Hoe heet jij in het journaal?

Zonder een pietenbijnaam word je nooit minister.

Behalve een tokkie in de wijk waar ik bezorg, ben ik eigenlijk nog nooit iemand tegengekomen die het Sinterklaasjournaal niet leuk vindt. Toch vertegenwoordigt die ene tegenstem een kleine maar luidruchtige groep die het programma te links en te intellectueel noemt; vooral vanwege de woordgrapjes en de subtiele verwijzingen naar bekende Nederlanders. Dit ultrarechtse verdomhoekje van de boze blanke samenleving heeft het desondanks gezellig. Daar in dat kleine café van Presikhaven telt een woke pakjesboot niet mee, maar men organiseert er zijn eigen onveranderlijke Sinterklaasfeest met ouderwetse pieten die zich pikzwart smeren uit een potje schoenpoets.

Als ik dan toch een verhaal aan kinderen moest vertellen, dan liever aan kinderen die niet meer in Sinterklaas geloven. Ik zou ze – in de functie van docent natuurkunde – over een wezen onderwijzen dat in een superpositie verkeert zolang het hermetisch voor de realiteit blijft afgesloten. Inderdaad, ik heb het hier over het gedachte-experiment van Schrödinger’s Kat. Voor de kat gebruiken we in dit geval een zeurpiet. En nogmaals: het is maar een hypothetisch scenario hè. Niemand – ook de meest irritante dwarsligster niet – mag daadwerkelijk iets ergs overkomen.

Opmerkelijk genoeg komt datzelfde woordje woke juist weer niet over de lippen van die andere groep die het Sinterklaasjournaal afwijst: de activisten die menen dat het programma nog steeds te veel vasthoudt aan het oude beeld van Zwarte Piet (of in ieder geval aan een verhaal over witte superioriteit). Het is een merkwaardige tegenstelling: het ene kamp vindt het te progressief, het andere niet progressief genoeg, wat er misschien op wijst dat het Sinterklaasjournaal precies doet wat een goed kinderprogramma hoort te doen: meebewegen met de tijd, zonder zichzelf te verliezen.

Ik heb nog niet naar het journaal gekeken sinds de afwezigheid van Diewertje Blok. We missen Dieuwertje allemaal maar ik heb ook begrepen dat bijna iedereen Merel een prima opvolgster vindt. Ik ken ouders die hun kinderen vertellen dat Diewertje met pensioen is omdat ze het niet over hun hart kunnen krijgen de waarheid te vertellen. Vanaf welke leeftijd mogen kinderen weten dat kanker werkelijk bestaat? Wanneer leg je ze uit dat die ziekte je letterlijk bij de neus kan nemen? Over zoiets moet je kinderen uiterst behoedzaam informeren. Ik ben dan ook blij dat ik zelf geen kinderen heb.

Het kan niet anders of het Sinterklaasjournaal maakt dit jaar dankbaar gebruik van de politieke soap rond de coalitievorming. Het is weer spannend in het Grote Pakhuis: de pakjes liggen klaar, maar op Pakjesboot 66 wil het maar niet vlotten met de samenwerking. Puzzelpiet meldde dat de bemanning nog altijd geen overeenstemming heeft over de koers. Jonkiepiet en Fatsoenspiet proberen voorlopig per onderwerp te navigeren, in de hoop dat het schip zo tenminste blijft drijven. Maar niet iedereen is het daarmee eens. Dwarspiet (ook terecht zeurpiet genoemd) weigert nog altijd met Klimaatpiet in één stuurhut te zitten; al is dat de opvolger van Europiet, die van de stoomboot stapte en terugging naar limburg omdat hij in Nederland niet de grote Timmerklaas kon worden.

Controlepiet is overboord geslagen tijdens een discussie over de pakjesroute, waardoor ook het kompas zoek is. Ondertussen heeft Complotpiet zijn strooigoed overgedragen aan Wappiet en is hij een handeltje begonnen in diepvriespepernoten (“voor het geval de wereld vergaat”). Strafbladpiet deelt cadeautjes uit aan iedereen die het horen wil, en belooft de strengste pakjescontrole ooit, behalve voor zichzelf. Wisselpiet probeert zich naar de stuurhut te wurmen, maar Ambitiepiet blokkeert het trapje met een plan voor een “nieuwe koers met oude pieten”. Mestpiet haalt de schouders op en rolt een chocoladeshaggie terwijl ze mijmert over stikstofvrije marsepein.

