Tribale sentimenten van saamhorigheid

In echte wijken maken bewoners elkaar van alles wijs.

“Jij weet dat natuurlijk wel hè,” vraag ik aan een oude schoolvriend, “dat Angerenstein als wijk alleen in de verbeelding bestaat?”
“Volgens de gemeente wel ja. Maar verbeelding is precies waar buurten groot van worden,” antwoordt hij luider dan nodig (ik vermoed omdat hij weet dat zijn vrouw, en met name haar boekenclubvriendin, meeluisteren in de kamer en suite).

Conversaties tussen gearriveerde babyboomers kunnen plaatsvinden in perfecte harmonie. De kans hierop is groter onder lotgenoten en/of zielsverwanten; dan gaat het om gelijkgestemden in uiterlijk, opvattingen en levensstijl. (Foto gegenereerd door AI)

Hij is ambtenaar in mijn nieuwe woonplaats. Door anciënniteit, leegloop en interne opleidingen werkt hij nu als Adjunct-directeur bij de afdeling Beleidsontwikkeling Wonen & Leefomgeving. We hebben samen (een jaartje) Chinese taal- en letterkunde gestudeerd in Maastricht. Daarna zijn we elkaar door verhuizingen en verschillen in levensstijl uit het oog verloren. Nu we weer bij elkaar in de buurt wonen, dacht ik: kom…

We zitten inmiddels met ons vieren in de serre van zijn prachtige jaren-twintighuis aan de rand van het park, dat met zijn vijvers en bronbeekjes het blauwgroene hart van de buurt vormt. In het bijzijn van de romanlezeressen laat hij zich graag nog wat uit over het thema werkelijkheid en fictie.

“Officieel hebben we geen wijk, inderdaad, maar een buurt; met zijn tabellen en gemiddelden. Wie denkt dat administratieve indeling de werkelijkheid bepaalt, gelooft waarschijnlijk ook dat een leefgemeenschap te vangen valt met meetinstrumenten, tevredenheidsenquêtes, checklisten en formulieren.”

“Zo werkt het niet natuurlijk”, val ik hem bij. “Neem de hoerenwijken waar ook ter wereld: nergens officieel erkend, nergens op stadskaarten te localiseren en toch weet iedereen waar ze zich bevinden en waar hij zijn geld in moet stoppen.”
Het blijft ongemakkelijk stil.
“Ik weet niet of die vergelijking opgaat”, reageert de vriendin van de gastvrouw tenslotte.

Ik lanceer het andere voorbeeld waarover ik heb nagedacht.
“Of dat Gallische dorpje dat we onderhand zo goed kennen; waar striphelden met wilde zwijnen, toverdrank en één gemeenschappelijke vijand meer teamgeest creëren dan een gemeente met een voorbeeldig gemeentebeleid. Het gaat om het wij-gevoel, de warme schoot van saamhorigheid. Wat werkelijk telt zijn de mooie sprookjes die men elkaar rond het kampvuur kan vertellen. Tegenwoordig is dat de barbecue.”

Ze blijken geen van drieën ooit een Asterix en Obelix te hebben gelezen.

Angerenstein mag dan een voetnoot zijn in het ambtelijke woordenboek, zo bedoelde ik te zeggen, voor zijn bewoners is het een ‘dorp-in-de-stad’, compleet met z’n eigen mythologie. Dat laatste vormt natuurlijk de grootste verbindingsfactor. De gemeente Arnhem kan nog zo driftig schikken en indelen, zodat Angerenstein als buurt te boek staat en niet als wijk, maar uiteindelijk is het niet de spreadsheet die eenheid schept. Het zijn de mensen die, wars van nomenclatuur, hun eigen aanduidingen met overtuiging blijven gebruiken en elkaar van alles wijs maken. De ambtenaar telt huizen; de bewoner vertelt verhalen. Dat laatste werkt beter.

Een verbindend verhaal hebben is alles, bedenk ik me, als ik weer buiten sta; maar dan moet het wel een pakkend verhaal zijn.

Lieuwe spreekt

Zonen die over hun dode vaders vertellen maken me huilerig op een bijna gênante manier.

Vandaag belandde ik bij toeval in een documentaire over de zoon van Theo van Gogh. Lieuwe is een jongen die in tegenstelling tot zijn vader eigenlijk niet in de belangstelling wil staan. Hij verzet zich daarom aanvankelijk tegen een interview dat de voormalige assistente van Theo met hem wil voeren. Voor haar besluit hij een uitzondering te maken; zij loopt tenslotte ook nog steeds met haar verdriet rond om de moord op een opmerkelijk man.

Gedurende een groot aantal dagen trekken zij samen op. Eigenlijk doet de voormalige assistente met Lieuwe precies hetzelfde als wat zij vroeger met Theo deed. Ze bezoeken dezelfde plaatsen. Ik vermeld de dingen die me vooral zijn bijgebleven in dit interview hier puntsgewijs.   

  1. Lieuwe heeft er lang aan gedacht om een kaartje naar de moordenaar van zijn vader te sturen in de gevangenis: ‘Kijk, ik leef een gelukkig leven terwijl jij aan het rotten bent in de gevangenis. Je zit een levenslange gevangenisstraf uit. De politieman die indertijd de keuze had om je dood te schieten of in je been, heeft een goede beslissing genomen. Jou doodschieten zou een gunst geweest zijn. Nu word je dagelijks gedwongen om na te denken over je daad.’ Zoiets. Het is er tot nu toe niet van gekomen om het kaartje te schrijven. Maar dat inwrijverige, jezus, hoe begrijp ik dat.
  2. Lieuwe ging boos naar bed op de laatste dag dat hij samen met zijn vader was. Daarover lijkt hij totaal geen spijt te hebben en dat zegt iets over de relatie die hij met zijn vader had. Hij lijkt te beseffen dat dit soort van kleine huiselijke conflicten geen invloed hadden op de overkoepelende liefde die de mannen voor elkaar voelden. Ze kibbelden wel vaker en ze hielden toch wel van elkaar. Herkenbaar.
  3. Lieuwe bezoekt een tatoeagestudio waar hij wel vaker een tatoeage heeft laten zeggen. Hij laat weten dat zijn vader tegen het zetten van zo’n tatoeage was.
  4. Wat me enorm ontroerde was de volgende uitspraak van Lieuwe: “Elke keer dat ik me scheer is het nog steeds zo dat ik een wond heb. Op die momenten denk ik: ik had een vader nodig.” Ok, hoe vaak scheert een man zich? Ik constateer dat hij nog iedere dag aan zijn vader denkt. 
  5. “[Ik mis] de zondagen samen als we films op tv keken. Zijn buik was een zachte poef waar ik mijn hoofd op kon leggen.” 
     

