De oorspronkelijke titel van dit optreden is: La mécanique de l’Histoire. Noem het Performance Art of een kunstzinnige balletvoorstelling, maar je zou er volgens mij ook een Art Installation in kunnen zien met levende en dus variërende elementen op een prachtige, veelzeggende, locatie. Na een tijdje dringt het besef door dat geen van de vier dansers goed in staat is de top van de trap te bereiken en zich daar te handhaven. Ziedaar het historische mechanisme?
De Nationale Conventie was de constituante en wetgevende assemblee die onder de Franse Revolutie zetelde van 20 september 1792 tot 26 oktober 1795. Haar voornaamste taak was een nieuwe grondwet aan te nemen na de schorsing van koning Lodewijk XVI. De Conventie, verkozen zonder standenonderscheid, besliste onmiddellijk om de monarchie definitief af te schaffen en vestigde zo de Eerste Franse Republiek. (Bron: Wikipedia)
Een metafoor voor de mensheid als geheel? Een kinetisch essay over de volharding van carrièrejagers en andere strebers? Ik word er vrolijk van. Verder voel ik verwondering opkomen en een verlangen naar het vroegere apenkooien. Je ziet een prachtig vertolkt, vergeefs lijkend, vooruitgangsstreven. Maar ook een tragisch soort van grap zonder duidelijke pointe. Is de moraal dat je de klimmer er niet onder kunt houden? Dat de loop van de geschiedenis nu eenmaal zo in elkaar zit dat hij steeds blijft verlangen naar het hoogste? Op de één of andere manier lijkt Icarus hier te worden herboren als Iron Man.
Een deel van de betovering zit ‘m in de fysische eloquentie. Het is ongelooflijk dansachtig allemaal. De mannen vallen niet, ze zweven, ze komen steeds weer bovendrijven en weten elkaar wonderwel uit de weg te blijven. Als de trampoline hen heeft terug gelanceerd op de trap, bewegen ze verder op halve snelheid. Een soort van slaapwandelstijl, en dan vallen ze weer uiterst gracieus. Geen verwarring, alleen maar onvermijdelijkheid.
De Franse ‘nouveau-cirque’ acrobaat Yoann Bourgeois is een zeer onderhoudende slapstick komediant in de lijn van Charlie Chaplin en Buster Keaton en een ongeëvenaarde meester van de trampoline als een poëtisch instrument. Na de verbijsterende nieuwsbeelden uit Frankrijk, dat geteisterd wordt door Moslimextremisten die de vrije expressie (eufemistisch gezegd) niet altijd begrijpen of kunnen waarderen, had ik even zin om naar iets moois uit Parijs te kijken. Iets dat zowel macht als onmacht in zich lijkt te bergen.
Hoe Boedapest opstond tegen Orbáns dreiging, met steun uit Europa.
Budapest Pride lijkt vandaag zonder geweld te zijn verlopen. Dat is op zichzelf al een overwinning, want de mars vond plaats ondanks een officieel verbod van de Hongaarse regering, dat deelname strafbaar stelt met een boete van 500 euro en mogelijk zelfs gevangenisstraffen voor de organisatoren. Er werd gedreigd met het gebruik van technologie voor gezichtsherkenning, waardoor deelnemers later alsnog in conflict kunnen raken met het bewind. Toch stroomden duizenden mensen de straten op; niet alleen queer Hongaren, maar ook bondgenoten, gezinnen, mensen met een beperking, en opvallend veel buitenlandse afgevaardigden.
Dat de Pride uiteindelijk zonder ingrijpen kon doorgaan, had volgens mij niets met tolerantie te maken, maar met berekening. Orbán weet dat harde repressie tegen de aanwezige Europarlementariërs, ambassadeurs en buitenlandse delegaties tot internationale ophef en diplomatieke schade zou leiden. Tegelijk ziet hij zijn machtsbasis afbrokkelen: in de peilingen verliest hij terrein aan Péter Magyar, en hij kan zich geen nieuw conflict veroorloven dat de Europese subsidiepotten in gevaar brengt. Angst voor gezichtsverlies en verlies van macht hield hem dit keer tegen.
Dat laatste zal vermoedelijk een doorslaggevende factor zijn geweest. Tientallen Europarlementariërs, diplomaten, en ook de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema waren zichtbaar aanwezig. Hun aanwezigheid maakte het voor de regering Orbán uiterst onaantrekkelijk om met harde hand in te grijpen: geweld tegen demonstranten zou niet alleen het Hongaarse imago internationaal verder beschadigen, maar ook diplomatieke incidenten kunnen veroorzaken. Zo werd een poging tot onderdrukking, ironisch genoeg, door internationale solidariteit geneutraliseerd.
De Pride begon ooit als een protest, niet als een feestje. In 1969 weigerden trans vrouwen, lesbiennes, en andere queer personen in New York zich nog langer te onderwerpen aan politiegeweld en discriminatie. De Stonewall-rellen markeerden het begin van de moderne lhbtq+-beweging, een strijd om gelijke rechten die nog steeds niet ten einde is. In Boedapest anno 2025 is het datzelfde vuur van verzet dat de Pride levend houdt.
Maar de context is grimmiger dan ooit. Premier Viktor Orbán regeert al vijftien jaar met ijzeren hand. Zijn regime is doordrenkt van nationalistisch conservatisme en een cynisch gebruik van culturele vijandbeelden. Lhbtq+-rechten zijn daarin een dankbaar doelwit geworden. De beruchte ‘kinderbeschermingswet’ verbiedt alle uitingen van queer-identiteit voor minderjarigen en stelt het gelijk aan schadelijke propaganda; een echo van het donkerste verleden van Europa. De wet biedt geen bescherming, maar een legitimatie voor onderdrukking.
Dat een meerderheid van de Nederlandse Tweede Kamer in mei opriep tot een kabinetsdelegatie bij de Pride, getuigt van de juiste reflex. Het was een signaal: mensenrechten zijn grensoverschrijdend. Maar niet iedereen ging hierin mee; de PVV stemde tegen. Partijleider Geert Wilders, die warme banden onderhoudt met Orbán, weigerde zich uit te spreken tegen een wet die de vrijheid van meningsuiting en vereniging ondermijnt en queer Hongaren tot tweederangsburgers maakt. Dat is geen conservatisme, dat is collaboratie met een repressief systeem en geeft aan waar hij zelf heen zou willen.
Het contrast met burgemeester Femke Halsema kon vandaag niet groter zijn. Door naar Boedapest af te reizen, ondanks een dreigend reisadvies, betoonde ze niet alleen solidariteit met de lokale queer gemeenschap, maar ook met de burgemeester van Boedapest, Gergely Karácsony. Hij noemde de Pride een “gemeenschappelijk feest van vrijheid” en onttrok het evenement aan het demonstratierecht door het als gemeentelijk programma te labelen. In zijn woorden wonen er in Boedapest “geen eerste- en tweederangsburgers”.
Dat Halsema, net als haar voorgangster Simone Kukenheim in Istanbul, het lef toont om fysieke aanwezigheid in te zetten als bescherming, is een daad van stille diplomatie en groot moreel gewicht. Niet met een schreeuw, maar door schouder-aan-schouder te staan.
Orbán lijkt de controle te verliezen. Zijn angstcampagne heeft averechts gewerkt. De Pride is uitgegroeid tot een nationaal symbool van verzet tegen autoritair bestuur. Zelfs niet-queer Hongaren sluiten zich aan, niet omdat ze zelf onder de wet vallen, maar omdat ze voelen dat dit hen allemaal raakt. Orbán is steeds kleinzieliger en machtshongeriger geworden; een leider die burgers verdeelt, angsten exploiteert, en de Europese waarden waarop hij ooit aanspraak maakte, met voeten treedt.
