Hoe Boedapest opstond tegen Orbáns dreiging, met steun uit Europa.
Budapest Pride lijkt vandaag zonder geweld te zijn verlopen. Dat is op zichzelf al een overwinning, want de mars vond plaats ondanks een officieel verbod van de Hongaarse regering, dat deelname strafbaar stelt met een boete van 500 euro en mogelijk zelfs gevangenisstraffen voor de organisatoren. Er werd gedreigd met het gebruik van technologie voor gezichtsherkenning, waardoor deelnemers later alsnog in conflict kunnen raken met het bewind. Toch stroomden duizenden mensen de straten op; niet alleen queer Hongaren, maar ook bondgenoten, gezinnen, mensen met een beperking, en opvallend veel buitenlandse afgevaardigden.
Dat de Pride uiteindelijk zonder ingrijpen kon doorgaan, had volgens mij niets met tolerantie te maken, maar met berekening. Orbán weet dat harde repressie tegen de aanwezige Europarlementariërs, ambassadeurs en buitenlandse delegaties tot internationale ophef en diplomatieke schade zou leiden. Tegelijk ziet hij zijn machtsbasis afbrokkelen: in de peilingen verliest hij terrein aan Péter Magyar, en hij kan zich geen nieuw conflict veroorloven dat de Europese subsidiepotten in gevaar brengt. Angst voor gezichtsverlies en verlies van macht hield hem dit keer tegen.
Dat laatste zal vermoedelijk een doorslaggevende factor zijn geweest. Tientallen Europarlementariërs, diplomaten, en ook de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema waren zichtbaar aanwezig. Hun aanwezigheid maakte het voor de regering Orbán uiterst onaantrekkelijk om met harde hand in te grijpen: geweld tegen demonstranten zou niet alleen het Hongaarse imago internationaal verder beschadigen, maar ook diplomatieke incidenten kunnen veroorzaken. Zo werd een poging tot onderdrukking, ironisch genoeg, door internationale solidariteit geneutraliseerd.
De Pride begon ooit als een protest, niet als een feestje. In 1969 weigerden trans vrouwen, lesbiennes, en andere queer personen in New York zich nog langer te onderwerpen aan politiegeweld en discriminatie. De Stonewall-rellen markeerden het begin van de moderne lhbtq+-beweging, een strijd om gelijke rechten die nog steeds niet ten einde is. In Boedapest anno 2025 is het datzelfde vuur van verzet dat de Pride levend houdt.
Maar de context is grimmiger dan ooit. Premier Viktor Orbán regeert al vijftien jaar met ijzeren hand. Zijn regime is doordrenkt van nationalistisch conservatisme en een cynisch gebruik van culturele vijandbeelden. Lhbtq+-rechten zijn daarin een dankbaar doelwit geworden. De beruchte ‘kinderbeschermingswet’ verbiedt alle uitingen van queer-identiteit voor minderjarigen en stelt het gelijk aan schadelijke propaganda; een echo van het donkerste verleden van Europa. De wet biedt geen bescherming, maar een legitimatie voor onderdrukking.
Dat een meerderheid van de Nederlandse Tweede Kamer in mei opriep tot een kabinetsdelegatie bij de Pride, getuigt van de juiste reflex. Het was een signaal: mensenrechten zijn grensoverschrijdend. Maar niet iedereen ging hierin mee; de PVV stemde tegen. Partijleider Geert Wilders, die warme banden onderhoudt met Orbán, weigerde zich uit te spreken tegen een wet die de vrijheid van meningsuiting en vereniging ondermijnt en queer Hongaren tot tweederangsburgers maakt. Dat is geen conservatisme, dat is collaboratie met een repressief systeem en geeft aan waar hij zelf heen zou willen.
Het contrast met burgemeester Femke Halsema kon vandaag niet groter zijn. Door naar Boedapest af te reizen, ondanks een dreigend reisadvies, betoonde ze niet alleen solidariteit met de lokale queer gemeenschap, maar ook met de burgemeester van Boedapest, Gergely Karácsony. Hij noemde de Pride een “gemeenschappelijk feest van vrijheid” en onttrok het evenement aan het demonstratierecht door het als gemeentelijk programma te labelen. In zijn woorden wonen er in Boedapest “geen eerste- en tweederangsburgers”.
Dat Halsema, net als haar voorgangster Simone Kukenheim in Istanbul, het lef toont om fysieke aanwezigheid in te zetten als bescherming, is een daad van stille diplomatie en groot moreel gewicht. Niet met een schreeuw, maar door schouder-aan-schouder te staan.
Orbán lijkt de controle te verliezen. Zijn angstcampagne heeft averechts gewerkt. De Pride is uitgegroeid tot een nationaal symbool van verzet tegen autoritair bestuur. Zelfs niet-queer Hongaren sluiten zich aan, niet omdat ze zelf onder de wet vallen, maar omdat ze voelen dat dit hen allemaal raakt. Orbán is steeds kleinzieliger en machtshongeriger geworden; een leider die burgers verdeelt, angsten exploiteert, en de Europese waarden waarop hij ooit aanspraak maakte, met voeten treedt.
Vandaag heeft de Pride hem overtroffen. Niet in volume, maar in morele helderheid. De regenboog, die ooit begon als symbool van hoop in stormachtige tijden, is in Boedapest opnieuw gaan schijnen; als teken van moed, solidariteit en een langzaam opkomend nieuw Hongarije.
Een overlevingskunstenaar aan de verkeerde kant van het verleden.
Fragment nummer 2 uit van de brievenroman: De Liefdesbrigade
Lieve Gertrud,
Na onze eerdere brieven, die me op een dieper niveau hebben geraakt dan ik had voorzien, merk ik dat mijn aandacht – misschien zelfs mijn waakzaamheid – is blijven hangen bij bepaalde historische figuren. In de context van onze gesprekken en jouw werk, kwam ik onlangs de naam tegen van iemand die ik nog niet kende: Hans-Ulrich Rudel.
Drie verschillende uitgaven van Mein Kriegstagebuch, het oorlogsdagboek van Hans-Ulrich Rudel, dat nog altijd populair is in ultra-rechtse kringen. Het geldt als lectuur onder deze hedendaagse populistische en neo-fascistische bewegingen om de verkeerde redenen. Onder hen wordt Rudel helaas als een cultheld beschouwd. Zij menen in zijn militarisme en onbuigzaamheid een ‘voorbeeld’ te zien. Het zou mooi zijn indien er een biografie verscheen die leesbaar was voor historisch geïnteresseerden die niet gecharmeerd zijn van autoritaire ideologieën maar zuiver het verhaal van het veelbewogen leven van Rudel als een historisch verslag willen overzien.
Gezien je historische kennis en je professionele inzet bij het blootleggen van hedendaagse extremistische netwerken, ga ik ervan uit dat deze naam je bekend is. Toch wil ik hem graag met je bespreken, misschien juist omdat ik benieuwd ben naar jouw blik, die steeds zo zorgvuldig en genuanceerd is.
Zoals je wellicht weet, was Rudel een van de meest onderscheiden soldaten van het Derde Rijk; door Hitler persoonlijk zelfs geëerd met het enige bestaande exemplaar van het Gouden Ridderkruis met Eikenloof, Zwaarden en Briljanten. Hij vloog duizenden missies, vernietigde honderden Sovjettanks, en werd ondanks zware verwondingen telkens weer ingezet. Zijn militaire dossier leest als een bizarre heldenepiek, waarin uithoudingsvermogen, fanatisme en loyaliteit op een griezelige manier samenkomen.
Wat me echter vooral trof – en waarover ik graag jouw visie zou horen – is Rudels rol ná de oorlog. Zijn onverbloemde nationaal-socialistische overtuigingen, zijn contacten met andere oud-nazi’s in Latijns-Amerika, en zijn publicaties waarin hij de nazi-ideologie geen strobreed in de weg legde, maken hem tot een van de beruchtste representanten van het naoorlogse revanchisme.