Voortuinen waardoor rivieren stromen

De grootheidswaan van een bronbeekbuurtje.

Ik ben hier pas komen wonen en verken mijn omgeving per strekkende meter. Intussen raadpleeg ik betrouwbare bronnen om te zien waar ik nu eigenlijk belandde. Wist je dat Wikipedia wonderwel zwijgt over Angerenstein als wijk? En de gemeente Arnhem doet er nog een schepje bovenop: volgens hun kaarten is dit slechts een buurt, keurig ondergebracht bij de wijk ‘Velperweg en omstreken’. Alsof ze een Rembrandt rubriceren in de categorie ‘diversen’. Maar ja, het zijn dus wel de officiële bronnen.

Kenmerkend voor park Angerenstein is de aanwezigheid van een netwerk van beken met verschillende watervallen en vijvers. […]. Ten noorden van Huis Angerenstein bevindt zich een bronvijver en enkele kwelplekken die mede de verschillende vijvers voeden. Hier bevindt zich tevens de bron van de Julianabeek. In 2005 hebben de bewoners van de Julianalaan deze beekloop ontdekt en in hun eigen voortuinen weer zichtbaar gemaakt. (Bron: Wikipedia)

Boeien! De bewoners zelf lachen om zoveel ambtelijke zuinigheid. Wie ik ook aanspreek, hij weet feilloos waar Angerenstein begint en eindigt; de harde grenzen van zijn leefgemeenschap liggen vast in stenen en stroompjes. Dit is de wijk van het wegsijpelende water (en van koophuizen waarvoor je geld als water moet hebben). Het stadhuis mag zijn statistieken koesteren, de straat weet beter. Waar je het hoort kabbelen, daar ligt Angerenstein. Het zal de gemiddelde Angerensteiner worst wezen of je het hier een wijk noemt of een buurt, als de positieve energie er maar blijft stromen; Panta rhei.

Ik zou een slechte buurtreporter zijn als ik de kwestie niet ook even voorlegde bij de man die langs het bronbeekje in zijn voortuin een steiger heeft gebouwd alsof er een sloep moet worden aangemeerd. De walkapitein legt toevallig de laatste hand aan zijn project als ik langsloop, dus ik grijp mijn kans.
“Meet men zich hier niet een al te grote broek aan als men de buurt een wijk blijft noemen?”
Overspoeld door een besluiteloze woede, kijkt hij mij glazig aan; alsof ik belletje heb getrokken en vergeten ben om weg te lopen. Het wordt tijd om mij stroomafwaarts te begeven.

Martin, de ecotopische parkambassadeur

Een visionaire vriend voor vogels van velerlei pluimage.

Als er per se een huis moet staan op een plek in een park waar beter bomen konden groeien, dan is Martin onze man. Hij lijkt me de meest geschikte persoon om dit gebouwtje in Angerenstein als bewoner en gids tolerabel te maken. Ik bedoel dit als een compliment. Als we dan toch een vertegenwoordiger van het groen naar dat onderkomen moeten afvaardigen (waarop overigens ook al horeca-exploitanten zaten te azen), is hij de beste gastheer die een voormalige forellenkwekerij zich maar kan wensen. Omdat hij bereid is om aan wie dan ook uitleg te verschaffen over alles dat met flora en fauna te maken heeft. En meer.

De flamboyante Martin was precies wat deze doos in het park kon gebruiken, zeker als we weten dat er op deze locatie ook al horeca-exploitanten en vastgoedinvesteerders zaten te azen. ‘Alcedo Atthis‘ is de wetenschappelijke naam voor de ijsvogel. Verder staat er onder de nok van de voorgevel: ‘Nunc fluens facit tempus‘. Dat betekent: Het stromende nu maakt de tijd. Dit correspondeert met een andere spreuk (zie verderop) die met eerbied in de bast van een boom rond Martins’ huis is gekerfd.

Hij doet me aan Jan Timman denken; de grote, wijze schaker die sprak met een zachte, ietwat bekakte stem. Dat rustgevende timbre klonk nooit overdreven of gekunsteld, maar paste gewoon bij zijn statuur en bij zijn gedistingeerdheid. De onderwerpen die deze Martin aansnijdt zijn interessanter dan welke gespekstof ook; Martin houdt van de hem omringende natuur. Hij praat bloemrijk over alles dat groeit en bloeit en hem altijd weer boeit.

Hij geeft toe dat hij deel uitmaakt van een biotoop en daarin als mens niet eens de primus inter pares is of het alfamannetje. Martin communiceert met vogels, maar niet predikend zoals Franciscus van Assisi, en niet bezwerend zoals figuren in de mythologie of folklore. Vergeet de auguren (vogelwichelaars) in het oude Rome of de oppergod Wodan die zijn raven Huginn (‘gedachte’) en Muninn (‘geheugen’) met onderzoeksopdrachten de wereld instuurde. Als Martin met vogels praat, verandert hij zelf in een vogel.

Als educatieve kindervriend heeft Martin ook duidelijk meerwaarde op deze plek in het park onder de bomen. De buurtjongeren komen spontaan bij hem aankloppen. Voor de schoolgaande jeugd is het snel duidelijk dat ze hier te maken hebben met een heuse boswachter die verstand heeft van klimaatopwarming en andere milieuzaken (handig voor als je een opstel moet schrijven). Hij denkt niet alleen met je mee maar hij laat ook je idealen intact. Toen een peuter vroeg of hij een kabouter was, zei hij zondermeer ja.

Als Martin je ontvangt in zijn habitat geeft hij eerst een rondleiding bij zijn huis voordat hij je binnenlaat. Hij somt de ontmoetingen op die hij had met zijn medeschepselen en toont je aan waar die plaatsvonden. Het verbaast je dat een plek in een stad – want dat blijft het – zoveel observaties met zeldzame dieren kon opleveren: de ijsvogel, zwarte zwaan, ringslang, Groene specht, Oehoe, Wielewaal, Hazelworm, Das, Boommarter en Waterspreeuw. Laat Martin vooral het waarom van het pootjewippen van de Waterspreeuw aan je uitleggen.

