De valse triomf van goedgelovigheid

Een markt van troost vraagt om de prijs van zelfbedrog.

Natuurlijk is het gebruik van Ayurveda als bedrijfsnaam geen inbreuk op het merkenrecht. Rituals, dat de term voert in de The Ritual of Ayurveda-lijn, leek even te denken het alleenrecht op dat woord te kunnen claimen, maar trekt nu wijselijk haar keutel in. De aanduiding heeft echter wél een ander effect: iedereen die het woord inzet als kwaliteitslabel voor een therapie of geneesmiddel, roept bij mij onmiddellijk scepsis op. Om het neutraal te formuleren: het predicaat ‘ayurvedisch’ geeft aan dat we te maken hebben met een alternatieve behandelwijze. Je bent dus gewaarschuwd.

Het folderverhaal: ‘The Ritual of Ayurveda gift set herstelt de balans en is het perfecte cadeau voor een nieuwe balans, voor een vriend of familielid, of gewoon om jezelf te trakteren. Vind innerlijke balans met deze verzachtende en aromatische producten op basis van Indiase roos en zoete amandelolie. Het origami-ontwerp is geïnspireerd op de Japanse kunst van het geven. In de Japanse cultuur kan de cadeauverpakking even belangrijk zijn als het cadeau, waarbij het cadeau wordt gezien als een vorm van communicatie tussen de gever en de ontvanger.’ Wauw, driemaal ‘balans’ in slechts drie wervende zinnen. Je zit kennelijk snel om woorden verlegen als je onzin uitkraamt.

Het juridische eindoordeel over de merknaam laat zich eenvoudig samenvatten: ‘Ayurveda’ blijft een generieke soortnaam voor een traditionele Indiase gezondheidsleer en kan daarom door niemand als exclusief intellectueel eigendom worden geclaimd. Dat Rituals bakzeil haalt, getuigt vermoedelijk eerder van strategisch inzicht dan van intellectuele zindelijkheid. Ze hadden deze zaak vrijwel zeker verloren, waren ze haar daadwerkelijk aangegaan. Maar één ding blijft overeind staan: het etiket is geen keurmerk van kwaliteit, maar eerder een waarschuwingssignaal; een indicatie dat overtuiging het hier heeft gewonnen van empirische toetsing.

Een aanzienlijk deel van de markt voor alternatieve geneeswijzen drijft op een geraffineerd soort emotionele chantage. Het is een parallel universum waarin anekdotisch bewijs de status van universele waarheid krijgt en klinische trials worden weggezet als complotten van de farmaceutische industrie. Men koopt geen werkzaam bestanddeel; men koopt een narratief. Een warm bad van holistische empathie waarin kritisch denken langzaam wegspoelt.

Het tragische mechanisme achter deze wildgroei is onveranderd: de parasitaire symbiose tussen de charlatan en de wanhopige. Wanneer het reguliere medische circuit de harde waarheid spreekt – dat een aandoening chronisch is, of dat de wetenschap eenvoudigweg nog geen antwoord heeft – springt de alternatieve markt in het gat. Waar de wetenschap nuance en onzekerheid biedt, biedt de kwakzalver absolute zekerheid. Het is een verdienmodel dat floreert bij de gratie van menselijke kwetsbaarheid: hoe zwakker de patiënt, hoe sneller de bankrekening wordt geplunderd voor suikerpillen, trillingstherapieën of energetisch opgeladen bronwater.

In dit ‘post-truthlandschap’, waarin sociale media functioneren als een hogedrukspuit voor desinformatie, voelt de strijd tegen de onzin steeds vaker als dweilen met de kraan open. Wie probeert de ratio te verdedigen, staat al snel te boek als een kille dogmaticus zonder hart. Ik vraag me steeds vaker af hoe de Vereniging tegen de Kwakzalverij zich in deze storm staande houdt. Even controleren dus.

Het is met de vereniging zelf, historisch bezien, opvallend stabiel gesteld; ze doet nog precies waarvoor ze in 1881 werd opgericht. De oudste sceptische organisatie ter wereld opereert nog steeds zonder subsidie, gedragen door zo’n 1800 à 2000 hardnekkige leden die weigeren te buigen voor de waan van de dag. Onder leiding van voorzitter Freek van Sluijs blijft de vereniging met vlijmscherpe pen en juridische procedures de barricaden opgaan.

