Ballroom-diplomatie, dé opt-out voor Rob en de Royals

Liever het verbouwings-excuus dan dat je straks in de aap gelogeerd bent.

Ja, premier Jetten, voor deze vluchtroute heeft u een white lie nodig, maar in een White House dat tegenwoordig bol staat van de verzinsels, valt zo’n diplomatieke smoes nauwelijks op. Daar te moeten logeren is duizendmaal erger dan een leugentje om bestwil. Kies voor de ballroom-escapade; de koninklijke stijldans van de vurige Máxima en een uit de klei getrokken, houtenklazerige vorst. In deze combinatie van tango en horlepiep staan we misschien alsnog op een paar tenen, want ons excuus zal vrij doorzichtig zijn, zelfs voor een domoor als Trump. Maar we spelen het dan in ieder geval vrij hoffelijk en heel meelevend.

Terwijl Trump zich met zijn TACO-manoeuvre overal uitkakelt als een angstvallig piepkuiken, proberen wij met dit briefje onze eigen ‘Dutch Exit’ te forceren in een pas de deux van tango en klompendans. Het is geen lafheid, het is strategisch medeleven. En een omzeiling die van levensbelang zal blijken!

Ok, daar gaan we, ik dicteer:

Laten we onszelf in een patstelling dirigeren zoals Trump in Iran, of draaikonten we ons eruit zoals het acroniem TACO (Trump Always Chickens Out) suggereert voor vrijwel elk ander scenario? Geen van beide, zo stel ik voor: we tonen begrip voor de omstandigheden. We laten een combinatie van compassie en geveinsde nederigheid op de man los, die hij wellicht zal interpreteren als een knieval voor zijn tomeloze werkethiek. Ik geloof dat deze tekst precies in het plaatje past van lomp en elegant dat je ook krijgt voorgeschoteld als je het Oranjepaar ziet dansen. Je wordt er niet vrolijk van of triest; je bent vooral opgelucht dat er niemand is gestruikeld.

Van schaamteloos naar schaamrood

Op een demonstratie van hopeloze hofmakerij volgde een exposé van idiote inschikkelijkheid.

Wie had dat gedacht? In een verwoede poging de ‘lijnen open te houden’, mogen Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima logeren in het Witte Huis; een ‘eer’ die maar weinig buitenlandse staatshoofden te beurt valt. Premier Rob Jetten staat vierkant achter het plan, want, zo impliceerde hij met diplomatieke ernst, het is essentieel om in gesprek te blijven. Trump heeft ook al eens in Paleis Huis ten Bosch geslapen; volgens de diplomatieke etiquette kun je zo’n uitnodiging dan niet zomaar afslaan. Het is een kwestie van ‘geven en nemen’ (tit for tat); of in dit geval: ‘slapen en laten slapen’, waarbij Klaas Vaak kwistig zand in de ogen mag strooien.

De slijmerige smeermiddelen genaamd protocol, etiquette en loyaliteit zijn slechts verschillende tinten van eenzelfde kleur: het schaamteloos oranje.

Als republikein – en laat ik heel duidelijk zijn: we hebben het hier over de nobele leer van het antimonarchisme, niet over de Amerikaanse variant waar ik me met hand en tand tegen verzet – bekijk ik deze diplomatieke ongerijmdheden met afschuw. Het is een tragikomedie in optima forma: de Koninklijke familie, gevangen in een diplomatieke spagaat, genegen om de lijnen open te houden met een gek. Het is de ultieme paradox om openingen te willen creëren die inhoudloos blijven. In een staat zonder monarchie en een sterke regering zou een gezond gevoel van verlegenheid ontstaan met deze situatie.

Die zou zo’n karige knieval richting een ontspoorde autocraat onwenselijk achten en meteen een hotel boeken. Desnoods op onze kosten; als we daardoor op een normale manier met onze schaamte uit de voeten konden.

Van Rossem werd ook gebeld

Maar vooraf. Door een luie donder.

