Het zal waarschijnlijk zo’n vaart niet lopen, maar toch.
Enkele van mijn lezers vonden het niet zo prettig dat ik een mogelijke coalitie van D’66, CDA, VVD en Ja21 als democratie-ondermijnend afschilderde. Zij zijn van mening dat D’66 en CDA zich altijd zullen verzetten op het onverhoopte moment dat ook maar de schijn zou ontstaan dat de democratie zou worden uitgehold of dat er iets anders dreigde te gebeuren dat staatsrechtelijk niet in orde was. Wat de VVD betreft? Die partij krijgt van hen in haar huidige presentatie iets meer het nadeel van de twijfel (wat mij een verstandige benadering lijkt).

Naar mijn mening is er van het degelijke liberale fundament van de VVD onder Yesilgöz niet veel meer over. De liberale traditie binnen die partij is naar de achtergrond gedrukt. Het interne platform van de, over het algemeen, wat oudere garde, pleit voor de klassieke kernwaarden maar kabbelt een beetje op de achtergrond onder leiding van Klaas Dijkhoff. Ik geloof wel in Klaas, maar ja, die voert een fluistercampagne in een podcast met maar 4000 luisteraars of daaromtrent.
Waar liggen de kernpunten van deze onderstroming? Nadruk op individuele vrijheid, verantwoordelijkheid, rechtstatelijkheid enzovoort. Een koers die zich niet primair richt op populistische retoriek of enkel op hard rechts beleid, maar op de middenklasse (dat ik iemand daar, een beetje eng, het “goede volk” hoorde noemen) en op een vrijere samenleving (liberalisme pur sang). Die VVD staat kritisch tegenover samenwerking met partijen of stromingen die worden gezien als antidemocratisch of populistisch. Dijkhoff heeft dat expliciet uitgesproken. Maar helaas: Dijkhoff stond niet op de verkiezingslijst.
We moeten afwachten wat er gaat gebeuren. Ik hoop en denk dat Rob Jetten de lichte voorkeur die hij nu laat doorschemeren voor een brede middencoalitie met GroenLinks/PvdA ook zal verwezenlijken. Dan kunnen we een zucht slaken maar zal er overigens wel een ander probleem aan het licht komen, volgens mij. Als Jetten in de ogen van radicaal-rechtse vuilspuiers (let op, dit is een soort van pleonasme) straks ietsje linkser blijkt te zijn dan hij zich tijdens de verkiezingen heeft voorgedaan, zal hem hetzelfde overkomen als wat er met Timmermans, Sigrid Kaag en Job Cohen is gebeurd (moet ik dat nog uitleggen?).
Niettemin heb ik de gewraakte zin in mijn stukje aangepast en staat er nu het volgende: ‘Het kan heel goed zijn dat er straks een zetel wordt afgesnoept van de SP die dan naar D’66 gaat. Deze ene zetel zou een coalitie van D’66, VVD, CDA en Ja21 mogelijk kunnen maken (nu hangt die nog op 75 zetels). Een linkse partij zou in dat geval, geheel conform de democratische regels van restzeteltoekenning, een zetel hebben afgestaan aan een kabinet dat, naar de aard van rechtse coalities, de democratische waarden eerder in termen van orde en bestuur dan van gelijkheid en participatie zal interpreteren.’
Andere opties voor het beëindigen van die laatste zin waren – subtieler – ‘…een kabinet dat, zoals we van meer rechts georiënteerde regeringen kunnen verwachten, de democratische beginselen wellicht wat strakker in bestuurlijke termen uitlegt dan in sociale.’ Of, met een meer ironische ondertoon: ‘…een kabinet dat, geheel binnen democratische kaders, de nadruk wat minder legt op de breedte van die democratie dan op haar efficiëntie.’ Helaas waren niet al mijn lezers met zelfs deze uitgebreide keuze uit drie veranderingen, tevreden te stellen.
Het zij zo, verdere aanpassingen om hen een aangenamer leeservaring te verschaffen, zouden een ‘naar de mond praten’ zijn geworden, en dat moeten we hier niet hebben.