Hun actieradius is onverminderd breed en de munitie nog lang niet uitgeput. Hun jaarlijkse satirische schandpaal, de Meester Kackadorisprijs, blijft een effectief wapen. Onlangs nog verschenen instituten zoals Amsterdam UMC op de longlist vanwege het faciliteren van acupunctuuronderzoek bij kinderen; een pijnlijk bewijs dat zelfs de academische wereld de poorten voor pseudowetenschap soms wagenwijd openzet onder het mom van ‘complementaire zorg’.

De vereniging schroomt bovendien niet om door te pakken waar het gevaarlijk wordt. Zo eiste zij recent strafrechtelijke vervolging van een arts die op grote schaal onbewezen behandelingen met navelstrengbloed uitvoerde bij kinderen. De ironie is dat de VtdK in het huidige tijdsgewricht feller wordt aangevallen dan ooit. De gevestigde orde sust dergelijke ontwikkelingen graag met termen als ‘integrative medicine’; een eufemisme waarmee men probeert bewezen geneeskunde te vermengen met magisch denken; alsof je een glas helder water verbetert door er een lepel rioolwater in te roeren.

De vereniging strijdt niet tegen spiritueel ingestelde mensen als individu, maar tegen de institutionalisering van volksverlakkerij. Hoewel de vereniging zelf springlevend is, ervaar ik in het publieke domein steeds vaker hoe eenzaam het rationele standpunt kan zijn. Dat lijkt mij het logische gevolg van een maatschappij die ‘gevoel’ heeft verheven tot ultieme graadmeter van de werkelijkheid. Zolang irrationaliteit zich als zorg blijft vermommen, is er sprake van een achterhoedegevecht; maar wel een noodzakelijk gevecht, uit respect voor de volksgezondheid én de intellectuele hygiëne.

Afgepast aftasten op de grens van comfort

De lange armen van het wellness verwenningscircuit.

Ik heb nooit een ‘experience’ in het wellness-circus omdat ik mij nooit overgeef aan dat soort dure en tamelijk idiote grappen. Daarom vind ik het heerlijk om naar ‘ervaringsdeskundigen’ te luisteren die zich wel in dit circuit wagen. Gelukkig ken ik er twee die er eenzelfde cynische grondhouding op na houden als het om spirituele behandelingen gaat, MAAR die NIET – zoals ik – de verleiding kunnen weerstaan om zich toch af en toe esoterisch te laten vertroetelen. De lezer weet ook wie zij zijn: ze heten Aaf en Lies en ze ‘lossen het wel weer op’, aldus de naam van hun podcast. De oplossing die ze mij, in dit geval, bieden, is dat ze me een inkijkje verschaffen in een wereld die ik, zoals gezegd, zelf heb buitengesloten.

Lies bevond zich voor opnamen van de serie Gooise Vrouwen in Luxemburg. Natuurlijk zit je dan als actrice in een ‘fully catered’ hotel. Ze had een inspannende opnamedag achter de rug, dus ze dacht: kom, ik boek een ayurvedische massage ‘met nadruk op energetisch evenwicht’, zoals de reclame in de lounge vermeldde. Dan mag je op een aangenaam verwarmde tafel gaan liggen met een papieren broek aan en je hoofd in een donut, terwijl er op de achtergrond rustgevende muziek van dolfijngeluiden en klankschalen klinkt. Zo’n ayurvedische behandeling ‘is met hele lange lijnen’, begrijp ik nu; de handen van de masseuse strekten zich uit in uiterste richtingen. Het gaf Lies het gevoel dat ze heel erg lang was. Daar zou ik, met mijn één meter achtenzestig, vast ook baat bij hebben, bedacht ik me.

