Hitchslaps forever

Zo gezien is er een lang leven voor Maarten van Rossem weggelegd.

Christopher Hitchens was, naar mijn overtuiging, een van de scherpzinnigste en meest moedige denkers van de moderne tijd. Zijn vermogen om hypocrisie te ontmaskeren, zijn eloquentie, en zijn compromisloze toewijding aan rede en intellectuele eerlijkheid maakten hem tot een zeldzaam licht in een vaak troebele wereld van opinie en ideologie. Ik heb altijd grote bewondering gehad voor zijn geest, zijn scherpzinnige humor, en de manier waarop hij met een mengeling van elegantie en verontwaardiging kon spreken over zowel religieuze dogma’s als politieke dwaasheden.

Helaas stierf hij veel te vroeg, en met zijn dood leek ook een bepaalde vorm van onverschrokken intellectuele moed te verdwijnen. Toch, dankzij de hedendaagse AI-technieken, lijkt zijn geest even te worden opgeroepen; niet letterlijk natuurlijk, maar in de geest van zijn retorische stijl en zijn onvermoeibare zoektocht naar waarheid.

In deze virtuele heropleving zien we een animatie waarin Hitchens’ kenmerkende toon en redenering tot leven worden gebracht. Hij spreekt, als het ware, vanuit het hiernamaals over Trump’s vulgariteit, scènes die hij zonder twijfel als exemplarisch zou hebben beschouwd voor de decadentie en morele leegte van onze tijd. De begeleidende tekst van de video is helder en scherp; ze vat precies die geest van kritische verontwaardiging samen waar Hitchens zelf om bekend stond.

De tekst onder de video’s is eerlijk genoeg:

‘In deze analyse wekken we de geest van Christopher Hitchens tot leven om de diepe schande van Donald Trump’s ‘Gatsby’-feest te bespreken. Men zou bijna bewondering kunnen hebben voor de pure, onvervalste branie om een ‘Great Gatsby’-themafeest te organiseren – een roman die juist de leegheid en oppervlakkigheid van rijkdom ontleedt – op een moment dat het beleid van de regering rond voedselhulp voor de armsten van het land onderwerp is van felle publieke discussie.

Dit is niet zomaar smakeloosheid; het is een berekende verklaring van minachting. Dit spektakel onthult de kern van de hypocrisie van het Trump-fenomeen en legt zijn ‘populisme’ bloot als een goedkope oplichterij. We ontleden hoe dit evenement, en het kruiperige gedrag van figuren als Marco Rubio, een perfecte manifestatie vormt van een nieuw sektarisme dat een republiek heeft uitgehold tot een vergulde, intellectueel failliete persoonscultus.

Deze video is een satirische parodie en een intellectuele verkenning in de geest van Christopher Hitchens. Ze wordt niet onderschreven door de nalatenschap van Hitchens, noch door enige instelling of door Donald Trump. Alle argumenten worden gepresenteerd met het oog op debat en kritische analyse, in de stijl van een Oxfordse provocatie.’


Het verdient vermelding dat de video opent met een duidelijke disclaimer. Dat vind ik discreet en gepast: het getuigt van respect voor Hitchens’ nalatenschap en van transparantie tegenover de kijker. Daarmee wordt meteen duidelijk dat het hier om een satirische reconstructie in zijn geest gaat, niet om een poging om zijn stem letterlijk te doen herleven.

‘DISCLAIMER: Dit is een parodie en een door fans gemaakte inhoud. Het is niet verbonden met of goedgekeurd door Christopher Hitchens of zijn erfgenamen/familie. De video’s zijn geïnspireerd op zijn publieke uitspraken en ideeën, bedoeld voor educatieve, vermakelijke en satirische doeleinden, en gebruiken een gesynthetiseerde stem (AI-parodie) die niet aan Christopher Hitchens toebehoort. We gebruiken visuele lip-sync en nagesynchroniseerde vertelling om nieuwe, hypothetische dialogen en gedachte-experimenten te creëren.

Deze inhoud is NIET ECHT en bedoeld als karikatuur/satire om complexe ideeën toegankelijker en boeiender te maken voor kijkers. Ons doel is om intellectuele ideeën op een respectvolle manier te verkennen, zonder de intentie om iemand te misleiden tot het geloven dat deze inhoud authentiek is.