Zijn oorlogsdagboek, Mein Kriegstagebuch, is in sommige kringen haast een cultboek geworden. Het is opmerkelijk hoe open hij daarin spreekt, niet alleen over zijn militaire successen, maar ook over zijn ideologische overtuiging, die hij na de oorlog nauwelijks heeft afgezworen. Dat maakt het tot een beklemmend document: een combinatie van frontverslag, heldenverering en onverholen apologetiek.
Een stripalbum waarin Rudel wordt opgevoerd als een held van de tegenpartij.
Wat me bezig blijft houden – en ik zeg dit met de voorzichtigheid die onze briefwisseling inmiddels kenmerkt – is hoe deze figuren een zekere aantrekkingskracht blijven uitoefenen op mensen. Niet vanwege hun moorddadige ideeën, hoop ik, maar vanwege het aura van ‘kracht’, ‘trouw’ of ‘prestatie’ dat hen wordt toegeschreven. Hoe zie jij dat? Hoe duid je zo’n fascinatie in het licht van je werk?
Ik schrijf je dit niet vanuit sensatiezucht, maar uit een oprechte behoefte om te begrijpen hoe zulke verhalen blijven circuleren. En misschien ook om te toetsen waar bij jou de grenzen liggen tussen onderzoek, interesse, en morele afschuw; grenzen die jij eerder zo helder hebt kunnen markeren, en waarvan ik hoop dat je me opnieuw iets wilt uitleggen.
Met mijn warme groet, en in verbondenheid, Onno van Dorreland
Lieve Onno,
Wat een merkwaardig toeval; of misschien moet ik zeggen: wat een onvermijdelijkheid in het grote archief dat onze herinneringen blijken te zijn. Want ja, ik ken hem, die Hans-Ulrich Rudel. En ik moet je bekennen dat ik mij, na jouw verwijzing, opnieuw in zijn levensloop heb verdiept. Dat wil zeggen: ik heb mij laten onderdompelen in wat gerust een mengeling van walging en bewondering genoemd mag worden.
Van eenvoudig Fahnenjunker (heerlijk, die barokke Duitse rangaanduidingen die ergens tussen opera en kazerne in hangen) tot succesvol Stukadoor. Je begrijpt mijn woordspeling, want hij was natuurlijk die gevreesde Stuka-piloot, specialist in het ‘pleisteren’ van Sovjettanks met bommen. En na een obligaat ‘Wir haben es nicht gewusst’ krijgsgevangene gespeeld te hebben — zijn militaire carrière eindigend met letterlijk geknakte vleugels want hij werd mank — bleef hij figuurlijk met zijn hoofd in de wolken, in de ideologische contreien van Argentinië.
Een man dus, die duidelijk zijn verdiende straf is ontlopen. Of beter gezegd: hem handig ontweken heeft, met een flair die ik met tegenzin als geniaal moet typeren. Ik denk dat zijn grote intelligentie hem meermaals uit penibele situaties heeft gered. Hij moet een listige piloot zijn geweest met een groot strategisch overzicht, een mensenkenner in zijn omgang met Hitler (die hij kennelijk met een zekere intimiteit ontmoette), een indrukwekkende, slinkse overste in zijn contact met de geallieerden, en een taaie overlever toen hij besloot te emigreren naar oorden waar de morele temperatuur milder was voor lieden van zijn soort.
Hij bleef zijn principes trouw, maar het waren niet de meest gezonde principes. Hij was, kortom, een rotzak die op onverklaarbare wijze respect afdwong. Al deze woorden zijn van mij. Wat mij nu intrigeert: is er ooit een fatsoenlijke biografie aan hem gewijd? Iemand die hem niet als held, maar als symptoom heeft durven beschrijven? Jij vraagt je dit ook af dus ik zal er verder onderzoek naar doen.
Ik steek niet graag de loftrompet af over iemand die tot het tegenkamp behoort, maar ik geloof dat ik moet constateren — met al mijn afkeer paraat — dat hij zonder meer de ‘beste’ soldaat was die de Tweede Wereldoorlog heeft voortgebracht. In de zin van: effectief, trouw, meedogenloos, onaantastbaar en ideologisch consistent tot in het graf. Het is een akelige gedachte. Maar de waarheid is zelden zacht.
Hartelijks, Gertrud Wiesenthal
De neiging om Rudel als een held neer te zetten, ook aan geallieerde zijde, is groot; een neiging die zelden stil lijkt te staan bij zijn onverminderde trouw aan het nazisme.
Dat Rudel, een overtuigde nazi tot ver na de oorlog, nog steeds als luchtvaartheld wordt gevierd — ook door zijn voormalige tegenstanders — zegt meer over onze fascinatie voor moed dan over ons historisch besef.
De heldenstatus die Rudel ten deel valt, zelfs buiten nazi-gezinde kringen, roept vragen op over de scheiding die men meent te kunnen maken tussen technische bekwaamheid en moreel failliet.
Aan: Woningbouwvereniging Mooiland T.a.v. het Bestuur Postbus 140 5360 AC Grave
Datum: 24 mei 2025
Betreft: Verzoek medewerking splitsing en mogelijke verkoop woning ████████████ te Dieren
Geacht bestuur,
Zoals bekend, bent u voornemens om bovengenoemd woonblok te verkopen. Naar mijn begrip bevindt u zich momenteel in de fase waarin het complex eerst wordt aangeboden aan collega-woningcorporaties (voorkeursrechtregeling, corporatiepact), voordat aan individuele huurders wordt gevraagd het pand al dan niet over te nemen.
Met deze brief wil ik u informeren over mijn situatie en een verzoek aan u voorleggen.
Mijn woning maakt deel uit van het complex, maar wijkt qua bouw en uitstraling duidelijk af van het hoofdgebouw. Het betreft een zogenaamde ‘aanleunbungalow’ die zelfstandig kan functioneren als aparte wooneenheid.
Gezien het feit dat ik het gehele complex niet kan of wil kopen, wil ik u vragen of u bereid bent mee te werken aan een formele splitsing van mijn woning, zodat deze juridisch als een apart appartementsrecht kan worden gesplitst en verkocht.
Ik verzoek u vriendelijk mij toestemming te verlenen om een aanvraag voor een splitsingsvergunning in te dienen bij de gemeente Rheden. Dit onderzoek zal duidelijk maken of de woning in kwestie als zelfstandig appartementsrecht kan worden geregistreerd.
Daarnaast zou ik graag vernemen of u, als eigenaar en verhuurder, openstaat voor verkoop van de afgesplitste woning aan mij, zodra deze gesplitst en juridisch zelfstandig is.
Ik stel het zeer op prijs als u deze mogelijkheden met mij wilt bespreken en ben graag bereid tot overleg.
Verder wil ik aangeven dat ik het Sociaal Plan dat u aan de huurders heeft aangeboden waardeer, en dat ik mij bewust ben van de faciliteiten die huurders hierbij krijgen.
Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Ronald van Noorden
Beste Ronald,
Je hebt gelijk dat wij, voordat we een openbare aanbieding kunnen doen, de woningen eerst te koop moeten aanbieden aan zittende huurders. Het betreft echter een aanbiedingsplicht en geen verkoopplicht. Mooiland kan de wens van de huurder om de eigen woning te kopen, afwijzen als daar een goede motivatie voor is.
In dit concrete geval zijn wij van mening dat wij daarvoor een goede motivatie hebben. Verkoop van dit appartement aan jou zou betekenen dat er een VvE moet worden opgericht. Het oprichten van een VvE voor 1 (of enkele) huurders staat niet in verhouding tot de substantiële kosten die daarmee gemoeid zijn.
Bovendien zou dit de kans op een geslaagde openbare verkoopaanbieding ernstig kunnen belemmeren doordat de nieuwe eigenaar van de overige appartementsrechten gehinderd wordt in diens beoogde nieuwe invulling van het pand. Een alternatieve invulling zoals bijvoorbeeld begeleid wonen door een maatschappelijke organisatie wordt hierdoor bijvoorbeeld onmogelijk gemaakt.
Dit betekent dat wij op voorhand al aan kunnen melden dat wij geen medewerking verlenen aan de splitsing en verkoop van jouw woning.