Vandaag heeft de Pride hem overtroffen. Niet in volume, maar in morele helderheid. De regenboog, die ooit begon als symbool van hoop in stormachtige tijden, is in Boedapest opnieuw gaan schijnen; als teken van moed, solidariteit en een langzaam opkomend nieuw Hongarije.
Mark Rutte is inmiddels de risée van de NAVO. Met zijn geslijm richting Trump zette hij niet alleen zichzelf voor schut, maar in zijn hoedanigheid als secretaris‑generaal eigenlijk ook alle 32 lidstaten. Allereerst was er zijn controversiële bericht aan ‘dear Donald’. Trump publiceerde deze private chat met sardonisch genoegen op zijn platform Truth Social. En daar stond het dus voor iedereen te lezen.
‘Mr President, dear Donald, Congratulations and thank you for your decisive action in Iran, that was truly extraordinary, and something no one else dared to do. It makes us all safer. You are flying into another big success in The Hague this evening. It was not easy but we’ve got them all signed onto 5 percent! Donald, you have driven us to a really, really important moment for America and Europe, and the world. You will achieve something NO American president in decades could get done. Europe is going to pay in a BIG way, as they should, and it will be your win. Safe travels and see you at His Majesty’s dinner!’
Later volgde er nog een publieke grap met ‘daddy’. Rutte liet dat woord vallen in de volgende opmerking: “Then daddy has to sometimes use strong language to get them to stop.” Daarmee vergeleek hij Trump met een vaderfiguur. Een NAVO-leider wordt geacht neutraal en zakelijk te zijn. Het tonen van zulke persoonlijke adoratie lijkt ongebruikelijk, zeker naar een politicus die controversieel is. Natuurlijk, een diplomaat mag privéberichten uitwisselen, maar als ze publiek worden, vervaagt de grens tussen persoonlijk en institutioneel. Tactieken zoals vriendjespolitiek of overdreven vleierij ondermijnen de strategische neutraliteit.
Journalisten confronteerden de secretaris-generaal met de inhoud van zijn privébericht en het feit dat Trump het openbaar had gemaakt. Rutte verdedigde zichzelf en vond de toon “gepast”. Hij benadrukte dat er niets vertrouwelijks in stond. Sommige analisten noemden het een ‘charm offensive’; een vorm van bewuste diplomatie om Trump binnenboord te houden. Anderen waarschuwden voor ‘flattery-led influence’ die de betrouwbaarheid kon schaden. Er was verbazing over de openlijke adoratie tegenover een politicus wiens houding tegenover de NAVO traditioneel kritisch is.
Dit filmpje zal blijven rondzingen.
Het gaat mij er niet zozeer om dat de leider van de NAVO publiekelijk met één lidstaat flirt en of dit potentieel riskant is voor de onderlinge samenhang. Ik stoor mij aan het feit dat hij slijmt met een slecht mens. De vraag of hier niet een te persoonlijke toon wordt aangeslagen, waardoor de NAVO een soort van politiek theater dreigt te worden in plaats van een organisatie die de gezamenlijke veiligheid bespreekt, zou voor mij niet spelen als dit ronduit kruiperige gedrag naar een ander was vertoond. Ik vind het alleen maar ongelooflijk irritant dat deze overdreven, gênante woorden aan Trump waren gericht. Daardoor heeft Ruttes reputatie voor mij als neutrale leider echt schade opgelopen.
Rutte koos voor directe, persoonlijke diplomatie, wat een duidelijke breuk was met de traditionele, officiële toon die zijn voorganger kenmerkte. Sommigen zullen vinden dat dit strategische winst opleverde. Trump zou zich hierdoor gekend kunnen voelen, waardoor hij bijvoorbeeld de defensiebelofte van artikel 5 niet meer in twijfel trekt en zich opnieuw betrokken voelt bij de NAVO doelstellingen. Maar onorthodoxe diplomatie versus institutionele integriteit is zoals gezegd mijn punt niet. Dit geslijm valt onder regelrechte kruiperigheid omdat het aan Trump is gericht.
Tja, wurm jezelf er maar uit, slijmjurk; je maakt het alleen maar genanter.
Want wie is Trump nu helemaal, dat hij zo hoflijk ontvangen wordt? Laat ik dat nog even opsommen. Dit is een man die de Amerikaanse ontwikkelingshulp grotendeels stopzette, met als gevolg dat honderdduizenden mensen wereldwijd zonder voedsel of medische zorg kwamen te zitten. Met zijn handelsbeleid joeg hij complete continenten tegen zich in het harnas, en zijn economische koers bracht de Amerikaanse overheidsfinanciën in ernstige wanorde.
Hij weigert Israël publiekelijk aan te spreken op het geweld en de uithongering van burgers in Gaza, en kiest keer op keer voor stilzwijgende instemming met grof militair optreden. Ondertussen ondermijnt hij thuis de democratische rechtsstaat: hij zaait twijfel aan verkiezingsuitslagen, valt de onafhankelijke rechtspraak aan, en tart de fundamenten van de democratie.
De rechten van de lhbti-gemeenschap worden onder zijn invloed steeds verder uitgehold, en slechts drie dagen voor zijn komst naar Den Haag gaf hij nog opdracht tot luchtaanvallen waarbij naar alle waarschijnlijkheid ook burgers omkwamen. Dit is dezelfde man die, na zijn verkiezingsnederlaag, aanzette tot een poging tot staatsgreep. Hij is inmiddels veroordeeld voor seksueel grensoverschrijdend gedrag én financiële fraude.
Als rechtvaardigheid werkelijk leidend was, had hij niet in het centrum van de macht moeten staan, maar in een cel moeten zitten van het Internationaal Strafhof.
Bij een hoofdredactioneel commentaar staat vermeld dat hiermee het standpunt van de krant wordt verwoord. Een column daarentegen bevat de mededeling dat columnisten de vrijheid hebben hun mening te geven en zich niet hoeven te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Het siert de redactie dat zij schrijvers met sterk afwijkende meningen een plaats toekent. Ik heb Pieter Klok nog nooit zo lijnrecht tegenover Sander Schimmelpenninck zien staan als in hun respectievelijke standpunten over de strengere Israëlkoers van GroenLinks-PvdA. In de Volkskrant lijken alle redeneringen aan bod te komen.
Ik denk niet lichtvaardig over de belangrijke rol die oude partijprominenten ooit gespeeld hebben. Hen ‘fossielen’ of ‘dinosaurussen’ noemen, vind ik dan ook respectloos. Maar het zou passend zijn als deze oude garde de nieuwe plek binnen de partijdemocratie kon aanvaarden en haar lidmaatschap moedig voortzette. Een partij ontwikkelt zich en vormt zich voortdurend in antwoord op maatschappelijke uitdagingen. Het is geen museum, maar een levend geheel dat zich uitspreekt over uiteenlopende thema’s. Een individuele stem, hoe geëngageerd of doorleefd ook, blijft één stem. Haar waarde ligt niet in het aantal dienstjaren, maar in haar bijdrage aan het debat van vandaag. (Afbeelding overgenomen uit het archief van de Volkskrant, fotograaf David van Dam. Foto in de breedte ingekort.)
Leden in een partij die zich niet kunnen vinden in een meerderheidsbesluit lopen soms boos weg. Da’s jammer. Zou er voor hen geen plek zijn binnen de partijstructuur, te vergelijken met een plek in de krant voor een columnist? Hoe kan GroenLinks-PvdA de verschillende redeneringen in zich blijven dragen en dus voorkomen dat leden die zich niet gehoord voelen de partij verlaten? Voor een krant lijkt het iets makkelijker om de ‘checks-and-balances’ te respecteren. Je ruimt gewoon wat ruimte in voor een bijdrage en vermeldt daarbij uitdrukkelijk dat de hoofdredactie anders over de daarin verwoorde mening kan denken. Zo’n column wordt vaak gretiger gelezen dan een commentaar.
