De ironie van een ethisch dilemma dat over zijn eigen syntactische benen struikelt.
Gisteren stelde iemand mij een vraag die mij direct in een diepe, existentiële crisis stortte. Niet zozeer vanwege de morele zwaarte van het vraagstuk, maar vanwege de totale anarchie waarmee de zinsconstructie op papier was gekwakt. De afzender probeerde een filosofische kwestie aan te snijden, maar lanceerde in plaats daarvan een linguïstische raketaanval op mijn taalgevoel.
De letterlijke tekst luidde:
‘Kan je iemand iets kwalijk nemen dat ie niet gedaan heeft wat wel had moeten gebeuren als diegene daar echt niet opgekomen was?’

Ik heb de zin drie keer moeten herlezen; niet om de ethische diepgang te doorgronden, maar om simpelweg de taalkundige brokstukken te sorteren. Nadat ik mijn eerste neiging om rode strepen te gaan zetten had onderdrukt, besloot ik de afzender direct te trakteren op een lesje nuchtere zinsanalyse.
Ik schreef het volgende terug:
Ik hoop dat je begrijpt dat de zin een grammaticaal en stilistisch rampgebied is. Het voornaamste struikelblok zit in het slordige gebruik van verwijzende voornaamwoorden en een overschot aan beknopte bijzinnen die over elkaar heen buitelen.
‘…iets kwalijk nemen dat ie niet gedaan heeft wat wel had moeten gebeuren…’
Het woordje dat verwijst hier naar ‘iets’. Direct daarna volgt wat; een voornaamwoord dat eveneens naar een onbepaald ding verwijst (‘wat wel had moeten gebeuren’). Dit zorgt voor een opeenhoping van relatieve bijzinnen die de lezer dwingen om halverwege de rit de taalkundige wegwijzers opnieuw te kalibreren.
‘…als diegene daar echt niet opgekomen was.’
Waar is diegene niet opgekomen? Grammaticaal gezien verwijst ‘daar’ terug naar het dichtstbijzijnde logische element; de volledige constructie ‘wat wel had moeten gebeuren’. Je kunt echter niet ‘op een gebeurtenis komen’. Je komt op een idee, of je denkt aan een taak. De vaste combinatie is ergens op komen (bijvoorbeeld: ‘ik kom niet op het juiste woord’). Hier had het een constructie met aan moeten zijn (‘als diegene daar echt niet aan gedacht had’).
Bovendien breekt het invoegen van ‘wat wel had moeten gebeuren’ de natuurlijke cadans volledig; het is een tussenzin die de hoofdgedachte (‘kun je iemand nalatigheid verwijten?’) onnodig opsplitst.
Als ik de zin herformuleer op een logische manier, is wat je vraagt waarschijnlijk: Kun je iemand een nalatigheid verwijten als diegene er simpelweg nooit aan heeft gedacht?
Maar dan is het nog steeds duister wat er precies met ‘er’ wordt bedoeld. Ik moet dus zelf gaan invullen wat je intentie was:
Kun je iemand een nalatigheid verwijten als het simpelweg nooit in diegene is opgekomen dat er nog een taak op hem lag te wachten?
Of: Kun je iemand een nalatigheid verwijten als diegene er simpelweg nooit bij stil heeft gestaan dat hij die taak nog moest uitvoeren?
Na al deze herinterpretatie van kromtaal, zou ik de geherformuleerde kwestie van toepassing willen laten zijn op de vraagsteller zelf. Toegepast op jouw eigen bericht wordt het dilemma dan:
Kun je iemand de inzending van zo’n cryptische zin verwijten, als diegene er simpelweg nooit aan heeft gedacht dat een lezer er ook nog chocola van moet kunnen maken?
Of: Kun je jou de constructie van dit stilistische rampgebied wel kwalijk nemen, als je er simpelweg nooit bij stil hebt gestaan dat een zin ook nog aan de wetten van de logica moet voldoen?
Of, dichter bij je eigen tekst blijvend: kun je jou deze taalkundige nalatigheid eigenlijk wel verwijten, als het simpelweg nooit in je is opgekomen dat er nog een fatsoenlijke grammaticale structuur op je lag te wachten?
In dat specifieke geval zou ik je inderdaad niets verwijten; maar je wel een spottend antwoord geven.
Lezersreactie:
Waarom zo onhebbelijk Ronald?
(Agaath, Woudsend)
Mijn antwoord:
Dat ging inderdaad door mij heen: dat mijn toon nogal streng was en ik onaangenaam over kon komen. Zou ik een gevoelsarm mens zijn? Waarom struikel ik over hoe een vraag wordt geformuleerd en ga ik niet meteen in op de intentie van de vraagsteller? Mijn excuus zou dan zijn: omdat zelfs de achterliggende bedoeling van de vraag mij niet duidelijk werd. Er was voor mijn gevoel geen beleefdere uitweg mogelijk. Ik kon dus niet anders dan eerst over die kromtaal vallen.