“Y a-t-il des zones où vous ne souhaitez pas être touchée? ” had de masseuse voorafgaand gevraagd. Omdat Lies ervan uitging dat haar ‘yoni’ vanzelfsprekend zou worden ontzien, gaf ze geen specifieke plekken aan, waar de uitgestrekte handen niet welkom waren. Ook weer nieuw voor mij: ayurvedische massage is niet met olieën, wel met drukpunten. De masseuse maakte regelmatig haar handen warm en legde die op zo’n speciaal ‘aandachtsplekje’ waarvan het lichaam er talloze blijkt te hebben. “Tournez vous” beval ze vriendelijk, nadat al het tastbare aan de achterkant was veraangenaamd en afgevinkt. Er werd alweer gepaste discretie in acht genomen want de handdoek ging tijdens het tourneren meteen op haar ‘heilige bron’ (zoals de letterlijke vertaling van yoni uit het Sanskriet luidt).

De luisteraar kon intussen gerust zijn: de therapie – want dat was het – leek keurig begrensd. We bevonden ons tenslotte in een decor van gepolijste luxe. Je kent ze wel, die zelfstandige ondernemers in de wellnessbranche die zich als freelance specialisten in een hotel hebben ingekocht, en hun diensten, tot wederzijds voordeel, aan het imago van het etablissement verbinden. Een slimme wisselwerking: het hotel breidt zijn service uit zonder personeel aan te hoeven nemen, en de masseuse lift mee op het aura van comfort. Ze voegt persoonlijke service op maat toe aan het bestaande aanbod van egoverwennerijen. Dat mag wat kosten, maar het zal de gast aan niets ontbreken. Het is te zeggen: tot op zekere hoogte. Want zo’n hotel was dit niet. Voor verlangens die het tactiele overstegen, moest men zich wenden tot de geneugten van de stad.

Lies was allang blij. En wij als podcastluisteraars ook. Het werd ons weer eens duidelijk dat zij een begenadigd vertelster is, die het een en ander begrijpt van de opbouw van een goed verhaal. Ze besefte net iets te laat dat het misschien toch verstandig was geweest om grenzen te stellen aan haar aanraakbaarheid. De warme handen met hun enorme bereik gingen haar iets te vaak naar ‘het bovengedeelte van de romp’, inclusief ‘de tepelzone’. Dat had ze nog nooit meegemaakt. Lag ze daar in haar papieren broekje. Je zou het best ayurvedisch kunnen uitleggen, maar niettemin ontstond er een ‘awkward’ situatie. “Want ja, het lichaam reageert toch.” Er kwam een stukje erotiek om de hoek kijken waarmee ze geen rekening had gehouden. Het was een hele inspannende opnamedag geweest. “Je begrijpt dat als zo’n masseuse dan hele lange lijnen gaat maken…”

Wie deze navertelling niet leuk genoeg vindt – ik heb daar begrip voor – adviseer ik naar de podcastaflevering zelf te luisteren. Die speciale aandacht van ons, hebben de dames echt verdiend.

De afvoergoot van wellness naar fascisme

Voedt de Wellnessbeweging het extreemrechtse gedachtengoed? (deel 2)

Ik las het verhaal van een vriendelijke vrouw. Ze was lid van een meditatiegroep. De groep kwam al tientallen jaren gelukkig bijeen, verenigd door een gedeelde interesse in onderwerpen als milieukwesties, spirituele zaken en alternatieve gezondheid. Er zaten mensen in de groep die ze beschouwde als vrienden. Ze ging ervan uit dat zij en haar groepsgenoten op dezelfde golflengte zaten.

Acht verhalen uit sektarische bewegingen.

Toen kwam de Coronacrisis. Ongelukkigerwijs kreeg ze zelf Covid en werd ze opgenomen in het ziekenhuis. In die periode ging ze beseffen dat er iets belangrijks was veranderd. Een vriend uit de groep zocht haar op tijdens het bezoekuur. Deze vertelde haar dat ze geen Covid had. Hij liet zich heel stellig uit. De vrouw vroeg: ‘Maar waarom denk je dan dat ik hier lig?’ De vriend gaf toe dat ze ziek was, maar bleef erbij dat het iets anders moest zijn dan Covid-19, omdat Covid niet echt was.

Deze roman volgt Jane, een jonge PR-professional die verstrikt raakt in een exclusieve wellnessretreat geleid door de charismatische Cass. Het boek biedt een satirische blik op de wellnessindustrie en hoe deze inspeelt op onzekerheden en het verlangen naar zelfverbetering.