Dat een deel van de ‘lijdende minderheid’ in GroenLinks-PvdA boos en teleurgesteld uit de partij stapt heeft er volgens mij niet mee te maken dat zij niet gehoord is. Wij hebben allemaal kennis kunnen nemen van de verschillende standpunten. Ik denk dat het demonstratief opstappen eerder te maken heeft met gekrenkte trots. Sommige partijprominenten zijn nog niet gewend aan hun nieuwe positie binnen de partijdemocratie. Ze zitten, zeg maar, niet meer op de burelen van de ‘hoofdredactie’ en vinden een plaats als ‘columnist’ kennelijk te minnetjes. Ik zou zeggen: verwoord je standpunt naar behoren en je wordt gehoord. Zo kun je je huidige betekenis maximaal benutten.
Kritiek op Netanyahu en Israël:
1. Kritiek op Netanyahu zelf
a. Corruptieaanklachten
Netanyahu staat sinds 2019 terecht wegens fraude, omkoping en machtsmisbruik. Veel tegenstanders vinden dat hij zijn politieke positie misbruikt om strafvervolging te ontlopen.
b. Hervorming van de rechterlijke macht
Zijn regering probeerde de macht van het Hooggerechtshof in te perken, wat leidde tot massale protesten in Israël. Critici zien dit als een ondermijning van de democratie en een poging om het proces tegen hem zelf te beïnvloeden.
2. Beleid jegens Palestijnen en Gaza
a. Schending van mensenrechten
Mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch en Amnesty International hebben Israël beticht van apartheid op basis van systematische discriminatie van Palestijnen.
b. Belegering van Gaza
Sinds 2007 geldt er een blokkade van Gaza, met grote gevolgen voor de burgerbevolking. In recente oorlogen, met name sinds oktober 2023, is er veel kritiek op het disproportioneel gebruik van geweld door Israëlische troepen, met hoge aantallen burgerdoden en vernietiging van infrastructuur.
c. Nederzettingenbeleid
Israël blijft illegale nederzettingen bouwen op de Westelijke Jordaanoever, wat indruist tegen internationaal recht volgens VN-resoluties. Netanyahu steunt deze uitbreiding expliciet, met steun van rechtse en religieuze coalitiepartners.
3. Internationale kritiek
a. Huidige oorlog tegen Hamas (sinds 7 oktober 2023)
Hoewel Israël het recht op zelfverdediging wordt erkend, is er groeiende kritiek op de omvang en duur van het militair offensief in Gaza, met honderdduizenden doden en vluchtelingen. Onder meer Zuid-Afrika heeft een zaak aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof wegens mogelijke genocide; een historisch unicum tegen Israël.
b. Spanningen met bondgenoten
De regeringen Biden en Trump blijven Israël steunen. Biden sprak Netanyahu nog wel aan op het militaire optreden en de humanitaire situatie, maar erg streng was hij toch niet. Europa is verdeeld. Landen als Spanje, Ierland en België nemen duidelijk stelling tegen het huidige Israëlische beleid.
4. Israël en Iran: spanningen en geheime aanvallen
a. Operaties in Iran en Syrië
Israël voert al jaren geheime aanvallen uit op Iraanse doelen in Syrië en soms binnen Iran zelf (bijv. nucleaire installaties en wetenschappers). Deze aanvallen zijn zelden formeel erkend, maar worden algemeen gezien als preventieve acties tegen Iraanse invloed en wapenleveranties aan Hezbollah.
b. Bombardement op Iran
Israël viel in april 2024 een militaire basis bij Isfahan aan, zonder VN‑mandaat of directe aanval vooraf van Iran zelf. Juridisch wordt dit door sommigen gezien als een preventieve aanval zonder directe bedreiging, dus in strijd met Artikel 2, lid 4 van het VN‑Handvest, dat een verbod kent op agressieoorlogen.
Op 13 juni 2025 lanceerde Israël “Operation Rising Lion”. Het richtte zich op meer dan 100 militaire en nucleaire doelen in Iran, waaronder nukleaire faciliteiten in Tehran, Isfahan en Natanz, en leidende IRGC-commandanten – waaronder generaal Hossein Salami – werden gedood. Mossad & drone‑operaties: Kort voorafgaand aan de bommen werden via Mossad eenheden onopvallende drones ingezet om luchtverdediging en surface-to-surface‑raketsystemen uit te schakelen.
Op 21 juni 2025, acht dagen na de Israëlische operatie, voerde de VS zelf ook een bombardement uit op drie nucleaire sites (Fordow, Natanz, Isfahan) met massieve bunker-buster bommen (GBU‑57A/B) en Tomahawks uit een onderzeeër. President Trump verdedigde de actie als “onze zeer succesvolle aanval” en benadrukte dat dit ter ondersteuning van Israël was .
Internationaal recht – Critici en juridische bezwaren
De VN-factfinding missie en juridische experts (zoals Milanović, Heller, Vasiliev, prof. Ben Saul) kwalificeren het offensief als een mogelijk misdrijf van agressie, met ernstige schendingen van het zwaar geweldverbod onder het VN-Handvest.
Er waren ook civiele slachtoffers en schade aan ziekenhuizen en woonwijken, waarbij onvoldoende waarschuwing werd gegeven, wat volgens het internationaal humanitair recht de principes van kenbaarheid, proportionaliteit en voorzorg schendt.
Juridische commentatoren (Just Security) wijzen erop dat wederrechtelijke represailles – die niet vallen binnen het recht op zelfverdediging – verboden zijn en dat Israël en de VS mogelijk niet voldeden aan de criteria noodzaak en proportionaliteit.
5. Hezbollah en de Libanese grens
a. Dagelijkse aanvallen sinds oktober 2023
Israël voert regelmatig luchtaanvallen uit op Hezbollah‑doelen in Zuid‑Libanon, als vergelding voor raketaanvallen of ter afschrikking. In juni 2024 voerde Israël een pageraanval uit op een konvooi in Zuid‑Libanon, waarbij ook burgers omkwamen.
b. Kritiek
Veel internationale waarnemers spreken van overschrijding van het proportionaliteitsbeginsel, zeker wanneer aanvallen in dichtbevolkte gebieden plaatsvinden. Hezbollah zelf is erkend als een terroristische organisatie door o.a. de VS en EU, maar Libanon is niet in oorlog met Israël, dus de juridische basis voor langdurige militaire acties is wankel.
Conclusie
Israël’s beleid ten aanzien van Iran en Hezbollah is verweven met regionale spanningen, maar juridisch en moreel omstreden. Zolang er geen directe dreiging of formele oorlogsverklaring is, gelden deze acties volgens velen als:
Schending van het internationaal recht (VN-Handvest)
Ondergraving van de internationale rechtsorde
Escalatie van conflicten buiten bestaande mandaten
Internationaalrechtelijke status: In het internationaal recht is preventieve zelfverdediging alleen toegestaan als er sprake is van een onmiddellijke dreiging (“necessity and proportionality”). In dit geval betwisten veel juristen of dat zo was.
Een overlevingskunstenaar aan de verkeerde kant van het verleden.
Fragment nummer 2 uit van de brievenroman: De Liefdesbrigade
Lieve Gertrud,
Na onze eerdere brieven, die me op een dieper niveau hebben geraakt dan ik had voorzien, merk ik dat mijn aandacht – misschien zelfs mijn waakzaamheid – is blijven hangen bij bepaalde historische figuren. In de context van onze gesprekken en jouw werk, kwam ik onlangs de naam tegen van iemand die ik nog niet kende: Hans-Ulrich Rudel.
