Fictie voor gevorderden

Over grote mensen die de weg kwijtraken in de poppenkast van de werkelijkheid.

In Duitsland werd een acteur die een fascist speelde in het stuk Catarina and the Beauty of Killing Fascists door het publiek beloond met een vliegende fruitmand en een poging tot zijn fysieke verwijdering van het podium. Een kind dat zich bemoeit met een poppenkastverhaal vormt een compliment aan de speler. Maar grote mensen die geen verschil meer zien tussen schijn en werkelijkheid? Je denkt aan emotionele onvolwassenheid, verstandelijke beperking en/of de kracht van confrontatie. Kennelijk voelden sommigen in de zaal zich persoonlijk aangesproken.

Rotte tomaten waren altijd al de ultieme dialoog tussen kunst en toeschouwer zodra deze laatste zich ongemakkelijk begon te voelen. Een zekere vorm van ontlading vanuit de zaal kan soms als een compliment worden opgevat. Noem het de ongevraagde vorm van publiekparticipatie die in ieder geval betrokkenheid bewijst. Maar wat als de Jan Klaassens onder hen door de vierde wand breken omdat ze ‘de wolf’ niet meer van de acteur kunnen onderscheiden?

Wat te doen als een artistiek concept wordt geïnterpreteerd als de creatie van een vijandsbeeld? Het is tegenwoordig een hele opgave: onderscheid maken tussen een zorgvuldig geregisseerde illusie en een directe aanval op de eigen wereldbeschouwing. In theaters wordt de vierde wand niet langer doorbroken door de acteur, maar door de toeschouwer die besluit dat een politiek incorrecte monoloog een prima reden is voor een bestorming. We zien het vaker: zodra een personage niet onmiddellijk als een karikaturale schurk met een snorretje wordt neergezet, raakt de moderne theaterbezoeker in een existentiële crisis.

Dat toeschouwers zich opwinden, vind ik overigens een goede zaak. Het geeft aan hoe sterk ze zich betrokken voelen; zolang men het minieme verschil tussen de acteur en zijn rol (dus tussen echt en ernst) maar in het achterhoofd houdt. We wanen ons in een beschaafde tijd, maar een stille zaal vormt geen vooruitgang. Van de Griekse oudheid tot aan Shakespeare was het theater een luidruchtig bordeel van emoties. Men gooide met rot fruit en scandeerde door dialogen heen. In dat opzicht is een beetje boegeroep en traag geklap bij de schijn van antisemitisme eigenlijk een charmante terugkeer naar onze wortels.

Ik juich deze ‘kettingreacties’ toe. De voorstelling is niet het laatste woord, en het protest evenmin. De ongefilterde uitwisseling van artistieke vrijheid en maatschappelijk debat zegeviert juist in de schuring. De schrijver en de acteur lokken de reactie uit en de zaal antwoordt. Dat is geen incident; dat is dialoog. Ja, ik geloof onvoorwaardelijk in het vrije woord, maar toch een kleine handleiding voor de ‘tere zieltjes’ onder ons: voor wie de confrontatie met het onaangename niet aan kan, is er goed nieuws. Net zoals een televisie een uitknop heeft, bevindt zich bij de ingang van elk theater een loket. Je hoeft niet naar binnen. Je kunt er ook voor kiezen de acteurs niet te gaan bekijken.

Als we de schijn van de werkelijkheid niet meer verdragen, kunnen we beter collectief terug naar de poppenkast. Daar is de boze wolf tenminste nog herkenbaar aan zijn dik aangezet gegrom en zijn voorspelbare valsheid. Kunst moet de onaangename kantjes integreren en de advocaat van de duivel spelen om ons tot reflectie te dwingen. Dat daarbij af en toe iemand van zijn stoel valt van verontwaardiging, hoort bij het vak. Geweld tegen acteurs en regisseurs blijft natuurlijk kwalijk en dient bestraft te worden, maar een beetje passie op de tribune? Graag.

Prachtige plaatjes, ‘verkeerde’ opmerkingen

We moeten er ernstig rekening mee houden dat hier sprake is van humor.

“Beautiful pictures, wrong comments” is een uitdrukking die verwijst naar een situatie waarin een visuele voorstelling esthetisch aantrekkelijk wordt gepresenteerd, terwijl de bijbehorende tekst feitelijk onjuist of misleidend is. Deze dynamiek komt in diverse contexten voor; van de beeldende kunst en traditionele media tot de vluchtige wereld van sociale media.

Beautiful pictures, wrong comments. Een beeld zegt meer dan duizend woorden; maar als die woorden opzettelijk onzin zijn, begint de lol pas.