Daarna laat hij je binnen in een ruimte zonder tussenmuren. Zijn woning is één groot lokaal (hij slaapt op zolder). Deze voormalige biologieklas stond oorspronkelijk vol met broedbakken, gevuld met eierdril, zich ontwikkelende embryo’s en net uitgekomen visjes. Dat gekweek is niet de nobelste geschiedenis, vind ik, maar je kunt je  voorstellen dat de Heidemij in de gelegenheidsrol van vishouder, dankbaar gebruikmaakte van het kraakheldere water dat van de heuvel stroomde. In de vijvers rondom werd spartelend zilver grootgebracht en voor goudgeld verkocht. Ooit moet de stichting zich hier een klein fortuin op de forellenmarkt hebben verworven.

Martin ontpopt zich als een pleitbezorger van de ecotopie. De term Ecotopia is na de roman van Callenbach, die het woord had gemunt, door allerlei denkers, activisten en gemeenschappen verder ingevuld en verbonden met bredere spirituele, activistische en politieke stromingen. Daarbuiten werd de term ook filosofisch verbreed door bijvoorbeeld Latour met zijn Actor-Network Theory: een wereldbeeld waarin niet-menselijke actoren (dieren, rivieren, bossen) volwaardige deelnemers in de samenleving zijn. Verder heeft Ernst Bloch zijn utopiebegrip (het ‘nog-niet-zijnde’) erop toegepast: Ecotopia als horizon waarnaar we ons oriënteren. Vraag Martin er maar naar en hij kan er bevlogen op doorfilosoferen.

De boeken in deze reeks waren typische ‘stichtelijke boekjes’, wat betekent dat ze geschreven werden vanuit een protestants-christelijke levensbeschouwing en lezertjes morele of religieuze waarden moesten bijbrengen. Jacoba van der Steen-Pijpers baseerde de verhalen in haar Barendje-serie vaak op de belevenissen van haar eigen zoons. De boeken werden uitgegeven door G.F. Callenbach in Nijkerk.

Onze parkambassadeur besluit de rondleiding met een citaat uit een stichtelijk boekje dat hem als kind (in Leiden) werd voorgelezen; een deeltje uit een reeks vertellingen over Barendje, geschreven door Co van der Steen-Pijpers, die zich liet inspireren door haar woonplaats en de wijk in Arnhem waar zij woonde. In deze uitgave, verschenen vlak na de oorlog, wordt de kwekerij in Angerenstein al genoemd en beschreven. Dat Martin dat verhaal in zijn jeugd onder ogen kreeg beschouwt hij, achteraf gezien, als een voorteken; een verwijzing naar zijn latere bestemming. Het emotioneert hem nog steeds. Wil hij hiermee suggereren dat hij in predestinatie gelooft? Of is juist het toeval de ware tranentrekker? Hoe dan ook, Martin blijkt naar een zorgvuldig gekozen hoogtepunt te hebben toegewerkt.

Zijn er dan geen dieptepunten Martin? Is het leven hier echt zo idyllisch?
Hij wil aan volwassen bezoekers best toegeven dat hij zich soms bedreigd voelt. Sterker nog: hij is bedreigd. Er is op hem geschoten. Met zo’n eenvoudig in het buurland te verkrijgen, neppistool, waarover regelmatig wordt gerept in misdaadverslagen. Het ging om twee pubers. De dadertjes zijn veroordeeld en zitten nu in een soort van reclasseringsprogramma van de jeugddetentie. Martin schijnt niet boos te zijn. Hij lijkt ook deze gebeurtenis als een soort van natuurverschijnsel op te vatten.

Zoals mensen, in alles wat ze zichzelf tegenwoordig permitteren, eigenlijk hun hele milieu om zeep helpen, was het schietincident, in een alomvattend perspectief, eigenlijk niets anders dan een wat dramatisch verlopen, biologische gebeurtenis, relativeert Martin. Natuur die zichzelf vernietigt; het omgekeerde van altruïsme. Dat komt soms voor ja. En ja, die jochies gingen veel te ver natuurlijk. Die waren ontspoord. In de rechtzaal leken ze bange, te vroeg uit het nest geduwde, vogeltjes.

Martin heeft toen aangegeven dat hij best met ze wilde praten.

Nunc stans facit aeternitatem. Deze Latijnse uitdrukking betekent: Het staande nu maakt de eeuwigheid. Dit is het tweede deel van de filosofische uitspraak van Boëthius. Het concept draait om het onderscheid tussen twee soorten ‘nu’:
1. Nunc Fluens (Het stromende nu): Dit is het veranderlijke moment dat onmiddellijk overgaat in het verleden en de toekomst. Dit creëert de tijd (tempus).
2. Nunc Stans (Het staande nu): Dit is het onveranderlijke, tijdloze, absolute heden. Het is een moment dat niet voorbijgaat, maar alle tijd omvat. Dit creëert de eeuwigheid (aeternitatem).
Boëthius definieerde de eeuwigheid als “de perfecte, totale en gelijktijdige bezitting van een eindeloos leven.” Het is een nu dat vaststaat en alle momenten tegelijkertijd bevat, in tegenstelling tot onze menselijke tijd waarin het nu constant wegglijdt.

P.S. Toeval bestaat niet, zeggen sommigen. Ik ben een andere mening toegedaan, maar toch is het grappig: de schrijver van Ecotopia heet Ernest Callenbach, en de Barendje-boekjes van Jacoba van der Steen-Pijpers verschenen ooit bij uitgeverij G. F. Callenbach in Nijkerk. Twee heel verschillende werelden, verbonden door één naam.

Muziekindelingen (1. Klassiek)

Iemand moest de eeuwige herrie rubriceren.

Voor mij bestaat er niets aangenamers dan het maken van indelingen, lijstjes, schema’s, tabellen en, als het even kan, sub-tabellen met voetnoten. Mijn ex schreef dat toe aan haar overtuiging dat ik een ambulant praktijkvoorbeeld was van iemand met een gedragsstructuur in het autistische spectrum. Ikzelf ben van mening dat we mijn behoefte aan overzicht niet hoeven te medicaliseren. Het feit dat ik ooit een Excel-bestand heb gemaakt voor de optimale indeling van de keukenkastjes, vloeit, naar mijn smaak, gewoon voort uit efficiëntie.