Drie verschillende uitgaven van Mein Kriegstagebuch, het oorlogsdagboek van Hans-Ulrich Rudel, dat nog altijd populair is in ultra-rechtse kringen. Het geldt als lectuur onder deze hedendaagse populistische en neo-fascistische bewegingen om de verkeerde redenen. Onder hen wordt Rudel helaas als een cultheld beschouwd. Zij menen in zijn militarisme en onbuigzaamheid een ‘voorbeeld’ te zien. Het zou mooi zijn indien er een biografie verscheen die leesbaar was voor historisch geïnteresseerden die niet gecharmeerd zijn van autoritaire ideologieën maar zuiver het verhaal van het veelbewogen leven van Rudel als een historisch verslag willen overzien.
Gezien je historische kennis en je professionele inzet bij het blootleggen van hedendaagse extremistische netwerken, ga ik ervan uit dat deze naam je bekend is. Toch wil ik hem graag met je bespreken, misschien juist omdat ik benieuwd ben naar jouw blik, die steeds zo zorgvuldig en genuanceerd is.
Zoals je wellicht weet, was Rudel een van de meest onderscheiden soldaten van het Derde Rijk; door Hitler persoonlijk zelfs geëerd met het enige bestaande exemplaar van het Gouden Ridderkruis met Eikenloof, Zwaarden en Briljanten. Hij vloog duizenden missies, vernietigde honderden Sovjettanks, en werd ondanks zware verwondingen telkens weer ingezet. Zijn militaire dossier leest als een bizarre heldenepiek, waarin uithoudingsvermogen, fanatisme en loyaliteit op een griezelige manier samenkomen.
Wat me echter vooral trof – en waarover ik graag jouw visie zou horen – is Rudels rol ná de oorlog. Zijn onverbloemde nationaal-socialistische overtuigingen, zijn contacten met andere oud-nazi’s in Latijns-Amerika, en zijn publicaties waarin hij de nazi-ideologie geen strobreed in de weg legde, maken hem tot een van de beruchtste representanten van het naoorlogse revanchisme.
Zijn oorlogsdagboek, Mein Kriegstagebuch, is in sommige kringen haast een cultboek geworden. Het is opmerkelijk hoe open hij daarin spreekt, niet alleen over zijn militaire successen, maar ook over zijn ideologische overtuiging, die hij na de oorlog nauwelijks heeft afgezworen. Dat maakt het tot een beklemmend document: een combinatie van frontverslag, heldenverering en onverholen apologetiek.
Een stripalbum waarin Rudel wordt opgevoerd als een held van de tegenpartij.
Wat me bezig blijft houden – en ik zeg dit met de voorzichtigheid die onze briefwisseling inmiddels kenmerkt – is hoe deze figuren een zekere aantrekkingskracht blijven uitoefenen op mensen. Niet vanwege hun moorddadige ideeën, hoop ik, maar vanwege het aura van ‘kracht’, ‘trouw’ of ‘prestatie’ dat hen wordt toegeschreven. Hoe zie jij dat? Hoe duid je zo’n fascinatie in het licht van je werk?
Ik schrijf je dit niet vanuit sensatiezucht, maar uit een oprechte behoefte om te begrijpen hoe zulke verhalen blijven circuleren. En misschien ook om te toetsen waar bij jou de grenzen liggen tussen onderzoek, interesse, en morele afschuw; grenzen die jij eerder zo helder hebt kunnen markeren, en waarvan ik hoop dat je me opnieuw iets wilt uitleggen.
Met mijn warme groet, en in verbondenheid, Onno van Dorreland
Lieve Onno,
Wat een merkwaardig toeval; of misschien moet ik zeggen: wat een onvermijdelijkheid in het grote archief dat onze herinneringen blijken te zijn. Want ja, ik ken hem, die Hans-Ulrich Rudel. En ik moet je bekennen dat ik mij, na jouw verwijzing, opnieuw in zijn levensloop heb verdiept. Dat wil zeggen: ik heb mij laten onderdompelen in wat gerust een mengeling van walging en bewondering genoemd mag worden.
Van eenvoudig Fahnenjunker (heerlijk, die barokke Duitse rangaanduidingen die ergens tussen opera en kazerne in hangen) tot succesvol Stukadoor. Je begrijpt mijn woordspeling, want hij was natuurlijk die gevreesde Stuka-piloot, specialist in het ‘pleisteren’ van Sovjettanks met bommen. En na een obligaat ‘Wir haben es nicht gewusst’ krijgsgevangene gespeeld te hebben — zijn militaire carrière eindigend met letterlijk geknakte vleugels want hij werd mank — bleef hij figuurlijk met zijn hoofd in de wolken, in de ideologische contreien van Argentinië.
Een man dus, die duidelijk zijn verdiende straf is ontlopen. Of beter gezegd: hem handig ontweken heeft, met een flair die ik met tegenzin als geniaal moet typeren. Ik denk dat zijn grote intelligentie hem meermaals uit penibele situaties heeft gered. Hij moet een listige piloot zijn geweest met een groot strategisch overzicht, een mensenkenner in zijn omgang met Hitler (die hij kennelijk met een zekere intimiteit ontmoette), een indrukwekkende, slinkse overste in zijn contact met de geallieerden, en een taaie overlever toen hij besloot te emigreren naar oorden waar de morele temperatuur milder was voor lieden van zijn soort.
Hij bleef zijn principes trouw, maar het waren niet de meest gezonde principes. Hij was, kortom, een rotzak die op onverklaarbare wijze respect afdwong. Al deze woorden zijn van mij. Wat mij nu intrigeert: is er ooit een fatsoenlijke biografie aan hem gewijd? Iemand die hem niet als held, maar als symptoom heeft durven beschrijven? Jij vraagt je dit ook af dus ik zal er verder onderzoek naar doen.
Ik steek niet graag de loftrompet af over iemand die tot het tegenkamp behoort, maar ik geloof dat ik moet constateren — met al mijn afkeer paraat — dat hij zonder meer de ‘beste’ soldaat was die de Tweede Wereldoorlog heeft voortgebracht. In de zin van: effectief, trouw, meedogenloos, onaantastbaar en ideologisch consistent tot in het graf. Het is een akelige gedachte. Maar de waarheid is zelden zacht.
Hartelijks, Gertrud Wiesenthal
De neiging om Rudel als een held neer te zetten, ook aan geallieerde zijde, is groot; een neiging die zelden stil lijkt te staan bij zijn onverminderde trouw aan het nazisme.
Dat Rudel, een overtuigde nazi tot ver na de oorlog, nog steeds als luchtvaartheld wordt gevierd — ook door zijn voormalige tegenstanders — zegt meer over onze fascinatie voor moed dan over ons historisch besef.
De heldenstatus die Rudel ten deel valt, zelfs buiten nazi-gezinde kringen, roept vragen op over de scheiding die men meent te kunnen maken tussen technische bekwaamheid en moreel failliet.
Maar probeer dat niet aan ‘hun’ verstand te brengen.
Zeggen dat horoscopen fabels zijn, is volgens Tessa Sparreboom* een saaie en suffe bewering. Het zou niet mogelijk mogen zijn om zo gruwelijk voorspelbaar te reageren. De mededelingen die we horen over verbanden tussen menselijke eigenschappen en de stand van de planeten mogen volgens haar nooit een excuus zijn om je doodsaai aan de ratio vast te klampen en een arrogant showtje mansplaning ten toon te spreiden vol cynisch commentaar over een tijdverdrijf waartoe vrouwen zich, volgens haar, vooral wenden om mannen op de kast te jagen. Dat gestrekte been moeten we die vrouwen gewoon even gunnen. Het is nu eenmaal fantastisch om rationalisten tot gekte te drijven.