Met vriendelijke groet,
Robine ██████████ Officemanager Aan- en Verkoop o.g., VvE Beheer en BOG, MOG en ZOG
Beste Robine ██████████,
Dank voor uw reactie en de toelichting op uw standpunt. U legt helder uit waarom Mooiland in dit geval geen gevolg kan geven aan mijn voorstel.
Ik begrijp de overwegingen die u hierbij maakt, met name de organisatorische en financiële implicaties van het oprichten van een VvE en de mogelijke belemmeringen voor toekomstige plannen met het pand.
Met uw toelichting is voor mij duidelijk dat Mooiland op voorhand geen medewerking zal verlenen aan splitsing en verkoop van mijn woning. Duidelijkheid is ook wat waard. Nogmaals mijn dank hiervoor.
Een stap te ver van een meeliftende, empathisch geïnfecteerde reisparasiet op Polarsteps?
Wat een reis! Ik heb genoten van elke bocht in het parcours en elke pleisterplaats. Van de stille ochtenden in Umbrië tot de levendige plekken aan de kust. Van de Adriatische zeelucht tot de Tyrreense zonsondergangen en alle onderkomens daartussen. Het vloeibare licht, de espresso en de sprankelende wijnen, de heuvels, de groengele citrusgloed van de middag…ik draag ze mee in m’n rugzak vol herinneringen. We hadden geen betere route kunnen kiezen. De wagen heeft het goed gehouden, maar wat wil je: mijn bijrijders deden het fantastisch. Ik zou het zó weer doen.
“Ho, stop” grijpt de – altijd over mijn rug meelezende – psychiatrische verkeersleidster plotseling in: “Het tonen van actieve betrokkenheid en inlevingsvermogen heeft een problematisch kantje gekregen. Nu moet je uitstappen, of liever: uittreden!”.
Deze goedbedoelende behandelaar zegt dat het goed is om mee te leven, maar dat ik me de reis iets te veel heb eigen gemaakt. Ik noem het ‘betrokkenheid’, zij noemt het ‘dissociatie’. Ik schijn deze vakantie enorm geïnternaliseerd te hebben (om even een andere term uit haar therapeutenidioom te gebruiken), dus raadt ze me aan om nu discreet afstand te nemen. “Dat zou ook prettiger zijn voor de familieleden”, schat ze in. Er zit een grens tussen empathie en identiteitsvervaging en daar ben ik kennelijk overheen gereden in mijn comfortabele ‘bolide’, zoals ik die prachtige vierwieler – ook niet voor niets! – steeds aanduidde.
“Zullen we het in stapjes doen?”, stelt ze voor. De ‘incorporatie’ van deze reis zelf ging in fasen, dus ook het ‘uit deze illusie stappen’ mag geleidelijk. Vanmorgen stond ik met haar voor de spiegel en leerde ik ‘arrivederci’ zeggen. Daarna hebben we een denkbeeldige tent opgezet. Ik kampeer vanavond alleen op een trekkersveldje in de schaduw van de scheve toren van Pisa, terwijl mijn zus en mijn zwager in hun BMW naar huis zoeven. De behandeling is inmiddels geïntensiveerd en wordt waarschijnlijk opgeschaald tot het niveau van toen ik 40 jaar geleden in therapie ging. (Over met geld smijten gesproken!)
Zeg nu zelf lezer: heb ik mij te zeer vereenzelvigd, mij verloren in andermans ervaringen, mij geïdentificeerd met iets dat niet van mij was? Spreken wij hier inderdaad van ‘psychische projectie’, ‘interne corporatie van andermans beleving’? Ben ik verworden tot een reisparasiet? Bedrijf ik zielstoerisme? Heb ik mij genesteld in andermans hotelslofjes en (steeds strakker zittende) bikini? Boekte ik een mentale vakantie op andersmans kosten?
Of was ik gewoon een grappige broer met een opmerkelijk schrijftalent?
Geen zorgen: hier wordt waarde niet gelijkgesteld aan opbrengst.
Valt het je ook op hoeveel podcasts er tegenwoordig worden gemaakt die zogenaamd ‘gratis’ zijn, ware het niet dat ze bijna allemaal worden onderbroken door reclameboodschappen? Meestal klinken die als standaard spotjes, maar steeds vaker worden ze uitgesproken door de podcastmakers zelf. Met een ironische knipoog, een quasi-verontschuldigende toon, alsof ze er zelf ook niet helemaal achter staan. Het is een merkwaardig fenomeen: de makers erkennen impliciet de frictie tussen inhoudelijke integriteit en commerciële noodzaak.
Eenmansuitgeverij Cum Suis heeft zich voorgenomen dat het nooit serieus in zaken zal gaan. Het zal dus altijd bij spelevaren blijven wat betreft haar activiteiten.
Die ironie blijkt geen toeval. Ze vormt het schaamlapje voor wat in wezen een knieval is naar het zakenleven. Door te adverteren binnen hun eigen product – vaak in een luchtige, zogenaamd kritische toon – proberen de makers hun publiek te sussen: ja, we verkopen iets, maar we weten zelf ook hoe ongeloofwaardig we onszelf hiermee maken. De ironie wordt zo een beschermlaagje, een vorm van zelfrelativering die moet verhullen dat er wel degelijk werd gekozen voor een commercieel verdienmodel.
Wat hier wringt, is niet per se dat podcastsamenstellers geld willen verdienen – dat lijkt me begrijpelijk – maar dat de wervende praatjes de grens tussen inhoud en promotie steeds vager maken. De luisteraar weet niet meer precies wanneer hij naar een oprecht verhaal luistert, en wanneer hij wordt beïnvloed door marketing. Zelfs het persoonlijke, het ‘echte’, is verhandelbaar geworden, juist omdat het authentiek klinkt.
Schijnadvertentie voor een schijnbedrijf van een echtpaar met onwaarschijnlijke, wnat anagrammatische namen.
Misschien is dat de prijs van ‘gratis’ content in een wereld waar alles gemonetariseerd moet worden. Maar je kunt je afvragen: wat blijft er over van onafhankelijke stemmen als ze zichzelf voortdurend moeten verkopen? En wat gebeurt er met het vertrouwen van het publiek, als ironie het enige schild is tegen de sluipende invloed van commercie?
Tegen die achtergrond wil ik iets zeggen over mijn eigen werk. Ik run een kleine, onafhankelijke uitgeverij, genaamd Cum Suis. Deze eenmanszaak heeft uiteraard geen aandeelhouders, maar kent ook geen verdienmodel met advertenties en geen verborgen commerciële agenda. Het wil gewoon een plek zijn waar ideeën en verhalen centraal staan zonder dat ze eerst door een marketingfilter hoeven.
De website cumsuis.org is en blijft vrij van advertenties. Geen banners, geen gesponsorde content, geen podcasts die onderbroken worden door stemmetjes die je vertellen wat je echt niet kunt ontberen. Want ik geloof dat sommige dingen niet verkocht hoeven te worden. Sommige dingen mogen gewoon bestaan, op eigen kracht, in hun eigen taal.
Cum Suis zal nooit commercieel worden, omdat ik geloof dat er ruimte moet blijven voor stemmen die niet inwisselbaar zijn. Voor boeken, verhalen en inzichten die niet gebonden zijn aan klikcijfers, verkoopstrategieën of algoritmes. In een tijd waarin zoveel content wordt gestuurd door economische belangen, wil ik juist vasthouden aan het onbetaalbare: onafhankelijkheid, eigenaardigheid, durf, nuance, ja misschien wel aan een zweem van gekte. Dat maakt het kwetsbaar, maar ook echt, vind ik.
In een wereld waarin alles financieel exploiteerbaar en geldgedreven lijkt te zijn, geloof ik dat juist het niet-verhandelbare waarde heeft: een vreemd verhaal, een onverwachte gedachte, een publicatie die nergens in past omdat niemand er op zat te wachten. Cum Suis is geen product, het is een houding. Een klein gebaar van trouw aan het idee dat je ook iets kunt maken zonder iets te hoeven verkopen. Dat ideeën niet pas tellen als ze economisch inzetbaar zijn. Hier wordt waarde niet gelijkgesteld aan opbrengst. Hier krijgt niets een prijs en maak ik niets te gelde ten koste van de inhoud. Hier duw ik lezers dingen door de strot waarbij als enig excuus geldt dat iedereen dit blogberichtje ten alle tijden kan verlaten.
