Hun ultieme bouwwerk

Wie weet werd zijn staalgewrocht toch speelgoed voor een wichtje.

Monument majeur de Paris


Op de warmste dag van het jaar schreef de geknakte kunstenaar vanuit zijn ‘madcave’ aan zijn muze:

‘Hoi Swaantje, de kist is aangekomen; zoals verwacht ontbreken er onderdelen, maar voorlopig kan ik voort. Het wordt een huzarenstuk. Ik ben zojuist begonnen aan de poten. Ze laten me met rust. Dit werk houdt me koest. De staf vindt alles goed zolang je vadertje voor ons garant wil staan. Mocht het gevaarte ooit verrijzen, dan praten we over een hoogte van 1 meter 85 exclusief de sokkel.’

Diezelfde middag ontving ze meer details. Hij maakte vorderingen. Ze moest gaan bijbestellen. ‘Zoek overal.’ Hij liet de bode haar ook schetsen brengen. ‘Deze moeren en bouten. Deze strippen en platen.’ Elk stukje had een nummer. Soms was het merk er in geponst; Meccano!

Hij kreeg weer praatjes. Werd het ooit zoals vroeger? Met wat er uit zijn handen kwam, zwol ook zijn taal. Zou het gaan zoals de dokter had voorspeld? “Het idioom van uw man is het eerste teken van zijn dwalen.”

De dag was haast voorbij. Hij schreef nog honderduit. Woorden als: een bouwkundig epos dat fier overeind zal staan; een staaltje superieure ingenieurskunst; een monument van mechanische persistentie; een staalconstructie van allure; mijn kathedraal van gatenijzer; mijn metalen magnum opus; een erecte daad van zeldzame dapperheid.

Ze las er graag overheen; haar man die kinderspeelgoed veel te serieus nam in pompeuze frasen.

’s Avonds, toen zijn project dan toch was losgelaten, liet hij vanuit het dolhuis nog één keer van zich horen; een mededeling die misschien, heel in de verte, op herstel wees.

Zijn laatste briefje vroeg: ‘Wanneer is je eisprong? Ik kom snel thuis. Misschien wordt het nu toch tijd voor een derde.’

©Uitgeverij Cum Suis, 2026