Als we het toch over illustratieve gevalletjes moeten hebben, lijkt het kwalificeren of diagnostiseren van ex-geliefden als zijnde autistisch en/of narcistisch mij een veelvoorkomende ‘after-partnerschap-hobby’. Je zou het subtiel ‘het zoeken naar closure’ kunnen noemen, maar eigenlijk is het gewoon de psychologische variant van de vuilnis buiten zetten: je schuift alles wat niet meer bevalt in een categorie waar je zelf geen invloed op hebt en waar je radicaal afstand van wilt doen zonder je verantwoordelijk te hoeven voelen.

Ik denk dat dit voornamelijk te maken heeft met het verwerken van een teleurstelling over het verlies van:
1. een gedeelde toekomst.
2. nabijheid.
3. een illusie die je zelf zorgvuldig had opgebouwd.
4. de ander als handig projectiescherm.
5. je favoriete sparringpartner in schuldtoewijzing.
6. de Netflix-inlogcode.
7. een toegewijde plantenwatergever als je zelf (te lang) op reis ging.
8. de illusie dat samen afwassen ooit gezellig zou worden.

Maar het kan natuurlijk ook een vorm van revanchistische ondersteuning zijn (“Hier moet ik mijn handen wel van aftrekken!”). Een andere psychologische verklaring zou kunnen zijn dat men stiekem hoopt dat de ex later in een gesticht opduikt en dat men dan kan zeggen: “Zie je wel, ik had het altijd al gedacht.” Enfin, genoeg amateurdiagnostiek. Laten we nu doorgaan naar mijn eerste te publiceren indeling, en wel die van de klassieke muziek.

Muziek is zo veelomvattend, en er zijn zoveel verschillende stijlen en stromingen, dat je een heel leven kunt wijden aan het maken van een goed ingedeeld totaaloverzicht. En dat is dan nog vóór je überhaupt een noot hebt beluisterd. Eigenlijk luister ik niet graag naar muziek die ik nog niet heb gecategoriseerd. Ik voelde altijd dat er een grote taak voor mij was weggelegd.

Iemand moest orde scheppen, de chaos indelen, de muzikale jungle temmen. Als ik het niet deed, dan kreeg je zo’n slordige lijst waar Bach naast Bocelli stond en Mozart per ongeluk onder ‘easy listening’ was komen te vallen. Ik heb daar voorbeelden van gezien en moest toen inderdaad onmiddellijk de woorden Risperidon en Haldol googelen (zonder overigens een spoedbestelling te plaatsen). Sta mij dus toe dat ik de klankkast der beschaving voor eens en altijd alfabetiseer. Hier volgt een lijst van alleen nog maar de indeling der stijlen.

1. Symphonieën, Grote orkestrale werken, Orkestmuziek (Symfonisch gedicht, Suite, Ouverture, Sinfonietta, Kamerorkest, Concertante symfonie)

2. Piano en piano-aanverwanten, cq geslagen chordofonen. Dus: 

  • Klaviermuziek (Klaviermuziek, Pianomuziek, Orgelmuziek, Klavecimbelmuziek, Fortepiano-muziek, Dulcimer, Hammered Dulcimer)
  • Sonates en concerten (Pianosonate, Orgelsonate, Pianoconcert, Orgelconcert)
  • Kamermuziek (Pianotrio, -kwartet, -kwintet) 
  • Stijlen en genres (Toccata, Fuga, Preludes, Etudes, Fantasia)
  • Elektronische toetsinstrumenten (Elektronische orgelmuziek voor zover klassiek, Synthesizermuziek voor zover klassiek)

3. Chordofonen behalve de onder 2 genoemden. Dus:

  • Strijkinstrumenten (Viool, Altviool, Cello, Contrabas, Gamba (Viola da gamba) enzovoort)
  • Tokkelinstrumenten (Gitaar, Harpluit (Luit), Harpsichord, Mandoline, Zither, Harpsichord enzovoort)
  • Andere Snaarinstrumenten (Harpen, Banjo, Sitar, Kora, Saz enzovoort)

4. Aërofonen (Blaasmuziek, Harmonieorkest of Fanfareorkest, Koperensemble of Koperkwintet, Houtblaasmuziek, Kamermuziek voor blaasinstrumenten) 

5. Religieus gezang (Sacrale muziek, Liturgische muziek, Kerkmuziek, Geestelijke muziek, Cantate of Oratorium, Madrigaal of Motet, Requiem)

6. Opera’s (Muziektheater, Singspiel, Lyric Drama of Dramatisch Muziekstuk, Opera seria, Opera buffa, Grand opera, Operette, Ariette of Aria)

7. Wereldlijke/profane/seculiere liederen, Niet-kerkelijk gezang (Lied, Chanson, Madrigaal, Romance, Ballade)

8. Filmmuziek, Scores, Soundtracks


Ad. 5

(Hier volgt een voorbeeld van de verdere uitsplitsing van Religieus gezang waarbij ik componisten nog maar heel zijdelings noem. Dat wordt later specifieker.)

Religieus gezang in de klassieke muziek omvat een brede verzameling muziekstijlen en genres die worden uitgevoerd in een religieuze of spirituele context. Het omvat onder meer sacrale muziek, liturgische muziek, kerkmuziek, en geestelijke muziek. Hieronder een overzicht van wat elk van deze termen inhoudt en wat eronder valt:

1. Sacrale muziek

Dit verwijst naar muziek die gecomponeerd is voor religieuze doeleinden, ongeacht de specifieke liturgische functie. Het kan zowel binnen als buiten formele erediensten worden uitgevoerd. Voorbeelden:

  • Mis (Missa) – Een van de meest voorkomende vormen van sacrale muziek, geschreven voor de katholieke eredienst, bestaande uit vaste onderdelen zoals het Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus en Agnus Dei. Componisten zoals Johann Sebastian Bach (Mis in b-klein), Mozart (Krönungsmesse), en Beethoven (Missa Solemnis) schreven beroemde missen.
  • Requiem – Een dodenmis, vaak met plechtige en intense muziek, zoals die van Mozart, Verdi, en Fauré.
  • Cantates – Composities met zang, vaak geschreven voor de liturgie, zoals Bach’s kerkcantates.
  • Oratoria – Grootschalige werken voor solisten, koor en orkest, met een religieus thema maar zonder scenische opvoering. Voorbeelden zijn Handel’s Messiah en Haydn’s Die Schöpfung.