Later ontdekte ze dat de meditatiegroep, in haar afwezigheid, steeds meer naar extreemrechtse opvattingen was verschoven. De standpunten grensden nu aan racisme en zeer pro-Russische opvattingen met betrekking tot de oorlog in Oekraïne. Het begon vooral met gezondheidskwesties, met ‘Covid bestaat niet’, anti-lockdown felheden, anti-mondkapjes agressie. Het werd anti-alles: ‘De NOS liegt, luister niet naar hen; volg wat je op internet ziet.’

Gebaseerd op persoonlijke ervaringen, vertelt deze roman het verhaal van Michelle Thomson, die tijdens een periode van werkloosheid een spiritueel seminar bijwoont en geleidelijk wordt meegesleurd in een cultachtige groep. Het boek biedt inzicht in de psychologische mechanismen van cultvorming.

De situatie escaleerde toen op een dag, voorafgaand aan een meditatiesessie – een activiteit die goedbeschouwd bedoeld zou moeten zijn om de geest en de ziel te ontspannen en alle wereldse zorgen opzij te zetten – de groep een samenzweerderige video afspeelde waarin werd beweerd dat 15-minutensteden* en gebieden met weinig verkeer onderdeel waren van een wereldwijd complot. Uiteindelijk gaf ze het op.


* Felle kritiek op het concept van de 15-minuten steden komt regelrecht van de QAnon-beweging in Amerika. Het begrip 15-minute-cities verwijst naar een stadsplanningsconcept waarbij alles wat een persoon nodig heeft, zoals werk, winkels, scholen, recreatie en diensten, binnen een straal van 15 minuten lopen of fietsen van hun woning ligt. Dit concept is gericht op het verminderen van afhankelijkheid van auto’s, het bevorderen van duurzaamheid en het creëren van leefbare en gezonde stedelijke omgevingen. Mensen binnen de QAnon-beweging beweren dat 15-minute cities een onderdeel vormen van een groter wereldwijd complot. Deze claim wordt waarschijnlijk gebruikt om wantrouwen en angst te zaaien over stedelijke planning en beleidsmaatregelen die gericht zijn op duurzaamheid en kwaliteit van leven. Dergelijke beweringen worden vaak zonder enig bewijs gedaan en maken deel uit van idiote samenzweringstheorieën.

Je zou denken dat deze radicalisering van een aardige, middenklasse, hippie-achtige groep een incident is, maar de realiteit blijkt anders. De ‘wellness-naar-waanzin-verschuiving’ (of zelfs de ‘wellness-naar-fascisme-transitie’) baart zorgen bij mensen die samenzweringstheorieën bestuderen. En de ellende houdt niet op bij een paar gedeelde video’s onder vrienden. Sta mij toe dat ik inzoom op twee voorbeelden van individuen die aanvankelijk ideeën leken te verspreiden die vrij onschuldig leken; namelijk een veganistische voedselgoeroe en een naar oude ‘natuurwijsheden’ terugverlangende sjamaan.

Een van de leiders van de Duitse tak van de QAnon-beweging verspreidt een samenzweringstheorie gebaseerd op het geloof dat Donald Trump strijd voert tegen een kliek van satanische pedofielen. Deze groep zou geleid worden door onder andere Hillary Clinton en George Soros. Attila Hildman stond aanvankelijk vooral bekend als auteur van veganistische kookboeken. In 2021 hielp hij bij het leiden van een gewelddadige protestactie, waarbij demonstranten de trappen van het Duitse parlement bestormden. Zijn radicalisme in QAnon en online extreemrechtse kringen was zo groot dat hij onderwerp werd van politieonderzoek in verband met meerdere vermeende misdaden. Hij vluchtte naar Turkije voordat hij kon worden gearresteerd.

In deze roman verhuist Anita, een jonge vrouw, naar Los Angeles en raakt betrokken bij een exclusieve fitnessgroep genaamd “The Goddess Effect”. Het verhaal onderzoekt hoe de wellnessindustrie transformatie belooft, maar vaak leidt tot een cultachtige gemeenschap.

