Zelfcensuur onder dwang

De psychologische en financiële terreur die critici van Trump de mond snoert.

Wat een droevig nieuws is dit. Ik hoorde het en het sloeg in als een bom, niet alleen vanwege het verlies van twee waardevolle stemmen, maar vooral vanwege de onderliggende motivering. De podcast Shrinking Trump stopt. De makers, psychologen John Gartner en Harry Segal, voelen zich genoodzaakt de stekker eruit te trekken, om een reden die een rilling door mijn hart jaagt: ze moeten vrezen voor vervolging en kunnen, mocht het zover komen, de proceskosten niet dragen.

Dat de makers zichzelf het zwijgen opleggen uit angst, nog voordat er een officiële aanklacht is, legt de focus op de gevaarlijke aard van de intimidatie. Dit benadrukt het meest verontrustende element: het is een actie uit anticipatie. Daardoor wordt het een vorm van zelfcensuur onder dwang. Dit is hoe een bedreigde democratie haar kritische stemmen systematisch de nek omdraait. Het misbruik van juridische procedures is de nieuwe tactiek om de persvrijheid te muilkorven. Preventief moeten stoppen met het louter uitspreken van je mening, dat is toch wel het ergste.

Dit is de rauwe, onverbloemde realiteit die we nu onder ogen moeten zien. Het is niet langer een hypothetisch gevaar; het is acuut. Een regering, of een politieke beweging met de intentie de democratie te ondermijnen, gebruikt de rechtspraak als wapen. Kritiek uiten wordt een financieel risico, een potentieel bankroet. Het gaat hier niet om een gerechtvaardigde vervolging vanwege een misdrijf, maar om het intimideren en monddood maken van critici door de dreiging van eindeloze en onbetaalbare juridische procedures.

En dat is precies waar de schoen wringt en waarom ik zo’n enorme zwaarte voel. Het feit dat je jezelf preventief het zwijgen op moet leggen, uit anticipatie op een dreiging die alleen al door haar bestaan zo intimiderend is dat ze haar doel bereikt. Er is nog geen dagvaarding de deur uit, er is nog geen officier van justitie in actie gekomen, en toch zijn de stemmen al verstomd. Dit is de sluipende gifbeker van onvrijheid. Het is een demonstratie van hoe een klimaat van angst, gecreëerd door de dreiging van de staat of machtige individuen, de vrijheid van meningsuiting aan het wurgen is.

Shrinking Trump was meer dan een podcast; het was een psychologische analyse, een poging om zin te geven aan de chaos, en een daad van burgerlijke moed van twee geleerden. De droeve laatste aflevering markeert niet alleen het einde van hun programma, maar ook een ‘tipping point’ in de strijd voor de democratie. Als zelfs de angst voor juridische kosten ons al dwingt tot stilte, wat is dan nog de waarde van de vrijheid van meningsuiting? Dit is een wake-up call, een bewijs dat de democratie niet alleen sterft in duistere dictaturen, maar ook langzaam wordt uitgehold in het volle daglicht door het wapen van de onbetaalbare rechtsprocedure.

We zijn weer twee stemmen armer. Ik vrees dat het niet de laatsten zullen zijn.

Een zonnekoning zat er nooit echt in

Wat is Wilders meer dan een vergeelde blondering met een donkere ‘haatuitgroei’?

Hoe ver zou zijn macht hebben gereikt, als Wilders het echt tot minister-president had gebracht? Hoe snel zou hij, als een Trump van de Lage Landen, met het afbreken van de democratie zijn begonnen? Het idee van een Nederlandse zonnekoning die met één pennenstreek de rechtsstaat buitenspel zet, is een schrikbeeld dat schril contrasteert met de polderrealiteit van Den Haag. Polderen kon Wilders sowieso niet. Zijn populistisch-autoritaire gedachtegoed – dat de trias politica als een belemmering ziet – staat haaks op de geest van onze grondwet. Maar is de angst reëel dat Wilders zijn autocratische fantasie had kunnen realiseren? Hoe ver was hij daadwerkelijk gekomen, voordat de ingebouwde mechanismen van onze machtenspreiding hem tot de orde zouden hebben geroepen? En is hij echt zo stoer als hij over wil komen? Volgens mij heeft de man die wel A zegt maar nooit B, een onverwacht B-kantje.

Is de angst reëel dat Wilders zijn autocratische aspiraties ooit had kunnen verwezenlijken? Ik denk dat hij zijn neiging tot dictatorschap niet langer dan een week had kunnen volhouden. Volgens mij kan zijn drift naar almacht razendsnel uitbleken tot de behoefte aan huiselijkheid van een onzeker menneke. Hij lijkt me niet ongevoelig voor bipolaire golven van grootheidswaan en radeloosheid.