Let wel, IK maak dat onderscheid niet tussen mannen en vrouwen als het om de vraag gaat wie zich het meest voelt aangetrokken tot astrologie. Kan er daarbij werkelijk een onderscheid worden gemaakt tussen de seksen? Is sterrenwichelarij echt vooral populair onder jonge, hoogopgeleide dames, of zijn we daar ook al in het domein beland van het doen van beweringen zonder met bewijzen te komen? Het maakt mij niet veel uit. Mevrouw Sparrenboom schreef een vermakelijk stukje en ik vermoed dat zij ‘advocaat van de duivel’ speelde met hetzelfde soort van satanisch genoegen dat zij de horoscoopadepten toeschrijft.
Heeft ze mij op de kast weten te jagen? Nee, daarvoor schrijft ze te leuk en te goed. Maar ik werd wel aan een tijd herinnerd waarin ik me kennelijk gedroeg als het soort van man – een maagd nota bene – dat horoscopen als sprookjes uit de oertijd bestempelde en dat standpunt graag onder iemands neus wilde wrijven. Ik heb het over een periode waarin ik er zo fel in zat dat mijn relatie er zelfs door op de klippen is gelopen. Sta mij toe dat ik hierover uitwijd. Misschien zijn we nu in de rubriek ‘De liefde van toen’ beland maar ik geloof dat deze casus exemplarisch is en misschien iets kan ‘uitlichten’.
Op het eerste verjaardagsfeestje van mijn verse geliefde gedroeg ik mij voorbeeldig. Er waren twee redenen. Eén: ik raakte geïntimideerd door de vele onbekenden, waarover ik veel goeds had gehoord. En Twee: ik wilde een fantastische indruk achterlaten. Op het volgende partijtje was ik minder voorkomend. Ons extra jaar samen had mij geleerd dat al die intimi van haar inderdaad heel innemend waren, maar dat velen van hen, net als zij, in astrologie geloofden. Zo ontving ze bijvoorbeeld drie cadeaus die verband hielden met haar bestaan als steenbok.
Verder was er een familielid dat met een amulet aankwam dat speciaal voor haar was ingestraald. Van een vriendin uit haar studententijd kreeg ze een tegoedbon voor een sessie bij een handlezeres. Al met al bevond ik mij in een gezelschap van goedgelovigen, om het eufemistisch te zeggen. Net als in het voorgaande jaar werd er meer beweerd dan bewezen. Ditmaal voelde ik een lichte weerstand.
Deze nam de vorm aan van regelrechte irritatie toen men informeerde naar mijn sterrenbeeld en ascendant. Ik had graag geclaimd dat ik dat niet wist, maar dat zou een leugen zijn. Een mens komt in zijn leven veel amateur-astrologen tegen (het pleonasme bedoel ik ironisch) die aan de hand van je sterrenbeeld bewijzen wie je bent. Omdat je niet altijd een spelbreker wilt zijn, noem je je geboortedatum en het uur van baring en hop, daar schuift de la vol platitudes voor je open.
Soms onderga ik lariekoek gelaten en is het me genoeg dat de aandacht in ieder geval naar mij uitgaat. Eén goed en één belachelijk onderwerp, wat maakt het uit, je streept ze als het ware tegen elkaar weg en neemt nog een wijntje. Ditmaal werd er echter beweerd – door iemand met een heel bijzonder plekje in het hart van mijn vriendin – dat een steenbok en een maagd niet samengaan. Andere aanwezigen bevestigden dat zo’n relatie een enorme uitdaging is. Eén iemand gooide de astrologische handdoek voor mij helemaal in de ring. Welke relatie met welk ander sterrenbeeld dan ook scheen gedoemd te mislukken. Maagden konden eigenlijk alleen maar met zichzelf leven. Helaas was er geen virgo voorradig om mijn positie te verdedigen.
Ik vond het toen tijd worden om voor mezelf te pleiten en een kleine maar astronomische uitleg te verstrekken omtrent de astrologie. Zonder degelijke voorbereiding, eerder gebruikte argumenten, getuigen à charge of bewijsstukken stond mij eigenlijk alleen een net met walnoten ter beschikking, dat in de fruitschaal voor me lag. Je wilt toehoorders die aantoonbaar ongevoelig zijn voor logisch redeneren iets tastbaars geven, laten we zeggen: iets waarover ze – ‘no pun intended’ – hun hersens kunnen kraken.
Met de walnoten trachtte ik een sterrenhemel tot leven te wekken. Of, om precies te zijn – want het heelal is onmetelijk – zo ongeveer dat gedeelte van het universum dat de sterren omvat waaruit het teken virgo is opgebouwd. Uit hoeveel sterren bestaat dit teken van de dierenriem? Dat wist ik niet en niemand kon het me vertellen, maar laten we zeggen, zo begon ik mijn betoog, dat dit er negen zijn.
Ik legde de eerste walnoot voor mij op de grond. De tweede virgozon gaf ik in handen van degene die het verst van mij vandaan zat. De derde ging naar een denkbeeldig iemand die buiten aan de overkant van het westerdok stond (ik bevond mij in Amsterdam met mijn gezicht naar het westen), de vierde naar een plek in Halfweg, de vijfde behoorde Haarlem toe en de volgende noten nog veel verdere oorden. Eén zon – in mijn tot aardse proporties teruggebrachte overzicht – liet zijn vuren vanuit Engeland vlammen.
Het ging er niet om dat de sterren zich in werkelijkheid op exact die afstanden bevonden, wel dat ze ver van elkaar waren verwijderd en dat alleen wij aardbewoners ze in die speciale constellatie bij elkaar zagen, omdat we er vanaf een specifiek punt in de ruimte naar keken. Mijn conclusie: hoe kunnen sterren die duizenden lichtjaren van elkaar vandaan staan samen een geheel vormen en invloed uitoefenen op onze karakters? Een ruimtereiziger die vanaf een hele andere kant in het heelal naar die lichten keek, zou in de verste verte geen verband ontwaren. Geloven dat er een connectie bestond had eerder iets doms dan diepzinnigs. Het was het gevolg van een eenzijdige en benepen manier van kijken. Laten we zeggen een kokervisie, maar helaas niet door de reflector van een krachtige telescoop.
Ik meende dat ik dit zeer inzichtelijk had uitgelegd. De betweter in mij kan soms verdwijnen in een monoloog totdat ik de bittere conclusie van mijn exegese heb bereikt. Toen ik ontwaakte uit de geldigheid van mijn gelijk was het doodstil geworden. Alsof ik mij had losgemaakt van het ruimteschip aarde en ergens in de onmetelijke ruimte zweefde.
*Citaat uit de column ‘De dametjes en hun horoscoopjes’ door Tessa Sparreboom
Was dat even een vreemde gewaarwording, afgelopen woensdag: vier mannen die het op nationale radio over hun sterrenbeeld hadden. „Ik ben een ram”, zei presentator Carl-Johan de Zwart smalend. „Ik een stier”, vulde zijn gast David Cocheret aan. Slecht nieuws: zulke koppige tekens zijn nooit te overtuigen, dus ook niet van de waarde van de astrologie.
De andere twee mannen in de uitzending: verslaggever Thomas Schuurman en astronoom Rob van Gent. Inderdaad: in een radio-item over astrologie komt geen astroloog aan het woord, maar alleen een sterrenkundige die vertelt dat hij ‘wetenschappelijk’ natuurlijk niet in horoscopen gelooft. Lekker boeiend. Vertel maar eens in welk huis Mercurius bij jou staat, Rob, dan praten we verder.
Astrologie schijnt vooral populair te zijn onder jonge, hoogopgeleide vrouwen. Een vriendin van mij met verstand van zaken vertelde me laatst dat ze er in gesprekken niet meer over begint, omdat de meeste mensen – vooral mannen – er net als bovenstaande exemplaren zo gruwelijk voorspelbaar op reageren. Een vriend van haar raakt geïrriteerd zodra ze iets over zijn sterrenbeeld beweert. „Hij is een maagd. Maagden geloven zelden in astrologie, dus dat klopt wel.”