Op dezelfde manier lijkt Jacob Chansley aanvankelijk slechts een beoefenaar van ‘sjamanistische kunsten’ en pleitbezorger van onschuldig ogende wellnessideeën zoals het eten van natuurlijk en biologisch voedsel. Hij radicaliseerde tot iemand die kon worden omschreven als ‘ecofascist’ en ‘QAnon-sjamaan’, maar kwam pas echt naar voren als een gevaarlijke extreem-rechtse radicaal toen hij – uitgedost met gezichtsverf en gehoornd hoofddeksel – één van de meest zichtbare gezichten werd van de aanval op het Amerikaanse Capitool op 6 januari 2021.

Misschien moeten we voortaan al op onze hoede zijn als mensen zich, in al hun ogenschijnlijk onschuld, afficheren (of laten afficheren) als goeroe of sjamaan.

Deze dystopische roman volgt een muzikale prodigé die gaat werken bij een high-end med spa. Het boek onderzoekt thema’s van wellness, schoonheid en identiteit, en stelt kritische vragen over de invloed van de wellnessindustrie op persoonlijke waarden.

Wellness-rechts: irritant symptoom van een zelfzorgmaatschappij


Voedt de wellnessbeweging het extreemrechtse gedachtegoed? (deel 1)

Binnen de westerse ‘wellnesscommunity’ staat de eigen vitaliteit nogal hinderlijk centraal. Het is volgens mij een misvatting om deze gemeenschap te zien als louter gericht op het bewandelen van het vredelievende pad van samenhorigheid en altruïsme. De meerderheid van de beoefende vormen van spiritualiteit, yoga en meditatie voldoet aan strikt persoonlijke behoeften in een samenleving waar stress een groeiend probleem vormt. Deze praktijken sluiten eerder aan bij puur individualistische denkwijzen dan bij de tradities van het oude oosten.

Geraadpleegde literatuur

De huidige westerse bevolking geniet van aanzienlijk meer vrijheden dan vorige generaties, maar staat tegelijkertijd bloot aan verhoogde competitie. Traditionele gemeenschappen bieden niet langer de steun die ze vroeger boden. Hierdoor is er een sterke vraag naar methoden om stress te verminderen en even te ontsnappen aan de competitieve druk.

Vijftig jaar geleden brachten vertegenwoordigers van de ‘tegencultuur’ oosterse praktijken zoals spiritualiteit, yoga en meditatie naar het Westen. Het waren voornamelijk hippies die de lotushouding omarmden en spiritueel geinspireerde comtemplatie begonnen te beoefenen. Deze toenmalige advocaten van ‘love, peace and understanding’ vormen een scherp contrast met de moderne Wellnesszoekers. De eerstgenoemden zouden voor regelrechte sarcasten zijn uitgemaakt als zij zich zo egocentrisch hadden opgesteld als de huidige generatie in haar zoektocht naar welzijn.

Vandaag de dag worden in Nederland vele vormen van spiritualiteit, yoga en meditatie onderwezen. Zowel zen als tai chi hebben hier bijvoorbeeld een aanzienlijke aanwezigheid. Hoewel de ‘oosterse’ bewegings- en bewustzijnstechnieken niet over één kam te scheren zijn, is de ik-gerichtheid in al het geestbevrijdende zoeken opmerkelijk. Ik wil niet generaliseren maar ik heb de huidige Wellnessbeweging nou niet bepaald kunnen betrappen op progressiviteit en een streven naar verbondenheid. De recente pandemie heeft zelfs aangetoond dat deze groep ook radicaal rechtse opvattingen kan omarmen.

Door middel van boeddhistische meditatietechnieken zouden mensen moeten leren dat het concept van het ‘zelf’ een illusie is en dat ze enkel bestaan in relatie tot andere levende wezens. In mijn omgang met westerse wellnessbeoefenaren loop ik echter steeds weer tegen dezelfde tegenstrijdigheid aan: zij die zich aangetrokken voelen tot technieken die bedoeld zijn om los te komen van het ‘zelf’, zijn juist enorm sterk op zichzelf gericht, en vinden, in vaak peperdure cursussen, manieren om nog meer aandacht aan zichzelf te besteden.

De tegenstelling is duidelijk: westerse mensen die zich verdiepen in ‘oude oosterse’ praktijken van verbondenheid en bewustwording, kunnen juist egoïstischer worden van meditatie of andere wellness-bezigheden. Dit is deels te verklaren doordat veel van deze praktijken helemaal niet zo oud en oosters zijn als ze lijken. Sommige zijn meer verbonden met de moderne westerse nadruk op individuele gezondheid en welzijn dan met de tradities van het oude India.

