Vergankelijkheid als monument

Een kunstwerk dat de kracht van verval viert.

In de uitgestrekte natuurgebieden van de Republiek Aseria is onlangs een bijzonder kunstwerk voltooid: een sculptuur van Amerikaans president Donald Trump, uitgehouwen in een imposante wand van zandsteen. Het project, gerealiseerd onder toezicht van het Ministry of Tourism and Culture, markeert een vernieuwende benadering van monumentale kunst, waarin tijd, verval en reflectie centraal staan.

De ondertitel van het project, “Let’s not immortalize a madman,” is een citaat van de gerespecteerde Aserische staatsman Eldrin Vass, voormalig Minister van Staatsveiligheid en Cultuur. Tijdens de voorbereidende debatten wees Vass op de gevaren van het vereren van controversiële leidersfiguren door ze letterlijk in steen te vereeuwigen. Zijn woorden vonden brede weerklank, en leidden tot een symbolische beslissing: niet het idee van onverwoestbare grootsheid zou centraal staan, maar juist de erkenning van menselijke feilbaarheid en de vergankelijkheid van macht.

Om deze boodschap te ondersteunen, heeft uitgeverij Cum Suis een informatieve en esthetisch prikkelende folder samengesteld, in opdracht van het Ministry of Tourism and Culture. De folder begeleidt bezoekers door de thematiek van het kunstwerk en nodigt hen uit om getuige te zijn van het natuurlijke proces van erosie; een proces dat langzaam, maar onvermijdelijk, de scherpe trekken en opgeblazen zelfbeelden zal uitwissen.

Toeristen worden van harte uitgenodigd om het werk te bezoeken en jaar na jaar de subtiele veranderingen te volgen. Zo wordt Rushmore Don’t Rush niet slechts een statisch monument, maar een levende les in nederigheid, geschiedenis en de verstrijking van tijd.

Transience as a monument

An artwork celebrating the power of decay.

In the vast natural landscapes of the Republic of Aseria, a remarkable artwork was recently completed: a sculpture of American President Donald Trump, carved into an imposing sandstone cliff. The project, realized under the supervision of the Ministry of Tourism and Culture, represents an innovative approach to monumental art—one in which time, decay, and reflection take center stage.

The title of the project, Rushmore Don’t Rush, playfully references Mount Rushmore, where four American presidents have been immortalized in granite. Aseria, by contrast, deliberately chose sandstone—a rock that, under the influence of wind and weather, will erode rapidly. The message is clear: no rush to remain, but the wisdom to disappear.

The project’s subtitle, “Let’s not immortalize a madman,” is a quote from the respected Aserian statesman Eldrin Vass, former Minister of State Security and Culture. During the preparatory debates, Vass warned of the dangers of venerating controversial leaders by literally carving them into stone. His words resonated widely and led to a symbolic decision: the focus would not be on indestructible greatness, but on the recognition of human fallibility and the transience of power.

To support this message, the publisher Cum Suis—commissioned by the Ministry of Tourism and Culture—has produced an informative and aesthetically engaging brochure. The brochure guides visitors through the themes of the artwork and invites them to witness the natural process of erosion: a slow but inevitable force that will gradually erase the sharp features and inflated self-image.

Tourists are warmly invited to visit the work and observe its subtle transformations year after year. In this way, Rushmore Don’t Rush becomes more than a static monument; it becomes a living lesson in humility, history, and the passage of time.

Verhalentoneel zonder druk om te onthouden

Een momententheater dat draait om het nu.

Roos en Tim Doornenveld uit Velp ontmoetten elkaar tijdens hun opleiding tot maatschappelijk zorgverlener gespecialiseerd in psychogeriatrie; een opleiding gericht op de zorg voor mensen met dementie en andere ouderdomsgerelateerde aandoeningen. Al snel ontdekten ze hun gedeelde passie: niet alleen wilden ze professionele zorg bieden, maar ook de diepere lagen van het menselijk geheugen aanspreken, daar waar herinneringen leven.

Herinneringstheater, dwz: een voorstelling die herinneringen oproept en mensen verbindt met hun verleden. Belevingstheater, dwz: een ervaring die draait om gevoel, sfeer en interactie, los van cognitieve beperkingen. Momententheater, dwz: theater dat draait om het nu en de magie van het moment.

Naast hun werk in de ouderenzorg wijden Roos en Tim zich aan een bijzonder project: herinneringstheater. In hun voorstellingen nemen zij mensen met dementie mee terug naar de wereld van hun jeugd. Bekende televisieprogramma’s uit de jaren ’50 en ’60 vormen de basis. Zelf treden ze op als Rikkie en Slingertje, een knipoog naar het gelijknamige poppenprogramma dat ooit het kinderhart veroverde.

