
Herhaling van zetten


Het incident op de 1000 meter schaatsen tijdens de Winterspelen liet me niet los. Joep Wennemars werd tijdens zijn rit gehinderd door de Chinese schaatser Lian Ziwen, wat zijn kansen op een medaille ernstig schaadde. Dat Lian Ziwen vervolgens zijn excuses aanbood, getuigt van sportiviteit en fair play; het was een correcte en waardige reactie op een incident dat vrijwel zeker niet met opzet plaatsvond. Des te onbegrijpelijker was de reactie van Joep Wennemars zelf, die desondanks een slaande beweging naar hem maakte. Dat is gedrag dat niet past bij een topsporter die geacht wordt een voorbeeld te zijn voor anderen. Mijn verontwaardiging was dan ook groot.

Die verontwaardiging bracht mij ertoe een brief te schrijven naar de Volkskrant, die de krant daadwerkelijk plaatste. Achteraf moet ik bekennen dat mijn bewoordingen wat aan de scherpe kant waren. Ik schreef dat topsporters narcisten van het ergste soort zijn en dat Joep voor het leven geschorst zou moeten worden. Als ik er nu op terugkijk, zijn dat wel erg harde woorden voor wat in essentie een onbezonnen gebaar was in een moment van intense frustratie en verdriet. Topatleten staan onder een enorme druk; dat is geen excuus, maar het verdient wel een plek in de beoordeling. Ik blijf bij het standpunt dat Joep zich sportiever had kunnen en moeten gedragen, maar geef toe dat mijn formulering niet helemaal in verhouding stond tot het vergrijp.
Wat vader Erwin Wennemars betreft, ligt de zaak anders en voel ik me minder geneigd tot matiging. Erwin sloeg in zijn opwinding over de prestaties van zijn zoon de bril stuk op de neus van een volstrekt argeloze toeschouwer. Dat is niet alleen onbezonnen gedrag, maar ook fysiek gevaarlijk voor een derde partij die er helemaal niets mee te maken had. Als je het zo leest, snap je eigenlijk niet hoe zoiets kan gebeuren. De man is een opgewonden standje, en dat vind ik een probleem, zeker gezien zijn publieke rol.
Erwin Wennemars zit immers aan tafel als commentator bij een sportprogramma op televisie. Vanuit die positie wordt van hem verwacht dat hij gezaghebbend en evenwichtig commentaar levert, en een zekere voorbeeldfunctie uitstraalt naar het kijkerspubliek. Een commentator die van de zijlijn anderen oproept tot kalmte en sportiviteit, maar zelf ontploft bij succes of tegenslag, geeft een tegenstrijdig en ongeloofwaardig signaal. Of hij die rol nog geloofwaardig kan vervullen in het licht van dit incident, is een terechte vraag die wat mij betreft nog niet beantwoord is.
Al met al schetst het geheel een familieportret van grote passie voor de schaatssport, maar ook van een zelfbeheersing die onder druk snel het onderspit delft. Passie is mooi, en het is onmiskenbaar dat de familie Wennemars leeft voor de sport. Maar passie zonder zelfcontrole is in de publieke arena geen kwaliteit; het is een risico. Voor de sport, voor het publiek, en uiteindelijk ook voor henzelf.


