De kerk is verhuisd

Over schijnsecularisatie, spiritueel populisme en de teloorgang van het kritisch denken.

We hebben ons in het Westen de afgelopen decennia in toenemende mate losgemaakt van de traditionele religieuze instituties. De kerken lopen leeg, het kerkbezoek neemt af en steeds minder mensen voelen zich gebonden aan een religieuze gemeenschap. Wie de ontwikkelingen oppervlakkig beschouwt, zou kunnen concluderen dat de secularisatie haar werk heeft gedaan. De invloed van het georganiseerde geloof is teruggedrongen en de moderne mens heeft zich bevrijd van de dogma’s waarmee eeuwenlang zijn denken en handelen werden gereguleerd.

Maar is dat wel zo? Hebben we met het verlaten van de kerk ook daadwerkelijk afscheid genomen van de behoefte aan geloof? Ik waag het te betwijfelen. Misschien hebben we vooral de instituties achter ons gelaten, zonder de menselijke neiging tot geloven wezenlijk te veranderen. De behoefte aan houvast, zingeving, onzichtbare verbanden en verklaringen die boven de waarneembare werkelijkheid uitstijgen, is immers niet verdwenen. Ze heeft alleen andere verschijningsvormen aangenomen.

Ik zou dat verschijnsel schijnsecularisatie1 willen noemen: de maatschappelijke terugtrekking van het geïnstitutionaliseerde geloof, zonder een overeenkomstige afname van de neiging tot irrationele overtuigingen en magisch denken. De kerk is niet langer de vanzelfsprekende bestemming voor wie behoefte heeft aan een hogere waarheid. De moderne gelovige kan tegenwoordig zelf bepalen waar hij zijn toevlucht zoekt, welke leerstellingen hij omarmt en welke autoriteiten hij bereid is te volgen.

De godsdienstsocioloog Grace Davie introduceerde hiervoor al in 1990 de inmiddels bekende uitdrukking believing without belonging: geloven zonder ergens bij te horen. De religieuze betrokkenheid raakt losgekoppeld van het kerkelijke lidmaatschap. In later onderzoek is ook gewezen op de individualisering en spiritualisering van religie. Dat zijn geen nieuwe verschijnselen, maar ze verdienen in het licht van de hedendaagse populariteit van spiritualiteit opnieuw aandacht.

De hedendaagse gelovige heeft zijn eigen kerk meegenomen en thuis opnieuw ingericht. Hij beschikt over een persoonlijk heiligdom, een altaar, een verzameling kristallen, een meditatiehoek of een gewijde plek in de natuur. Hij kiest zijn eigen rituelen, bezoekt zijn favoriete goeroe en stelt een geloofsleer samen uit elementen die hem aanspreken. Een beetje boeddhisme, een snufje sjamanisme, wat kwantummechanica, een vleugje astrologie en een flinke dosis intuïtie: het spirituele assortiment is vrijwel onbeperkt.

De individuele vrijheid die hiermee gepaard gaat, lijkt op het eerste gezicht een verworvenheid. Niemand schrijft de moderne spirituele zoeker nog voor wat hij moet geloven. Maar die vrijheid heeft ook een keerzijde. De persoonlijke overtuiging kan zich gemakkelijk aan iedere vorm van tegenspraak onttrekken. Waar de traditionele gelovige zich beriep op de Bijbel, de kerk of het gezag van zijn voorganger, beroept de moderne spirituele gelovige zich op zijn innerlijke wijsheid, persoonlijke ervaringen en intuïtieve inzichten. De bron van het gezag is veranderd, maar de behoefte aan een onaantastbare waarheid is niet noodzakelijkerwijs verdwenen.

Daarmee komen we bij een onderscheid dat ik essentieel vind. Het probleem is niet dat mensen geloven. Evenmin is het probleem dat ze zich bezighouden met spiritualiteit, rituelen of persoonlijke zingeving. Het gaat om de manier waarop ze met hun overtuigingen omgaan. De blinde gelovige is iemand die zijn opvattingen niet als voorlopige inzichten beschouwt, maar als waarheden die buiten iedere discussie staan. Hij zoekt geen bewijs voor zijn overtuiging, maar bevestiging ervan. Wat ermee in strijd is, wordt terzijde geschoven, gerelativeerd of toegeschreven aan de onwetendheid en kortzichtigheid van anderen.

Dat type gelovige heeft nooit uitsluitend in de kerkbanken gezeten. Vroeger kon hij zich beroepen op de goddelijke openbaring van een monotheïstische religie. Tegenwoordig vindt hij zijn heil in de universele energie, het hogere bewustzijn, de helende werking van kristallen of de vermeende boodschappen van het universum. De inhoud van zijn overtuigingen verschilt, maar zijn verhouding tot de waarheid vertoont opmerkelijke overeenkomsten.