‘Rikkie en Slingertje’ was een eenvoudige, vrolijke poppenserie waarin twee kleine vriendjes allerlei avonturen beleefden. De herkenbare stemmen, eenvoudige decors en liefdevolle interacties maakten het programma geliefd bij een hele generatie. Naast deze klassieker brengen Roos en Tim ook verwijzingen naar andere bekende programma’s zoals Dappere Dodo, Pipo de Clown, De Fabeltjeskrant en Swiebertje. Elk liedje, elke dialoog en elk kostuum is zorgvuldig gekozen om sluimerende herinneringen zachtjes wakker te maken.

Wat hun werk extra bijzonder maakt, is dat zij gebruikmaken van participatietheater: bewoners van verzorgingshuizen worden niet alleen toeschouwer, maar mogen ook zelf een rol aannemen; groot of klein, passend bij hun mogelijkheden. Zo wordt herinnering geen eenrichtingsverkeer, maar een gezamenlijke beleving vol glimlachen, zingen en soms zelfs improviseren.

Roos en Tim treden niet op in reguliere theaters. Hun ‘podia’ zijn woonkamers, gezamenlijke zalen en tuinen van verpleeghuizen, hospices en andere zorglocaties waar mensen met Alzheimer of andere vormen van dementie wonen. Hun doel is niet grootse kunst, maar kleine, dierbare momenten van verbinding.

Uitgeverij Cum Suis is dan ook verheugd om de opdracht te hebben gekregen van R&S Producties (zoals Roos en Tim hun initiatief noemen) om het officiële programmaboekje samen te stellen. Een boekje vol verhalen, beelden en herinneringen, zodat hun liefdevolle werk nog verder reikt en niet alleen de harten van de bewoners, maar ook die van hun familie en verzorgers mag raken.

De Liefdesbrigade

Fragment uit een brievenroman.

Lieve Gertrud,

Ik schrijf je deze brief omdat er iets tussen ons is voorgevallen dat ik niet kan negeren, en waarvan ik denk dat het nodig is om het uit te spreken, hoe moeilijk ook.

Moodboard c.q. schetsplan voor De Liefdesbrigade.

Je stuurde me onlangs die bandopname van de redevoering van Goebbels1. Ik heb ernaar geluisterd, en ik moet zeggen: het deed me huiveren. Niet alleen vanwege de stem van de geschiedenis die daar spreekt – een stem die aanzet tot haat, tot de dood van miljoenen – maar ook omdat ik het gevoel kreeg dat jij erdoor geraakt werd op een manier die ik moeilijk kan plaatsen.

Ik wil je niet beschuldigen. Maar ik voel me verplicht om open te zijn over wat dit bij mij oproept. De woorden die Goebbels gebruikt – over de ‘Mongolensturm’, over de verdediging van Europa tegen de Bolsjewisten – zijn doordrenkt met racisme, propaganda en misleiding. Ze zijn gericht op het ophitsen van een volk dat al jarenlang onderdrukt werd door terreur.

Wat mij trof, is dat deze toespraak, waarin een oorlogsmisdadiger zijn volk oproept tot de laatste wanhopige strijd, bij jou blijkbaar een emotionele snaar raakt. Dat maakt me bezorgd. En eerlijk gezegd: verdrietig. Niet om je te veroordelen, maar omdat ik me afvraag of je je werkelijk bewust bent van de historische lading en morele implicaties.

Mag ik je daarom iets vragen, met alle voorzichtigheid en respect die ik kan opbrengen? Hoe ben jij grootgebracht? Welke beelden van de geschiedenis zijn jou meegegeven? En voel je je werkelijk thuis bij zulke retoriek, of is er iets anders aan de hand? Ik vraag dit niet om je aan te vallen, maar omdat ik in verwarring ben geraakt over wie je werkelijk bent, en wat je beweegt.

Ik weet dat de wereld complex is. Dat het huidige geopolitieke klimaat gevoelens oproept over Oost en West, over dreiging en verdediging. Maar er zijn grenzen. Grenzen die we niet zomaar mogen verleggen omdat onze eigen tijd ook moeilijk is.

Ik hoop dat je begrijpt dat ik dit niet licht schrijf. Maar ook dat ik, ondanks alles, nog steeds geloof dat eerlijkheid – hoe pijnlijk ook – beter is dan wegkijken of zwijgen.