Hoe zou de boodschap van dit bericht eruit zien, als ik iets te verkopen had?
Er is een eerste keer voor alles en voor Cum Suis markeert vandaag een mijlpaal om te vieren. Met trots kondigen we aan dat we ons allereerste opdrachtproject hebben voltooid: een prachtig vormgegeven brochure voor Serena, de bijzondere uitvaartorganisatie onder leiding van het toegewijde echtpaar Noor en Ron van Dalden.
Serena is niet zomaar een uitvaartdienst. Noor en Ron hebben hun levenswerk gewijd aan een diep menselijke missie: het bieden van afscheidsceremonies die net zo uniek zijn als de levens die ze herdenken. Met hun motto “Een uitvaart in uw stijl, met onze expertise” hebben zij talloze families bijgestaan in het zorgvuldig en respectvol vormgeven van een persoonlijk afscheid.
Om de geest van hun werk vast te leggen, wilden ze meer dan een brochure; ze droomden van een boek.
Een verzameling van duizend-en-één ideeën, geboren uit jarenlange ervaring, die laat zien hoe een afscheid persoonlijk, betekenisvol en onvergetelijk kan zijn. Van intieme plechtigheden in een familietuin tot muzikale eerbetonen op onverwachte locaties: Noor en Ron hebben de meest oprechte laatste wensen mogelijk gemaakt en deze zelf begeleid.
Voor Cum Suis was de samenwerking met Serena dan ook meer dan een professionele opdracht. Het was een ontmoeting van gedeelde waarden: de overtuiging dat elk leven een verhaal vertelt, en dat het goed vertellen van dat verhaal een diepe vorm van liefde is. We zijn vereerd dat we de pagina’s mochten vormgeven die de tederheid, creativiteit en toewijding weerspiegelen waarmee Serena haar families bijstaat. Een passend begin voor Cum Suis en een herinnering dat publiceren, in wezen, gaat over stem geven aan wat er écht toe doet.
Er bestaan overeenkomsten tussen mijn zus en mij, maar de verschillen overheersen. Zo is zij een fervente reiziger en ben ik een minstens even enthousiaste thuisblijver. We delen genen maar geen gewoonten. Ja, erfelijk gezien zijn we ‘uitlopers’ aan dezelfde boom, maar wat onze economische omstandigheden betreft, vormt zij de bloeiende loot die exotische vruchten draagt, en werd ik, zo wilde mijn lot, een tamelijk onzichtbare tak in deze dendrologische metafoor. Je zou mij ook – om een bruggetje te slaan naar haar vakantie in Italië, waarvoor zij en haar man hun BMW i7 M70 van stal haalden – de wandelende tak van de familie kunnen noemen.
Mijn zus en ik vertegenwoordigen verschillende vervoersmiddelen: ik ben van de voetverplaatsingen (nooit verder dan de grens), zij bemant het vierwiel- en vliegsegment; veelal voor verre reizen. Zij voert die voornamelijk uit met haar man, havenbaron van een overzees bevrachtings- en expeditiebedrijf aan het Hollandschdiep in Moerdijk.
Hoewel mijn zus en ik op het gebied van levensstijl duidelijk elkaars tegenpolen zijn — zij de jetsetter, ik de huisfilosoof — is er geen spoor van kinnesinne tussen ons te bekennen. We vormen een harmonisch broeder-zusterpaar, al kruisen onze fysieke paden elkaar zelden. Misschien is het juist die geografische afstand die ons in staat stelt de band zo vlot en conflictvrij te houden. Zaten we vaker met elkaar aan tafel, dan zouden er mogelijk scheurtjes ontstaan in het gladgestreken familiecanvas; vooral wanneer het gesprek afglijdt naar politiek. Maar dankzij ons onderlinge instinct — of onze diplomatieke elegantie — slagen we erin zulke struikelblokken moeiteloos te vermijden. Dat doen we deels bewust, deels op de autopiloot, door keurig uit elkaars buurt te blijven.
Toch tonen we ons betrokken. Vlak voor haar vertrek vroeg mijn zus me bijvoorbeeld of ik het leuk zou vinden haar te volgen op Polarsteps.com, een digitaal reisdagboek waarin reizigers hun avonturen delen met foto’s, kaartjes en verslagen. Een soort Instagram, maar dan zonder selfies in de sportschool en mét kaartcoördinaten. Ze vertrekken voor een drieweekse wijnreis door Italië; een zorgvuldig uitgestippelde tocht langs wijngaarden, truffelmarkten en Michelinverleidingen. Zij en haar echtgenoot tuffen in hun glanzende bolide door het Italiaanse heuvelland, terwijl ik me in mijn monikkenmodus nestel achter m’n eeuwige beeldscherm en zo met hen meereis, waarbij ik af en toe een glas supermarktwijn voor mezelf inschenk en proost op hun belevenissen.
Ik heb me voorgenomen een geschikte, meelevende en bij vlagen zelfs geestige broer te zijn in mijn reacties op haar reisverslag. En eerlijk is eerlijk: tot nu toe stel ik mezelf — en, naar ik vermoed, ook de meelezende kring van medevolgers — niet teleur. Al moet ik oppassen dat ik niet te enthousiast raak. De verleiding is groot om haar wijnreis rijkelijk te voorzien van voetnoten, thematische zijsporen en semigeestige terzijdes.
Laten we wel wezen: het is natuurlijk háár voorstelling. Ik ben slechts toeschouwer, geen kleinkunstenaar. Ik houd het dus keurig binnen de perken: ik like, ik bewonder, ik informeer op vriendelijke toon naar Umbrische aangelegenheden en doe mijn bescheiden plasje over het in-vino-veritasfestijn. Geloof me, ik weet: het geheim van een goede familierelatie schuilt vaak in precies dát: interesse tonen, zijdelings contact houden, royaal zijn met ruimte, een licht ironische toon aanslaan. Hieronder kan de lezer oordelen of ik daarin ben geslaagd. Ik kies steeds maar één of een kleine selectie van de vele foto’s die per locatie door mijn zus worden ge-upload, en blur – uit discretie – de gezichten van haar en mijn zwager.
Zus: Dordrecht. En route!! Onze hond gaat altijd mee. Bijgeloof. Hij is al in veel landen geweest. We rijden naar Zwitserland. Hotelletje aan Vierwaldstättersee. Rit van ong 9 uur. Vanmorgen stond ik nog in de etensbak van onze kat Ralph te peuren om zijn schildklierpillen te verstoppen want hij at ze niet zoals gewoonlijk met een worstje. Pffffff LOSLATEN; even geen katten, geen kattenharen, geen allergiepillen (ach, ik hou van die beestjes). Broer: Geniet van de reis, het uitzicht én het haarloze hondengezelschap. Hij kijkt nu nog wat droevig, maar ik ken dat gladde, onbehaarde type: zijn innerlijke berggeit zal bij Basel ontwaken.
Zus: Luzern. Voor ons niet direct een bestemming die je uitkiest om een paar dagen te verblijven. Laat het nou een super leuke en mooie stad zijn. Wij bezochten de Altstadt en gingen kaasfonduen (want ineens heel veel zin in zo’n lekkere vette borrelende gruyerepan). We rijden met volle buikjes terug naar ons hotel en gaan liggen. Morgen naar Italië.
Broer: Wat een gezelligheid, ook voor mij als digitale meekijker. Dit is, voor een verstokte thuisblijver als ik, de meest sfeervolle en effectieve manier van reizen: mijn knip blijft gesloten maar mijn mond valt open.
