Wat was het verschil tussen pleonasme en tautologie ook alweer?
Ik kom uit de tijd dat Google je beste vriend was als je iets wilde weten. Chatbots of AI? Die waren er nog niet, of in elk geval niet zoals nu. Zoeken was een hele onderneming: je typte een paar zorgvuldig gekozen trefwoorden, want een complete vraag stellen leverde meestal niets op. Vervolgens kreeg je een lange lijst met websites, waarvan de helft niet relevant leek. Je opende een paar tabbladen, klikte van link naar link en hoopte dat je ergens het juiste antwoord vond. Het werd een digitale speurtocht, waarbij je soms meer tijd kwijt was met zoeken dan aan de vraag zelf.

Mijn vrienden en ik grepen vaak naar Google als we in een discussie vastliepen en begonnen te bekvechten. Was het nou ‘i.e.’ of ‘e.g.’? Was een tomaat een vrucht of een groente? Zo’n vraag kwam altijd op het verkeerde moment, vaak midden in een gezellig gesprek. We wisten best dat we het antwoord al eens hadden opgezocht, en eigenlijk ook dat het ergens diep in ons eigen brein lag opgeslagen. Maar in plaats van ons geheugen te pijnigen, vulde een van ons snel een term in. Terwijl de ander riep: ‘Nee, zoek op die manier!’ zaten we alweer samen te scrollen, op zoek naar dat ene antwoord dat iemand gelijk zou geven.
Het grappige is dat we dachten dat AI alles makkelijker zou maken. Toch zitten we naar aanleiding van de antwoorden vaak nog evenlang te discussiëren en te scrollen. We stellen onze vragen nu aan een chatbot die ons relatief sneller uitsluitsel geeft, maar ons ook steevast op een nieuwe speurtocht stuurt met de vraag wat hij nog meer voor ons kan betekenen. Het simpele dilemma dat om de zoveel tijd opduikt is bijvoorbeeld het verschil tussen pleonasme en tautologie, waarbij en passant ook contaminatie mag worden uitgelegd. Mijn siliconen Socrates slooft zich steevast voor mij uit (‘Zal ik…’ enzovoort) en ik merk dat ik deze meedenkende papagaai niet wil teleurstellen (‘Nou graag, als je dan toch bezig bent’). Terwijl ik weet dat de geest uit die fles geen ziel heeft.

Het heeft trouwens te maken met luiheid dat we genoemde termen steeds door elkaar halen; pleonasme, tautologie, contaminatie. Een ezelsbruggetje zou helpen maar zelfs de inspanning van het verzinnen van een goede geheugensteun, lijkt ons op het moment dat we, vol schaamte, om het aloude antwoord verlegen zitten, teveel moeite. Ook dat vroeg ik daarom maar eens aan mijn veelbelovende, algoritmische assistent: ‘Verzin een ezelsbruggetje voor het onthouden van wat een pleonasme is.’ Het antwoord van wat, naar ik hoop, ooit de vriendelijke autokorrekt van mijn gedachte zal worden, was teleurstellend: ‘Natuurlijk, hier is een ezelsbruggetje om te onthouden wat een pleonasme is: Pleonasme? Overbodig hè! Want als je het weglaat, dan is het ook al oké.’
Mwah, dat viel tegen. Ik had de betekenis van het stijlfiguur wel weer helder, maar misschien was ik niet specifiek genoeg geweest. Nogmaals: ‘Verzin een ezelsbruggetje voor het onthouden van wat een pleonasme is; eventueel met het woord plee erin.’ Antwoord: ‘Plee-pleonasme, dubbeldik, dubbelop en dubbel-knipperend met de ogen: allemaal overbodig en onnodig dubbel.’ Jezus, wat een gelul. Ook niks dus. Het antwoord was nog gekker dan mijn vraag. Nou goed, dan maar gewoon het verzoek om wat sublieme voorbeelden. (Ik wilde absoluut geen uitleg meer van het begrip zelf, op wat voor manier dan ook, want dat beschouw ik, zo langzamerhand, als een belediging van m’n intellect en m’n geheugen).
‘Witte sneeuw’, ‘ronde cirkel’ en ‘nat water’ werden als eerste uitgebraakt door het siliconen orakel. ‘Nee, nee, ChatGPT, ik wil geen mislukte indianennamen maar grappige en intelligente voorbeelden van pleonasmen.’ De digitale betweter kwam zijn veel te voor de hand liggende pavlovreacties nauwelijks te boven, tenzij je ‘mondelinge communicatie’ een beter voorbeeld vindt. Bij ‘voorafgaand aan de deadline’ begon ik pas een beetje gelukkiger te worden. Ik moest zelfs nadenken. Toen was ik kostbare minuten verder en had ik gevoelsmatig echt de bottomline bereikt met mijn goedmenende mechanische wijsneus. Het zelf verzonnen stukje moest de deur uit.
Maar wacht, de beleefde robot met een antwoord op alles (maar dan ook alles) was nog niet klaar met me.
Chatbot: ‘Zal ik een aantal voorbeelden geven die de verschillen illustreren tussen bepaalde taalkundige begrippen die mensen vaak willen begrijpen en waarvoor ze AI raadplegen?’
Ik: ‘Nou…uh…nee, daar zit ik eigenlijk niet op te wachten. Hoewel…als het niet teveel moeite is…ja, doe toch maar.’ (Mijn manier van communiceren is sindsdien steeds zakelijker geworden.)
‘Allusie vs. Citaat: Een allusie verwijst naar een bekend persoon, werk, gebeurtenis, etc., zonder dit letterlijk te citeren. Een citaat is een letterlijke weergave van woorden uit een bron.
Hyperbool vs. Eufemisme: Een hyperbool is een overdrijving, terwijl een eufemisme een verzachtende uitdrukking is die wordt gebruikt om iets onaangenaams of beledigends te vermijden.
Ironie vs. Sarcasme: Ironie verwijst naar een situatie waarin de werkelijke betekenis anders is dan de letterlijke betekenis. Sarcasme is een vorm van ironie waarbij iemand het tegenovergestelde zegt van wat hij bedoelt, vaak met een spottende ondertoon.
Acroniem vs. Initialisme: Een acroniem is een woord dat wordt gevormd door de beginletters of -klanken van andere woorden samen te voegen en als een nieuw woord uit te spreken (bijv. NASA). Een initialisme is vergelijkbaar, maar de letters worden afzonderlijk uitgesproken (bijv. BBC).
Synoniem vs. Antoniem: Synoniemen zijn woorden met een vergelijkbare betekenis, terwijl antoniemen woorden zijn met een tegenovergestelde betekenis.
Allegorie vs. Metafoor: Een allegorie is een verhaal, gedicht of beeld dat een diepere symbolische betekenis heeft, terwijl een metafoor een figuurlijke uitdrukking is waarbij een directe vergelijking wordt gemaakt tussen twee ongerelateerde dingen.
Archetype vs. Stereotype: Een archetype verwijst naar een universeel patroon of model, terwijl een stereotype een overdreven generalisatie is over een bepaalde groep mensen.
Satire vs. Parodie: Satire is een stijl van schrijven of kunst waarbij menselijke ondeugden, dwaasheden en misstanden worden bekritiseerd of bespot. Een parodie is een nabootsing of imitatie van een specifiek werk, meestal met de bedoeling om het belachelijk te maken.‘