2. Liturgische muziek

Dit is muziek die specifiek geschreven is voor gebruik tijdens de eredienst en volgt strikt de structuur van een religieuze viering. Het omvat gezangen en werken die deel uitmaken van de liturgische handelingen.

  • Gregorisch gezang – Eenstemmige, Latijnse gezangen die tijdens de middeleeuwse katholieke mis werden uitgevoerd. Bekend om hun vloeiende en meditatieve karakter.
  • Anglicaanse koorwerken – Polyfone werken zoals die door Thomas Tallis en William Byrd zijn gecomponeerd voor de Anglicaanse kerk.
  • Lutherse koraal – Religieuze liederen in de lutherse traditie, vaak gebruikt in de werken van J.S. Bach, zoals zijn koraalcantates.

3. Kerkmuziek

Kerkmuziek verwijst naar muziek die bedoeld is voor uitvoering in een kerk of een andere religieuze instelling. Deze categorie is breed en omvat zowel formele liturgische werken als meer algemene religieuze composities.

  • Koraalmuziek – Muziek voor koren, vaak voor gemeenschappelijk gezang in de eredienst. Dit kan variëren van eenvoudige hymnens tot complexe motetten zoals die van Palestrina en Byrd.
  • Motetten – Polyfone koorwerken zonder instrumentale begeleiding, met een religieuze tekst. Bekende motetcomponisten zijn Josquin des Prez, Bach, en Palestrina.
  • Passies – Muziek die het lijdensverhaal van Christus vertelt, zoals Bach’s Matthäus-Passion.

4. Geestelijke muziek

Dit is bredere muziek met een spirituele of religieuze lading, maar niet noodzakelijk gebonden aan een specifieke religieuze viering. Het kan ook persoonlijke religieuze reflecties of universele spirituele thema’s bevatten.

Spirituele liederen – Bijvoorbeeld de liederen van John Dowland, die vaak spirituele en existentiële thema’s behandelen zonder strikt liturgisch te zijn.

Psalmen – Muzikale bewerkingen van de bijbelse psalmen, zoals de Psalmen van David door Heinrich Schütz.

Lofzangen – Vaak gericht op het prijzen van God, zoals het Magnificat of het Te Deum.

Een vitaal kloppend orgaan

Geluk slaat z’n slag in het hart van Angerenstein.

Het bewonersfeestje Hart voor Angerenstein kan met recht een succes worden genoemd, al was het alleen maar omdat de zon vandaag volop wilde schijnen en de koffie kwam uit een filterapparaat. De geavanceerde espressomachines zijn een beetje op hun retour, las ik onlangs; het bakkie pleur mag weer pruttelen op een plaatje. Hier werd de troost vanuit een sociaalvriendelijke thermoskan in papieren bekertjes gegoten. Als je massa’s wilt bedienen, dan telt vooral de doorstroming.

De opkomst bleek groter dan ik had verwacht op het afgezette veldje in het park waar de bijeenkomst werd gehouden. Alleen het rollend materieel leek iets achter te blijven bij de prognoses. Ik had de oproep van Tom in de groepsapp serieus genomen: “Meerdere bewoners van Driegasthuizen willen ook graag komen. Er zijn extra handen nodig om mensen in een rolstoel te begeleiden.” Tot mijn tevredenheid zag ik dat aan elk handvat een vrijwilliger was geklonken. Daarmee verdween ook mijn schuldgevoel dat ik me niet had aangemeld.

De drank bleef non-alcoholisch, de toastjes strikt biologisch. Er klonken nergens valse noten. Hoe vaak ontsporen buurtfeestjes niet zodra de meegebrachte wijn de tongen losmaakt? Hier bleef men nuchter en beleefd. Iemand informeerde zelfs – oprecht geïnteresseerd! – naar mijn eerste indrukken als nieuwe bewoner. Ik had van alles kunnen noemen, maar tot mijn eigen verbazing begon ik over de vele onbekende vlaggen die ik aan gevels zag wapperen.

Een lichtblauwe Pegasus op een kastanjebruine achtergrond. Ik had die niet direct geassocieerd met soldaten van de Eerste Airborne Divisie, die dit insigne als brigadelogo droegen toen zij hier in september 1944 tijdens de Slag om Arnhem voor onze vrijheid vochten. De jaarlijkse Airborne-herdenkingen waren aan mij voorbijgegaan; ik had voornamelijk met verhuisdozen lopen sjouwen. Natuurlijk waren de vele vliegtuigen boven mijn hoofd me niet ontgaan. Wat heet: ik kon hun landingsgestel zowat aanraken. Ik realiseer me nu dat in Arnhem herdenken geen bijkomstigheid is maar een wezenlijk onderdeel van het leven.

“Maar waarvoor dacht je dan dat we die vlaggen hadden opgehangen?”
“Ik weet het niet,” zei ik eerlijk. “Misschien bracht ik ze in verband met rechtsradicale sentimenten van regionale populisten. Sorry, ik heb niets met vlaggen.”
“Provincialisme is erger dan nationalisme” beweerde de enige man die deze middag vaker voor zijn beurt sprak dan ik. “Maar” voegde hij eraan toe, “regionalisme is een gradatie benepener.” Ik had niet meteen door dat er aan deze zwerfgast iets niet klopte in de fijnafstemming.

Ik wilde nog tegenwicht bieden. Ik vertelde dat ik, als import-Hollander in Dieren, weleens het pontje over de IJssel had genomen, waar naar men zei de Achterhoek begon, maar dat ik daar nooit iets van misplaatst chauvinisme of vreemdelingenhaat had ervaren.
“Om de oosterlingen een beetje op hun plek te houden hebben we in Arnhem de A12,” beweerde de party crasher. “Op hun eigen grond zijn ze goed te pruimen.”

De kunst van het bijwonen van feestjes met onbekenden is dat je jezelf op tijd losmaakt van stroeve momenten met mensen die je niet verder helpen. Gelukkig raakte ik later in gesprek met een redacteur van de Wijkkrant Angerenstein. Dat periodiek kende ik: ik had het al tweemaal in de bus gekregen. Voor iets dat zich wijkkrant noemt, bezit het een bijna glossy-achtige uitstraling. Tot mijn schaamte moest ik bekennen dat ik het slechts vluchtig had doorgebladerd.