Zus: Onderweg. Zwitserland. We nemen de route over de Gotthardpas in plaats van de tunnel en dan krijg je dit moois. Het is hier boven de 7.5Cº. We vervolgen zo onze weg via Como naar Faenza. Broer: Jullie initialen, vereeuwigd in een gletscherwand. Op de foto wel te verstaan. Helaas niet in de gletscher, want die trekt zich tegenwoordig terug met de snelheid van een smeltende ijsklont in een glas Franciacorta. Ik weet niets van wijn, dus dat van die Italiaanse bubbeltjes heb ik opgezocht. Bij nader inzien twijfel ik er aan of we hier naar een gletcher kijken. Boven de Gotthardpas? Correctie: het zal wel een aan de kant geveegde hoop sneeuw zijn. Maar goed, toch indrukwekkend. En ik leef mee.
Zus: Faenza. Casa Spadoni. We zijn er, na een best wel vermoeiende reis met veel verkeer, is het aankomen in een oase van rust en schoonheid. Deze oude zijdefabriek is omgetoverd tot een betoverend paradijsje. We worden omvergeblazen door al het fraais om ons heen. Deze agriturismo staat bekend om haar restaurant en boerderij, ergens verderop, waar de Mora Romagnola varkens genieten van hun leven in de vrije natuur. Het zijn bijna zwarte varkentjes met lange slagtanden en kleine oogjes. De hammen en worsten die van ze gemaakt worden schijnen heel bijzonder te zijn. We gaan ze vanavond proeven. Onze vakantie is nu echt begonnen. Dit prachtige, eerste onderkomen is heerlijk van temperatuur (26Cº).
Broer: Van bijna file naar fijne varkens, wat een reis! En dan landen in een voormalige zijdefabriek, dus dan weet je wel hoe zacht je vanavond slaapt. Het is voor mij als meeliftpassagier ook een hele leerzame reis. Die Mora Romagnola’s klinken als een motorclub maar blijken gewoon smakelijke zwijntjes met karakter. Ik kijk reikhalzend uit naar jullie culinaire verslag, want ze moeten wel een keer in de pan natuurlijk, die verwende haute-couture hamleveranciers met hun bio-bubbelleventje, hun jaloersmakende bergzichtbestaan en ondierlijke vrije-uitloopfilosofie. Eet smakelijk en truste voor straks.
Zus: Nou, daar lig ik dan, aan ‘t zwembad, om kwart voor 8. Dacht even wat baantjes te gaan trekken, maar IK BEN TE VROEG😂. Ze zijn het nog aan ‘t reinigen. Dan maar even zonnen, het is al warm. Jur ligt nog trouwens; onder de draperieën. We gaan na het ontbijt naar Ravenna, daar schijnt een prachtige Basiliek te zijn met de mooiste mozaïeken.
Broer: Met het zwijnenvlees nog heerlijk verterend in de maagjes, op weg naar mozaïek in de basiliek, zeg ik: let vooral op de steunberen! Die werden ruim duizend jaar later toegevoegd (bron: wikipedia). In het gewelf houden engelen het Lam Gods omhoog (bron: wikipedia). Neem vooral de gladde hond mee: dieren lijken toegestaan. Veel plezier vandaag.
Zus: Wij werden er stil van, ZO MOOI, die piepkleine mozaïektegeltjes, wat een werk. Van een afstand lijkt het geschilderd. Dit is de stad ook waar Dante heeft geleefd en is gestorven. We hebben alles gelopen en een ticket gekocht voor de hele reutemeteut. Je bent zoet voor een uurtje of drie. Goed te doen. Heerlijk geluncht.
Broer: Wauw, je zou er gelovig van worden. Of licht in het hoofd (wat, zoals wij weten, hetzelfde is).
Zus: Onderweg naar ons volgende adres, wijken we even van de route om Gubbio te bezichtigen, een vd mooiste dorpjes in Italie; middeleeuws, en ja, dat is bij meer mensen bekend. Hoe druk zal dat zijn in het hoogseizoen. We doen ‘t op z’n Japans: erin en eruit. Is echt mooi en ik stel me er allerlei middeleeuwse taferelen bij voor. Er loopt een riviertje door het dorp. Stel je voor, vroeger, alle viezigheid uit die huisjes in die rivier. We lunchen ergens in the middle of nowhere, tussen de locals. De eerste truffelgerechten zijn binnen. Wat eten die Italianen VEEL: primi, secondi. Wij hebben de helft van onze primi laten staan. Was lekker en helemaal niet duur, dat is ook wel eens leuk. Nu op weg naar La Ghirlanda. High expectations.
Broer: Goed bezig, jullie! Ik heb ooit een Italiaan gekend die zijn gangen achterstevoren at: quartari, tertiari, secondi, primi… lift-off! Daarna ging hij als een raket.
Zus: Ooit las ik een blog van een fotograaf. Ik had namelijk een camera gekregen van Jur. Ik ging dus beetje googelen naar fotografeertips. Op die blog plaatste hij een foto van een prachtige mansion in Italie. Ik werd er meteen verliefd op, MAAR waar bevond het zich en heette het? Dat moest ik dan maar zien te raden; jammer joh. Maar je begrijpt het misschien al: ergens tijdens mijn favoriete bezigheid – het zoeken naar mooie plekjes op deze aardbol – vond ik het. Daar was ie dan: La Ghirlande. Nou, daar MOEST ik heen en zo geschiedde. Broer: Gevonden! Machtig mooi. Geweldig als je er wat geld tegenaan kunt kletteren. Dan zie je nog eens wat.
Zus: Gualdo Cattaneo. Vanochtend wandeling langs de wijnvelden en een prachtig wijnhuis bezocht, lunch in Montefalco, weer zo’n middeleeuws plaatsje met fresco’s in de kerk, moeder wat is ‘t verzengend heet. We gaan op de terugweg langs de super en slaan wat dingen in want vanavond eten we voor ons huisje overlooking de prachtige vallei. Het hotel is inmiddels fully booked want 2 juni is hier een feestdag dus lang weekend gasten. Naast ons, aan ons vast zit nog een kamer, niet wetende dat het verhuurd is hoorden we een zeer klagelijk gejank, als van een hond. Ik op zoek naar Claudia, een Spaans temperamentvol meisje die ons gisteren ontving en ook de enige die Engels spreekt. Claidia niet te vinden, dan maar de keuken in, met handen, voeten en geluiden mijn verhaal gedaan want wat nou als daar een dier opgesloten zit, misschien bij het schoonmaken naar binnen geglipt. Uiteindelijk duidelijk geworden dat het een hondje is van een jong stel wat aan ‘t zwembad ligt pffffff ook weer opgelost. Broer: Marjan (in steenkolen-Italiaans maar met Italiaans temperament): “Scusi! Cane! Dentro! Awoe awoe! Nessuno! Porta chiusa! Forse… pulizia? Aiuto!” Italiaanse Chef Jolly (allroundchef met noordelijke rust, in droog Brits accent): “Blimey, no need for a panic, love. It’s just the young couple’s mutt. Gets all dramatic the moment they’re out of sight. Little bugger thinks he’s been abandoned by the Queen herself.”
Zus: Spoleto, prachtig!! Je parkeert je auto, neemt 7 roltrappen en begint je wandeling op het hoogste punt, hier vandaan uitzicht op het aquaduct, dan wandel je naar beneden via prachtige oude pleinen en gebouwen, schattige straatjes, heel mooi allemaal. We lunchen buiten de stad want na zo’n stad willen wij groen om ons heen, stilte en local cuisine dus gegoogeld en gelukkig schot in de roos: heerlijke risotto met blauwe bessen en Italiaanse rookkaas, daarna een lekkere vette tiramisu met veel mascarpone. Jongens, WAT een heerlijk land. Broer: De geest van Paul Valéry leeft voort (“Il faut toujours redescendre.”). Eerst met zeven roltrappen naar boven, dan alleen maar dalen, en eindigen in een risottoverrukking. Pure decadentie, pure poëzie. Italië zoals het bedoeld is: zonder zweet, mét mascarpone. Voor wie vindt dat klimmen het uitzicht bederft, oftewel: voor de fijnproever die het hemelse zoekt met machinaal gemak, en het aardse viert met de beste wijnen. Wat een land inderdaad! Ik geloof trouwens dat wat Valéry zei, filosofisch bedoeld was; als metafoor voor het leven of het creatieve proces. Maar er is een fraaie karikatuur uit ontstaan van lieden die graag van de schoonheid van de bergen genieten, maar het fysieke afzien van de klim vermijden. Enfin, ik wijk alweer uit. Dit is natuurlijk jullie podium, niet het mijne. Vergeef me: ik ben slechts een losgeraakt brokstuk dat iets te luidruchtig de helling afrolt, op weg naar een dalbeekje. In de diepte van het ravijn, waar ik thuishoor, wacht voor mij pas verkoeling.