Met een dierbare groet,
Onno
van Dorreland

1 Over de historische context van de toespraak van Joseph Goebbels en de bevrijding van Berlijn

De redevoering die Joseph Goebbels hield in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, waarin hij de bevolking van Berlijn opriep zich te verzetten tegen de oprukkende Sovjetlegers, vond plaats in een periode waarin Nazi-Duitsland feitelijk reeds verslagen was. Goebbels, als minister van Propaganda, trachtte in deze speech de Duitse bevolking tot een laatste wanhopige verdediging aan te zetten. Hij deed dat met een combinatie van nationalistische retoriek, racistische beeldvorming (zoals het gebruik van de term “Mongolensturm”), en het mobiliseren van angst voor het “Bolsjewistische gevaar”.

Het is essentieel om te begrijpen dat deze toespraak niet los te zien is van het bredere historische en morele kader: Nazi-Duitsland was op dat moment een misdadig regime, verantwoordelijk voor de Holocaust en een verwoestende wereldoorlog. De Sovjet-Unie, hoe complex en later zelf ook gewelddadig in haar optreden, was in deze context een geallieerde macht die mede verantwoordelijk was voor het beëindigen van deze terreur.

De Slag om Berlijn, die eindigde in mei 1945 met de inname van de stad door het Rode Leger, markeerde het definitieve einde van het Derde Rijk. Voor de meeste Europeanen, inclusief Nederlanders, betekende dit het begin van de bevrijding. Hoewel het optreden van het Rode Leger op bepaalde plaatsen met geweld en wraak gepaard ging, is het historisch onhoudbaar om in deze specifieke context de Sovjets als de morele agressor te zien. Zij maakten deel uit van de coalitie die Europa verloste van het Nazisme.

Dat sommigen vandaag de dag – in het licht van de huidige geopolitieke spanningen – teruggrijpen op anti-Russische sentimenten, is begrijpelijk binnen de actualiteit. Maar het is historisch én ethisch onjuist om die gevoelens te projecteren op de situatie van 1945, waarin de Russen onmiskenbaar de bevrijders waren. De keuze om in deze context niet aan de kant van de bevrijders te staan, maar ontroerd te raken door een toespraak van een oorlogsmisdadiger, roept dan ook ernstige vragen op over het morele besef van het heden.

Lieve Onno,

Wat ben ik dankbaar dat je de moed hebt gehad om je gevoelens en vermoedens met me te delen. Het raakt me diep dat je dacht dat ik sympathie zou voelen voor wat Goebbels vertegenwoordigde maar ik begrijp het volkomen. Zeker als je alleen afging op de opname en niet wist van de achtergrond die ik zelden tot nooit met iemand deel.

Laat me je uitleggen waarom ik je juist die toespraak stuurde, en waarom ik daardoor emotioneel werd op een manier die anders is dan je vermoed hebt.

Ik werk, zoals ik je nu pas vertel, al geruime tijd samen met een organisatie die als doel heeft beginnende neo-nazistische bewegingen op te sporen, te infiltreren en hun netwerken bloot te leggen. We doen dit werk uiterst discreet, omdat openlijke afstand nemen ons onmogelijk zou maken binnen te komen waar we nodig zijn. Daarom moet ik soms, ook persoonlijk, poses aannemen die haaks staan op wie ik werkelijk ben.

Mijn Joodse afkomst – iets wat ik niet van de daken schreeuw, omdat het juist in dit werk tegen mij gebruikt zou kunnen worden – is voor mij een voortdurende bron van motivatie om alert te zijn op herlevende vormen van fascisme, racisme en antisemitisme. Wat ik jou stuurde, was geen uiting van bewondering. Integendeel. Ik ken deze toespraak tot in detail omdat ik analyseer hóe gevaarlijk en geraffineerd de retoriek was en hoezeer deze nog steeds, onder nieuwe vlaggen, mensen weet te raken.

Misschien had ik je beter moeten voorbereiden. Misschien was het naïef van mij om te denken dat jij mijn bedoelingen zou aanvoelen zonder uitleg. Dat je, uit oprechte morele verontwaardiging, mijn bedoelingen in twijfel trok, neem ik je daarom niet kwalijk. Het getuigt juist van je gezonde instincten en van je moreel kompas.

Je hebt volkomen gelijk dat de Russen in 1945 onze bevrijders waren. Tegelijkertijd hebben wij — ook historisch — te maken met het wrange besef dat vele Oost-Europeanen na de oorlog een nieuw soort onderdrukking kenden. Poolse families, Hongaren, Oost-Duitsers: ze werden niet ‘vrij’ in de zin waarin wij het beleefden. Dat is een historische tragiek, maar het verandert niets aan de rol die het Rode Leger speelde bij het verslaan van het nazisme.