Het drijft mannen tot gekte: mogen de dames eindelijk in de collegezalen plaatsnemen, niet eens meer achter een gordijntje, kiezen ze er alsnog voor om in zoiets onwetenschappelijks als astrologie te geloven. Waarom toch?
Aan: Woningbouwvereniging Mooiland T.a.v. het Bestuur Postbus 140 5360 AC Grave
Datum: 24 mei 2025
Betreft: Verzoek medewerking splitsing en mogelijke verkoop woning ████████████ te Dieren
Geacht bestuur,
Zoals bekend, bent u voornemens om bovengenoemd woonblok te verkopen. Naar mijn begrip bevindt u zich momenteel in de fase waarin het complex eerst wordt aangeboden aan collega-woningcorporaties (voorkeursrechtregeling, corporatiepact), voordat aan individuele huurders wordt gevraagd het pand al dan niet over te nemen.
Met deze brief wil ik u informeren over mijn situatie en een verzoek aan u voorleggen.
Mijn woning maakt deel uit van het complex, maar wijkt qua bouw en uitstraling duidelijk af van het hoofdgebouw. Het betreft een zogenaamde ‘aanleunbungalow’ die zelfstandig kan functioneren als aparte wooneenheid.
Gezien het feit dat ik het gehele complex niet kan of wil kopen, wil ik u vragen of u bereid bent mee te werken aan een formele splitsing van mijn woning, zodat deze juridisch als een apart appartementsrecht kan worden gesplitst en verkocht.
Ik verzoek u vriendelijk mij toestemming te verlenen om een aanvraag voor een splitsingsvergunning in te dienen bij de gemeente Rheden. Dit onderzoek zal duidelijk maken of de woning in kwestie als zelfstandig appartementsrecht kan worden geregistreerd.
Daarnaast zou ik graag vernemen of u, als eigenaar en verhuurder, openstaat voor verkoop van de afgesplitste woning aan mij, zodra deze gesplitst en juridisch zelfstandig is.
Ik stel het zeer op prijs als u deze mogelijkheden met mij wilt bespreken en ben graag bereid tot overleg.
Verder wil ik aangeven dat ik het Sociaal Plan dat u aan de huurders heeft aangeboden waardeer, en dat ik mij bewust ben van de faciliteiten die huurders hierbij krijgen.
Ik zie uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
Ronald van Noorden
Beste Ronald,
Je hebt gelijk dat wij, voordat we een openbare aanbieding kunnen doen, de woningen eerst te koop moeten aanbieden aan zittende huurders. Het betreft echter een aanbiedingsplicht en geen verkoopplicht. Mooiland kan de wens van de huurder om de eigen woning te kopen, afwijzen als daar een goede motivatie voor is.
In dit concrete geval zijn wij van mening dat wij daarvoor een goede motivatie hebben. Verkoop van dit appartement aan jou zou betekenen dat er een VvE moet worden opgericht. Het oprichten van een VvE voor 1 (of enkele) huurders staat niet in verhouding tot de substantiële kosten die daarmee gemoeid zijn.
Bovendien zou dit de kans op een geslaagde openbare verkoopaanbieding ernstig kunnen belemmeren doordat de nieuwe eigenaar van de overige appartementsrechten gehinderd wordt in diens beoogde nieuwe invulling van het pand. Een alternatieve invulling zoals bijvoorbeeld begeleid wonen door een maatschappelijke organisatie wordt hierdoor bijvoorbeeld onmogelijk gemaakt.
Dit betekent dat wij op voorhand al aan kunnen melden dat wij geen medewerking verlenen aan de splitsing en verkoop van jouw woning.
Met vriendelijke groet,
Robine ██████████ Officemanager Aan- en Verkoop o.g., VvE Beheer en BOG, MOG en ZOG
Beste Robine ██████████,
Dank voor uw reactie en de toelichting op uw standpunt. U legt helder uit waarom Mooiland in dit geval geen gevolg kan geven aan mijn voorstel.
Ik begrijp de overwegingen die u hierbij maakt, met name de organisatorische en financiële implicaties van het oprichten van een VvE en de mogelijke belemmeringen voor toekomstige plannen met het pand.
Met uw toelichting is voor mij duidelijk dat Mooiland op voorhand geen medewerking zal verlenen aan splitsing en verkoop van mijn woning. Duidelijkheid is ook wat waard. Nogmaals mijn dank hiervoor.
De lange armen van het wellness verwenningscircuit.
Ik heb nooit een ‘experience’ in het wellness-circus omdat ik mij nooit overgeef aan dat soort dure en tamelijk idiote grappen. Daarom vind ik het heerlijk om naar ‘ervaringsdeskundigen’ te luisteren die zich wel in dit circuit wagen. Gelukkig ken ik er twee die er eenzelfde cynische grondhouding op na houden als het om spirituele behandelingen gaat, MAAR die NIET – zoals ik – de verleiding kunnen weerstaan om zich toch af en toe esoterisch te laten vertroetelen. De lezer weet ook wie zij zijn: ze heten Aaf en Lies en ze ‘lossen het wel weer op’, aldus de naam van hun podcast. De oplossing die ze mij, in dit geval, bieden, is dat ze me een inkijkje verschaffen in een wereld die ik, zoals gezegd, zelf heb buitengesloten.
Lies bevond zich voor opnamen van de serie Gooise Vrouwen in Luxemburg. Natuurlijk zit je dan als actrice in een ‘fully catered’ hotel. Ze had een inspannende opnamedag achter de rug, dus ze dacht: kom, ik boek een ayurvedische massage ‘met nadruk op energetisch evenwicht’, zoals de reclame in de lounge vermeldde. Dan mag je op een aangenaam verwarmde tafel gaan liggen met een papieren broek aan en je hoofd in een donut, terwijl er op de achtergrond rustgevende muziek van dolfijngeluiden en klankschalen klinkt. Zo’n ayurvedische behandeling ‘is met hele lange lijnen’, begrijp ik nu; de handen van de masseuse strekten zich uit in uiterste richtingen. Het gaf Lies het gevoel dat ze heel erg lang was. Daar zou ik, met mijn één meter achtenzestig, vast ook baat bij hebben, bedacht ik me.
“Y a-t-il des zones où vous ne souhaitez pas être touchée? ” had de masseuse voorafgaand gevraagd. Omdat Lies ervan uitging dat haar ‘yoni’ vanzelfsprekend zou worden ontzien, gaf ze geen specifieke plekken aan, waar de uitgestrekte handen niet welkom waren. Ook weer nieuw voor mij: ayurvedische massage is niet met olieën, wel met drukpunten. De masseuse maakte regelmatig haar handen warm en legde die op zo’n speciaal ‘aandachtsplekje’ waarvan het lichaam er talloze blijkt te hebben. “Tournez vous” beval ze vriendelijk, nadat al het tastbare aan de achterkant was veraangenaamd en afgevinkt. Er werd alweer gepaste discretie in acht genomen want de handdoek ging tijdens het tourneren meteen op haar ‘heilige bron’ (zoals de letterlijke vertaling van yoni uit het Sanskriet luidt).
De luisteraar kon intussen gerust zijn: de therapie – want dat was het – leek keurig begrensd. We bevonden ons tenslotte in een decor van gepolijste luxe. Je kent ze wel, die zelfstandige ondernemers in de wellnessbranche die zich als freelance specialisten in een hotel hebben ingekocht, en hun diensten, tot wederzijds voordeel, aan het imago van het etablissement verbinden. Een slimme wisselwerking: het hotel breidt zijn service uit zonder personeel aan te hoeven nemen, en de masseuse lift mee op het aura van comfort. Ze voegt persoonlijke service op maat toe aan het bestaande aanbod van egoverwennerijen. Dat mag wat kosten, maar het zal de gast aan niets ontbreken. Het is te zeggen: tot op zekere hoogte. Want zo’n hotel was ditniet. Voor verlangens die het tactiele overstegen, moest men zich wenden tot de geneugten van de stad.