Het boeddhisme nam in verschillende cultuurgebieden verschillende vormen aan. Boeddhistische leraren die in de 19e en 20e eeuw naar Europa en de VS kwamen, merkten dat moderne westerlingen behoefte hadden aan contemplatieve oefeningen en ademhalingstechnieken. Meditatie was geen kernaspect van het Aziatische boeddhisme, maar werd wel prominent binnen het ‘nieuwe boeddhisme’. De afgelopen decennia zijn er talloze varianten ontstaan, gericht op stressvermindering. Het is onbetwistbaar dat mindfulness en andere therapeutische toepassingen aanslaan bij mensen die lijden onder de druk van individualistische en competitieve maatschappijen.

Wat echter gebruikt wordt voor stressvermindering kan ook worden ingezet om nog beter om te gaan met stress in pogingen om beter te worden dan anderen. Meditatie wordt steeds vaker gezien als een soort mentale training op weg naar de top, een investering in de eigen kracht om concurrenten de loef af te steken. Het resultaat is meer mentale focus, competitievermogen en weerbaarheid. Intensieve meditatietrainingen zijn populair onder diegenen met veeleisende banen en lange werkweken.

In het geval van yoga is het idee van ‘investeren in jezelf’ nog prominenter aanwezig. Dit is niet toevallig, aangezien veel van de lichaamsculturen die in de vroege 20e eeuw in Europa opkwamen, vergelijkbaar waren. De yoga zoals die door veel westerlingen wordt beoefend, heeft minstens evenveel te maken met 20e-eeuwse Scandinavische gymnastiek als met de oude Indiase tradities.

In de oorspronkelijke hindoeïstische yogatraditie hadden de befaamde yogahoudingen (asana’s) een marginale rol. Deze houdingen werden herontdekt in India toen westerse bodybuilding aan populariteit won in de vroege 20e eeuw. Veel staande yogahoudingen, die niet voorkomen in traditionele hatha-yoga, zijn afkomstig van de Deense gymnastiek van Niels Bukh.

Dit individualistische en competitieve universum staat lijnrecht tegenover het ideaal van liefde en collectiviteit dat de hippiebeweging vijftig jaar geleden omarmde. Toch kan betoogd worden dat zelfgerichtheid en hedonisme ook destijds aanwezig waren in deze tegenbeweging. Velen verlieten traditionele structuren om hun eigen weg te gaan en afstand te nemen van autoriteit.

Opmerkelijk genoeg zien we een vergelijkbare tendens in de huidige tijd, zij het in een andere politieke context. Wat eens een linkse tegenbeweging was, wordt nu vaak als rechts beschouwd. Echter, als we de traditionele politieke tweedeling vervangen door een breder anti-establishmentdenken en een idee van hedonistische vrijheid, worden de verschillen minder absoluut.

Het is opvallend dat veel mensen, bij wijze van ‘zelfinvestering’, juist meer op zichzelf gericht raken. Ze ontwikkelen ‘geheime wapens’ waarmee ze anderen kunnen overtreffen in vitaliteit, weerstand kunnen bieden aan tegenstanders en nog harder kunnen meedraaien in de competitie.

Tijdens de pandemie is de ware aard van de westerse yoga- en mindfulnessgemeenschap aan het licht gekomen. Mijn eerdere negatieve, misschien wat generaliserende, uitspraken dateren van lang daarvoor, toen alles wat er over die gemeenschap werd gezegd bijna te mooi leek om waar te zijn. Mijn scepsis blijkt niet geheel onterecht te zijn geweest, hoewel ik moet erkennen dat nuances en complexiteit mijn eenzijdige perspectief geen kwaad doen.

Er bestaan talloze mensen die werkelijk profijt halen uit praktijken als yoga, meditatie en verwante activiteiten. Velen van hen worden er juist minder zelfzuchtig van, ontwikkelen een verhoogd bewustzijn van anderen en hun omgeving, en krijgen een dieper begrip van het grotere geheel. Ze zien door hun verhoogde bewustzijn de valkuilen in van competitie.