“Wordt dit nog een artikel?” vroeg ik hem.
“Het probleem met terugkerende evenementen is dat ook het verslag zich telkens herhaalt,” klaagde de schrijver. “Buurtkoren, livebandjes, voorleessessies, barbecues, buffetten, springkussens, schminken, spelletjes, speurtochten, knutseltafels, rommelmarkten, boekenbeursjes, plantenruil, kunst- en ambachtsdemonstraties… het is natuurlijk allemaal al eens eerder langsgekomen en vastgelegd. Maar Hart voor Angerenstein is tenminste in naam iets nieuws en gaat, geloof ik, uit van een ander concept.”

Er was hoop. Iedereen heeft een banale kant, troostte ik mezelf, toen ik naar huis liep. Omdat men zijn wederwaardigheden wil navertellen, schijnt men daarnaast toch groots en meeslepend te willen leven. Ook al biggelt er een traan over Carmiggelt, de verslagen van een eenvoudig, zich herhalend bestaan sneuvelen misschien wel als eerste. En dat terwijl ik zelf juist van plan was meer in te zoomen op mijn eigen alledaagse banaliteiten; een gebied waarin ik moeiteloos kan grossieren.

Ik moest nog getuigen, vond ik, van mijn bedenkelijke bijdragen aan de straatapp. Daar was ik onlangs toegelaten op voorspraak van iemand die inmiddels spijt had van haar aanbeveling. Ik had me er al tweemaal vergalopeerd met een voorbarige opmerking over een vermeende oplichter waarvoor men elkaar probeerde te behoeden. De toon daar bleek vooral lief en zorgzaam; cynisme als stijlfiguur hoorde duidelijk niet tot het arsenaal.

Of dat stukje er ooit nog van komt? Ik weet het niet.


TikTokdiplomatie

Maakt het uit of je door de dictator wordt gecontroleerd of door de anti-democraat?

De president van de Verenigde Staten vertoont gedrag dat verre van adequaat is voor een wereldleider. Zijn beoordelingsvermogen laat te wensen over, en zijn optreden verraadt kenmerken die sterk overeenkomen met een narcistische persoonlijkheid. Dat hij daarbij ook nog vals en onbetrouwbaar is, maakt de situatie des te zorgwekkender.

‘Het maakt niet uit of je door de hond of door de kat wordt gebeten’, luidt het spreekwoord.

Het nieuws dat Oracle de Amerikaanse activiteiten van TikTok overneemt, lijkt op het eerste gezicht een gewone zakelijke deal. Maar de context maakt het verontrustend: de Amerikaanse regering onder Trump zette TikTok onder druk met beschuldigingen dat de Chinese eigenaar, ByteDance, gegevens van Amerikaanse gebruikers doorspeelde aan Beijing. De oplossing was een politieke: een Amerikaanse partij moest het bedrijf “overnemen” om de app in de VS te laten voortbestaan.

Dat Oracle deze rol kreeg, roept vragen op. Het gaat minder om echte gegevensbescherming en meer om geopolitiek en machtsuitoefening. Nationale veiligheid wordt gebruikt als dekmantel voor commerciële en politieke belangen. Digitale platforms worden zo geen instrument van onafhankelijke regelgeving of internationale afspraken, maar van de politieke willekeur van de machtigste staten.

TikTok opereert in China onder het gezag van Xi Jinping, die totale controle hoog in het vaandel heeft staan. Het probleem wordt echter niet opgelost wanneer de Amerikaanse tak in handen komt van Oracle, een bedrijf met nauwe politieke connecties en beperkte transparantie. De macht verschuift dan simpelweg van de ene invloedssfeer naar de andere, terwijl de belangen van miljoenen gebruikers nauwelijks worden meegewogen.

Een president met weinig verstand van grenzen en nuance krijgt zo plots een stevige vinger in de pap bij de Amerikaanse versie van TikTok. De situatie doet denken aan de pingpongdiplomatie van de jaren zeventig: toen al ontstond een politiek spel tussen een aspirant-autocraat en een gevestigde dictator. De vergelijking gaat op, omdat beide voorbeelden laten zien hoe de relatie tussen de landen wordt bepaald door pragmatische deals, niet door nobele idealen als veiligheid. Achter het scherm van publieke retoriek over bescherming en orde gaat het vooral om politieke en economische voordelen voor machthebbers en hun trouwe entourage.

Zowel toen als nu leidde dit soort deals tot felle controverse. Nixon kreeg destijds het verwijt dat hij morele principes opzijzette voor geopolitiek gewin. De TikTok-deal laat iets vergelijkbaars zien: de vrije markt wordt ondermijnd en politieke bevoordeling ligt op straat. Dit laatste is rechtstreeks verbonden met de nauwe banden tussen Trump en Oracle-oprichter Larry Ellison, een uitgesproken aanhanger en gulle donateur van de president.

Deze toenaderingen tussen machtspolitieke regimes laten zien dat internationale betrekkingen zelden draaien om de verheven waarden waarmee ze publiekelijk worden verkocht. In werkelijkheid gaat het om de machtsbalans, persoonlijke belangen van leiders en de opportunistische voordelen die ze eruit kunnen halen. Wat werd gepresenteerd als een sportief bruggetje naar wereldvrede – de pingpongdiplomatie – was in feite een geraffineerde schaakzet. Nixon gebruikte het om China in te zetten als tegenwicht tegen de Sovjet-Unie en tegelijk zijn eigen positie thuis te versterken.

Ook de TikTok-deal draait niet alleen maar om nationale veiligheid. In werkelijkheid is het een instrument voor de president: om economische bondgenoten te belonen, de media-infrastructuur te beïnvloeden en om symbolisch te tonen dat hij de zogenaamde ‘Chinese dreiging’ onder controle houdt; een theaterstuk van macht en propaganda dat vooral hemzelf en zijn entourage dient.

De analogie met pingpong laat zien dat het publieke verhaal toen en nu een dekmantel is voor verborgen agenda’s: geopolitieke manoeuvres, persoonlijke machtsuitbreiding en economische voordelen voor loyale elites. Terwijl het publiek een potje pingpong of een app ziet, ontvouwt zich achter de schermen een veel geraffineerder spel dat de werkelijke inzet onthult.

Hopelijk struikelt ook de huidige president over zijn eigen schijnvertoning, zodat zijn ware aard net zo genadeloos zichtbaar wordt als die van Nixon destijds.