De eerste onoverkomelijke barrière voor een zonnekoning in Nederland vormt het parlementaire stelsel zelf. In tegenstelling tot presidentiële systemen is de premier hier geen direct gekozen leider met een eigen, onafhankelijk mandaat. De uitvoerende macht is direct afhankelijk van de wetgevende macht. Blonde, radicale idealen vergelen snel aan een kabinetstafel. Zelfs als Wilders premier zou zijn geworden, had hij een coalitieakkoord moeten sluiten. Elk wetgevend initiatief is vervolgens afhankelijk van een meerderheid in de Tweede Kamer en in de Eerste Kamer, waar zijn partij nooit een absolute meerderheid zou hebben gehad. Het resultaat: de noodzaak tot compromis. Plannen om fundamentele grondrechten in te perken, de Grondwet te wijzigen, of de onafhankelijkheid van instituten aan te tasten, zouden in de wetgevende macht al stuiten op de rode lijnen van de coalitiepartners. Zonder het vertrouwen van de Kamers is de premier, ongeacht zijn populariteit, direct demissionair. De overlap van machten fungeert hier als een schild.

Mocht de uitvoerende macht – het Kabinet onder Wilders – er via een (onwaarschijnlijk) loyale coalitie toch in slagen controversiële wetten door het parlement te loodsen, dan stuit deze op de rechterlijke macht, het meest strikt onafhankelijke deel van de trias politica. De rechts-radicale aanval richt zich doorgaans op het delegitimeren van de rechters, door hen weg te zetten als ‘politieke’ of ‘activistische’ elite. Wat een grijs gedraaid plaatje werd dat (Wilders heeft veel grijze kantjes). Maar goed, de Nederlandse rechters zijn voor het leven benoemd en kunnen niet zomaar worden ontslagen door de regering vanwege een onwelgevallige uitspraak. Cruciaal is bovendien de rol van het internationaal recht. Nederland is gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechterlijke macht, en dan met name de Hoge Raad, kan wetgeving toetsen aan dit verdrag en deze buiten werking stellen als er fundamentele mensenrechten in het geding zijn (denk aan de vrijheid van godsdienst of non-discriminatie). Dit vormt de ultieme check op de soevereiniteit van de uitvoerende en wetgevende machten.

Naast de formele machten bestaan er in Nederland nog andere buffers die de radicale agenda zouden vertragen of afzwakken. Ten eerste de ambtelijke macht. De ambtenaren zijn loyaal aan de staat, niet aan een individuele politicus of partij. Zij zijn de kennishouders en de uitvoerders van de wet. Een radicale premier zou te maken krijgen met de weerstand van de feiten en de onmogelijkheid om bepaalde ongrondwettelijke plannen in de praktijk uit te voeren. Ten tweede de decentrale overheid. Veel beleid, zoals woningbouw, integratie of handhaving, wordt uitgevoerd door provincies en gemeenten, die hun eigen gekozen bestuurders en bevoegdheden hebben. Zelfs een premier met de absolute wil zou niet zomaar de dagelijkse gang van zaken in alle 342 gemeenten kunnen overnemen, wat de spreiding van de macht nog breder maakt dan alleen de trias politica. De Nederlandse bestuurslaag is gefragmenteerd genoeg om een zonnekoning te verstikken in de veelheid aan bestuurslagen.

De conclusie is duidelijk: een zonnekoning zat er nooit echt in. Die ‘coupe soleil’ – de barokke ‘pruik’ die je altijd van verre zag aankomen – was een beangstigende eerste wanvertoning, maar daar bleef het gelukkig bij. De Nederlandse democratie is gebouwd op de overlap en de wrijving tussen machten, niet op hun strikte scheiding. Dit systeem is misschien niet altijd daadkrachtig, maar het is wel ongekend veerkrachtig tegen de autocratische impulsen van een populistisch leider. De onvermijdelijke realiteit van de polder is, dat Wilders, net als iedere andere premier, onmiddellijk geconfronteerd zou worden met de checks and balances van de coalitie, het parlement en de onwrikbare rechtspraak. De trias politica in haar Nederlandse vorm – de machtenspreiding – zou zijn radicale blondeburgerdroom in de kiem smoren. Iets zegt mij dat Wilders dit uiteindelijk helemaal niet betreurt. Ik stel me hem voor in zijn ‘man cave’ zoals ik hem hierboven heb getekend. Misschien had ik nog twee katten op zijn schoot moeten plaatsen. Omdat hij daar van schijnt te houden, maar vooral ook als symbolen van zijn gedoodverfde gespletenheid.