Er werd nog lang nagepraat over de kwestie-Van Berkel. Maarten van Rossem memoreert in zijn podcast hoe Vrij Nederland hem opbelde met de vraag of hij wel echt cum laude was afgestudeerd. Een methodologisch stuitende en ethisch dubieuze werkwijze; een integere journalist begrijpt dat een verklaring van de betrokkene geen verificatie is en raadpleegt direct de objectieve bron of de juiste instantie. Heeft deze redacteur de School voor Journalistiek wel voltooid? Het verschil tussen onderzoeksjournalistiek en primeurjacht is levensgroot; de kloof tussen waarheidsverlangen en roddelzucht zou dat eveneens moeten zijn.

Wat dat aangaat moet ik een compliment maken richting de Volkskrant. In dit geval toonde de redactie aan dat feitelijke verificatie de enige legitieme basis is voor publieke verslaglegging. Waar de een genoegen nam met een lukraak telefoontje, hanteerde de ander de principes van hoor en wederhoor als een wetenschappelijk instrument; niet om een sensatie te bevestigen, maar om de waarheid te isoleren van de ruis. Het bewijst dat journalistiek pas valide wordt wanneer de bewijslast zwaarder weegt dan de verleidelijke snelheid van de primeur. Een dergelijke toewijding aan de bronnen is geen luxe, maar een bittere noodzaak om de erosie van de publieke informatievoorziening tegen te gaan.

Hoe heet jij in het journaal?

Zonder een pietenbijnaam word je nooit minister.

Behalve een tokkie in de wijk waar ik bezorg, ben ik eigenlijk nog nooit iemand tegengekomen die het Sinterklaasjournaal niet leuk vindt. Toch vertegenwoordigt die ene tegenstem een kleine maar luidruchtige groep die het programma te links en te intellectueel noemt; vooral vanwege de woordgrapjes en de subtiele verwijzingen naar bekende Nederlanders. Dit ultrarechtse verdomhoekje van de boze blanke samenleving heeft het desondanks gezellig. Daar in dat kleine café van Presikhaven telt een woke pakjesboot niet mee, maar men organiseert er zijn eigen onveranderlijke Sinterklaasfeest met ouderwetse pieten die zich pikzwart smeren uit een potje schoenpoets.

Als ik dan toch een verhaal aan kinderen moest vertellen, dan liever aan kinderen die niet meer in Sinterklaas geloven. Ik zou ze – in de functie van docent natuurkunde – over een wezen onderwijzen dat in een superpositie verkeert zolang het hermetisch voor de realiteit blijft afgesloten. Inderdaad, ik heb het hier over het gedachte-experiment van Schrödinger’s Kat. Voor de kat gebruiken we in dit geval een zeurpiet. En nogmaals: het is maar een hypothetisch scenario hè. Niemand – ook de meest irritante dwarsligster niet – mag daadwerkelijk iets ergs overkomen.

Opmerkelijk genoeg komt datzelfde woordje woke juist weer niet over de lippen van die andere groep die het Sinterklaasjournaal afwijst: de activisten die menen dat het programma nog steeds te veel vasthoudt aan het oude beeld van Zwarte Piet (of in ieder geval aan een verhaal over witte superioriteit). Het is een merkwaardige tegenstelling: het ene kamp vindt het te progressief, het andere niet progressief genoeg, wat er misschien op wijst dat het Sinterklaasjournaal precies doet wat een goed kinderprogramma hoort te doen: meebewegen met de tijd, zonder zichzelf te verliezen.

Ik heb nog niet naar het journaal gekeken sinds de afwezigheid van Diewertje Blok. We missen Dieuwertje allemaal maar ik heb ook begrepen dat bijna iedereen Merel een prima opvolgster vindt. Ik ken ouders die hun kinderen vertellen dat Diewertje met pensioen is omdat ze het niet over hun hart kunnen krijgen de waarheid te vertellen. Vanaf welke leeftijd mogen kinderen weten dat kanker werkelijk bestaat? Wanneer leg je ze uit dat die ziekte je letterlijk bij de neus kan nemen? Over zoiets moet je kinderen uiterst behoedzaam informeren. Ik ben dan ook blij dat ik zelf geen kinderen heb.