Iemand kan bijvoorbeeld een adembenemende natuurfoto plaatsen, terwijl het bijschrift informatie bevat die wetenschappelijk gezien kant noch wal raakt. Op dezelfde manier kan een kunstwerk visueel overtuigen, terwijl de interpretatie van de maker de plank volledig misslaat. In de basis fungeert de uitdrukking als een waarschuwing om informatie niet blindelings te accepteren op basis van een mooie verpakking; het benadrukt het belang van factchecking, ook wanneer de presentatie verleidelijk is.

Hoewel dit vaak wordt weggezet als een simpele vergissing of doelbewuste desinformatie, vergeten we een cruciale menselijke factor. We moeten er namelijk ernstig rekening mee houden dat de discrepantie tussen beeld en tekst een bewuste vorm van humor is.

Wanneer een perfecte afbeelding wordt gekoppeld aan een volstrekt absurdistische of onjuiste bewering, ontstaat er een prikkelende komische spanning. Deze vorm van humor leunt op het doorbreken van verwachtingen; de kijker wordt eerst verleid door de schoonheid van het beeld, om vervolgens intellectueel over de knulligheid of de brutaliteit van de tekst te struikelen.

Het expres inzetten van de ‘verkeerde’ opmerking is een vorm van ironie die de spot drijft met onze eigen oppervlakkigheid. Het is een knipoog naar de kijker; een test om te zien wie er werkelijk oplet en wie zich enkel laat leiden door de esthetiek. In een wereld waar alles gepolijst en ‘correct’ moet zijn, is de bewuste fout een bevrijdende vorm van rebellie. Humor is hier niet de vijand van de waarheid, maar een instrument om de absurditeit van onze visuele cultuur bloot te leggen.

Groter als of groter dan?

Over de rekbaarheid van taalregels en de macht van de traditie.

Niets is voor altijd normaal. Dat geldt voor onze gewoontes, maar zeker ook voor onze taal. Er is dus eigenlijk geen reden tot strengheid; ook niet als het gaat om de vergrotende trap. Toch geef ik eerlijk toe: ik knap een beetje af als ik iemand hoor zeggen: “Mijn vader is sneller als jij.” En bij een constructie als “Hij is sneller als jou” wijs ik je – figuurlijk – direct de deur. In mijn huis houden we vast aan de norm: bij een vergelijking met de vergrotende trap gebruiken we ‘dan’ zolang het kan. Zeg je ook nog eens “Hij is beter dan jij bent”, dan krijg je van mij zelfs bonuspunten voor die zorgvuldige toevoeging.

In het huidige standaardnederlands hanteren we een heldere tweedeling:

Ongelijkheid (Vergrotende trap): Gebruik dan.

  • Hij is sneller dan jij (bent).
  • De tuin is breder dan die van de buren.

Gelijkheid of vergelijking met ‘zo’: Gebruik als.

  • Hij is net zo snel als ik (ben).
  • Het flatgebouw is lang niet zo hoog als de kerk.
  • Hij eet twee keer zoveel als ik.

Hoewel de bovenstaande regels nu als ‘correct’ gelden, is de geschiedenis minder zwart-wit. In het Middelnederlands was dan inderdaad de norm, maar al in de 16de eeuw begon men in de spreektaal dan te vervangen door als. Dit gebruik sijpelde door naar alle lagen van de bevolking.

Dat we vandaag de dag nog steeds ‘dan’ voorgeschreven krijgen, danken we aan 18de-eeuwse taalgeleerden. Zij klampten zich hardnekkig vast aan de oude vormen en brandmerkten elk gebruik van als na een vergrotende trap onverbiddelijk als foutief. Maar uiteindelijk gaat de natuur boven de leer; zelfs bij onze beste auteurs duikt als regelmatig op na een vergrotende trap.

In het Duits heeft deze verandering zich zelfs volledig voltooid: daar heeft het oorspronkelijke denn plaats moeten maken voor als, dat daar nu het monopolie heeft na de vergrotende trap.

In feite hebben dan en als historisch gezien gelijke rechten. Wie voor dan kiest, beroept zich op de grammaticale voorschriften van nu en de traditie van heel vroeger. Maar wie als gebruikt, staat in een traditie van inmiddels vier eeuwen oud.

De moderne taalwetenschap ziet de grammatica tegenwoordig vaker als iets beschrijvends dan als iets voorschrijvends. Toch blijft de schrijftaal conservatief en behouden we de voorkeur voor dan. Maar onthoud: de taal verandert met de tijd mee. Niets is voor eeuwig normaal.

Een vraag vanuit het publiek

De ‘toch-nog-goed-uitgepakte’ vergissingsaankoop.