Lies was allang blij. En wij als podcastluisteraars ook. Het werd ons weer eens duidelijk dat zij een begenadigd vertelster is, die het een en ander begrijpt van de opbouw van een goed verhaal. Ze besefte net iets te laat dat het misschien toch verstandig was geweest om grenzen te stellen aan haar aanraakbaarheid. De warme handen met hun enorme bereik gingen haar iets te vaak naar ‘het bovengedeelte van de romp’, inclusief ‘de tepelzone’. Dat had ze nog nooit meegemaakt. Lag ze daar in haar papieren broekje. Je zou het best ayurvedisch kunnen uitleggen, maar niettemin ontstond er een ‘awkward’ situatie. “Want ja, het lichaam reageert toch.” Er kwam een stukje erotiek om de hoek kijken waarmee ze geen rekening had gehouden. Het was een hele inspannende opnamedag geweest. “Je begrijpt dat als zo’n masseuse dan hele lange lijnen gaat maken…”
Wie deze navertelling niet leuk genoeg vindt – ik heb daar begrip voor – adviseer ik naar de podcastaflevering zelf te luisteren. Die speciale aandacht van ons, hebben de dames echt verdiend.
Een stap te ver van een meeliftende, empathisch geïnfecteerde reisparasiet op Polarsteps?
Wat een reis! Ik heb genoten van elke bocht in het parcours en elke pleisterplaats. Van de stille ochtenden in Umbrië tot de levendige plekken aan de kust. Van de Adriatische zeelucht tot de Tyrreense zonsondergangen en alle onderkomens daartussen. Het vloeibare licht, de espresso en de sprankelende wijnen, de heuvels, de groengele citrusgloed van de middag…ik draag ze mee in m’n rugzak vol herinneringen. We hadden geen betere route kunnen kiezen. De wagen heeft het goed gehouden, maar wat wil je: mijn bijrijders deden het fantastisch. Ik zou het zó weer doen.
“Ho, stop” grijpt de – altijd over mijn rug meelezende – psychiatrische verkeersleidster plotseling in: “Het tonen van actieve betrokkenheid en inlevingsvermogen heeft een problematisch kantje gekregen. Nu moet je uitstappen, of liever: uittreden!”.
Deze goedbedoelende behandelaar zegt dat het goed is om mee te leven, maar dat ik me de reis iets te veel heb eigen gemaakt. Ik noem het ‘betrokkenheid’, zij noemt het ‘dissociatie’. Ik schijn deze vakantie enorm geïnternaliseerd te hebben (om even een andere term uit haar therapeutenidioom te gebruiken), dus raadt ze me aan om nu discreet afstand te nemen. “Dat zou ook prettiger zijn voor de familieleden”, schat ze in. Er zit een grens tussen empathie en identiteitsvervaging en daar ben ik kennelijk overheen gereden in mijn comfortabele ‘bolide’, zoals ik die prachtige vierwieler – ook niet voor niets! – steeds aanduidde.
“Zullen we het in stapjes doen?”, stelt ze voor. De ‘incorporatie’ van deze reis zelf ging in fasen, dus ook het ‘uit deze illusie stappen’ mag geleidelijk. Vanmorgen stond ik met haar voor de spiegel en leerde ik ‘arrivederci’ zeggen. Daarna hebben we een denkbeeldige tent opgezet. Ik kampeer vanavond alleen op een trekkersveldje in de schaduw van de scheve toren van Pisa, terwijl mijn zus en mijn zwager in hun BMW naar huis zoeven. De behandeling is inmiddels geïntensiveerd en wordt waarschijnlijk opgeschaald tot het niveau van toen ik 40 jaar geleden in therapie ging. (Over met geld smijten gesproken!)
Zeg nu zelf lezer: heb ik mij te zeer vereenzelvigd, mij verloren in andermans ervaringen, mij geïdentificeerd met iets dat niet van mij was? Spreken wij hier inderdaad van ‘psychische projectie’, ‘interne corporatie van andermans beleving’? Ben ik verworden tot een reisparasiet? Bedrijf ik zielstoerisme? Heb ik mij genesteld in andermans hotelslofjes en (steeds strakker zittende) bikini? Boekte ik een mentale vakantie op andersmans kosten?
Of was ik gewoon een grappige broer met een opmerkelijk schrijftalent?
De herinnering aan rampen heeft een lange halveringstijd.
The GreenXtreme – Hoofdstuk 11
Ik woonde eind jaren tachtig in een studentenhuis in Maastricht. Daar hadden we vaak buitenlandse studenten op bezoek als tijdelijke onderhuurders ivm uitwisselingsprojecten. Ooit waren de logés twee dames uit de Oekraïne. Ze zaten op de universiteit van Kiev en volgden in ons land een economisch semester. Een jongen die naast mij woonde studeerde iets technisch op hbo niveau. Hij beschikte over een stralingsdetector, of laten we zeggen: hij maakte mij en de rest van het huis wijs dat het een heuse geigerteller was. Ik weet nog steeds niet of hij ons voor de gek hield maar het ding maakte het bekende ratelgeluid van oplopende klikjes als hij in de buurt van onze gasten kwam of van hun spullen. Niet iedereen kon daarom lachen.
De Tsjernobylexplosie is een van de meest apocalyptische technologische ongelukken aller tijden. Ze werd veroorzaakt door slechte ontwerpkeuzes en incorrecte besturing. Deze ramp toont aan hoezeer dingen kunnen misgaan als ingenieurs fouten maken.
In feite veroorzaakten drie fouten samen de Tsjernobylexplosie. De eerste fout was de manier waarop de ingenieurs water gebruikten in de reactor. Ze hadden water nodig om stoom te vormen, want stoom is het medium dat de warmte-energie van de reactor opneemt en elektriciteit genereert via een stoomturbine. Het probleem is dat vloeibaar water veel beter neutronen absorbeert dan stoom. Als de operators de reactor afkoelen, bevat de kern vooral water. Als ze de reactor dan onjuist opwarmen en het water snel in stoomfase schiet, kan een energiepiek volgen. De snelle omzetting van water naar stoom veroorzaakt een snelle toename van het aantal neutronen: een positief terugkoppelingsproces.
De tweede fout betrof het ontwerp van de regelstaven. Een regelstaaf wordt geacht neutronen te absorberen, maar de punten van de Tsjernobylregelstaven waren van grafiet. Toen de regelstaven de reactor ingingen, verdreven ze daarom het water, wat leidde tot een volgende energiepiek.
Ten derde had de Tsjernobylreactor geen beschermende behuizing, dus toen de explosie zich voordeed, was er niets wat de vervuiling opving.
Het ongeluk verliep als volgt: op 26 april 1986 koelden de operators de kern onjuist af. Toen ze weer opstartten, schoot het water in stoomfase en ontstond een energiepiek. De regelstaven werden ingevoerd, waarbij de grafietpunten een tweede, rampzalige energiepiek veroorzaakten. De brandstofstaven barstten en de regelstaven zaten klem. Een stoomexplosie blies de kern open, waardoor zuurstof binnenstroomde en een brand ontstond, die nucleair materiaal de lucht in pompte. Een tweede explosie – waarschijnlijk een kleine nucleaire ontploffing door de fusie van smeltende brandstof – vergrootte de hoeveelheid vrijkomend nucleair materiaal.
Je kunt nu citytrips naar Pripjat maken. Ook de rest van het rampgebied is een toeristische trekpleister geworden.