Deze AI-gegeneerde parodie van Christopher Hitchens is gemaakt voor educatieve discussie en culturele analyse. Ze bevat geen haat, geweld of enige vorm van echte politieke steun.’

En om af te sluiten: na de virtuele evocatie van Hitchens is het goed om nog even de echte stem van de man zelf te horen. Onderstaande video, getiteld “The Best of the Hitchslap”, is een compilatie van enkele van zijn scherpste momenten; verbaal, intellectueel en moreel. Wie Hitchens nog niet kent, zal in deze fragmenten zien wat hem tot zo’n uitzonderlijk denker maakte: zijn combinatie van belezenheid, ironie, morele ernst en een haast klassieke beheersing van de rede.

De term ‘Hitchslap’ is een speelse samentrekking van Hitchens en slap (klap), en verwijst naar de manier waarop hij zijn tegenstanders – met argument, geestigheid en precisie – van repliek diende. Het is geen fysieke klap, maar een retorische tik die meestal werd uitgedeeld met een glimlach en een onontkoombare logica.

P.S.
De AI-bewerkingen deden me even glimlachen bij de gedachte hoe geestig het zou zijn om onze Maarten van Rossem op vergelijkbare wijze te vereeuwigen. Zowel Hitchens als Van Rossem zijn uiteraard de laatsten die zoiets zelf ooit nodig of wenselijk zouden achten, maar als het met intelligentie, smaak en humor gebeurt, wat zou er dan op tegen zijn? Het risico blijft natuurlijk dat men zulke figuren woorden in de mond legt die niet de hunne zijn. Dat is precies waar respect en nuance het verschil maken tussen een eerbetoon en een karikatuur. Gelukkig kunnen we van Maarten van Rossem nog in levenden lijve genieten; zijn droogkomische scepsis behoeft (nog) geen digitale wederopstanding.

Het ontzielde voertuig

Eenmaal boven water liet ik Beke’s amfibieboot snel weer varen.

Er zijn van die momenten die je doen beseffen hoe schimmig tijd en herinnering soms samenwerken. Neem een berichtje op de ‘Bea-app’, de online stoep van onze straat, cq ons digitale buurthuis, waar prangende vragen worden gesteld. Plotseling dook daar een naam op: een hoofdpersonage uit iemands jeugd, dat ik óók kende. Dat wil zeggen: ik kende de hoofdpersoon, maar zo vaag, dat ik die nooit als vergeten zou hebben bestempeld.

De hulpvraag op de straatapp van de één en het antwoord van de ander greep de pastoor aan om te illustreren hoe menselijke goedheid altijd boven komt drijven. Hij sprak van het voertuig van de ziel waarmee soms ook onze verbeelding zich verplaatst. Terwijl ik alleen een amfibievoertuig wilde zien waarover werd gesproken. Pastoors weten dat zodra het mysterie wordt ontrafeld en het prozaïsch blijkt te zijn, de magie wegebt. Van dergelijke ontnuchteringen raakt het geloof in verval.

Het ging de zoeker trouwens om meer dan alleen maar een naam van een detective. Er hoorde ook een vervoermiddel bij. Hij formuleerde zijn zoekvraag zo:

Ik meen me te herinneren dat ik in mijn jeugd (eind jaren zestig moet dat zijn geweest), een detectiveserie heb gelezen die zich afspeelde aan de Veluwezoom. En als ik mij goed herinner, had de hoofdpersoon een amfibievoertuig. Doet dit misschien bij iemand een belletje rinkelen? Ik ben op internet aan het zoeken geweest, maar het resultaat daar is precies nul.

Een andere straatgenoot vond het antwoord. Zij noemde De schrik van de Imbosch van Carel Beke. Hierin speelt Pim Pandoer de hoofdrol. Voor mij was het verhaal net begonnen – namelijk met de zoektocht van de één – en nog lang niet geëindigd met de hulpvaardigheid van de ander, die een afbeelding van de voorkant van het boek deelde. Ik wilde die kaft meteen omslaan en beginnen met lezen. Dat amfibievoertuig moest ik zien. Ik wist op dat moment zeker dat ik niet verder kon voordat ik dat voertuig onder ogen had gekregen.

Tegelijkertijd begon er in mijn hoofd een stem te preken. Dat gebeurt wel vaker, maakt u zich geen zorgen. Het was pastoor Pim Pandoer. Hij sprak vanuit het buurthuis, dat opeens in een kerkje was veranderd.