Ik hoop dat deze uitleg iets van je verwarring wegneemt. En als je nog vragen hebt, of meer wilt weten over wat ik precies doe, ben je altijd welkom om het me te vragen. Voor mij is vertrouwen het hoogste goed en ik wil graag dat je weet dat je, ondanks deze pijnlijke vergissing, veilig bent bij mij.

Met hartelijke groet en respect,
Gertrud
Wiesenthal

Beste Onno,

Naar aanleiding van mijn eerdere brief voel ik, na enig beraad, de behoefte om nog een aanvullende, meer zakelijke toelichting te geven. Dit om elke mogelijke verwarring volledig op te helderen.

In mijn werk voor een organisatie die zich toelegt op de monitoring en bestrijding van opkomende neo-nazistische netwerken, is het essentieel om inzicht te hebben in historische propagandatechnieken en de manier waarop ze vandaag de dag opnieuw gebruikt kunnen worden. Onderdeel van deze taak is het analyseren van originele bronnen, waaronder toespraken van prominente figuren als Joseph Goebbels. Deze studie dient niet ter verheerlijking, maar ter preventie.

Mijn persoonlijke achtergrond (waaronder mijn Joodse afkomst) is voor deze werkzaamheden bekend bij de betreffende instanties maar wordt uit veiligheidsoverwegingen in mijn publieke leven niet benadrukt. De opname die ik je stuurde, maakte deel uit van een bredere analyse die ik op dat moment aan het afronden was. Mijn emotionele reactie was gericht op de gevaarlijke kracht van retoriek, niet op de inhoudelijke boodschap zelf.

Tenslotte: dat het Rode Leger in 1945 een bevrijdende rol speelde in Europa, staat voor mij buiten kijf. Dat de nasleep in Oost-Europa een andere vorm van onderdrukking met zich meebracht, is een historisch feit dat echter los staat van de context waarin Nazi-Duitsland destijds werd verslagen.

Ik vertrouw erop dat dit je een volledig beeld geeft van mijn positie en beweegredenen. Mocht je verdere vragen hebben, dan sta ik daar uiteraard voor open.

Met vriendelijke groet,
Gertrud
Wiesenthal

Beste Gertrud,

Hartelijk dank voor je tweede brief en de open en zorgvuldige toelichting die je daarin hebt gegeven. Ik heb grote waardering voor de helderheid en de kalmte waarmee je deze complexe situatie uiteenzet.

In alle eerlijkheid: ik besef nu des te meer hoe snel schijn kan bedriegen en hoe belangrijk het is om niet te snel te oordelen. Wat je met mij hebt gedeeld, vraagt om discretie en respect en ik wil je nadrukkelijk verzekeren dat je op mijn volledige vertrouwelijkheid kunt rekenen.

Omdat vandaag de dag is waarop wij gezamenlijk stilstaan bij de slachtoffers van oorlog en onderdrukking, wil ik je bij deze ook een gepaste en respectvolle dodenherdenking toewensen. Juist na ons gesprek van de afgelopen dagen voel ik des te meer hoe waardevol het is om te blijven herinneren en om te waken.

Nogmaals dank voor je openheid en je vertrouwen. Ik hoop dat we in deze geest verder kunnen gaan.

Met een allerhartelijkste groet,
Onno
van Dorreland

Boekenmeisje en Taaljongen

Een ijzersterke combinatie.

Boekenmeisje en taaljongen.nl vormen een duo. Samen hopen ze het geschreven woord naar een hoger plan te tillen. Wat begon als een creatief taalbureau onder de naam taaljongen.nl, is inmiddels uitgegroeid tot een ondersteunend platform voor eenmansuitgeverij Cum Suis.

Samen sterk.

Taaljongen.nl bood in zijn beginjaren een breed scala aan taaldiensten: van redactie en correctie tot copywriting, schrijfcoaching en vertalingen. Met oog voor stijl en inhoud werkte taaljongen.nl aan het plan om particulieren, bedrijven en organisaties te ondersteunen bij hun communicatie, of het nu ging om een heldere tekst voor een website, een pakkend verhaal of een zorgvuldig geredigeerd manuscript.

‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen, Nooit vond ik ergens anders onderdak’ (Slauerhoff)

Tegenwoordig richt taaljongen.nl zich op de ondersteuning van Cum Suis, de onafhankelijke uitgeverij van een zelfpublicist. Deze uitgeverij creëert boeken met karakter; eigenzinnig, verdiepend en met een duidelijke stem. De verbinding tussen taal en uitgeven is daarmee sterker dan ooit. Boekenmeisje is de drijvende kracht achter de promotie van deze uitgaven. Ze zorgt ervoor dat de boeken van Cum Suis hun weg vinden naar liefhebbers van mooie, onafhankelijke non-fictie en literatuur.