Zus: Gualdo Cattaneo. Vandaag, 2 juni, is een nationale feestdag in Italie, we gaan naar Assisi, tenminste dat was het plan maar beetje dom plan want EN nationale feestdag EN super aantrekkelijke plaats waar iedereen heen wil. Politie leidt je om naar parkeerplaats buitenaf waar bussen klaarstaan: dat doen we dus niet. Change of plans; het wordt Bevagna, ik heb hier iets over gelezen. Bevagna leuk en weer zeer oud, maakt eigenlijk niet uit waar je heen gaat hier in Umbrie, het is allemaal prachtig. Nog niet zo overloaded als Toscane. Wij hadden weer fantastische lunch boven op een berg. Nu terug in onze mansion want bloedheet, dus met boek bij het zwembad onder de olijfboom.
Broer: Dagboekaantekening, 2 juni: ‘We lieten de bewonderaars van Franciscus in de file staan en werden door de stilte van Bevagna bevangen. Soms leidt een omleiding tot een openbaring. We zochten het goddelijke in Assisi, maar vonden de genade in Bevagna, alwaar de eerder genoemde heilige F. van Assisi tegen vogels stond te prediken.’ Zus: Een mooiere beschrijving kan IK niet geven Ron; we boffen toch maar dat je ‘meereist’.
Zus: Even een moment van diep besef hoe heerlijk we het hebben; dat we samen heppiedepeppie zijn en dat we van dit wonderschone deel van Italie met haar fantastische cultuur en indrukwekkende geschiedenis mogen genieten. En dan ook nog op deze manier. Thuis zijn onze heerlijke kinderen met wie het zo lekker gaat. Dit allemaal bij elkaar; ik ben een gezegend mens.
Zus: Assisi is een bedevaartsoord en de geboorteplaats van Franciscus van Assisi. Wij waren zeer onder de indruk. Weet niet wat dit kan overtreffen. Heet wel: 30Cº. En je klimt je een ongeluk. We laten de komende dagen de oude stenen maar even voor wat ze zijn. ‘For now’ ietwat verzadigd op dit gebied. Het wordt tijd voor wat wijnproeverijen 🍷. Back to the homebase; we trekken ons weer terug aan het zwembad waar niemand is (en dat is maar goed ook want ik ruil vandaag mijn badpak in voor een bikini). Nog even een voetnoot: bedankt Truus voor de goede zorg voor Ralph want dat was weer even een dingetje. Nu kan ik echt volledig genieten ❤️
Broer: Die Franciscus was een sobere knakker. Dat iemand zich wil bekeren tot een leven van armoede en zich daartoe terugtrekt tot de eenzaamheid van een kluizenaar, komt enigszins logisch op mij over. Maar om je vervolgens aan de melaatsen te gaan wijden? Kijk nou toch uit jongen, je was al zo ziek op je twintigste! Nou goed, je wordt natuurlijk niet zomaar de eerste der Franciscanen (vergeleken daarmee had de laatste der Mohicanen het makkelijker). Zijn geschiedenis vormt een prachtig contrapunt met jullie escapades. Ik zou zijn voorbeeld vooral niet volgen. Morgen wacht er wijn, en zo moet het zijn.
Zus: Vin Santo. Vandaag staat in het teken van wijn proeven. Vroeg op want de eerste wijngaard ligt een uur van ons vandaan in Toscane. Jur had thuis al de meest interessante opgezocht. Super tour, compleet met proeverij, en ook wijn gekocht. Daarna naar een wijndomein waar we 3 of 4 jaar geleden ook waren. Ik wist nog waar, want ik heb daar de heerlijkste dessertwijn ever geproefd: VIN SANTO! Je kunt mijn bad ermee vullen en ik drink ‘t langzaam leeg. Wij lunchen er en drinken nog meer wijn. Jur kent mij natuurlijk al 37 jaar; voor mij geen juwelen. Na het betalen komt ie aan met een schattig kistje met twee lieflijke flesjes Vin Santo. Mijn dag kan niet meer stuk. Broer: Wonderlijk eigenlijk, dat die cypressen er zo slank bij blijven, en zo dapper rechtop blijven staan, tussen al die wijnranken.
Zus: Vandaag, onze laatste dag in Umbrie, gaan we naar Orvieto. Uurtje rijden. Daar is ook weer een wijnhuis en sowieso gaan we de stad zien want het schijnt er prachtig te zijn. En inderdaad, die DUOMO!! We kijken weer onze ogen uit. Dan speelt ineens uit het niets de organist Toccata con Fuga van Bach. Mooier wordt ‘t niet. We laten het hierbij, eten een broodje en gaan naar het wijnhuis Castella della Sala; in een kasteel dus. We kopen wat wijn die thuis nog wat liggen kan (meestal lukt dat bij ons niet) en sluiten maar weer af bij het zwembad. Jur zal waarschijnlijk met de Engelsman, die ook in het hotel verblijft, gaan kletsen over wijn. We kregen tot nu toe heel veel tips van hem. Hij is een fanatieke collector, is overal geweest, heeft thuis een kelder vol met ZOVEEL wijn dat ie die in zijn leven niet meer opkrijgt. Wij moeten nog steeds een wijnkast gaan uitzoeken. Broer: Scan ik die streepjescode, begint er een Fuga te toccelen.
Zus: Loreto op een mooie pinksterdag. Bij toeval deze basiliek ontdekt. Blijkt 1 van de 3 meest belangrijke in heel Italië te zijn. Gelovigen uit de hele wereld trekken hiernaar toe. Vanochtend pakten we de auto om een rustig strandje op te zoeken. Dat lukte niet door een aaneenschakeling van Italianen die op hun vrije dag op weg waren naar hun favoriete strandlido’s. AFSCHUWELIJK en absoluut een no go. De enige plek waar het wat rustig was, bleek een ‘hondenstrand’ maar omdat we geen eten bij ons hadden, zijn we doorgereden. Weg van de kust, en toen dus Loreto aangedaan, dat op een steenworp afstand ligt van het massatoerisme. Ongelooflijk, zo mooi! We hebben besloten om net als gisteren te gaan lunchen bij Il Ritorno (simpele maar heerlijke pan op tafel, prima karaf huiswijn). Voor vanavond hebben we brood en beleg gekocht. Straks zijgen we neer ‘by the pool’; best wel blij om wat vroeger terug te zijn.
Broer: Als ik moest kiezen tussen een plebejeruittocht, een playaroedel of een papenritueel, zou ik de lido’s en het hondenstrand ook achter me laten, het basiliekje meepikken, en daarna vliegensvlug naar die heerlijke pan met voedsel Ritorneren.
Zus: Sirolo. Vandaag met de shuttlebus van het hotel naar een fraai strand. Dit is vele malen aangenamer omdat het busje veel verder naar beneden rijdt dan wij met onze auto kunnen doen. Toch alsnog een flinke afdaling, maar goed, prachtige baai. Onze eerste dag zonder bezichtigingen, helemaal gewijd aan zwemmen, zonnen en lezen. We lunchen boven het strand dus weer klimmen en dan weer terug. Pan met tagliatelle en seafood. Mijn 4e Tiramisu deze vakantie en deze is ECHT de beste, precies de juiste verhoudingen. Ik ben er gek op en ik MOET en zal nog ijs eten ook, maar dat doe ik in Toscane, daar gaan we overmorgen heen. Morgen boottrip langs de Conero kust, naar strandjes waar je met de auto niet kunt komen. Waarschijnlijk snorkelen. Wel heel vroeg op want boot vertrekt om 09.30 vanuit Numana; half uur van tevoren aanwezig, half uurtje rijden, tsjonge jonge, maar wel een must want deze kuststrook is bjoetifoel. Eerlijk gezegd is La Marche, in tegenstelling tot Umbrië, een deel van Italie waar we niet verliefd op zijn geworden. Dus dit is een eenmalige ervaring!