De vraag wanneer spiritualiteit oprecht is en wanneer deze als volkomen oppervlakkig moet worden aangemerkt, blijft mij wel bezighouden. De impact van meditatie op de menselijke hersenen is een onderwerp dat misschien aan experts moet worden overgelaten. Ik kan slechts stellen dat de effecten sterk kunnen variëren van persoon tot persoon.

Het is van groot belang dat de deugdzamen niet lijden onder de daden van de minder oprechten. Thich Nhat Hanh, de Vietnamese zenmonnik, benadrukt de onderlinge verbondenheid van alle dingen en legt uit dat niets geïsoleerd bestaat zonder enige relatie tot iets anders, en dat egoïsme nergens toe leidt. Zijn verzameling werk transformeert onmiskenbaar technieken uit de zenmeditatie in oefeningen van altruïsme.

Sta me niettemin toe om – tot slot – mijn aandacht te richten op de volgende verontrustende gevallen:

Tijdens de pandemie vertoonden organisaties zoals Stichting Moederhart en Vrouwen voor Vrijheid affiniteit met Forum voor Democratie. Verscheidene individuen die zichzelf als spiritueel bewust beschouwden, werden gezien in verband met Willem Engel en verklaarden openlijk hun steun voor Baudet. Degenen die vrijheid en verbondenheid met Moeder Aarde predikten, bevonden zich plotseling verstrengeld met klimaatontkenners van de uiterst rechtse beweging. Personen geworteld in welzijn onthulden onverwacht affiliaties met rechtse nationalisten en ultraconservatieven, waarbij ze een voorkeur toonden voor eigenrichting. Ze werden aangetrokken tot de Alt-right beweging, liepen in optochten mee met aso’s, hufters en andere boze witte mannen, lieten zich interviewen door Ongehoord Nederland en andere radicaal-rechtse mediaplatforms, en dit alles omdat de lockdown hen belette om deel te nemen aan yogalessen, pilates-workouts en sauna’s.

Dat stukje recente geschiedenis is iets wat ik voor altijd zal blijven onthouden.

Eigen welzijn eerstRoxane van Iperen
Essay over hoe de middenklasse haar liberale waarden verloor. Een kritische blik op individualisme, neoliberalisme en de afbrokkeling van solidariteit.

Why Wellness Sells – Colleen Derkatch
Derkatch analyseert hoe de wellness-industrie collectieve sociale problemen presenteert als individuele verantwoordelijkheden. Ze bespreekt hoe deze benadering mensen afleidt van structurele oorzaken van gezondheidsproblemen en hoe dit kan leiden tot het negeren van maatschappelijke solidariteit.

The Wellness Syndrome – Carl Cederström & André Spicer
Een filosofisch-sociologische kritiek op de obsessie met gezondheid, positiviteit en zelfoptimalisatie — ten koste van autonomie en kritisch denken.

Strange Rites – Tara Isabella Burton
Een beschrijving van hoe nieuwe vormen van spiritualiteit en wellness het traditionele geloof vervangen — vaak zonder kritisch denken.

The Wellness Trap – Christy Harrison
Harrison onderzoekt hoe de wellness-industrie, onder het mom van gezondheid en zelfzorg, vaak desinformatie verspreidt en mensen vatbaar maakt voor complottheorieën. Ze legt uit hoe deze industrie inspeelt op angsten en onzekerheden, wat kan leiden tot het afwijzen van reguliere medische zorg en het omarmen van pseudowetenschappelijke ideeën.

Standvastig – Svend Brinkmann
Brinkmann bekritiseert de zelfhulpcultuur die voortdurend aandringt op zelfverbetering en persoonlijke groei. Hij betoogt dat deze focus op het individu kan leiden tot narcisme en het negeren van maatschappelijke verantwoordelijkheden.

McMindfulness – Ronald Purser
Een scherpe kritiek op hoe mindfulness is gekaapt door neoliberale en commerciële belangen, los van de oorspronkelijke boeddhistische context.

Complotdenkers – Maarten Reijnders
Behandelt ook het spirituele complotdenken (bijv. QAnon met new-age trekjes) en hoe dit samenhangt met wellnesscircuits.