“Wat hier gebeurde,” zei hij, “was iets heel bijzonders. Het gaat mij niet om het boek zelf, hoewel dat natuurlijk een schat aan jeugdsentiment herbergt: een detectiveverhaal dat zich afspeelt tussen de bossen en heuvels van de Veluwezoom, een amfibievoertuig dat door de modder ploegt alsof het een tijdmachine is. Het gaat mij om de hulpvaardigheid; de simpele, onvoorwaardelijke bereidheid van een medemens om te helpen.”

Dat kan wel zijn, wilde ik antwoorden, maar ik ben nu op een spoor gezet dat voor mij veel concreter is. Een twee-elementenvoertuig om een beetje filosofisch te doen, een terra-aqua-wagen om mij wat Latijnser uit te drukken, een land-en-waterkar om het luchtig te houden. Het mocht niet baten. De pastoor had het woord genomen en wilde het niet meer afgeven. Zijn kerkje was een heuse kathedraal op een heuvel geworden. Hij sprak alsof hij op de kansel stond en had, voor zijn gevoel, een geweldig thema te pakken:

Denk ook aan het contrast. De zoeker heeft gezocht, misschien met veel te veel trefwoorden op internet, hopeloos verdwijnend in de zee van digitale data. En ineens, zonder enige beloning behalve de voldoening van een goed geheugen en een groot hart, komt er iemand langs die zegt: “Oh, dat is dit boek.” Klaar. Eenvoudig. Rechtstreeks. Een beetje zoals een oude speurneus die een verdwenen aanwijzing vindt die niemand anders zag.

En er zit iets ontroerends in dit soort momenten. Want wie had ooit gedacht dat de Veluwezoom en een amfibievoertuig uit de late jaren zestig, zo’n naïeve jeugdverwondering, op een digitale app in 2025 weer tot leven zouden komen? Ergens tussen emoji’s en korte zinnetjes, gebeurt iets dat je doet glimlachen. Het herinnert je eraan dat menselijke connectie geen leeftijd kent, dat herinnering collectief kan worden gedeeld, dat het plezier van een gevonden antwoord even warm kan zijn als het plezier van het originele verhaal zelf.

Jeugdsentimenten zijn een apart soort magie. Ze zijn verstopt in geuren, in geluiden, in boeken die je als kind verslond. En soms, heel soms, komen ze terug via een ander, via een onbekende helper, en voel je je even weer die tienjarige die met ingehouden adem de pagina’s omsloeg van een detective waarvan hij elk detail koesterde. Het mooie van dit alles is dat het niet gaat om snelheid of efficiëntie. Het gaat om aandacht. Om het besef: iemand leest, iemand herinnert, iemand deelt. Dat is hulpvaardigheid in haar puurste vorm. Het soort hulpvaardigheid dat niet opschept, dat niet iets terugvraagt, maar simpelweg de wereld een beetje completer maakt.

Misschien is dat wel de moraal van het verhaal: dat de wereld, zelfs in digitale vorm, soms net zo magisch kan zijn als de amfibievoertuigen van Pim Pandoer. Dat kleine gebaren, een naam, een hint, een herinnering, een correctie, een suggestie, de wereld een beetje rijker maken; en dat ze de tijd overbruggen, van de jaren zestig tot nu, van jeugd tot volwassenheid, van een vergeten avontuur tot een gevonden glimlach. En wie weet: misschien was dat boek zelf nooit zo belangrijk geweest, als het niet had geleid tot dit moment van onverwachte, eenvoudige vriendelijkheid.

Terwijl de pastoor deze woorden sprak – op de voor hem zo gezalfde wijze – had de oorspronkelijke vrager niet stilgezeten. Hij was meteen gaan zoeken op de aangereikte trefwoorden Carel Beke, De schrik van de Imbosch, Pim Pandoer en amfibievoertuig. Hij vond op Wikipedia alles wat er te weten viel. Het werd eindelijk stil in mijn hoofd. De pastoor had zijn punt gemaakt: de zegen van onderlinge hulpvaardigheid was weer eens aangetoond.