Het kan niet anders of het Sinterklaasjournaal maakt dit jaar dankbaar gebruik van de politieke soap rond de coalitievorming. Het is weer spannend in het Grote Pakhuis: de pakjes liggen klaar, maar op Pakjesboot 66 wil het maar niet vlotten met de samenwerking. Puzzelpiet meldde dat de bemanning nog altijd geen overeenstemming heeft over de koers. Jonkiepiet en Fatsoenspiet proberen voorlopig per onderwerp te navigeren, in de hoop dat het schip zo tenminste blijft drijven. Maar niet iedereen is het daarmee eens. Dwarspiet (ook terecht zeurpiet genoemd) weigert nog altijd met Klimaatpiet in één stuurhut te zitten; al is dat de opvolger van Europiet, die van de stoomboot stapte en terugging naar limburg omdat hij in Nederland niet de grote Timmerklaas kon worden.

Controlepiet is overboord geslagen tijdens een discussie over de pakjesroute, waardoor ook het kompas zoek is. Ondertussen heeft Complotpiet zijn strooigoed overgedragen aan Wappiet en is hij een handeltje begonnen in diepvriespepernoten (“voor het geval de wereld vergaat”). Strafbladpiet deelt cadeautjes uit aan iedereen die het horen wil, en belooft de strengste pakjescontrole ooit, behalve voor zichzelf. Wisselpiet probeert zich naar de stuurhut te wurmen, maar Ambitiepiet blokkeert het trapje met een plan voor een “nieuwe koers met oude pieten”. Mestpiet haalt de schouders op en rolt een chocoladeshaggie terwijl ze mijmert over stikstofvrije marsepein.

Aan de reling zitten Solidaripiet, Kerkpiet en Dierenpiet, die alvast een roeibootje te water hebben gelaten. Ze zeggen dat ze hun eigen, meer duurzame route naar Spanje willen volgen. Opiniepiet probeert de gemoederen te sussen met een peiling, maar de uitkomst wisselt elke vijf minuten. En achter in het ruim zit Nogéénpiet, die plechtig zweert dat hij deze keer echt niet meedoet… tenzij hij mag sturen. Zo dobbert de pakjesboot voort: het water is rustig, de meningen onstuimig, en de koers blijft onduidelijk. Of de pakjes op tijd aankomen, weet niemand. Maar één ding is zeker: het wordt weer een spannende intocht. En wie weet; misschien zit er morgen wel een regeerakkoord in je schoen.

Sorry, iets zegt mij dat het daadwerkelijke sinterklaasjournaal veel leuker is. Maar daar zit dan ook een heel team achter. En wat me ook niet onbelangrijk lijkt: die redactie houdt zowel van grote als van kleine kinderen.

Annex bij ‘Restjes verdelen’

Het zal waarschijnlijk zo’n vaart niet lopen, maar toch.

Enkele van mijn lezers vonden het niet zo prettig dat ik een mogelijke coalitie van D’66, CDA, VVD en Ja21 als democratie-ondermijnend afschilderde. Zij zijn van mening dat D’66 en CDA zich altijd zullen verzetten op het onverhoopte moment dat ook maar de schijn zou ontstaan dat de democratie zou worden uitgehold of dat er iets anders dreigde te gebeuren dat staatsrechtelijk niet in orde was. Wat de VVD betreft? Die partij krijgt van hen in haar huidige presentatie iets meer het nadeel van de twijfel (wat mij een verstandige benadering lijkt).

Naar mijn mening is er van het degelijke liberale fundament van de VVD onder Yesilgöz niet veel meer over. De liberale traditie binnen die partij is naar de achtergrond gedrukt. Het interne platform van de, over het algemeen, wat oudere garde, pleit voor de klassieke kernwaarden maar kabbelt een beetje op de achtergrond onder leiding van Klaas Dijkhoff. Ik geloof wel in Klaas, maar ja, die voert een fluistercampagne in een podcast met maar 4000 luisteraars of daaromtrent.