Vandaag bereikte mij, als voormalig redactie-expert van de vraag-en-antwoord rubriek voor de bladen Klik&Klaar en PC Kompas, een noodkreet uit mijn vriendenkring. Ik voelde mij meteen weer die computerdokter van toen, een functie die ik toch zo’n acht jaar heb vervuld. De bladen zijn inmiddels allebei ter ziele, want de tegenwoordige Chatbot weet veel sneller raad en opereert vanuit een groter en actueler kennisarchief. Voor Klik&Klaar heette mijn rubriek ‘De Digitale Werkplek’ en voor PC Kompas werd ik ‘Dr. Debug’ of ‘Ronnie Algorithmus’ genoemd, want bij dat laatste blad deden we net of er een redactie was van twee digihulp-artsen. We wisten natuurlijk heel goed dat de namen praktisch, licht technisch, betrouwbaar en een tikje nerdy alsook nuchter moesten klinken.

De dame in kwestie beschrijft het volgende probleem:

Ik heb een chromebook gekocht. Ik dacht ik koop een laptop. Blijkt het een chromebook te zijn. Weet ik veel. Maar nu moet ik opeens een abonnement van 100 euro per jaar hebben voor Microsoft 365. Waarom? Op mijn laptop was het gratis.

Ik kon hier meteen uit mijn hoofd antwoord op geven want ik heb zo’n kwestie onlangs nog bij de hand gehad. Het is vreemd dat ik mij nu een manplainer voel terwijl ik daar vroeger niet in het minste last van had. Ik antwoordde desondanks heel Klik&Klaar-promptig en PC-kompasserig:

Een Chromebook draait op ChromeOS, niet op Windows of macOS. Microsoft 365 is nooit gratis geweest. Op veel Windows-laptops zat vroeger óf een tijdelijke proefversie óf een door de fabrikant meegekochte licentie (soms ‘verborgen’ in de prijs).

Op een Chromebook kun je Microsoft 365 via de browser gebruiken (office.com). Dan hebben we het over een betaald abonnement. Je kunt ook gratis alternatieven gebruiken zoals Google Docs (en Sheets en Slides).

Documenten → Google Docs → Word-equivalent
Presentaties → Google Slides → PowerPoint-equivalent
Spreadsheets → Google Sheets → Excel-equivalent

Op jouw Chromebook draait al software die alles aanstuurt. Het heet ChromeOS (geen Windows). De stuurprogramma’s (drivers) zitten ingebakken in het systeem. Jij hoeft (en kunt) die drivers niet los installeren of beheren. Het besturingssysteem regelt automatisch toetsenbord, scherm, wifi, printer, enz. Dat is ook meteen het verschil met je vorige apparaat: het bezit van ChromeOS betekent dat Google dat regelt op de achtergrond. Bij Windows moet je je veel meer bezighouden met drivers, licenties en installaties. Alles draait en werkt bij jou technisch prima, alleen is het geen Windows, dus Microsoft Office zit er niet automatisch bij. Geen paniek dus. Er zit al veel op.

Ok, jij werkt met Powerpoint. Dat programma ben je kwijt. Wat is daarvoor de oplossing? Voor PowerPoint op een Chromebook heb je in de praktijk 2 nette opties.

Optie 1 — PowerPoint via de browser.
Dit is de meest “PowerPoint-achtige” optie. Je gaat naar office.com. Je logt in met een Microsoft-account. PowerPoint werkt in de browser. Het nadeel is dat je hiervoor wél Microsoft 365 nodig hebt, maar het voordeel dat je maximale compatibiliteit bezit (met de extensie .pptx). Als je echt PowerPoint nodig hebt en veel uitwisselt met anderen, is dit de meest verstandige keuze.

Optie 2 — Google Presentaties (gratis, vaak voldoende)
Google Presentaties (Slides) zit standaard op de Chromebook. Je kunt .pptx-bestanden gewoon in Google Presentaties openen. Opslaan kan weer als .pptx. Het voordeel is: gratis, geen abonnement. Het nadeel: héél complexe animaties of lettertypes kunnen iets veranderen. Voor 90% van de presentaties is dit prima.

Het lijkt me duidelijk: kies voor optie 2. Google Presentaties zit al op je Chromebook. Klik linksonder op de Launcher, typ “Presentaties” of ga naar slides.google.com. Je kunt daar .pptx-bestanden openen en bewerken.

En voor een woordbestand? vraagt ze.

Voor een Word-bestand (.doc of .docx) op een Chromebook kun je ook prima terecht bij Google’s gratis optie: Google Documenten (Google Docs). Klik op de Launcher en typ “Documenten”, of ga naar docs.google.com. Je kunt je .docx-bestanden daar openen en bewerken.

Ik concludeer: eigenlijk heb je nu iets anders dan je dacht, maar voor reizen, onderweg, werken en alles in de cloud is het misschien juist handiger dan je oude laptop.