“Hoor wie het zegt,” zegt hij die iets zei, nu zelf.
De schaakwereld is in rouw. Het plotselinge verlies van Daniel Naroditsky hakt erin. Te midden van deze shock laat Magnus Carlsen zich van zijn beste kant zien. Zijn woorden over Danya’s dood zijn geen standaard eerbetoon. Ze klinken oprecht en dwingen ons om te erkennen hoe wantrouwen en vijandigheid de online schaakgemeenschap hebben doordrenkt.
“Wat ze met Danya deden, was vreselijk,” zegt Carlsen. Hij doelt op de eindeloze, ongefundeerde beschuldigingen van valsspelen, vooral gevoed door oud-wereldkampioen Vladimir Kramnik. Carlsen spreekt de woorden die velen willen horen: “Niemand geloofde echt dat Danya vals speelde.” Het is een late verdediging, maar een die aankomt. Danya, een grootmeester met een gouden hart en een commentator die schaakliefde deelde met duizenden, werd vermorzeld door een digitale heksenjacht. Het wantrouwen dreef hem in een hoek.
Wat Carlsen’s woorden geloofwaardig maakt, is zijn blijk van oprechte spijt. “Ik wou dat ik meer voor hem had gedaan,” zegt hij. Hij voelde al langer dat het niet goed zat, maar zweeg. Die stilte, geeft hij toe, was een fout. En dat komt hard binnen, juist omdat het van hem komt, de man die zelf een speler beschuldigde van valsspelen en daarvan de chaos meemaakte. Hij kende de pijn van zo’n publieke vernedering; niet als slachtoffer, maar als iemand die de verwoesting van dichtbij zag. Met de wijsheid van de terugblik toont hij berouw over wat hij toen onbedoeld teweeg heeft gebracht, maar ook om wat hij richting Danya heeft nagelaten.
Toen de rel rond Hans Niemann uitbrak, stond Carlsen zelf in het oog van de storm. Ook toen speelde twijfel een rol, maar met een andere lading, een andere context, en andere motieven. Magnus maakte geen heksenjacht van zijn vermoedens van valsspel. Toch liet het gevolg van zijn woorden en daden zien hoe dun de grens is tussen zorg om de zuiverheid van de sport en het risico iemand zonder opzet te beschadigen. Daarom begrijpt hij nu, met Danya’s lot nog vers in het geheugen, pas echt hoeveel gewicht een verdenking uit zijn mond kan hebben.
De suggestie wekken was genoeg. Magnus hield het indertijd bescheiden. Hij wilde geen hetze veroorzaken. Hij is er de man niet naar om dingen op te blazen. Maar een vedette hoeft maar iets te zeggen en de wereld pakt het op. De nummer één in de sport kon zelf de gevolgen niet reguleren van zijn zo voorzichtig mogelijk geuitte wantrouwen. Tijdens een partij aan het bord meende Magnus iets verdachts te constateren bij zijn tegenstander, wat hij later publiekelijk ter sprake bracht. Verdere insinuaties door anderen deden hun werk. De sensatiepers zag zijn kans schoon om er gewetenloos op los te gaan. Hans Niemann kreeg de volle lading.
Danya’s dood is niet los te zien van deze schaduw. Magnus hoeft zich de gevolgen van zijn gedeelde verdenkingen richting Hans Niemann maar voor de geest te halen of hij begrijpt de hypocrisie in zijn beschuldiging aan het adres van de huidige kwaadsprekers. Hij en de rest van de schaakwereld staan voor een pijnlijke vraag: hebben wij dit niet zelf laten gebeuren? Als een onschuldige speler maandenlang wordt neergesabeld door geruchten, aangewakkerd door grote namen, is dat niet zomaar een rel, dat is een menselijke tragedie. Danya noemde Kramniks aanvallen “erger dan vuil”. Die woorden echoën nu harder dan ooit.
Danya was meer dan een schaker. Hij maakte schaak toegankelijk. Met zijn lach en zijn briljante geest bracht hij de top en de amateurs dichter bij elkaar. Zijn verlies is een schreeuw om verandering. De schaakwereld moet stoppen met wantrouwen, of althans: eerst het bewijs leveren voordat zich geruchten gaan verspreiden. Er staat veel op het spel in deze ernstige sport. Het is belangrijk dat men elkaar als mens blijft behandelen. Laat Carlsen’s spijt een wake-upcall zijn. Het is tijd voor een schaakwereld die niet alleen slim is, maar ook warm en eerlijk.