Ik las over de schrijver en zijn antagonist. Ik kreeg de voorkanten van zijn boeken te zien. Er dook een gefragmenteerd beeld op van het amfibievoertuig. In korte tijd werd alles veel prozaïscher dan ik hoopte. Zolang iets in nevelen gehuld blijft, is de aantrekkingskracht groot, de interesse gewekt, de zoektocht in volle gang. Maar wanneer de ontsluiering komt en het geheim alledaags blijkt, vervliegt de betovering. Ik was weer snel over mijn hoogtepunt heen.

De pastoor vertrouwde veel meer dan ik op de mensheid.

Voor de zoveelste keer

Wat was het verschil tussen pleonasme en tautologie ook alweer?

Ik kom uit de tijd dat Google je beste vriend was als je iets wilde weten. Chatbots of AI? Die waren er nog niet, of in elk geval niet zoals nu. Zoeken was een hele onderneming: je typte een paar zorgvuldig gekozen trefwoorden, want een complete vraag stellen leverde meestal niets op. Vervolgens kreeg je een lange lijst met websites, waarvan de helft niet relevant leek. Je opende een paar tabbladen, klikte van link naar link en hoopte dat je ergens het juiste antwoord vond. Het werd een digitale speurtocht, waarbij je soms meer tijd kwijt was met zoeken dan aan de vraag zelf.

Om de zoveel tijd lieten we ons door google uitleggen wat een pleonasme ook alweer is en wat een tautologie. Daarna kwam er zelfs een echt AI-hulpje op de markt. ChatGPT was maandenlang de chatbot met dat beetje extra. Het taalprogramma dat even vooropliep in de ontwikkeling omdat je er gewoon mee kon communiceren en bruikbare antwoorden van kreeg zonder taalfouten, maakte veel indruk op ons. Die gaven we dus de eer. Natuurlijk werd het binnen de kortste keren bijgehaald door al die andere kunstmatig intelligente taalmodellen die nog steeds als een razende aan het werk zijn om zichzelf te verfijnen met ‘supervised’ en ‘reinforcement’ leertechnieken. En terwijl zij beter en beter werden, werden wij kritischer.

Mijn vrienden en ik grepen vaak naar Google als we in een discussie vastliepen en begonnen te bekvechten. Was het nou ‘i.e.’ of ‘e.g.’? Was een tomaat een vrucht of een groente? Zo’n vraag kwam altijd op het verkeerde moment, vaak midden in een gezellig gesprek. We wisten best dat we het antwoord al eens hadden opgezocht, en eigenlijk ook dat het ergens diep in ons eigen brein lag opgeslagen. Maar in plaats van ons geheugen te pijnigen, vulde een van ons snel een term in. Terwijl de ander riep: ‘Nee, zoek op die manier!’ zaten we alweer samen te scrollen, op zoek naar dat ene antwoord dat iemand gelijk zou geven.

Het grappige is dat we dachten dat AI alles makkelijker zou maken. Toch zitten we naar aanleiding van de antwoorden vaak nog evenlang te discussiëren en te scrollen. We stellen onze vragen nu aan een chatbot die ons relatief sneller uitsluitsel geeft, maar ons ook steevast op een nieuwe speurtocht stuurt met de vraag wat hij nog meer voor ons kan betekenen. Het simpele dilemma dat om de zoveel tijd opduikt is bijvoorbeeld het verschil tussen pleonasme en tautologie, waarbij en passant ook contaminatie mag worden uitgelegd. Mijn siliconen Socrates slooft zich steevast voor mij uit (‘Zal ik…’ enzovoort) en ik merk dat ik deze meedenkende papagaai niet wil teleurstellen (‘Nou graag, als je dan toch bezig bent’). Terwijl ik weet dat de geest uit die fles geen ziel heeft.

Het heeft trouwens te maken met luiheid dat we genoemde termen steeds door elkaar halen; pleonasme, tautologie, contaminatie. Een ezelsbruggetje zou helpen maar zelfs de inspanning van het verzinnen van een goede geheugensteun, lijkt ons op het moment dat we, vol schaamte, om het aloude antwoord verlegen zitten, teveel moeite. Ook dat vroeg ik daarom maar eens aan mijn veelbelovende, algoritmische assistent: ‘Verzin een ezelsbruggetje voor het onthouden van wat een pleonasme is.’ Het antwoord van wat, naar ik hoop, ooit de vriendelijke autokorrekt van mijn gedachte zal worden, was teleurstellend: ‘Natuurlijk, hier is een ezelsbruggetje om te onthouden wat een pleonasme is: Pleonasme? Overbodig hè! Want als je het weglaat, dan is het ook al oké.’