Verbeten partijprominenten

Een nieuwe plek voor de ‘lijdende minderheid’.

Bij een hoofdredactioneel commentaar staat vermeld dat hiermee het standpunt van de krant wordt verwoord. Een column daarentegen bevat de mededeling dat columnisten de vrijheid hebben hun mening te geven en zich niet hoeven te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Het siert de redactie dat zij schrijvers met sterk afwijkende meningen een plaats toekent. Ik heb Pieter Klok nog nooit zo lijnrecht tegenover Sander Schimmelpenninck zien staan als in hun respectievelijke standpunten over de strengere Israëlkoers van GroenLinks-PvdA. In de Volkskrant lijken alle redeneringen aan bod te komen.

Ik denk niet lichtvaardig over de belangrijke rol die oude partijprominenten ooit gespeeld hebben. Hen ‘fossielen’ of ‘dinosaurussen’ noemen, vind ik dan ook respectloos. Maar het zou passend zijn als deze oude garde de nieuwe plek binnen de partijdemocratie kon aanvaarden en haar lidmaatschap moedig voortzette. Een partij ontwikkelt zich en vormt zich voortdurend in antwoord op maatschappelijke uitdagingen. Het is geen museum, maar een levend geheel dat zich uitspreekt over uiteenlopende thema’s. Een individuele stem, hoe geëngageerd of doorleefd ook, blijft één stem. Haar waarde ligt niet in het aantal dienstjaren, maar in haar bijdrage aan het debat van vandaag. (Afbeelding overgenomen uit het archief van de Volkskrant, fotograaf David van Dam. Foto in de breedte ingekort.)

Leden in een partij die zich niet kunnen vinden in een meerderheidsbesluit lopen soms boos weg. Da’s jammer. Zou er voor hen geen plek zijn binnen de partijstructuur, te vergelijken met een plek in de krant voor een columnist? Hoe kan GroenLinks-PvdA de verschillende redeneringen in zich blijven dragen en dus voorkomen dat leden die zich niet gehoord voelen de partij verlaten? Voor een krant lijkt het iets makkelijker om de ‘checks-and-balances’ te respecteren. Je ruimt gewoon wat ruimte in voor een bijdrage en vermeldt daarbij uitdrukkelijk dat de hoofdredactie anders over de daarin verwoorde mening kan denken. Zo’n column wordt vaak gretiger gelezen dan een commentaar.

Dat een deel van de ‘lijdende minderheid’ in GroenLinks-PvdA boos en teleurgesteld uit de partij stapt heeft er volgens mij niet mee te maken dat zij niet gehoord is. Wij hebben allemaal kennis kunnen nemen van de verschillende standpunten. Ik denk dat het demonstratief opstappen eerder te maken heeft met gekrenkte trots. Sommige partijprominenten zijn nog niet gewend aan hun nieuwe positie binnen de partijdemocratie. Ze zitten, zeg maar, niet meer op de burelen van de ‘hoofdredactie’ en vinden een plaats als ‘columnist’ kennelijk te minnetjes. Ik zou zeggen: verwoord je standpunt naar behoren en je wordt gehoord. Zo kun je je huidige betekenis maximaal benutten.

Kritiek op Netanyahu en Israël:

1. Kritiek op Netanyahu zelf

a. Corruptieaanklachten
  • Netanyahu staat sinds 2019 terecht wegens fraude, omkoping en machtsmisbruik. Veel tegenstanders vinden dat hij zijn politieke positie misbruikt om strafvervolging te ontlopen.
b. Hervorming van de rechterlijke macht
  • Zijn regering probeerde de macht van het Hooggerechtshof in te perken, wat leidde tot massale protesten in Israël. Critici zien dit als een ondermijning van de democratie en een poging om het proces tegen hem zelf te beïnvloeden.

2. Beleid jegens Palestijnen en Gaza

a. Schending van mensenrechten
  • Mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch en Amnesty International hebben Israël beticht van apartheid op basis van systematische discriminatie van Palestijnen.
b. Belegering van Gaza
  • Sinds 2007 geldt er een blokkade van Gaza, met grote gevolgen voor de burgerbevolking. In recente oorlogen, met name sinds oktober 2023, is er veel kritiek op het disproportioneel gebruik van geweld door Israëlische troepen, met hoge aantallen burgerdoden en vernietiging van infrastructuur.
c. Nederzettingenbeleid
  • Israël blijft illegale nederzettingen bouwen op de Westelijke Jordaanoever, wat indruist tegen internationaal recht volgens VN-resoluties. Netanyahu steunt deze uitbreiding expliciet, met steun van rechtse en religieuze coalitiepartners.

3. Internationale kritiek

a. Huidige oorlog tegen Hamas (sinds 7 oktober 2023)
  • Hoewel Israël het recht op zelfverdediging wordt erkend, is er groeiende kritiek op de omvang en duur van het militair offensief in Gaza, met honderdduizenden doden en vluchtelingen. Onder meer Zuid-Afrika heeft een zaak aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof wegens mogelijke genocide; een historisch unicum tegen Israël.
b. Spanningen met bondgenoten
  • De regeringen Biden en Trump blijven Israël steunen. Biden sprak Netanyahu nog wel aan op het militaire optreden en de humanitaire situatie, maar erg streng was hij toch niet. Europa is verdeeld. Landen als Spanje, Ierland en België nemen duidelijk stelling tegen het huidige Israëlische beleid.

4. Israël en Iran: spanningen en geheime aanvallen

a. Operaties in Iran en Syrië
  • Israël voert al jaren geheime aanvallen uit op Iraanse doelen in Syrië en soms binnen Iran zelf (bijv. nucleaire installaties en wetenschappers). Deze aanvallen zijn zelden formeel erkend, maar worden algemeen gezien als preventieve acties tegen Iraanse invloed en wapenleveranties aan Hezbollah.
b. Bombardement op Iran
  • Israël viel in april 2024 een militaire basis bij Isfahan aan, zonder VN‑mandaat of directe aanval vooraf van Iran zelf. Juridisch wordt dit door sommigen gezien als een preventieve aanval zonder directe bedreiging, dus in strijd met Artikel 2, lid 4 van het VN‑Handvest, dat een verbod kent op agressieoorlogen.
  • Op 13 juni 2025 lanceerde Israël “Operation Rising Lion”. Het richtte zich op meer dan 100 militaire en nucleaire doelen in Iran, waaronder nukleaire faciliteiten in Tehran, Isfahan en Natanz, en leidende IRGC-commandanten – waaronder generaal Hossein Salami – werden gedood. Mossad & drone‑operaties: Kort voorafgaand aan de bommen werden via Mossad eenheden onopvallende drones ingezet om luchtverdediging en surface-to-surface‑raketsystemen uit te schakelen.
  • Op 21 juni 2025, acht dagen na de Israëlische operatie, voerde de VS zelf ook een bombardement uit op drie nucleaire sites (Fordow, Natanz, Isfahan) met massieve bunker-buster bommen (GBU‑57A/B) en Tomahawks uit een onderzeeër. President Trump verdedigde de actie als “onze zeer succesvolle aanval” en benadrukte dat dit ter ondersteuning van Israël was .

