Als een Belgische filibuster

Veel te veel woorden en dan opeens doodstil.

Welkom op de tweede VrijMiPo, georganiseerd door eenmansuitgeverij Cum Suis. Vandaag presenteren we een gedicht over een man die veel woorden nodig had om tot een definitief stiltepunt te komen. Hij werd een zichzelf steeds nadrukkelijker manifesterende veelschrijver voor wie tenslotte het doek viel. Het leek mij goed om dit gedicht uit de mottenballen te halen toen ik las over de Belgische parlementariër Vincent Van Quickenborne die gedurende vijf vergadersessies zo lang mogelijk aan het woord probeerde te blijven. Door te filibusteren hoopte hij een wet over fraudeopsporing tegen te houden.

In het geval van Van Quickenborne werd hem de mond gesnoerd door de voorzitter die afgelopen woensdag ten einde raad, na 23 uur aaneengesloten luisteren, genoeg van hetzelfde had gehoord. Van Quickenbornes microfoon werd tot zijn eigen woede uitgezet. ‘U bent niet waardig’, riep Vincent richting de voorzitter. ‘U chanteert het parlement.’ Maar de voorzitter paste gewoon een regel toe: het kamerlid viel teveel in herhaling en dat is niet toegestaan. Nadat hij zelfs stambomen van collega’s had aangehaald om de tijd vol te praten, raakte zijn inspiratie op. Had hij maar origineel moeten blijven.

De ‘J.’ in het gedicht wordt het zwijgen opgelegd door de dood, waarvoor hij zelf heeft gekozen. Van Quickenborne voelde zich waarschijnlijk veel vitaler en dacht nog helemaal niet aan ophouden. Hij streed immers voor een goede zaak. Hij voerde zijn marathonspeech om een wetsvoorstel te blokkeren dat de overheid toegang zou geven tot ieders bankgegevens, waarna slimme algoritmes verdachte transacties uit die financiële berg kunnen opdiepen. Zo’n digitale speurhond vond hij een ernstige inbreuk op de privacy. En dus bleef hij praten. Heel lang. En tamelijk vol van zichzelf.

Ik vermoed dat ijdelheid bij langdradige toespraken een niet te onderschatten drijfveer is. De ‘J.’ in mijn gedicht is doordrenkt van diezelfde neiging tot opvallend aanwezig zijn; een soort van zelfvoldane profilering die uiteindelijk vooral potsierlijk blijkt. Zijn val komt voort uit dezelfde pronkzucht die hem overeind hield. Hij heeft in zijn leven weinig bereikt, maar kiest voor een afscheid dat groter is dan alles wat daaraan voorafging. Je zou bijna denken dat hij pas in het zelfopgelegde zwijgen beseft hoe overbodig hij eigenlijk was.

Het zal u niet verbazen: deze overpeinzingen richten zich uiteindelijk op mijzelf. Ook ik heb de neiging om te vervluchtigen in pathos. Ik verloor me jarenlang in gedichtjes die ik schreef vanuit een romantisch soort grootsheid die langzaam oploste in twijfel. Inmiddels ben ik op een leeftijd waarop ik weleens denk: had ik niet beter een echt vak kunnen leren? Overigens heb ik in m’n leven één beroep uitgeoefend dat me met enige trots vervulde. Ik was railverkeersleider voor Prorail. Je kunt dat worden door een interne opleiding van een maand of vier.

Helaas kwam aan die carrière van ‘treindienstleider’ op een zeker moment een einde door een veiligheidsfout. Dat falen heb ik verwerkt, maar sindsdien voelde ik me in geen enkele functie nog echt van nut. Het schrijven was een merkwaardige uitweg: een pure drang tot literaire aanwezigheid. In manische tijden schreef ik mezelf voorbij; in depressieve kwam er vrijwel niets van terecht. Uiteindelijk blijkt: er bestaan praktischer vormen van communicatie dan eindeloze speeches of gedichten die niemand leest. Hier volgt niettemin het gedicht ‘Waarom’, dat te vinden is op bladzijde 19 van de bundel ‘Het Eenmansimperium’.

📱🔄 Voor de juiste weergave van de bladspiegel en regelafbreking adviseer ik om je telefoon in landscape mode (horizontaal) te houden. Zo zie je het gedicht zoals het bedoeld is.

Waarom


Waarom J. moesten je zinnen opeens weer praalwagens zijn
in onze nietsvermoedende straten?
Waarom dat amalgaam van beeldenbrouw op onze
doordeweekse magen?
Wij waren het toch eens geworden dat het Poëtisch Tijdperk
voorbij was?

Hadden wij niet hartelijk gelachen op die avondjes
(waar we toch maar heengingen)
om de vijftiger halvegaren,
de tachtiger adjectieven-adventisten
en al die kleine stuiptrekkende stormlopers
daartussen en daarna?

Roerend eens wij – toch? – dat het warrige,
dat poëzie zo duister maakt,
en zo mooi voor sommigen,
niet meer was dan effectieve onduidelijkheid.
Dat je met boterzacht dichten geen beleid kon maken.
Dat het eigenlijk maar een vreemde en ook wat domme leer is
van hoe je dingen anders zegt?