De moderne spirituele gelovige is bovendien vaak bijzonder overtuigd van zijn eigen onafhankelijkheid. Hij heeft zich immers losgemaakt van de traditionele religie en denkt daardoor vrijer te zijn dan zijn ouders en grootouders. Maar wie zijn overtuigingen vervolgens ontleent aan een zelfbenoemde deskundige, een alternatieve therapeut of een influencer die zich als ingewijde presenteert, heeft niet noodzakelijkerwijs een grotere intellectuele zelfstandigheid verworven. De priester heeft plaatsgemaakt voor de goeroe. De kerkelijke leer voor een persoonlijk samengesteld wereldbeeld. De biecht voor de energetische reiniging.

De Verlichting heeft ons echter iets anders nagelaten dan de vrijheid om naar eigen inzicht een geloof bij elkaar te sprokkelen. Haar wezenlijke erfenis ligt in het vermogen om gezag ter discussie te stellen, beweringen aan onderzoek te onderwerpen en onderscheid te maken tussen wat we weten, wat we vermoeden en wat we graag zouden willen geloven. De Franse filosoof Immanuel Kant vatte de kern van die houding in 1784 samen met zijn oproep tot Sapere aude: durf je van je eigen verstand te bedienen.

Dat is een minder vrijblijvende opdracht dan het misschien klinkt. Zelfstandig denken betekent immers ook dat je bereid moet zijn je eigen overtuigingen te onderzoeken en zo nodig te herzien. Het vereist intellectuele bescheidenheid: de erkenning dat onze persoonlijke ervaringen en intuïties geen betrouwbare maatstaf vormen voor de werkelijkheid. Wie zich werkelijk van autoriteiten wil bevrijden, moet ook bereid zijn zijn eigen autoriteit ter discussie te stellen.

Daar wringt het bij een deel van de hedendaagse spiritualiteit. De persoonlijke beleving wordt er soms tot een onaantastbare kennisbron verheven. Ik voel het, dus het is waar. Een bewering hoeft niet langer te worden onderbouwd wanneer iemand haar als een diepgevoelde waarheid ervaart. Wetenschappelijke kritiek wordt vervolgens afgedaan als een uiting van beperkt bewustzijn, materialisme of een gebrek aan spirituele ontwikkeling. Daarmee wordt rationaliteit niet weerlegd, maar simpelweg buiten de deur gezet.

Dat de ontkerkelijking niet automatisch leidt tot een consequent seculiere levensbeschouwing, blijkt ook uit onderzoek. Het Pew Research Center publiceerde in september 2025 een internationaal onderzoek onder religieus niet-aangeslotenen in 22 landen. Ook onder mensen die zichzelf atheïst, agnost of niet-religieus noemen, komen spirituele en religieuze overtuigingen voor. In Nederland behoort bijvoorbeeld een aanzienlijk deel van de mensen zonder religieuze binding niet tot de groep die op alle onderzochte punten consequent seculier denkt. Pew Research Center

Dat is op zichzelf geen reden tot zorg. Niet iedere spirituele overtuiging heeft politieke consequenties en niet iedere religieuze gedachte staat rationeel onderzoek in de weg. Maar het relativeert wel de gedachte dat secularisatie gelijkstaat aan een overwinning van het kritisch denken. We kunnen de kerk verlaten zonder de behoefte aan geloof achter ons te laten. En we kunnen onszelf als niet-religieus beschouwen terwijl we ondertussen overtuigingen koesteren die nauwelijks verschillen van de magische denkbeelden waartegen de Verlichting zich ooit heeft afgezet.

De Verlichting is niet zozeer verdwenen als wel gedeeltelijk uitgedoofd. Haar verworvenheden zijn niet automatisch onderdeel geworden van het menselijk denken. Ze moeten telkens opnieuw worden bevochten, juist omdat de behoefte aan zekerheid en onvoorwaardelijke overtuiging kennelijk hardnekkiger is dan we graag zouden geloven.

Maar waarom zou dat ons politiek moeten interesseren? Wat heeft de persoonlijke behoefte aan spiritualiteit te maken met de druk waaronder de democratie tegenwoordig staat?

Meer dan we misschien denken.