Waar liggen de kernpunten van deze onderstroming? Nadruk op individuele vrijheid, verantwoordelijkheid, rechtstatelijkheid enzovoort. Een koers die zich niet primair richt op populistische retoriek of enkel op hard rechts beleid, maar op de middenklasse (dat ik iemand daar, een beetje eng, het “goede volk” hoorde noemen) en op een vrijere samenleving (liberalisme pur sang). Die VVD staat kritisch tegenover samenwerking met partijen of stromingen die worden gezien als antidemocratisch of populistisch. Dijkhoff heeft dat expliciet uitgesproken. Maar helaas: Dijkhoff stond niet op de verkiezingslijst.

We moeten afwachten wat er gaat gebeuren. Ik hoop en denk dat Rob Jetten de lichte voorkeur die hij nu laat doorschemeren voor een brede middencoalitie met GroenLinks/PvdA ook zal verwezenlijken. Dan kunnen we een zucht slaken maar zal er overigens wel een ander probleem aan het licht komen, volgens mij. Als Jetten in de ogen van radicaal-rechtse vuilspuiers (let op, dit is een soort van pleonasme) straks ietsje linkser blijkt te zijn dan hij zich tijdens de verkiezingen heeft voorgedaan, zal hem hetzelfde overkomen als wat er met Timmermans, Sigrid Kaag en Job Cohen is gebeurd (moet ik dat nog uitleggen?).

Niettemin heb ik de gewraakte zin in mijn stukje aangepast en staat er nu het volgende: ‘Het kan heel goed zijn dat er straks een zetel wordt afgesnoept van de SP die dan naar D’66 gaat. Deze ene zetel zou een coalitie van D’66, VVD, CDA en Ja21 mogelijk kunnen maken (nu hangt die nog op 75 zetels). Een linkse partij zou in dat geval, geheel conform de democratische regels van restzeteltoekenning, een zetel hebben afgestaan aan een kabinet dat, naar de aard van rechtse coalities, de democratische waarden eerder in termen van orde en bestuur dan van gelijkheid en participatie zal interpreteren.’

Andere opties voor het beëindigen van die laatste zin waren – subtieler – ‘…een kabinet dat, zoals we van meer rechts georiënteerde regeringen kunnen verwachten, de democratische beginselen wellicht wat strakker in bestuurlijke termen uitlegt dan in sociale.’ Of, met een meer ironische ondertoon: ‘…een kabinet dat, geheel binnen democratische kaders, de nadruk wat minder legt op de breedte van die democratie dan op haar efficiëntie.’ Helaas waren niet al mijn lezers met zelfs deze uitgebreide keuze uit drie veranderingen, tevreden te stellen.

Het zij zo, verdere aanpassingen om hen een aangenamer leeservaring te verschaffen, zouden een ‘naar de mond praten’ zijn geworden, en dat moeten we hier niet hebben.

Mowgli is terug onder de mensen

Wie Kaa de slang speelt in deze metafoor, lijkt me duidelijk.

Een spannende verkiezingsdag eindigde met een gezellige muziekavond. Gastvrouw Sophie had “in de roos gekozen”, zoals zij het trots formuleerde. Haar “mannetje” was “the man” met 26 zetels. Haar echte partner Floris installeerde z’n platenspelers zodat ieder van ons z’n favoriete LP en singletje kon laten horen (zo waren de spelregels). Ik kwam natuurlijk weer aanzeulen met dat grijsgedraaide Varagramalbum vol strijdliederen, gezongen door De Stem des Volks. Ingrid kapte mij een beetje bits af: “Doe eerst dat 78-toeren plaatje maar.” Haar Henk bracht mij helemaal tot zwijgen: “Wil je nou nog steeds demonstreren dat je De Internationale in de oude versie en de nieuwe versie kunt meezingen?” Bijna alle aanwezigen vielen hem bij. Ze vonden niet alleen ‘Ontwaakt, verworpenen der aarde’ maar ook ‘Hé joh, ze houden je d’r onder’ hopeloos ouderwets.