Maar Boekenmeisje doet inmiddels meer. Ze is ook actief als zelfstandige verkoopster van tweedehandsboeken, en biedt een divers assortiment aan via boekwinkeltjes.nl. Deze uitbreiding maakt haar tot een echte boekenfluisteraar: iemand die boeken niet alleen leest en koestert, maar ook opnieuw tot leven brengt bij een volgend lezerspubliek.

Benieuwd naar het huidige aanbod? Het komt, vrees ik, hier op neer: u wordt gevraagd een boekje van haar te kopen, dat kan Cum Suis verder. (https://www.boekwinkeltjes.nl/v/boekenmeisje/)

Een slap aftreksel van een relevant dilemma

The GreenXtreme – Voorwoord.

De nu volgende opmerking is allesbehalve een aanbeveling om verder te lezen, maar het moet gezegd: de ondertitel van dit boek kon beter. Het bevat een vraag die niet meer actueel is. Er staat zoiets als: Wordt het geen tijd om de wet te overtreden in het belang van onze gezondheid? Of: Moeten we het huidige recht en haar verdedigers zo langzamerhand niet bevechten, nu die ons onvoldoende lijken te beschermen tegen de gevolgen van milieuvervuiling? Ik hoor de lezer denken: “Wordt het geen tijd? Zo langzamerhand? Waar heeft die man het over? Er vinden toch al heel lang acties plaats tegen onrecht door dappere mensen die de wet uitdagen in het belang van de natuur? Mensen die bestaande, onwerkbare regels negeren en de moed tonen om de bijbehorende arrestaties te trotseren. Worden er niet sinds tijden klimaatactivisten opgepakt die boetes aan hun broek krijgen of een tijdje moeten brommen voor hun idealen?”

Inderdaad, moet ik dan toegeven; voor dat hogere doel werd de wet al vaak geschonden. Deze acties hebben inmiddels een lange geschiedenis en gaan vanaf begin jaren zestig onverdroten door. Er bestaan talloze individuen en groeperingen die sindsdien het recht uitdagen om aandacht te vragen voor klimaatverandering en milieuvervuiling. Hier volgen enkele voorbeelden:

Extinction Rebellion (XR): Deze internationale beweging voert burgerlijke ongehoorzaamheidacties uit om aandacht te vragen voor de klimaatcrisis. Ze blokkeren wegen, bezetten gebouwen en verstoren openbare ruimtes om politieke en publieke aandacht te vragen voor dringende actie. Dit heeft in veel landen geleid tot massale arrestaties.

Greenpeace: Greenpeace staat bekend om directe acties, waaronder het beklimmen van boorplatforms, het blokkeren van schepen en het betreden van gesloten industriële terreinen, zoals kolencentrales, om milieuvervuiling en klimaatverandering aan te pakken. Hun acties hebben vaak geleid tot arrestaties en juridische vervolging.

De Occupy-beweging en haar sympathisanten: Veel klimaatactivisten, geïnspireerd door de Occupy-beweging, hebben wegen en pleinen bezet om economische onrechtvaardigheden en de invloed van bedrijven op klimaatverandering te bekritiseren. Deze protesten worden vaak illegaal bestempeld omdat ze openbare ruimtes zonder toestemming bezetten.

Fridays for Future jongeren en schoolstakers: Hoewel het geen geweld of zware vergrijpen betreft, overtraden duizenden jongeren wereldwijd de wet door – geïnspireerd door Greta Thunberg – tijdens schooldagen te staken en massaal de straat op te gaan om te protesteren voor klimaatbeleid. In sommige landen zijn scholieren bestraft voor deelname aan deze demonstraties.

Vechters tegen infrastructuurprojecten: Actiegroepen zoals de Standing Rock Sioux Tribe hebben wetten overtreden om te voorkomen dat pijpleidingen werden aangelegd op hun land. Dat was niet alleen een kwestie van eigendomsrecht, maar ze wilden daarmee ook de bescherming van drinkwaterbronnen en de natuur waarborgen. In Europa werden er vergelijkbare acties gevoerd tegen de aanleg van snelwegen door bossen, zoals in het Hambacher Forst in Duitsland, waar activisten zich vastketenden aan bomen en zo de aanleg van infrastructuur saboteerden.