Miljoenen hectares land werden besmet met gevaarlijke niveaus radioactieve neerslag en vrijwel heel Europa kreeg te maken met fall-out. De ontwerpbeslissingen van een paar ingenieurs en de operationele fouten van een paar operators troffen miljoenen mensen. In de discussie over eventuele herintroductie van kernenergiecentrales in Nederland is het goed om te beseffen dat fouten zoals boven omschreven natuurlijk nooit meer gemaakt worden.
De dames die bij ons logeerden werden geboren op zo’n 95 km van de plek van de ramp. Ze bezochten ons drie jaar na die catastrofe. In 1986 maakte Tsjernobyl nog deel uit van de Sovjet-Unie, vlak bij de grens met Wit-Rusland. De omgeving van Tsjernobyl en de dichstbijzijnde stad Pripjat zijn na de ramp afgesloten vanwege de hoge radioactiviteit.
Doordat er geen mensen meer wonen, heeft de natuur vrij spel. Zo is de omgeving een waar natuurgebied geworden, waar allerlei bijzondere flora en fauna te vinden is. Het zou cynisch zijn om dit laatste feit als argument te gebruiken voor de herinvoering van atoomenergie. Zo van: als het fout gaat houd je in ieder geval een prachtig, van mensen verstookt, gebied over. Ik zal dit nooit hardop zeggen.
En dan was er nog Fukushima
Misschien is het goed om nog even stil te staan bij wat er precies gebeurde tijdens de tsunami van 2011 in Japan. De onverdunde waarheid, zeg maar. De Fukushimareactoren waren aardbevingsbestendig ontworpen. Toen voor de kust van Japan een zeebeving plaatsvond met een kracht van 9,0 stopten de reactoren onmiddellijk door automatisch de regelstaven te laten zakken. De reactorgebouwen waren niet beschadigd.
Alles leek oké. De beving sloot de centrale wel af van het stroomnet, maar er waren meerdere back-upsystemen, waaronder accu’s, dieselgeneratoren en noodkoelingssystemen, die geen externe energie nodig hadden. De ingenieurs hadden zelfs rekening gehouden met een tsunami, door een beschermende dijk rond de centrale te bouwen.
Ze hadden echter geen rekening gehouden met een tsunami van 15 meter hoog en de gevolgen die deze kon hebben. Ze rekenden op een tsunami van hooguit 10 meter. De dieselgeneratoren, de accu’s, de verdeelkast en de brandstoftanks bevonden zich allemaal in de kelder van de centrale, en de 15 meter hoge tsunami vernielde deze noodstroomvoorziening. De accu’s vielen uit en de dieselgeneratoren stonden onder water, net als de verdeelkast, zodat het onmogelijk was om eenvoudig nieuwe externe energiebronnen in te pluggen. Omdat een gesloten klep niet open wilde, faalde bij Unit 1 het noodkoelsysteem, dat zonder stroom zou moeten werken.
Als de ingenieurs bedacht waren geweest op een 15 meter hoge tsunami, zou de zaak in Fukushima heel anders zijn gelopen, maar vanwege een atypische natuurramp waren alle denkbare back-upsystemen op slag nutteloos.
Ok, soms doen ingenieurs aannamen die onjuist blijken. Vaak wordt de zaak gecorrigeerd voor er echt iets misgaat. Dan doet de fout zich voor in een systeem waarin genoeg speling zit om die te compenseren. Of een back-upsysteem neemt de controle over. Zo nu en dan groeien kleine misvattingen uit tot catastrofes. Maar wetenschappers leren daar onmiddellijk van. Ik acht het onwaarschijnlijk dat de hierboven omschreven fouten nogmaals worden gemaakt.
Kernenergie, vriend of vijand?
Nieuws over rampen met kernenergiecentrales doet een pleidooi voor het heroverwegen van kernenergie als energiebron natuurlijk geen goed. Wat het consumentenvertrouwen sowieso niet helpt is, naast de ramp zelf, de uitleg die vaak wordt gegeven van de catastrofe en van kernenergie in het algemeen. Die blijkt vaak niet correct.
Ik durf te beweren dat iedere ramp met een kerncentrale, reactors van de toekomst veiliger maakt. Althans, wat techniek en voorzorgmaatregelen betreft. Waarmee ik mij niet voor herinvoering van kernenergie uitspreek. Het probleem is dat we meer energie nodig hebben dan andere duurzame bronnen op dit moment kunnen leveren.
Is lozen de oplossing?
De Japanse regering overwoog om meer dan 1 miljoen ton verontreinigd water van de Fukushima Daiichi kerncentrale in zee te lozen. Daarmee kwam ze in aanvaring met de locale vissers die beweerden dat deze maatregel hun toch al zwaar beschadigde bedrijfstak nog verder om zeep hielp. Lozing zou het moeizaam herwonnen consumentenvertrouwen opnieuw beschamen.
Milieugroepen waren ook tegen deze maatregel. Buurland Zuid Korea, dat vanaf de ramp in Maart 2011 de import van zeevangst uit de regio boycot, heeft herhaaldelijk haar bezorgdheid geuit.
De regering van Japan gaf al langer aan dat ze de meer dan 1000 tanks aan nucleair afvalwater in de Stille Oceaan kwijt wilde. Met deze beslissing kwam er een einde aan jaren van onderhandelen over wat er met het water moest gebeuren. Andere opties waren verdamping of de constructie van nog meer opslagtanken op andere plekken.
Het water werd indertijd gebruikt om drie beschadigde reactorkernen tegen smelten te behoeden. De hoeveelheid afvalwater steeg met 170 ton per dag want de verdunning van verontreinigd water ging noodgedwongen door. De druk om te besluiten wat er met het water moest gebeuren nam toe omdat de opslagruimte op het terrein van de kerncentrale tegen het einde van de zomer van 2022 ontoereikend werd.
Augustus 2023 begon Japan met het gecontroleerd lozen van het ALPS-behandelde water in de Stille Oceaan, na jarenlange voorbereiding, met IAEA-toezicht. Dit water is grondig gefilterd (met uitzondering van tritium) en sterk verdund, volgens internationale normen. De IAEA bevestigde in juli 2023 dat de lozing “consistent met internationale veiligheidseisen” is en dat de radiologische impact verwaarloosbaar is. Sindsdien zijn meerdere missies van de IAEA uitgevoerd, inclusief inspecties in oktober 2023 en april 2024. Zeewatermetingen tot november 2024 tonen geen verhoogde tritiumniveaus boven de detectiegrens, en alle waarden blijven ver onder WHO‑normen.
Binnenlandse vissersgroepen bleven zorgen uiten over imagoschade voor de visserij, ondanks garanties over veiligheid. China hief zijn ban op Japanse visproducten deels op in mei 2025, na technische gesprekken en erkenning van “substantieel veiligheidsvooruitgang”, maar handhaaft beperkingen voor producten uit tien prefecturen, waaronder Fukushima. Zuid-Korea handhaaft een boycot, maar werkt samen met IAEA‑monitoring en volgt wetenschappelijke adviezen.
Sinds augustus 2024 is er al ongeveer 62.400 ton water geloosd in acht rondes. Nu de lozing doorgaat, worden lege opslagtanks vanaf 2025 afgebroken om ruimte vrij te maken. De lozing gaat gestaag voort volgens plan, met voortdurende monitoring. Tegelijkertijd intensiveren internationale partijen (China, Zuid-Korea, Zwitserland) hun eigen bemonstering, samen met IAEA, om onafhankelijk te verifiëren dat de waterkwaliteit veilig blijft. China bereidt zich voor op gedeeltelijke hervatting van import uit Japan, afhankelijk van afronding van technische analyses en papierwerk.
Ik herhaal de vraag die ik in de kop van dit stukje stelde: is lozen de oplossing. In dit geval zeg ik: Misschien; als de herinniering aan Fukushima maar nooit verwatert en als we hiervan voor altijd hebben geleerd dus nooit meer zo’n zelfde fout maken.