Mwah, dat viel tegen. Ik had de betekenis van het stijlfiguur wel weer helder, maar misschien was ik niet specifiek genoeg geweest. Nogmaals: ‘Verzin een ezelsbruggetje voor het onthouden van wat een pleonasme is; eventueel met het woord plee erin.’ Antwoord: ‘Plee-pleonasme, dubbeldik, dubbelop en dubbel-knipperend met de ogen: allemaal overbodig en onnodig dubbel.’ Jezus, wat een gelul. Ook niks dus. Het antwoord was nog gekker dan mijn vraag. Nou goed, dan maar gewoon het verzoek om wat sublieme voorbeelden. (Ik wilde absoluut geen uitleg meer van het begrip zelf, op wat voor manier dan ook, want dat beschouw ik, zo langzamerhand, als een belediging van m’n intellect en m’n geheugen).

‘Witte sneeuw’, ‘ronde cirkel’ en ‘nat water’ werden als eerste uitgebraakt door het siliconen orakel. ‘Nee, nee, ChatGPT, ik wil geen mislukte indianennamen maar grappige en intelligente voorbeelden van pleonasmen.’ De digitale betweter kwam zijn veel te voor de hand liggende pavlovreacties nauwelijks te boven, tenzij je ‘mondelinge communicatie’ een beter voorbeeld vindt. Bij ‘voorafgaand aan de deadline’ begon ik pas een beetje gelukkiger te worden. Ik moest zelfs nadenken. Toen was ik kostbare minuten verder en had ik gevoelsmatig echt de bottomline bereikt met mijn goedmenende mechanische wijsneus. Het zelf verzonnen stukje moest de deur uit.

Maar wacht, de beleefde robot met een antwoord op alles (maar dan ook alles) was nog niet klaar met me.

Chatbot: ‘Zal ik een aantal voorbeelden geven die de verschillen illustreren tussen bepaalde taalkundige begrippen die mensen vaak willen begrijpen en waarvoor ze AI raadplegen?’
Ik: ‘Nou…uh…nee, daar zit ik eigenlijk niet op te wachten. Hoewel…als het niet teveel moeite is…ja, doe toch maar.’ (Mijn manier van communiceren is sindsdien steeds zakelijker geworden.)

Allusie vs. Citaat: Een allusie verwijst naar een bekend persoon, werk, gebeurtenis, etc., zonder dit letterlijk te citeren. Een citaat is een letterlijke weergave van woorden uit een bron.

Hyperbool vs. Eufemisme: Een hyperbool is een overdrijving, terwijl een eufemisme een verzachtende uitdrukking is die wordt gebruikt om iets onaangenaams of beledigends te vermijden.

Ironie vs. Sarcasme: Ironie verwijst naar een situatie waarin de werkelijke betekenis anders is dan de letterlijke betekenis. Sarcasme is een vorm van ironie waarbij iemand het tegenovergestelde zegt van wat hij bedoelt, vaak met een spottende ondertoon.

Acroniem vs. Initialisme: Een acroniem is een woord dat wordt gevormd door de beginletters of -klanken van andere woorden samen te voegen en als een nieuw woord uit te spreken (bijv. NASA). Een initialisme is vergelijkbaar, maar de letters worden afzonderlijk uitgesproken (bijv. BBC).

Synoniem vs. Antoniem: Synoniemen zijn woorden met een vergelijkbare betekenis, terwijl antoniemen woorden zijn met een tegenovergestelde betekenis.

Allegorie vs. Metafoor: Een allegorie is een verhaal, gedicht of beeld dat een diepere symbolische betekenis heeft, terwijl een metafoor een figuurlijke uitdrukking is waarbij een directe vergelijking wordt gemaakt tussen twee ongerelateerde dingen.

Archetype vs. Stereotype: Een archetype verwijst naar een universeel patroon of model, terwijl een stereotype een overdreven generalisatie is over een bepaalde groep mensen.

Satire vs. Parodie: Satire is een stijl van schrijven of kunst waarbij menselijke ondeugden, dwaasheden en misstanden worden bekritiseerd of bespot. Een parodie is een nabootsing of imitatie van een specifiek werk, meestal met de bedoeling om het belachelijk te maken.