Ontbossingsactivisten: In verschillende delen van de wereld saboteren activisten apparatuur die wordt gebruikt voor (illegale) ontbossing en mijnbouwactiviteiten. Hoewel deze acties vaak klein en verspreid zijn, overtreden ze lokale en internationale wetten om milieubescherming af te dwingen.

Al deze mensen lieten en laten met hun acties zien dat zij bereid zijn om in strijd te handelen met de wet om hun punt te verduidelijken; namelijk dat er onvoldoende wordt gedaan om de aarde leefbaar te houden. ‘Is het tijd om de wet te overtreden voor het recht op schone lucht?’ vraag ik mij op de kaft af, en nogmaals, die omschrijving voor het zogenaamde thema van mijn boek klinkt bepaald niet prikkelend. Het mist de actualiteit omdat het niet meer is dan een slap aftreksel van het echte dilemma waarmee ik worstel. De vraag kon relevanter, maar de uitgever (in mij) wilde ‘de eerste kennismaking van de lezer met het boek’ bescheiden houden.

De kwestie is niet of de wet moet worden overtreden – dat wordt immers allang gedaan – maar welke ultieme acties gerechtvaardigd zijn in de strijd voor het klimaat. Die werkelijke vraag die ik in dit boek wil stellen, formuleer ik verderop veel onvoorwaardelijker en dwingt tot een morele afweging: ‘Is het tijd om geweld te gebruiken voor het recht op schone lucht?’ Of, nog indringender: ‘Is het tijd om voor dat doel te doden?’ Met deze formulering wordt de morele discussie pas echt aangescherpt. Natuurlijk is dit geen nieuw onderwerp; het is al uitgebreid besproken door filosofen, schrijvers, activisten, milieu-ethici, kunstenaars, en zelfs een jurist (een advocaat van de duivel met engelengeduld, zie hoofdstuk 7). Ze dagen ons uit om na te denken over de grenzen van activisme en de bereidheid tot radicale acties in het licht van de klimaatcrisis.

De dilemma’s die zij ons voorleggen worden alleen maar urgenter. Mijn eigen antwoord is uiteindelijk dat ik nooit onwettig geweld zou gebruiken. Maar ik worstel voortdurend met de kwestie hoe ver we mogen gaan in onze pogingen om de wereld te redden en merk dat ik in mijn ongeduld de grenzen van het toelaatbare verleg richting almaar hardere actie. Ik maak onderscheid tussen geweld dat onder bepaalde omstandigheden legaal is, en geweld dat illegaal is. Het zijn rekbare begrippen. Het hangt af van factoren zoals intentie, aard van de situatie, en juridische rechten van de betrokkenen. Wettig geweld wordt nu gebruikt door personen of instanties die daartoe, door ons burgers, democratisch zijn gemachtigd, zoals politie, militairen, of andere overheidsinstanties.

Omstandigheden en juridisch kader vormen een belangrijke factor. Het breken van de wet wordt natuurlijk niet altijd als een geweldsdelict beschouwd. Er zijn veel vormen van wetsovertredingen die geen geweld inhouden, maar in mijn boek is geweldtoepassing als machtsmiddel om het klimaat te redden het grote thema. Het gebruik van onwettige actie komt bijvoorbeeld ter sprake in de context van het verdedigen de werkelijkheid (of, minder gezwollen: van het verhaal over wat er werkelijk aan de hand is) tegen de desinformatie, onzin en misinformatie van klimaatwetenschapontkenners. Veel mensen houden er hun eigen waarheden op na. We vinden zulke betweters, beterweters en gevangenen in het eigen gelijk ter rechter- maar ook ter linkerzijde van het politieke spectrum.

Soms wordt er helemaal niet vanuit een bepaalde sociaal-maatschappelijke motivatie gesproken, maar lijkt het een doel op zich om populistisch haat te zaaien, spirituele- of wellnesswhappieachtige inzichten te verkondigen danwel de omgeving van het gevaar van één of ander elitecomplot te overtuigen. De laatste tijd komen de zogenaamde ‘soevereine burgers’ nogal eens in het nieuws, die de legitimiteit van de staat en haar instituties volledig verwerpen. Ze creëren hun eigen regels en wetten, gebaseerd op hun eigen interpretatie van de werkelijkheid. Deze beweging is vaak geworteld in een diep wantrouwen jegens de overheid en een verlangen naar absolute vrijheid. Ze geloven dat ze boven de wet staan en dat hun handelingen niet onderworpen zijn aan de regels die voor de rest van de samenleving gelden. Dit kan leiden tot gevaarlijke situaties, waarin individuen of groepen hun eigen gang gaan en de rechten van anderen negeren.