Waren olla vogala niet volkomen doodgebroed?
Geen krachtig medium nee. Ons niet gezien. Voorbij.
Meer iets voor brave mensen.
Ik hoopte dat we dat hadden afgerond.

Maar nee hoor, net toen wij dachten dat je een woord
kon loslaten op het moment dat je
een woord moest loslaten
liet je jezelf los,

nadat je, ook weer zo pathetisch,
wel een half uur aan het randje had staan schreeuwen
dat er een briefje voor ons klaarlag
(dat eigenlijk geen brief was
maar een soort gedicht).

Wat een boodschap was dat.
Je had toch ook gewoon die pen kunnen wegsmijten
i.p.v. jezelf?

©Ronald van Noorden, ©2012 Uitgeverij Cum Suis

En we noemen hen: FUSIE

De enig denkbare, nieuwe naam voor GroenLinks/PvdA.

Taalbureau Taaljongen.nl stond voor een klassiek keuzeprobleem: hoe noem je iets dat zichzelf nog niet kent? De fusie van GroenLinks en PvdA vroeg om een naam die zowel historisch als toekomstbestendig was, zonder dat hij zich vastbeet in ideologische grond. Een naam die niet rood, groen of progressief hoefde te heten, maar wél klonk als iets waar iedereen – zelfs de twijfelaar – zich kortstondig in kon herkennen. Taaljongen.nl besloot het simpel te houden. Zo simpel, dat het bijna brutaal werd: FUSIE. Geen slagzin, geen symbool, geen kleur. Alleen het feit zelf.

Er is die mysterieuze ruimte tussen wat gezegd wordt en wat bedoeld is. FUSIE belichaamt die ruimte: een naam die ademt, zweeft, zich vormt en weer oplost. Omdat woorden niet alleen iets betekenen, maar vaak ook iets verbergen. FUSIE is een naam die zichzelf ontkent en daardoor overeind blijft; die niets verklaart, maar alles suggereert. Een politieke wolk die uiteenvalt in letters, om zich daarna weer moeiteloos te herschikken tot iets nieuws.

Dat lijkt banaal, maar is het niet. In een tijd waarin politieke partijen zich verdringen om het meest moreel klinkende label, koos Taaljongen.nl juist voor de lege doos en maakte die leegte tot kracht. FUSIE zegt niets over waar men voor staat, maar alles over waar men vandaan komt: een samenvoeging van twee entiteiten die ooit dachten dat hun verschillen belangrijk waren.

Het bureau weigerde bewust woorden als links, sociaal, progressief, groen of solidair. Zulke termen, zegt Taaljongen.nl, ‘functioneren als seizoensgebonden parfums; aangenaam bij lancering, bedenkelijk bij hergebruik.’ Een naam, daarentegen, moet kunnen overleven wanneer idealen weer verschuiven, standpunten afbrokkelen en partijprogramma’s herschreven worden.

En dat is precies wat FUSIE doet. Of de partij over vijf jaar samengaat met Volt, met D66, of met een paar overgelopen liberalen, het maakt niet uit. De naam blijft actueel. FUSIE is toekomstbestendig, want ze beschrijft geen toestand, maar een beweging. Taaljongen.nl noemt het ‘de enige naam die zichzelf in stand houdt door voortdurend van samenstelling te veranderen.’ Een politieke paradox, verpakt als merkstrategie.

Taaljongen.nl onderzoekt de grillen en de gratie van taal: hoe woorden zowel onthullen als verhullen. FUSIE is daarvan het schoolvoorbeeld; een naam die weigert partij te kiezen, en juist daardoor de essentie raakt. Ze zegt niets, maar roept alles op: beweging, vermenging, compromis. Een woord dat niet vastlegt, maar loslaat. Taaljongen.nl weet dat woorden soms meer macht hebben als ze níet te veel willen zeggen. FUSIE is een naam die elke inhoud overleeft.

Het gedicht ‘mad cat bounce’.

Uit: Het eenmansimperium

Tijdens een manische episode is een diagnose relatief eenvoudig omdat de kernsymptomen (verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming) duidelijk herkenbaar zijn. Als psychotische symptomen op de voorgrond staan, of als er sprake is van een gemengde episode (het gelijktijdig voorkomen van manische en depressieve verschijnselen), kan de diagnose echter moeilijker te stellen zijn. Tijdens een hypomane episode is de diagnostiek soms lastiger, omdat in lichte gevallen het onderscheid met het normale functioneren alleen goed te maken is door iemand die de patiënt goed kent (heteroanamnese).

Mad Cat Bounce

Wat dacht men, dat ik boos was voor de sier?
Het zat ’m in de aard van ons soort leeuwen.
Ik werd aanhankelijk als een hongerig huisdier.
Ook mijn gebrul zou uitmonden in geeuwen.

Zowel jager als gejaagde mocht op eigen kracht
het lichaam van haar tweespalt niet genezen.
Woest maar zelfredzaam tot rust gebracht
was ik weldra op mijn dokters aangewezen.

Praten moest ik (ze hielpen als de beste).
Het bleek dat ik mijn wezen zelf verpestte.
Ze joegen de kat bij het prooidier vandaan

maar wisten zich geen raad met wat hen restte.
Kun je, als je ziet, hier is geen redden aan
niet beter de kat maar z’n gang laten gaan?

©Ronald van Noorden ©Cum Suis 2011