gecreëerd door commerciële banken. De spreadsheet werd niet alleen een meetinstrument, maar een vehikel voor de schepping van een schijnwerkelijkheid. Sinds de vroege jaren 70 zie je dat de productiviteit van werknemers blijft stijgen, maar dat hun lonen stagneren; de vruchten van die verhoogde productiviteit verdwijnen sindsdien in het zwarte gat van de financiële sector, die we in 1968 eigenhandig tot het hart van onze economie bombardeerden.
De cirkel is rond nu we deze logica toepassen op kunstmatige intelligentie. We trainen algoritmes op basis van historische data; data die al vervuild zijn door deze ‘kapitale denkfout’. Als we AI vertellen dat succes gelijkstaat aan de optimalisatie van cijfers, zal de machine diezelfde kille efficiëntie toepassen op ons leven, zonder oog voor de menselijke maat.
Het is tijd dat we erkennen dat een spreadsheet een handig hulpmiddel is, maar een rampzalig kompas. Een samenleving die enkel stuurt op wat meetbaar is, eindigt als een prachtig vormgegeven grafiek die rechtstreeks de afgrond in wijst. Misschien is het tijd om de koppen van de financiële berichten eens te negeren en te luisteren naar wat er in de marges wordt gefluisterd. Want daar bevindt zich de werkelijkheid die we al die tijd ‘gemist’ hebben.
Sta mij toe dat ik aan dit zogenaamde ‘gemiste’ moment een kritische annex toevoeg, want laten we eerlijk zijn: zo nieuw is deze boodschap nu ook weer niet.
We moeten ophouden met deze collectieve verbazing; het staat ons eerlijk gezegd nogal hypocriet. We doen nu alsof we de dupe zijn geworden van een bureaucratisch foutje uit 1968, een verdwaalde komma in een VN-statistiek die de wereld per ongeluk heeft verkocht aan de bankiers. Maar wie houden we voor de gek? De waarschuwingen waren nooit geschreven in onzichtbare inkt. Ze stonden in kapitalen op de muren van de geschiedenis; van de vlijmscherpe analyses van Marx tot de kille data-exercities van Piketty.
We wisten het. Of we hadden het kunnen weten, als we niet zo druk waren geweest met het bewonderen van onze eigen digitale spiegelbeelden.
Het loslaten van de goudstandaard was geen technisch mankement; het was onze collectieve ontsnapping uit de realiteit. We vonden het wel prettig, die wereld waarin geld uit het niets kon worden getoverd om de illusie van eeuwige groei te voeden. We hebben de financiële markten niet per ongeluk laten fixeren op winstmaximalisatie; we hebben die markten de sleutels van de stad gegeven omdat we stiekem hoopten op een graantje van de winst. Of dat nu via onze pensioenfondsen was of de stijgende overwaarde op ons huis; we zijn allemaal verslaafd geraakt aan de heroïne van het fictieve kapitaal.
De “McNamara-denkfout” is inmiddels onze tweede natuur geworden. We meten alles: onze stappen, onze slaap, onze vriendschappen in digitale interacties en onze economie in abstracte getallen die niets meer zeggen over de kwaliteit van het bestaan. We hebben de menselijkheid ingeruild voor de spreadsheet omdat die ons beloofde dat alles beheersbaar was.
Een systeem dat gebouwd is op het extraheren van waarde zonder iets wezenlijks toe te voegen, móét uiteindelijk imploderen. We hebben de financiële parasiet tot gastheer gekroond en kijken nu verbaasd dat het lichaam – onze samenleving -begint te wankelen.
AI is slechts de laatste spiegel die ons wordt voorgehouden. Het is de ultieme rekenmeester die we zelf hebben ontworpen om de logica van 1968 tot in het absurde door te voeren. Als we straks in een wereld leven die perfect geoptimaliseerd is op papier, maar waar geen ruimte meer is voor de onmeetbare chaos van het mens-zijn, dan kunnen we niet zeggen dat we niet gewaarschuwd zijn. We waren erbij, we zagen het gebeuren, en we bleven kijken naar de koersen zolang ze maar groen kleurden.
Die kapitale denkfout? Dat was geen foutje van statistici. Dat was een bewuste keuze van ons allen.