Muziekindelingen (1. Klassiek)

Iemand moest de eeuwige herrie rubriceren.

Voor mij bestaat er niets aangenamers dan het maken van indelingen, lijstjes, schema’s, tabellen en, als het even kan, sub-tabellen met voetnoten. Mijn ex schreef dat toe aan haar overtuiging dat ik een ambulant praktijkvoorbeeld was van iemand met een gedragsstructuur in het autistische spectrum. Ikzelf ben van mening dat we mijn behoefte aan overzicht niet hoeven te medicaliseren. Het feit dat ik ooit een Excel-bestand heb gemaakt voor de optimale indeling van de keukenkastjes, vloeit, naar mijn smaak, gewoon voort uit efficiëntie.

Als we het toch over illustratieve gevalletjes moeten hebben, lijkt het kwalificeren of diagnostiseren van ex-geliefden als zijnde autistisch en/of narcistisch mij een veelvoorkomende ‘after-partnerschap-hobby’. Je zou het subtiel ‘het zoeken naar closure’ kunnen noemen, maar eigenlijk is het gewoon de psychologische variant van de vuilnis buiten zetten: je schuift alles wat niet meer bevalt in een categorie waar je zelf geen invloed op hebt en waar je radicaal afstand van wilt doen zonder je verantwoordelijk te hoeven voelen.

Ik denk dat dit voornamelijk te maken heeft met het verwerken van een teleurstelling over het verlies van:
1. een gedeelde toekomst.
2. nabijheid.
3. een illusie die je zelf zorgvuldig had opgebouwd.
4. de ander als handig projectiescherm.
5. je favoriete sparringpartner in schuldtoewijzing.
6. de Netflix-inlogcode.
7. een toegewijde plantenwatergever als je zelf (te lang) op reis ging.
8. de illusie dat samen afwassen ooit gezellig zou worden.

Maar het kan natuurlijk ook een vorm van revanchistische ondersteuning zijn (“Hier moet ik mijn handen wel van aftrekken!”). Een andere psychologische verklaring zou kunnen zijn dat men stiekem hoopt dat de ex later in een gesticht opduikt en dat men dan kan zeggen: “Zie je wel, ik had het altijd al gedacht.” Enfin, genoeg amateurdiagnostiek. Laten we nu doorgaan naar mijn eerste te publiceren indeling, en wel die van de klassieke muziek.

Muziek is zo veelomvattend, en er zijn zoveel verschillende stijlen en stromingen, dat je een heel leven kunt wijden aan het maken van een goed ingedeeld totaaloverzicht. En dat is dan nog vóór je überhaupt een noot hebt beluisterd. Eigenlijk luister ik niet graag naar muziek die ik nog niet heb gecategoriseerd. Ik voelde altijd dat er een grote taak voor mij was weggelegd.

Iemand moest orde scheppen, de chaos indelen, de muzikale jungle temmen. Als ik het niet deed, dan kreeg je zo’n slordige lijst waar Bach naast Bocelli stond en Mozart per ongeluk onder ‘easy listening’ was komen te vallen. Ik heb daar voorbeelden van gezien en moest toen inderdaad onmiddellijk de woorden Risperidon en Haldol googelen (zonder overigens een spoedbestelling te plaatsen). Sta mij dus toe dat ik de klankkast der beschaving voor eens en altijd alfabetiseer. Hier volgt een lijst van alleen nog maar de indeling der stijlen.

1. Symphonieën, Grote orkestrale werken, Orkestmuziek (Symfonisch gedicht, Suite, Ouverture, Sinfonietta, Kamerorkest, Concertante symfonie)

2. Piano en piano-aanverwanten, cq geslagen chordofonen. Dus: 

  • Klaviermuziek (Klaviermuziek, Pianomuziek, Orgelmuziek, Klavecimbelmuziek, Fortepiano-muziek, Dulcimer, Hammered Dulcimer)
  • Sonates en concerten (Pianosonate, Orgelsonate, Pianoconcert, Orgelconcert)
  • Kamermuziek (Pianotrio, -kwartet, -kwintet) 
  • Stijlen en genres (Toccata, Fuga, Preludes, Etudes, Fantasia)
  • Elektronische toetsinstrumenten (Elektronische orgelmuziek voor zover klassiek, Synthesizermuziek voor zover klassiek)

3. Chordofonen behalve de onder 2 genoemden. Dus:

  • Strijkinstrumenten (Viool, Altviool, Cello, Contrabas, Gamba (Viola da gamba) enzovoort)
  • Tokkelinstrumenten (Gitaar, Harpluit (Luit), Harpsichord, Mandoline, Zither, Harpsichord enzovoort)
  • Andere Snaarinstrumenten (Harpen, Banjo, Sitar, Kora, Saz enzovoort)