Mijn jungleboek had meer succes, vooral de B-zijde met ‘Ik ben Baloe de bruine beer, ik vind het berenleven beregoed.’ Dat sloot goed aan bij ‘het positieve verhaal’ en de ‘vrolijke uitstraling’ waarnaar de kiezer enorm op zoek was geweest deze ronde. De A-zijde eindigde ook heel opgeruimd en klonk de luisteraars als muziek in de oren, al werd er alleen maar op gesproken. Bij het belletje mocht je steeds de bladzijde omslaan in het bijgeleverde kinderboekje. Mowgli had eerst wel een groot conflict met Kaa de slang, maar het werd steeds duidelijker dat ze de negativiteit achter zich zouden laten. Tja, ze moesten wel. Of?

De vergelijking met de huidige politiek was iedereen duidelijk. In de Haagse jungle hangt de zware lucht van vervlogen verwachtingen en bestuurlijk wanbeleid. Rob Jetten, fris als een tropisch briesje met een zonnepaneel op zijn rug, treedt de donkerte van dat woud tegemoet. Het ligt vol verradelijke wortels waarover hij vroeg of laat zal struikelen. De bomen fluisteren over “brede samenwerking” en “nieuwe bestuurscultuur”. En daar, glanzend tussen de varens, ligt Dilan Yesilgöz; haar glimlach strak, haar blik berekenend. “Kom dichterbij, Rob,” sist ze, “we hebben hetzelfde doel: stabiliteit, redelijkheid, vooruitgang…” En zo begint het refrein van Disney’s Kaa opnieuw: “Geloof in mij…”

Jetten, die graag gelooft dat rationeel overleg de wereld kan redden, wiegt zachtjes mee op de melodie. Hij vergeet dat in de jungle niet de idealist overleeft, maar de slang die het langst stil blijft liggen. Terwijl hij nog nadenkt over een progressieve invulling van het woord “compromis”, is Yesilgöz al drie keer van koers veranderd. Ze heeft het kompas verkocht en is het morele noorden (dat ben ik, ahum) uit het zicht verloren. Disney’s Jungle Book is tenslotte een kinderfilm, en zo klinkt dit ook: vrolijk, hoopvol, tot Bagheera (Alexander Pechthold met een zucht van diep moreel ongemak?) tussenbeide komt en de betovering verbreekt. “Wakker worden, Rob,” bromt hij. “De slang eet niet omdat ze honger heeft, maar omdat het in haar natuur ligt.”

In Kipling’s oorspronkelijke boek is Kaa een wijze bondgenoot, maar die nuance gaat in deze Haagse bewerking verloren. Yesilgöz, de neoliberale variant, heeft de oude slang ingeruild voor iets nieuws: de glimmende huid van pragmatisme, waar niets aan blijft kleven; geen visie, geen schuld, geen zorg voor wie uit de boom (en toom) valt. Ze beweegt zich met het gemak van iemand die gelooft dat macht een vorm van natuurkunde is: wat boven ligt, hoort daar ook te blijven. Jetten, arme Mowgli, wil graag dat de jungle zich laat temmen. Maar tussen de sissende stemmen van de VVD, de verre tijger Shere Khan van extreemrechts, en de dof echoënde apenkreten van de talkshows en socials, is de kans klein dat hij er zonder krassen uitkomt. Misschien blijft hij overeind, misschien wordt hij ingesnoerd, maar één ding is zeker: in de jungle overleeft alleen wie leert dat de slang niet met argumenten, maar met afstand moet worden bejegend.

Ergens hoopt de kijker nog dat Rob, onze zonnige Mowgli van de polder, op een dag de betovering verbreekt en inziet: je kunt wel met een slang onderhandelen, maar nooit samen het bos regeren. Als deze coalitie ooit werkelijkheid wordt, zal Jetten ontdekken wat Kipling al wist: wie te dicht bij de slang wil regeren, eindigt niet in een verbond, maar in een wurggreep; met een glimlach die redelijkheid fluistert, en een politiek die intussen alles opslokt wat beweegt.