Voer voor oenologen

De poëtische apotheose van een culinair-vinologische reis door twee oenotoeristen op Polarsteps.

Een reactie van essayistische omvang op een simpel Polarsteps-bericht leverde me al wat schuine blikken op en de nodige gehesen wenkbrauwen; dat vraagt om een waardige afsluiting. Juist nu de finish van een expeditie is bereikt, past een stijlvol slotakkoord. Ik dacht: laat ik mijn overpeinzingen in een gedicht gieten. Geen beter sluitstuk voor zo’n epische reis dan de mathematische precisie van het sonnet. Het onderstaande vers legt naar mijn smaak een boeiend nevendoel van de wijnbedevaart van mijn zus en mijn zwager bloot. Je kunt je afvragen of dit niet stiekem het hoofdmotief van de hele onderneming was.

Zoveel hoofden, zoveel gektes. Of misschien moet ik zeggen: elk zijn meug. Zoals een vinoloog de meest voortreffelijke flessen verzamelt voor de eigen kelder – bereid om daar aanzienlijke omwegen voor te maken, en pas tevreden wanneer de drank na streng proeven zijn absolute goedkeuring draagt – zo nauwgezet is hier elk woord geselecteerd, uitgepuurd en op zijn plek gemanoeuvreerd.