4. Aërofonen (Blaasmuziek, Harmonieorkest of Fanfareorkest, Koperensemble of Koperkwintet, Houtblaasmuziek, Kamermuziek voor blaasinstrumenten) 

5. Religieus gezang (Sacrale muziek, Liturgische muziek, Kerkmuziek, Geestelijke muziek, Cantate of Oratorium, Madrigaal of Motet, Requiem)

6. Opera’s (Muziektheater, Singspiel, Lyric Drama of Dramatisch Muziekstuk, Opera seria, Opera buffa, Grand opera, Operette, Ariette of Aria)

7. Wereldlijke/profane/seculiere liederen, Niet-kerkelijk gezang (Lied, Chanson, Madrigaal, Romance, Ballade)

8. Filmmuziek, Scores, Soundtracks


Ad. 5

(Hier volgt een voorbeeld van de verdere uitsplitsing van Religieus gezang waarbij ik componisten nog maar heel zijdelings noem. Dat wordt later specifieker.)

Religieus gezang in de klassieke muziek omvat een brede verzameling muziekstijlen en genres die worden uitgevoerd in een religieuze of spirituele context. Het omvat onder meer sacrale muziek, liturgische muziek, kerkmuziek, en geestelijke muziek. Hieronder een overzicht van wat elk van deze termen inhoudt en wat eronder valt:

1. Sacrale muziek

Dit verwijst naar muziek die gecomponeerd is voor religieuze doeleinden, ongeacht de specifieke liturgische functie. Het kan zowel binnen als buiten formele erediensten worden uitgevoerd. Voorbeelden:

  • Mis (Missa) – Een van de meest voorkomende vormen van sacrale muziek, geschreven voor de katholieke eredienst, bestaande uit vaste onderdelen zoals het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Componisten zoals Johann Sebastian Bach (Mis in b-klein), Mozart (Krönungsmesse), en Beethoven (Missa Solemnis) schreven beroemde missen.
  • Requiem – Een dodenmis, vaak met plechtige en intense muziek, zoals die van Mozart, Verdi, en Fauré.
  • Cantates – Composities met zang, vaak geschreven voor de liturgie, zoals Bach’s kerkcantates.
  • Oratoria – Grootschalige werken voor solisten, koor en orkest, met een religieus thema maar zonder scenische opvoering. Voorbeelden zijn Handel’s Messiah en Haydn’s Die Schöpfung.

2. Liturgische muziek

Dit is muziek die specifiek geschreven is voor gebruik tijdens de eredienst en volgt strikt de structuur van een religieuze viering. Het omvat gezangen en werken die deel uitmaken van de liturgische handelingen.

  • Gregorisch gezang – Eenstemmige, Latijnse gezangen die tijdens de middeleeuwse katholieke mis werden uitgevoerd. Bekend om hun vloeiende en meditatieve karakter.
  • Anglicaanse koorwerken – Polyfone werken zoals die door Thomas Tallis en William Byrd zijn gecomponeerd voor de Anglicaanse kerk.
  • Lutherse koraal – Religieuze liederen in de lutherse traditie, vaak gebruikt in de werken van J.S. Bach, zoals zijn koraalcantates.

3. Kerkmuziek

Kerkmuziek verwijst naar muziek die bedoeld is voor uitvoering in een kerk of een andere religieuze instelling. Deze categorie is breed en omvat zowel formele liturgische werken als meer algemene religieuze composities.

  • Koraalmuziek – Muziek voor koren, vaak voor gemeenschappelijk gezang in de eredienst. Dit kan variëren van eenvoudige hymnens tot complexe motetten zoals die van Palestrina en Byrd.
  • Motetten – Polyfone koorwerken zonder instrumentale begeleiding, met een religieuze tekst. Bekende motetcomponisten zijn Josquin des Prez, Bach, en Palestrina.
  • Passies – Muziek die het lijdensverhaal van Christus vertelt, zoals Bach’s Matthäus-Passion.

4. Geestelijke muziek

Dit is bredere muziek met een spirituele of religieuze lading, maar niet noodzakelijk gebonden aan een specifieke religieuze viering. Het kan ook persoonlijke religieuze reflecties of universele spirituele thema’s bevatten.

Spirituele liederen – Bijvoorbeeld de liederen van John Dowland, die vaak spirituele en existentiële thema’s behandelen zonder strikt liturgisch te zijn.

Psalmen – Muzikale bewerkingen van de bijbelse psalmen, zoals de Psalmen van David door Heinrich Schütz.

Lofzangen – Vaak gericht op het prijzen van God, zoals het Magnificat of het Te Deum.