Broer: Is genoteerd. Resumerend (op grond van enkele proefondervindelijke constateringen tot nu toe): 1. La plache: eenmalig (vooral vanwege de vele plebejers met hun platitudes in strandpaviljoenen). 2. Diepliggende, met de eigen bolide onbereikbare, baaien: eenmalig (mits met shuttlebus door hoteleigenaar gebracht). 3. Tiramisu: te onweerstaanbaar dus continuerend (mits bikini definitief in de koffer in de kofferbak achter slot en grendel blijft). 4. Bezienswaardigheden: valt te bezien (zijn er hoogteverschillen? is er een liftje? Oordeel wordt per geval geveld; steen kan je gaan opbreken maar bordkarton is ook weer niet de bedoeling). 5. Wijnproeverijen: behoeft geen betoog (het doel van de reis mag niet uit het oog worden verloren, zelfs niet als we dubbel zien). 6. Wijn bij de maaltijd: onuitputtelijk (laat maar komen, laat maar stromen; wij zijn tenslotte doorleefde oenologen cq. smaakbewuste sommeliers). 7. Umbrië: behoeft geen betoog (de naam spreekt boekdelen: komt van het Latijnse ‘umbra’, wat ‘schaduw’ of ‘luwte’ betekent, hoewel anderen beweren dat de naam ‘Umbria’ te maken heeft met ‘het samenkomen van vissen in de paartijd om eieren te leggen’, waar ook niets mis mee is). 8. Boottochten: dit oordeel is nog hangende (of liever: dobberend. Aan de kade van Numana; zie morgen).
Zus: Met een volle boot naar spaggia di Due Sorelli. Tijdens de tocht daarheen geeft de intens gebronsde kapitein uitleg over ????, wij verstaan er HELEMAAL niets van; thuis maar taalcursus doen. Strand is mooi, wij zijn qua rotsformaties in de Algarve zeer verwend, dus die twee zusjes, mwah, wel mooi die witte gesteenten, het maakt de zee superblauw en onze lifeguard kleurt er ook prachtig bij 😵💫. Eenmaal terug maken we nog een wandeling door Sirolo en lunchen we wederom bij Il Ritorno, deze keer neem ik als dolce de Semifreddo di Mandorle, het beeld van de lifeguard snel verdringend. Broer: ‘Il Ritorno’ doet z’n naam echt eer aan (tot zover mijn kennis van het Italiaans). Zaten jullie op de SIMBA of de CALIPSO en ging die BIMBO met die letters op haar BIBSA ook mee? (Doe mij dan maar een Moltofreddo).
Zus: Enoteca Tognoni wordt vermeld in iedere blog over Bolgheri. Het plaatsje is piepklein maar oh zo schattig. We zijn vroeg en reserveren een tafel in de Enoteca. We hebben daar de mogelijkheid om mooie wijnen te proeven per glas (je kiest uit 5 en 10 cl). We hebben nog wat tijd en rijden naar een wijnhuis in de buurt, een beroemde ook, en daar doen we een bescheiden proeverijtje. We zijn blij nu eindelijk in HET wijngebied van Italie te zijn. De natuur is overweldigend mooi hier. Weg van die naaldbomen, is het klimaat hier anders; je ziet al best wat grote trossen. Terug in Bolgheri proeven we de duurdere wijnen want ‘why nut’. Tenslotte houden we van een stevige. Op de rondjes onder aan het glas staat naam en prijs van een fles. Wij vinden de wijnen lekker maar worden niet omvergeblazen. Die Sassicaia (meest beroemde wijn hier)? MWAH. We hadden flink op onze wijnapp gezocht en komen erachter dat we net zo goed naar Boonstoppel in Dordt kunnen gaan. MAAR toch een leuke ervaring! Broer: Nondeju. Wat heerlijk als je de middelen hebt om je hier aan over te geven zonder wakker te liggen van de prijzen. Ik besef weer eens dat ik een enorme krent ben, ontstaan uit een slecht gerijpte, zure druif. Als de wijn me niet omver zou blazen, dan wel de rekening. Wat fijn dat jullie daar zo ontspannen mee omgaan. Jullie hebben elkaar echt gevonden; een gouden combi!
Tot zover deze vergaande vorm van meebeleven. Ik herinner mij Italië als vakantieland voornamelijk vanuit het perspectief van een puber op de achterbank van een vierkante Fiat met roestplekken (waarvoor ik mij schaamde, zoals voor alles op die leeftijd). Mijn ouders moesten zonodig die kant op en ik werd te onvolwassen geacht om thuis te mogen blijven. Het werd een hectische ervaring vol…Italianen.
Andermans pelgrimages werkten op mij zelden aanstekelijk, maar van deze Polarstepspresentatie stond ik paf; waarschijnlijk omdat ik passief – want vanaf mijn vaste thuispost – kon participeren. Ook het schematische kaartje dat de BMW-verplaatsingen bijhield werkte aanlokkelijk. Meebeleven dekt de lading niet; het voelt alsof ik een reis heb geadopteerd. Voor het eerst begrijp ik iets van de onblusbare behoefte aan buitenlandse belevenissen. Dit was een prachtig avontuur.
Ik was de opbouwwerker al tweemaal voorbijgelopen. Ze stond met een bolderwagentje op het plein voor het winkelcentrum op de Klarendalseweg. In de kar bevonden zich thermosflessen, want ze bood thee en koffie aan, met een koekje, een folder en vooral ook een praatje. Haar functie viel af te lezen van de aanduiding op haar rug, vandaar dat ik kon vermoeden wat ze daar deed: ze was een aanspreekpunt voor mensen in de wijk. Bij de derde keer wisselden we een glimlach uit, waarna zij mij naar zich toe gebaarde met een bekertje in de ene hand, dat ze zogenaamd met de andere volschonk.
Ze heette Jennifer. We raakten aan de praat over de wijk, over Rijnstad, over hoe je zichtbaar kon zijn zonder opdringerig te worden. Ze vertelde hoe de stichting, met meer dan zeshonderd vrijwilligers en honderden professionals, dagelijks werkte aan wat zij noemde: ‘een sociaal en duurzaam perspectief’. Niet door te zenden, maar door te luisteren. Door naast mensen te gaan staan in plaats van tegenover hen. Of dat nu ging om een ouder met stress rond de opvoeding, iemand met geldzorgen die vastliep in de brieven van de Belastingdienst, of een jongere die nergens naartoe wilde maar ook nergens terechtkon.
“Bij ons betekent helpen: iemand de regie teruggeven,” zei ze. “En het hoeft niet groot te zijn.” Ze gaf me tenslotte haar visitekaartje. Ik haalde mijn eigen kaartje uit m’n zak als wisselgeld. Toen ze taaljongen.nl las, vroeg ze: “Ken je Taalmaatjes?” Ik had er vaag van gehoord, maar nooit echt bij stilgestaan. Ze legde uit dat Taalmaatjes mensen aan elkaar koppelde – vaak nieuwkomers en vrijwilligers – om samen in gesprek te gaan. Niet in een leslokaal, maar op een bankje, aan een keukentafel, in de wachtruimte van de dokter, nou ja, overal elders eigenlijk dan in een schoolse omgeving.
Ik knikte. Ik dacht aan hoe ongemakkelijk ik me op dat moment bewoog in mijn taal, in deze stad waar ik nog niet woonde. Ik had haar uitgelegd wat ik deed in deze buurt: ik was zo op en neer aan het drentelen omdat ik een indruk wilde krijgen van de straat. Dankzij een urgentieverklaring had ik het voorrecht bovenaan de lijst te eindigen voor een woning, iets verderop, ter hoogte van eetcafé Sugar Hill, waar de sfeer niet alleen gezellig werd, maar ook een vleugje cachet kreeg. Ik had de sleutel nog niet en de bezichtiging moest nog volgen, maar terwijl de renovatiewerkzaamheden plaatsvonden, had ik al even mogen binnenlopen. Zo stond ik daar, met m’n luxeprobleem, terwijl zij sprak over mensen met een lagere sociaaleconomische status; mensen die, vanzelfsprekend, onze volle aandacht behoorden te krijgen.