Een democratische samenleving kan niet zonder een zekere gemeenschappelijke werkelijkheid. Burgers hoeven het niet eens te zijn over politieke voorkeuren, maatschappelijke idealen of de gewenste inrichting van hun samenleving. Verschil van inzicht is zelfs een voorwaarde voor een levendige democratie. Maar om met elkaar van gedachten te kunnen wisselen, moeten we wel enige overeenstemming hebben over de manier waarop we feiten vaststellen. Argumenten moeten kunnen worden gewogen, beweringen moeten controleerbaar zijn en ook de eigen overtuiging moet vatbaar blijven voor correctie.

Wanneer die bereidheid verdwijnt, komt er iets anders voor in de plaats. De persoonlijke overtuiging wordt belangrijker dan het bewijs, de loyaliteit aan de eigen groep belangrijker dan de kwaliteit van een argument en de vermeende verborgen waarheid belangrijker dan de controleerbare werkelijkheid. Wie een onwelgevallige bevinding niet kan weerleggen, verklaart de bron ervan verdacht. Wie door onderzoek in het ongelijk wordt gesteld, vermoedt manipulatie. En wie zijn eigen gelijk ontleent aan een overtuiging die niet ter discussie mag staan, heeft weinig reden om naar tegenargumenten te luisteren.

Dat is niet alleen een probleem van extreemrechts of van politieke populisten. De onderliggende houding kan zich ook manifesteren in complotgemeenschappen, alternatieve gezondheidsbewegingen en delen van het wellness- en spiritualiteitsmilieu. De inhoud van hun overtuigingen verschilt, maar het wantrouwen tegenover gevestigde kennisautoriteiten kan een gemeenschappelijk vertrekpunt vormen.

In een in 2025 verschenen onderzoek van communicatiewetenschappers Michael Hameleers en Toni van der Meer van de Universiteit van Amsterdam wordt dit probleem besproken onder de noemer epistemische polarisatie. De onderzoekers wijzen erop dat desinformatie en het systematisch delegitimeren van wetenschap, journalistiek en juridische instituties kunnen leiden tot steeds verder uiteenlopende opvattingen over wat als feitelijk waar geldt. Dat kan uiteindelijk ook de democratische instituties onder druk zetten. Get Access+1

Daarmee komen we bij een verschijnsel dat een interessante verbinding legt tussen de alternatieve spiritualiteit en de politieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren: wellness-rechts.

De term verwijst naar de vermenging van gezondheids- en wellnessdiscours met reactionaire en extreemrechtse denkbeelden. Op het eerste gezicht lijken die werelden weinig met elkaar gemeen te hebben. De spirituele zoeker houdt zich bezig met meditatie, plantaardige voeding, bewustzijnsontwikkeling en universele verbondenheid. De radicaalrechtse activist spreekt over nationale identiteit, culturele bedreiging, gezag en maatschappelijke uitsluiting.

Toch blijken er raakvlakken te bestaan. Beide milieus kunnen een diep wantrouwen koesteren tegenover gevestigde instituties, een sterke voorkeur hebben voor vermeende oorspronkelijke waarheden en de overtuiging delen dat een kleine groep ingewijden iets begrijpt wat de meerderheid niet ziet.

Een interessant voorbeeld is het onderzoek The Wellness Pipeline: Tracing Far-Right Health Narratives on X, dat Piotr Marczyński en Catherine Tebaldi in 2025 publiceerden in New Media & Society. De onderzoekers bestudeerden een online subcultuur die zij de Barbarian Right noemen. Aan de hand van een netwerk van 42 accounts onderzochten zij hoe reactionaire politieke denkbeelden worden verweven met gezondheids- en wellnessboodschappen. Het onderzoek laat zien hoe een discours over gezondheid, zelfredzaamheid en alternatieve levenswijzen kan fungeren als toegangspoort voor een politieke ideologie. Piotr Marczyński, Catherine Tebaldi, 2025+1

Dat betekent uiteraard niet dat iemand die zich met yoga bezighoudt of liever biologisch eet daarmee op weg is naar extreemrechts. Evenmin mag je alle alternatieve gezondheidsbewegingen over één kam scheren. Maar het onderzoek maakt wel duidelijk dat de grenzen tussen ogenschijnlijk uiteenlopende milieus poreuzer kunnen zijn dan we denken.

De verbinding zit mogelijk niet zozeer in de concrete overtuigingen als wel in de manier waarop de werkelijkheid wordt geïnterpreteerd. De alternatieve gezondheidszoeker die meent dat de reguliere geneeskunde bewust natuurlijke geneesmiddelen achterhoudt, en de politieke complotdenker die ervan overtuigd is dat een geheime elite de samenleving bestuurt, kunnen elkaar vinden in hun wantrouwen tegenover gevestigde kennisautoriteiten. Ze hoeven het niet eens te zijn over de gewenste maatschappelijke orde. Hun overeenstemming kan al beginnen bij de overtuiging dat de officiële werkelijkheid een leugen is en dat zijzelf toegang hebben tot kennis die anderen wordt onthouden.