In dit boek onderzoek ik de verschillende vormen van activisme, van burgerlijke ongehoorzaamheid tot sabotage, en de morele afwegingen die daarbij komen kijken. Ik onderzoek de vraag of geweld, in welke vorm dan ook, ooit gerechtvaardigd kan zijn in de strijd voor een gezonder klimaat. Kortom, dit boek is een poging om de complexiteit van de klimaatcrisis en de noodzaak tot actie te onderzoeken, zonder de zedelijke dilemma’s uit de weg te gaan. Ik vraag niet alleen om een intellectuele overweging, maar om een ethische afweging van wat nodig is om de aarde te redden. Ik spreek het morele geweten van de lezer aan over de keuzes die we maken en ondertussen blijf ik gefocust op de complicatie van mijn eigen worsteling met deze kwestie.

A watered-down version of a relevant dilemma.

From: The GreenXtreme (Preface).

The following remark is far from a recommendation to keep reading, but it must be said: the subtitle of this book could have been better. It contains a question that is no longer relevant. It says something like: Isn’t it time to break the law for the sake of our health? Or: Shouldn’t we, by now, be fighting the current law and its defenders, as they no longer seem to protect us from the consequences of environmental pollution? I can hear the reader thinking: isn’t it time? By now? What is this man talking about? Haven’t there been actions for a long time, by brave people who flout the law in the name of nature? People who fought existing, unworkable rules and had the courage to face the resulting arrests. Haven’t climate activists been getting arrested for ages, fined as they were, or even spending time behind bars for their ideals?

Indeed, I must admit; the law has often been broken for that higher cause. These actions have a long history and have continued unabated since the early 1960s. Numerous individuals and groups have challenged the law since then to raise awareness about climate change and environmental pollution. Here are some examples:

Extinction Rebellion (XR): This international movement carries out acts of civil disobedience to draw attention to the climate crisis. They block roads, occupy buildings, and disrupt public spaces to demand political and public attention for urgent action. This has led to mass arrests in many countries.

Greenpeace: Greenpeace is known for direct actions, including climbing oil rigs, blocking ships, and entering restricted industrial sites like coal power plants to combat pollution and climate change. Their actions often result in arrests and legal prosecution.

The Occupy movement and its sympathizers: Many climate activists, inspired by the Occupy movement, have occupied streets and squares to criticize economic injustices and corporate influence on climate change. These protests are often deemed illegal because they occupy public spaces without permission.

Fridays for Future youth and school strikers: Although these actions don’t involve violence or serious crimes, thousands of young people worldwide—inspired by Greta Thunberg—broke the law by striking during school days and taking to the streets en masse to demand climate action. In some countries, students were penalized for participating in these demonstrations.

Fighters against infrastructure projects: Activist groups like the Standing Rock Sioux Tribe have broken laws to prevent pipelines from being built on their land. This was not only a matter of property rights but also a way to safeguard drinking water sources and protect nature. Similar actions have been taken in Europe against highway construction through forests, such as in Hambacher Forst in Germany, where activists chained themselves to trees, sabotaging the infrastructure development.

Deforestation activists: In various parts of the world, activists sabotage equipment used for (illegal) deforestation and mining activities. Although these actions are often small and dispersed, they break local and international laws to enforce environmental protection.

All these people have shown, and continue to show, through their actions that they are willing to break the law to clarify their point; namely, that not enough is being done to keep the planet habitable. “Is it time to break the law for the right to clean air?” I ask myself on the cover, and once again, that description of the so-called theme of my book hardly sounds stimulating. It lacks relevance because it’s nothing more than a watered-down version of the real dilemma I’m struggling with. The question could be more pertinent, but the publisher (within me) wanted to keep ‘the reader’s first encounter with the book’ modest.

The issue isn’t whether the law should be broken—after all, that’s already happening—but which ultimate actions are justified in the fight for the climate. The real question I want to pose in this book, which I formulate much more unconditionally later on, forces a moral consideration: “Is it time to use violence for the right to clean air?” Or, even more intensely: “Is it time to kill for that cause?” This formulation truly sharpens the moral discussion. Of course, this isn’t a new subject; it’s been extensively debated by philosophers, writers, activists, environmental ethicists, artists, and even a lawyer (a devil’s advocate with angelic patience, see chapter 7). They challenge us to think about the limits of activism and the willingness to engage in radical actions in light of the climate crisis.