Jennifer vertelde over de wijk waarin een kwart van de volwassenen moeite had om rond te komen; flink boven het landelijke gemiddelde. Over de eenzaamheid onder ouderen, 51 procent, zei ze, en de gezondheidsproblemen die daarmee samenhangen. Over het grote aandeel sociale huurwoningen in de oudere delen van de wijk. Over de mensen zonder werk, met een lage opleiding. Maar ook over het groen, de voorzieningen, de gezinnen die hier graag kwamen wonen, en de actieve bewoners die zich vrijwillig inzetten voor hun buurt.
Het was belangrijk, wat ze zei. En ik luisterde. Nou ja, laten we zeggen: voor zo goed en zo kwaad als mijn haperende concentratievermogen me toeliet te luisteren. Eerlijk is eerlijk: ik was er niet helemaal bij met m’n aandacht. Misschien zou dat nog komen. Op dat moment was ik vooral vol van mezelf. Ik moest een beslissing nemen over dat huis. Ik voelde me net Trump op werkbezoek in Saoedi-Arabië: vriendelijk glimlachend, af en toe knikkend, regelmatig iets doms zeggend, en ondertussen vooral denkend aan het eigen belang. Een tikje narcistisch, moet ik toegeven.
En ergens wilde ik haar ook gewoon meenemen naar de bezichtiging. Niet voor een hulpvraag of een intake, maar gewoon om te horen wat zij vond van de lichtinval in de woonkamer, het uitzicht op het parkje, de plek van het stopcontact onder het keukenraam. Iemand met een eerlijk, esthetisch oordeel. Maar ja, daar misbruik je natuurlijk geen opbouwwerker voor. Thuis raken begon niet bij een nieuw adres. Het begon bij een goed gesprek. Niet iets wat je voert met je hoofd al half bij de kleur van het tapijt en het nieuwe behang aan de wanden van je bijna woonkamer. Een goed gesprek vroeg om aanwezigheid, en ik was nog enorm onderweg.
Ze trouwde met een jongen in de verpakking van een man.
Een thema, een diepe duik, talloze invalshoeken; Cover Story Magazine blijft trouw aan zijn naam en opzet. Elk nummer staat volledig in het teken van één onderwerp, dat van voor tot achter wordt verkend, ontleed en soms ook voorzichtig opgetild uit de schaduw. In deze meimaand buigen we ons over een fenomeen dat op het eerste gezicht onschuldig aandoet, zelfs charmant: Het Peter Pan syndroom.
Voor wie de term vaag bekend voorkomt uit de psychologie of de popcultuur: het Peter Pan syndroom verwijst naar volwassenen – doorgaans mannen – die weigeren volwassen verantwoordelijkheden op zich te nemen. Ze blijven hangen in een jeugdige levensstijl, mijden engagement, en worstelen met het idee van ouder worden. Dat lijkt misschien een detail, een eigenaardigheid zelfs, maar de realiteit is vaak schrijnender.
Psycholoog en gedragswetenschapper prof. dr. Malcolm D. Harrow, gespecialiseerd in volwassenontwikkeling en relationele dynamieken, gaat vanaf pagina 15 diep in op het fenomeen. Met scherpe analyses en voorbeelden uit zijn praktijk laat hij zien hoe het syndroom niet alleen de persoon zelf beïnvloedt, maar ook zijn of haar omgeving.
Een schrijnend én herkenbaar verhaal komt van Maaike en Jens van Zalinge, een echtpaar uit Deventer dat op het eerste gezicht gelukkig getrouwd is. Toch knaagt er iets. Jens is grappig, creatief, zorgeloos; precies dat wat Maaike ooit aantrok. Maar inmiddels is zij 62, moeder van twee volwassen kinderen, en zoekt ze houvast in de toekomst. Jens leeft nog steeds met één voet in Neverland. De ironie van de coverquote is sprekend: “Mijn ouders juichten toen ik iemand van mijn eigen leeftijd ontmoette. Maar Peter Pan is geen ideale partner, zodra je klaar bent om Neverland te verlaten.”
Hun verhaal leest als een liefdesverklaring en een waarschuwing tegelijk. Het illustreert hoe lastig het is om samen te leven met iemand die weigert de sprong naar volwassenheid te maken, hoe charmant en liefdevol hij ook is.
Uitgeverij Cum Suis is trots op deze editie van alweer de negende jaargang in opdracht van Cover StoryMagazine en tevreden met de rijke schakering aan invalshoeken die dit themanummer biedt. Een magazine dat niet alleen leest als een dossier, maar ook als een spiegel en soms: een wake-up call.
In de uitgestrekte natuurgebieden van de Republiek Aseria is onlangs een bijzonder kunstwerk voltooid: een sculptuur van Amerikaans president Donald Trump, uitgehouwen in een imposante wand van zandsteen. Het project, gerealiseerd onder toezicht van het Ministry of Tourism and Culture, markeert een vernieuwende benadering van monumentale kunst, waarin tijd, verval en reflectie centraal staan.
De ondertitel van het project, “Let’s not immortalize a madman,” is een citaat van de gerespecteerde Aserische staatsman Eldrin Vass, voormalig Minister van Staatsveiligheid en Cultuur. Tijdens de voorbereidende debatten wees Vass op de gevaren van het vereren van controversiële leidersfiguren door ze letterlijk in steen te vereeuwigen. Zijn woorden vonden brede weerklank, en leidden tot een symbolische beslissing: niet het idee van onverwoestbare grootsheid zou centraal staan, maar juist de erkenning van menselijke feilbaarheid en de vergankelijkheid van macht.
Om deze boodschap te ondersteunen, heeft uitgeverij Cum Suis een informatieve en esthetisch prikkelende folder samengesteld, in opdracht van het Ministry of Tourism and Culture. De folder begeleidt bezoekers door de thematiek van het kunstwerk en nodigt hen uit om getuige te zijn van het natuurlijke proces van erosie; een proces dat langzaam, maar onvermijdelijk, de scherpe trekken en opgeblazen zelfbeelden zal uitwissen.
Toeristen worden van harte uitgenodigd om het werk te bezoeken en jaar na jaar de subtiele veranderingen te volgen. Zo wordt Rushmore Don’t Rush niet slechts een statisch monument, maar een levende les in nederigheid, geschiedenis en de verstrijking van tijd.
In the vast natural landscapes of the Republic of Aseria, a remarkable artwork was recently completed: a sculpture of American President Donald Trump, carved into an imposing sandstone cliff. The project, realized under the supervision of the Ministry of Tourism and Culture, represents an innovative approach to monumental art—one in which time, decay, and reflection take center stage.
The title of the project, Rushmore Don’t Rush, playfully references Mount Rushmore, where four American presidents have been immortalized in granite. Aseria, by contrast, deliberately chose sandstone—a rock that, under the influence of wind and weather, will erode rapidly. The message is clear: no rush to remain, but the wisdom to disappear.
The project’s subtitle, “Let’s not immortalize a madman,” is a quote from the respected Aserian statesman Eldrin Vass, former Minister of State Security and Culture. During the preparatory debates, Vass warned of the dangers of venerating controversial leaders by literally carving them into stone. His words resonated widely and led to a symbolic decision: the focus would not be on indestructible greatness, but on the recognition of human fallibility and the transience of power.
To support this message, the publisher Cum Suis—commissioned by the Ministry of Tourism and Culture—has produced an informative and aesthetically engaging brochure. The brochure guides visitors through the themes of the artwork and invites them to witness the natural process of erosion: a slow but inevitable force that will gradually erase the sharp features and inflated self-image.
Tourists are warmly invited to visit the work and observe its subtle transformations year after year. In this way, Rushmore Don’t Rush becomes more than a static monument; it becomes a living lesson in humility, history, and the passage of time.