Hier zou ik ook het begrip populisme bij willen betrekken, al moeten we daar voorzichtig mee omgaan2. In de politicologie heeft het een vrij specifieke betekenis. Politicoloog Cas Mudde omschrijft populisme als een dunne ideologie die de samenleving verdeelt in twee tegenovergestelde kampen: het zuivere volk tegenover een corrupte elite. De politiek zou vervolgens de algemene wil van dat volk moeten uitdrukken.

Niet iedere spirituele zoeker is dus een populist. Toch is het interessant om te onderzoeken of er sprake is van een bredere populistische mentaliteit, die zich niet uitsluitend in de politiek manifesteert. Een houding waarin persoonlijke authenticiteit, intuïtie en vermeende toegang tot verborgen kennis belangrijker worden gevonden dan institutionele deskundigheid, kritisch onderzoek en controleerbare argumenten.

In die betekenis zou je kunnen spreken van een vorm van spiritueel populisme. De eigen ervaring wordt verheven boven de kennis van deskundigen, de ingewijde boven de buitenstaander en de vermeende oorspronkelijke waarheid boven de ingewikkelde werkelijkheid. Het is een houding die gemakkelijk kan samengaan met politieke opvattingen waarin het volk tegenover de elite wordt geplaatst en waarin gevestigde instituties bij voorbaat verdacht worden gemaakt.

Het interessante is dat deze mentaliteit niet noodzakelijkerwijs aan één politieke richting is gebonden. Ze kan zich zowel links als rechts manifesteren, al krijgt ze in verschillende milieus een andere inhoud. Het zou daarom een vergissing zijn de bedreiging van de democratie uitsluitend te zoeken bij extreemrechtse partijen en populistische politici. De voedingsbodem voor anti-institutioneel denken, complotdenken en de afwijzing van deskundigheid kan veel breder zijn.

Misschien moeten we de hedendaagse crisis van de democratie dan ook niet uitsluitend beschouwen als een politiek probleem. Er speelt eveneens een culturele en intellectuele ontwikkeling mee: de afnemende bereidheid om onderscheid te maken tussen persoonlijke overtuigingen en controleerbare kennis. De democratie heeft niet alleen te maken met politieke tegenstellingen, maar ook met de vraag of burgers nog bereid zijn een gemeenschappelijke werkelijkheid te erkennen.

Dat is uiteindelijk waar de erfenis van de Verlichting op het spel staat. Niet iedereen hoeft wetenschapper te worden en niet iedere maatschappelijke kwestie kan met een laboratoriumonderzoek worden opgelost. Maar we moeten wel blijven erkennen dat sommige beweringen beter onderbouwd zijn dan andere, dat deskundigheid ertoe doet en dat onze eigen overtuigingen niet boven kritiek verheven zijn.

De vrijheid om te geloven wat je wilt, is een groot goed. Maar ze ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om na te denken over wat we geloven en waarom. Een samenleving waarin iedereen zijn eigen waarheid mag koesteren, maar niemand meer bereid is die waarheid ter discussie te stellen, is misschien wel vrij in religieuze zin, maar bepaald niet verlicht.

We hebben de religie niet afgeschaft. We hebben haar geïndividualiseerd. Iedereen mag tegenwoordig zijn eigen altaar oprichten, zijn eigen openbaringen koesteren en zijn eigen waarheden verkondigen. De kerkelijke dogma’s hebben plaatsgemaakt voor persoonlijke overtuigingen die soms minstens zo onwrikbaar zijn.

Alleen dat lastige onderdeel van de Verlichting — de bereidheid om aan die overtuigingen te twijfelen — blijkt een stuk minder populair.

En zo is de kerk misschien wel verhuisd, maar de gelovige gewoon gebleven.

  1. Schijnsecularisatie is m’n eigen begripsmatige vondst. Ik wil niet suggereren dat secularisatie als maatschappelijk proces niet heeft plaatsgevonden. De ontkerkelijking is reëel. Het gaat mij om de misleidende veronderstelling dat ontkerkelijking automatisch rationele emancipatie betekent. Dat onderscheid heb ik in het essay proberen vast te houden. ↩︎
  2. Ik zou het begrip spiritueel populisme willen behouden, maar als analytische uitbreiding. Ik presenteer ‘m dus niet als bestaande wetenschappelijke categorie. Ik stel eenvoudigweg dat wellnessliefhebbers en extreemrechtse kiezers vaak dezelfde denkbeelden hebben. ↩︎