The dilemmas they present to us are only becoming more urgent. My own answer is clear that I would never use unlawful violence. But I constantly struggle with the question of how far we are allowed to go in our attempts to save the world and find that, in my impatience, I push the boundaries of what’s acceptable toward increasingly harsher actions. I distinguish between violence that is legal under certain circumstances and violence that is illegal. These are flexible concepts. It depends on factors such as intent, the nature of the situation, and the legal rights of those involved. Lawful violence is currently used by individuals or institutions democratically empowered by us citizens, such as police, military, or other government agencies.

Circumstances and the legal framework play an important role. Breaking the law isn’t always considered a violent crime, of course. There are many forms of lawbreaking that do not involve violence, but in my book, the application of violence as a tool of power to save the climate is the central theme. The use of illegal action, for example, comes up in the context of defending the truth (or, less grandiosely: the story of what is actually happening) against the disinformation, nonsense, and misinformation from climate science deniers. Many people cling to their own versions of the truth. We find such know-it-alls, better-knowers, and prisoners of their own rightness on both the right and left sides of the political spectrum.

Sometimes, the motivation isn’t driven by any particular social or societal cause, but it seems like the goal is simply to spread populist hatred, promote spiritual or wellness-related insights, or convince others of the danger of some conspiracy. Recently, the so-called “sovereign citizens” have been in the news more often, rejecting the legitimacy of the state and its institutions entirely. They create their own rules and laws, based on their own interpretation of reality. This movement is often rooted in a deep distrust of the government and a desire for absolute freedom. They believe they are above the law and that their actions are not subject to the rules that apply to the rest of society. This can lead to dangerous situations where individuals or groups go their own way and ignore the rights of others.

In this book, I examine the various forms of activism, from civil disobedience to sabotage, and the moral considerations involved. I explore the question of whether violence, in any form, can ever be justified in the fight for a healthier climate. In short, this book is an attempt to explore the complexity of the climate crisis and the necessity for action, without shying away from moral dilemmas. I am not just asking for an intellectual consideration, but for an ethical reflection on what is needed to save the Earth. I appeal to the reader’s moral conscience regarding the choices we make, while I remain focused on the dilemma of my own struggle with this issue.

NEON

En een stroom dat dat vreet, AI AI AI!

Maar (hier volgen mijn excuses):

1. Ik ga nooit met vakantie.
Mijn CO₂-compensatie zit in mijn stilzitten. Ik compenseer mijn vliegschaamte met stroomschuld. Door AI te gebruiken zonder vakantie te vieren in een ver buitenland, balanceer ik mijn ecologische boekhouding met morele interesse. Ik reis niet, maar mijn gedachten zijn voortdurend onderweg. Mijn AI-verslaving doet minder kwaad dan de gemiddelde cruisevakantie.
2. Ik heb geen kinderen.
Mijn digitale voetafdruk is mijn enige nalatenschap. Mag ik dan een beetje doorslaan in digitale voortplanting? Elke zin die ik schrijf is een kleine geboorte. Mijn kindloosheid is geen stilstand, maar een keuze voor ruimtelijk en energetisch evenwicht.
3. Ik ben een schepper.
Kunst maken is arbeid en arbeid vereist energie; vroeger kolen, nu algoritmen. Ik zet AI in als penseel. Mijn gedachtenstroom is de stroom van verhoogd bewustzijn. Het vraagt om spranken en fonkelingen. Inspiratie komt niet gratis, ook niet als ze gedeeltelijk uit de cloud valt.
4. Ik heb geen auto.
Mijn vervoermiddel is de verbeelding. Volledig elektrisch, maar dan van de eigen neurotransmitters. Anderen hebben een SUV, ik heb een GPU. Ik verbruik wat ik nodig heb om stil te staan bij wat telt.
5. Ik leef sober.
Wat ik neem van het netwerk, geef ik terug in taal. In plaats van spullen koop en verkoop ik ideeën. Mijn woonruimte is compact, mijn ideeën zijn groot. Dat vraagt rekenkracht. Tenzij je rekent in GPU-cycli, probeer ik juist om verspilling te vermijden.
6. AI helpt me mentale ruimte te scheppen.
Mentale ruimte wint het qua schoonheid vaak van fysieke ruimte. Ik denk nu aan het slagveld (echt of overdrachtelijk); ik voer geen oorlog, ik voer prompts in. Iedereen zijn ding. Mijn CO₂-uitstoot is hoogstens emotioneel belastend. Zonder AI had ik misschien meer energie verspild aan geestelijke burn-outs. Dit is schonere verbranding. Nou goed, mijn keuzes zijn niet zuiver, maar wel bewuster dan nietsdoen.

John Mayer – Neon (Life in LA)