In de NRC stond een artikel van Anne Buunk en Sara Khosdelazad. Ik plaats het hier (met impliciete toestemming) omdat ik er iets over kwijt moet.
Na Jutta Leerdams olympische goud op de 1.000 meter volgden reacties die we de laatste tijd steeds vaker zien in progressieve kringen. Terwijl de schaatsster haar sportieve hoogtepunt beleefde, verschoof de publiekelijke aandacht razendsnel van het ijs naar haar morele status. De kern van de kritiek: wie haar sportprestatie bewondert, valideert indirect de omstreden uitspraken van haar Amerikaanse partner, Jake Paul.
Zo werd het bejubelen van Leerdams eigengereidheid door Marijn de Vries in haar NRC-column door critici afgedaan als ‘wit feminisme’. En Ruby Sanders stelde op OneWorld zelfs dat wie Leerdam een podium biedt, bijdraagt aan de normalisering van een fascistisch wereldbeeld. Sport en privéleven zijn volgens haar onlosmakelijk verbonden: alles is politiek.
Jake Paul staat inderdaad voor alles waar progressieve mensen, waar wij onszelf ook toe rekenen, tegen in opstand komen. Maar de felle kritiek op Leerdam, en met name op de mensen die haar toejuichen, legt een dieper probleem bloot. Het is een voorbeeld van een vorm van hedendaags activisme waarin morele zuiverheid belangrijker lijkt geworden dan maatschappelijke verandering.
In haar boek Actie! (2026) noemt politiek filosoof Nori Spauwen dit fenomeen treffend „moreel purisme”. Bij de morele purist wordt de focus op perfectie zo dwingend, dat het een verstikkende werking heeft. Morele paspoorten worden gecontroleerd en wie ook maar één millimeter afwijkt van de ‘ideale’ koers, is de vijand. Dit mechanisme beperkt zich allerminst tot de schaatsbaan.
We zien hetzelfde wanneer klimaatactivisten worden afgeserveerd omdat ze één keer in een vliegtuig zijn gestapt, of wanneer iemand wordt veroordeeld om een ongelukkige woordkeuze in een verder vlijmscherp betoog. In plaats van de pijlen te richten op systemische ongelijkheid, keert de beweging naar binnen. In de ergste vorm leidt dit morele purisme tot een vorm van superiorisme: de eigen standpunten zijn de enige juiste en staan nooit ter discussie.
Dit purisme is uitputtend, ineffectief en vertraagt daadwerkelijke verandering. Een beweging die alleen nog uit de ‘moreel volmaakten’ mag bestaan, krimpt per definitie tot een machteloze splintergroep. We maken de drempel om mee te doen zo verstikkend hoog, dat veel bondgenoten zich niet meer durven uit te spreken uit angst voor publieke terechtwijzing.
Bovendien is het micromanagen van elkaars leven niet alleen ineffectief, het is ook vreselijk saai. Activisme zonder humor, satire en relativering verliest aantrekkingskracht. Terwijl we elkaar de tent uitvechten over de vraag of een gouden medaille wel ‘zuiver’ genoeg is, lachen de werkelijke aanjagers van ongelijkheid in hun vuistje. Elke minuut die we besteden aan deze interne zuiverheid, is een minuut waarin de werkelijke ongelijkheid blijft bestaan.
Het is bovendien ironisch dat juist zij die strijden voor de autonomie van de vrouw, Leerdam nu reduceren tot een verlengstuk van haar partner. Door haar succes volledig te laten samenvallen met het wereldbeeld van de man aan haar zijde, ontnemen we haar precies waar het feminisme voor vecht: een eigen identiteit en moreel gewicht, los van haar privéleven. Het is wrang dat we uitgerekend op het moment van haar grootste sportieve succes een moreel tribunaal over haar privéleven openen.
De strijd voor gelijkheid en inclusiviteit is geen wedstrijd in wie het meest vlekkeloos leeft. Echte verandering ontstaat niet door individuele morele perfectie, maar door de bereidheid om ondanks onze tekortkomingen de handen ineen te slaan. In een complexe wereld zijn fouten onvermijdelijk; de focus moet dan ook verschuiven van het obsessief bestraffen van elke misstap naar het vermogen om te leren en weer samen door te gaan.
In een tijd waarin alles direct op scherp wordt gesteld, is een beetje mildheid juist heel krachtig. Het geeft ons de ruimte om de groep weer groter te maken, in plaats van iedereen af te serveren die niet precies jouw route volgt. Laten we onze energie daarom inzetten waar ze thuishoort: bij het bestrijden van ongelijkheid zelf, voordat iedereen is afgehaakt.
Anne Buunk is klinisch neuropsycholoog in het Universitair Medisch Centrum in Groningen. Ze is actief als Dolle Mina. Sara Khosdelazad is psycholoog in opleiding en onderzoeker. Ze is actief als Dolle Mina.
Ik ben het eens met de schrijfsters. Ik wilde een voorbeeld geven van een andere schaatster: Joy Beune. Zij verdiende wat bij door bloot in de Playboy te verschijnen. Moreel hoog in de boom zittende mensen vielen over haar heen; ook een soort van moreel purisme.
Inhoudelijk is dat naar mijn mening een vergelijkbaar voorbeeld, al zitten er ook verschillen tussen beide situaties. Als je kijkt naar het mechanisme dat de auteurs beschrijven, zit de overeenkomst vooral in de manier waarop morele beoordeling het gesprek over een sportprestatie of autonomie overneemt.
In het NRC-stuk gaat het bij Jutta Leerdam om kritiek die indirect via haar partner Jake Paul loopt: bewondering voor haar sportieve succes zou volgens critici impliciet diens politieke of maatschappelijke standpunten legitimeren. Columnisten zoals Marijn de Vries en stemmen in media als OneWorld (waaronder Ruby Sanders) werden onderdeel van die discussie. De auteurs koppelen dat aan wat filosoof Nori Spauwen “moreel purisme” noemt: de neiging om mensen langs een morele meetlat te leggen die nauwelijks afwijking toestaat.
Bij Joy Beune zie je een vergelijkbaar patroon wanneer haar keuze om naakt in Playboy te verschijnen leidde tot morele verontwaardiging: de discussie verschoof van haar sportprestaties naar haar persoonlijke keuzes. Critici koppelden haar handelen aan bredere morele of ideologische oordelen (“dit schaadt vrouwen”, “dit is niet feministisch”, enzovoort). Haar autonomie als individu kwam onder druk te staan doordat anderen bepaalden wat een “juiste” keuze zou zijn. Dat lijkt sterk op wat de NRC-auteurs beschrijven: een vorm van activisme waarbij persoonlijke morele zuiverheid centraal komt te staan, soms meer dan structurele kwesties.
Er zijn ook verschillen: bij Leerdam gaat de kritiek over associatie met een partner en diens ideeën. Bij Beune ging het om haar eigen keuze over seksualiteit en zelfpresentatie. Ironisch genoeg raakt dat tweede voorbeeld misschien nóg directer aan feministische autonomie: de vraag wie bepaalt wat een vrouw met haar lichaam mag doen.
Als je het abstract maakt, draait het in beide gevallen om hetzelfde spanningsveld: wordt iemand beoordeeld op haar prestaties en eigen handelen, of op een moreel totaalplaatje dat anderen samenstellen? Dat is de kernovereenkomst: het risico dat morele toetsing omslaat in sociale disciplinering, waardoor ruimte voor nuance, humor of individuele vrijheid kleiner wordt.
Ik vind dat een irritant fenomeen en wilde erop reageren met een provocatie. Vandaar mijn posting.