Vandaag bereikte mij, als voormalig redactie-expert van de vraag-en-antwoord rubriek voor de bladen Klik&Klaar en PC Kompas, een noodkreet uit mijn vriendenkring. Ik voelde mij meteen weer die computerdokter van toen, een functie die ik toch zo’n acht jaar heb vervuld. De bladen zijn inmiddels allebei ter ziele, want de tegenwoordige Chatbot weet veel sneller raad en opereert vanuit een groter en actueler kennisarchief. Voor Klik&Klaar heette mijn rubriek ‘De Digitale Werkplek’ en voor PC Kompas werd ik ‘Dr. Debug’ of ‘Ronnie Algorithmus’ genoemd, want bij dat laatste blad deden we net of er een redactie was van twee digihulp-artsen. We wisten natuurlijk heel goed dat de namen praktisch, licht technisch, betrouwbaar en een tikje nerdy alsook nuchter moesten klinken.
De dame in kwestie beschrijft het volgende probleem:
Ik heb een chromebook gekocht. Ik dacht ik koop een laptop. Blijkt het een chromebook te zijn. Weet ik veel. Maar nu moet ik opeens een abonnement van 100 euro per jaar hebben voor Microsoft 365. Waarom? Op mijn laptop was het gratis.
Ik kon hier meteen uit mijn hoofd antwoord op geven want ik heb zo’n kwestie onlangs nog bij de hand gehad. Het is vreemd dat ik mij nu een manplainer voel terwijl ik daar vroeger niet in het minste last van had. Ik antwoordde desondanks heel Klik&Klaar-promptig en PC-kompasserig:
Een Chromebook draait op ChromeOS, niet op Windows of macOS. Microsoft 365 is nooit gratis geweest. Op veel Windows-laptops zat vroeger óf een tijdelijke proefversie óf een door de fabrikant meegekochte licentie (soms ‘verborgen’ in de prijs).
Op een Chromebook kun je Microsoft 365 via de browser gebruiken (office.com). Dan hebben we het over een betaald abonnement. Je kunt ook gratis alternatieven gebruiken zoals Google Docs (en Sheets en Slides).
Documenten → Google Docs → Word-equivalent Presentaties → Google Slides → PowerPoint-equivalent Spreadsheets → Google Sheets → Excel-equivalent
Op jouw Chromebook draait al software die alles aanstuurt. Het heet ChromeOS (geen Windows). De stuurprogramma’s (drivers) zitten ingebakken in het systeem. Jij hoeft (en kunt) die drivers niet los installeren of beheren. Het besturingssysteem regelt automatisch toetsenbord, scherm, wifi, printer, enz. Dat is ook meteen het verschil met je vorige apparaat: het bezit van ChromeOS betekent dat Google dat regelt op de achtergrond. Bij Windows moet je je veel meer bezighouden met drivers, licenties en installaties. Alles draait en werkt bij jou technisch prima, alleen is het geen Windows, dus Microsoft Office zit er niet automatisch bij. Geen paniek dus. Er zit al veel op.
Ok, jij werkt met Powerpoint. Dat programma ben je kwijt. Wat is daarvoor de oplossing? Voor PowerPoint op een Chromebook heb je in de praktijk 2 nette opties.
Optie 1 — PowerPoint via de browser. Dit is de meest “PowerPoint-achtige” optie. Je gaat naar office.com. Je logt in met een Microsoft-account. PowerPoint werkt in de browser. Het nadeel is dat je hiervoor wél Microsoft 365 nodig hebt, maar het voordeel dat je maximale compatibiliteit bezit (met de extensie .pptx). Als je echt PowerPoint nodig hebt en veel uitwisselt met anderen, is dit de meest verstandige keuze.
Optie 2 — Google Presentaties (gratis, vaak voldoende) Google Presentaties (Slides) zit standaard op de Chromebook. Je kunt .pptx-bestanden gewoon in Google Presentaties openen. Opslaan kan weer als .pptx. Het voordeel is: gratis, geen abonnement. Het nadeel: héél complexe animaties of lettertypes kunnen iets veranderen. Voor 90% van de presentaties is dit prima.
Het lijkt me duidelijk: kies voor optie 2. Google Presentaties zit al op je Chromebook. Klik linksonder op de Launcher, typ “Presentaties” of ga naar slides.google.com. Je kunt daar .pptx-bestanden openen en bewerken.
En voor een woordbestand? vraagt ze.
Voor een Word-bestand (.doc of .docx) op een Chromebook kun je ook prima terecht bij Google’s gratis optie: Google Documenten (Google Docs). Klik op de Launcher en typ “Documenten”, of ga naar docs.google.com. Je kunt je .docx-bestanden daar openen en bewerken.
Ik concludeer: eigenlijk heb je nu iets anders dan je dacht, maar voor reizen, onderweg, werken en alles in de cloud is het misschien juist handiger dan je oude laptop.