Aan de reling zitten Solidaripiet, Kerkpiet en Dierenpiet, die alvast een roeibootje te water hebben gelaten. Ze zeggen dat ze hun eigen, meer duurzame route naar Spanje willen volgen. Opiniepiet probeert de gemoederen te sussen met een peiling, maar de uitkomst wisselt elke vijf minuten. En achter in het ruim zit Nogéénpiet, die plechtig zweert dat hij deze keer echt niet meedoet… tenzij hij mag sturen. Zo dobbert de pakjesboot voort: het water is rustig, de meningen onstuimig, en de koers blijft onduidelijk. Of de pakjes op tijd aankomen, weet niemand. Maar één ding is zeker: het wordt weer een spannende intocht. En wie weet; misschien zit er morgen wel een regeerakkoord in je schoen.

Sorry, iets zegt mij dat het daadwerkelijke sinterklaasjournaal veel leuker is. Maar daar zit dan ook een heel team achter. En wat me ook niet onbelangrijk lijkt: die redactie houdt zowel van grote als van kleine kinderen.

Pas op, ze tellen je lettergrepen!

Als de kip zonder kop haar haat preekt, vos let op je passies.

Het anti-intellectualisme viert hoogtij. Wie verstand heeft van complexe zaken en dat laat blijken, wekt tegenwoordig méér wantrouwen dan respect. Of, zoals Ilja Leonard Pfeijffer onlangs schreef: ‘Niets roept zoveel haat op bij het electoraat als deskundigheid.’¹ Het is een pijnlijke constatering: intellect en kennis lijken een belemmering, geen voordeel.

Verstand onder vuur. Wanneer kennis haat oproept. Ilja Leonard Pfeijffer in De Morgen.

Het is een fenomeen dat Richard Hofstadter in Anti-Intellectualism in American Life² al decennia geleden analyseerde. Mensen voelen zich bedreigd door expertise; kennis wordt verdacht en intellectueel debat bespot. Recente studies, zoals die van Morgan Marietta³, tonen dat dit anti-intellectualisme ook hedendaagse politiek kleurt. Het is geen louter ideologische kwestie: het heeft concrete gevolgen voor beleid en samenleving. Matthew Motta⁴ beschrijft hoe wantrouwen tegenover experts de aanpak van klimaat, economie en volksgezondheid ondermijnt.

Ook in Europa, zoals Eric Fassin⁵ laat zien, manifesteert dit zich op subtiele manieren: culturele en politieke spanningen voeden een afkeer van wie meer weet. Het is een paradox: in een tijd van complexe vraagstukken worden juist kennis en kritisch denken het meest gemeden. Hoe herstellen we het vertrouwen in verstand, wanneer expertise zo vaak wordt bespot? Misschien begint het klein: nieuwsgierig blijven, uitleggen en het durven erkennen van feiten, ook als ze ongemakkelijk zijn. Want juist kennis, en niet oppervlakkige instincten, kan ons leiden door de ingewikkelde tijden die ons te wachten staan.

Het tijdperk van anti-intellectualisme is aangebroken, waarin deskundigheid een last lijkt of zelfs een gevaar voor je leven. Sander Donkers in de Volkskrant.

Bronnen:

  1. Pfeijffer, Ilja Leonard. “Niets roept zoveel haat op bij het electoraat als … deskundigheid.” De Morgen, 2 november 2025. Link
  2. Hofstadter, Richard. Anti-Intellectualism in American Life. New York: Knopf, 1963.
  3. Marietta, Morgan. Intellectualism, Anti-Intellectualism, and Epistemic Hubris in Red and Blue America. Cambridge University Press, 2021.
  4. Motta, Matthew. Anti-Intellectualism and Its Pernicious Policy Consequences. Oxford University Press, 2024.
  5. Fassin, Eric. State Anti-Intellectualism and the Politics of Gender and Race. Amsterdam University Press, 2024.