Wellicht surveilleert hij stiekem boven mijn huis.
Ik geloof dat ik vriend Peter ben verloren omdat ik hem plaagde met zijn Drone-cursus. Voor de studie en materiaalaanschaf gebruikte hij zijn Persoonlijk Ontwikkelbudget (POB). Daar mag iedere werknemer van Prorail uit putten voor opleidingen, trainingen, workshops of loopbaanactiviteiten. Je kunt dit binnen fiscale grenzen grotendeels zelf inzetten, zonder aparte toestemming vooraf. Het resterend budget mag worden meegenomen naar het volgende jaar. Peter had er vorig jaar geen beroep op gedaan; vandaar dat hij ditmaal tweemaal € 1.000 kon inzetten. De aanschaf van de drone en toebehoren werden als essentieel gezien om het vliegbrevet met goed gevolg te kunnen halen.

Mijn kritiek op die geldsmijterij is dat de kosten van zulke emolumenten tot stijgende prijzen van treinkaartjes en trajecttoeslagen leiden (die toch al niet mals zijn). Daar was hij het overigens mee eens. Maar ja, zijn tegenargument klonk ook niet onlogisch: de mogelijkheden bestonden nu eenmaal. Hij maakte daar dus gewoon maar gebruik van. Zou ik niet hetzelfde hebben gedaan als ik nog treindienstleider was?
Die vraag moet ik schuldig blijven. Ik maakte ooit een veiligheidsfout en verliet het bedrijf voortijdig. Misschien ben ik sindsdien gevoelig voor alles wat met verkeersleiding te maken heeft. Het is een feit dat ik het altijd als een deceptie heb ervaren dat ik daar zelf de hand in heb gehad. Niet alleen in het abrupte einde van mijn loopbaan, maar ook in de manier waarop ik sindsdien naar spoorzaken ben blijven kijken; alsof ik nog steeds langs de kant van het emplacement sta, terwijl de treinen zonder mij vertrekken.
Ik was ook nooit de beste verkeersleider, moet ik eerlijk zeggen. Ik ging altijd wat nerveus naar het werk. Anderen leken het overzicht moeiteloos te bewaren; zij spraken over het omzetten van wissels, het vrijgeven van rijwegen en het uitschakelen van bovenleidingen alsof het schaakzetten waren. Bij mij zat er altijd een fractie twijfel tussen waarnemen en handelen. Niets dramatisch, meestal niet eens zichtbaar voor collega’s, maar genoeg om je eigen vertrouwen langzaam uit te hollen. Die ene veiligheidsfout was misschien onvermijdelijk. Achteraf voelt hij bijna logisch, alsof hij al jaren onderweg was.
Misschien kijk ik daarom zo scherp naar alles wat met het spoor te maken heeft. Niet uit superioriteit; eerder uit een mengeling van spijt en nostalgie. Jaloezie speelt waarschijnlijk ook mee. Peter staat nog midden in het bedrijf, tussen de dienstregelingen en het koffieautomaat, waar het gesprek altijd ergens over storingen, collega’s of reorganisaties gaat. Hij hoort daar nog bij. Ik niet meer.
Dat persoonlijk ontwikkelbudget is trouwens ooit door de vakbond binnengehaald, althans zo gaat het verhaal. Een verworven recht, bedoeld om werknemers wendbaar te houden in een sector die voortdurend verandert. Nieuwe technieken, digitalisering, drones blijkbaar ook. In theorie een prachtig idee: mensen de kans geven zichzelf opnieuw uit te vinden zonder meteen afhankelijk te zijn van leidinggevenden of budgetrondes. In de praktijk betekent het soms dat iemand met twee keer duizend euro aan opgespaard budget thuiskomt met een drone die meer kost dan mijn eerste auto.
En daar begon dus het plagen. Bovenop mijn eerste kritiek stapelde ik wat kleine opmerkingen richting Peter (zie afbeeldingen). Aanvankelijk was het onschuldig. Een opmerking hier, een krantenknipsel daar. Ik vond het geestig; precies scherp genoeg om grappig te zijn, zo dacht ik. Maar Peter reageerde niet. Humor werkt uitstekend zolang beide partijen weten dat het een grap is. Maar ergens onderweg verloor ik misschien dat kompas. Misschien omdat ik eigenlijk niet met hem sprak, maar met mezelf, met de versie van mij die ooit ook recht had gehad op cursussen, certificaten en nieuwe kansen.
Sindsdien is het stil. Ik ben inmiddels benieuwd naar die dronefilmpjes. Waar vliegt hij zoal heen als vreemde vogel en wat brengt hij in beeld? Ik kijk steevast naar boven als ik mijn huis verlaat.