Internationaal recht – Critici en juridische bezwaren

  • De VN-factfinding missie en juridische experts (zoals Milanović, Heller, Vasiliev, prof. Ben Saul) kwalificeren het offensief als een mogelijk misdrijf van agressie, met ernstige schendingen van het zwaar geweldverbod onder het VN-Handvest.
  • Er waren ook civiele slachtoffers en schade aan ziekenhuizen en woonwijken, waarbij onvoldoende waarschuwing werd gegeven, wat volgens het internationaal humanitair recht de principes van kenbaarheid, proportionaliteit en voorzorg schendt.
  • Juridische commentatoren (Just Security) wijzen erop dat wederrechtelijke represailles – die niet vallen binnen het recht op zelfverdediging – verboden zijn en dat Israël en de VS mogelijk niet voldeden aan de criteria noodzaak en proportionaliteit.

5. Hezbollah en de Libanese grens

a. Dagelijkse aanvallen sinds oktober 2023
  • Israël voert regelmatig luchtaanvallen uit op Hezbollah‑doelen in Zuid‑Libanon, als vergelding voor raketaanvallen of ter afschrikking. In juni 2024 voerde Israël een pageraanval uit op een konvooi in Zuid‑Libanon, waarbij ook burgers omkwamen.
b. Kritiek
  • Veel internationale waarnemers spreken van overschrijding van het proportionaliteitsbeginsel, zeker wanneer aanvallen in dichtbevolkte gebieden plaatsvinden. Hezbollah zelf is erkend als een terroristische organisatie door o.a. de VS en EU, maar Libanon is niet in oorlog met Israël, dus de juridische basis voor langdurige militaire acties is wankel.

Conclusie

Israël’s beleid ten aanzien van Iran en Hezbollah is verweven met regionale spanningen, maar juridisch en moreel omstreden. Zolang er geen directe dreiging of formele oorlogsverklaring is, gelden deze acties volgens velen als:

  • Schending van het internationaal recht (VN-Handvest)
  • Ondergraving van de internationale rechtsorde
  • Escalatie van conflicten buiten bestaande mandaten

Internationaalrechtelijke status: In het internationaal recht is preventieve zelfverdediging alleen toegestaan als er sprake is van een onmiddellijke dreiging (“necessity and proportionality”). In dit geval betwisten veel juristen of dat zo was.

De stuka-piloot die niet stuk wilde

Een overlevingskunstenaar aan de verkeerde kant van het verleden.

Fragment nummer 2 uit van de brievenroman: De Liefdesbrigade

Lieve Gertrud,

Na onze eerdere brieven, die me op een dieper niveau hebben geraakt dan ik had voorzien, merk ik dat mijn aandacht – misschien zelfs mijn waakzaamheid – is blijven hangen bij bepaalde historische figuren. In de context van onze gesprekken en jouw werk, kwam ik onlangs de naam tegen van iemand die ik nog niet kende: Hans-Ulrich Rudel.

Drie verschillende uitgaven van Mein Kriegstagebuch, het oorlogsdagboek van Hans-Ulrich Rudel, dat nog altijd populair is in ultra-rechtse kringen. Het geldt als lectuur onder deze hedendaagse populistische en neo-fascistische bewegingen om de verkeerde redenen. Onder hen wordt Rudel helaas als een cultheld beschouwd. Zij menen in zijn militarisme en onbuigzaamheid een ‘voorbeeld’ te zien. Het zou mooi zijn indien er een biografie verscheen die leesbaar was voor historisch geïnteresseerden die niet gecharmeerd zijn van autoritaire ideologieën maar zuiver het verhaal van het veelbewogen leven van Rudel als een historisch verslag willen overzien.

Gezien je historische kennis en je professionele inzet bij het blootleggen van hedendaagse extremistische netwerken, ga ik ervan uit dat deze naam je bekend is. Toch wil ik hem graag met je bespreken, misschien juist omdat ik benieuwd ben naar jouw blik, die steeds zo zorgvuldig en genuanceerd is.

Zoals je wellicht weet, was Rudel een van de meest onderscheiden soldaten van het Derde Rijk; door Hitler persoonlijk zelfs geëerd met het enige bestaande exemplaar van het Gouden Ridderkruis met Eikenloof, Zwaarden en Briljanten. Hij vloog duizenden missies, vernietigde honderden Sovjettanks, en werd ondanks zware verwondingen telkens weer ingezet. Zijn militaire dossier leest als een bizarre heldenepiek, waarin uithoudingsvermogen, fanatisme en loyaliteit op een griezelige manier samenkomen.

Wat me echter vooral trof – en waarover ik graag jouw visie zou horen – is Rudels rol ná de oorlog. Zijn onverbloemde nationaal-socialistische overtuigingen, zijn contacten met andere oud-nazi’s in Latijns-Amerika, en zijn publicaties waarin hij de nazi-ideologie geen strobreed in de weg legde, maken hem tot een van de beruchtste representanten van het naoorlogse revanchisme.

Zijn oorlogsdagboek, Mein Kriegstagebuch, is in sommige kringen haast een cultboek geworden. Het is opmerkelijk hoe open hij daarin spreekt, niet alleen over zijn militaire successen, maar ook over zijn ideologische overtuiging, die hij na de oorlog nauwelijks heeft afgezworen. Dat maakt het tot een beklemmend document: een combinatie van frontverslag, heldenverering en onverholen apologetiek.

Een stripalbum waarin Rudel wordt opgevoerd als een held van de tegenpartij.

Wat me bezig blijft houden – en ik zeg dit met de voorzichtigheid die onze briefwisseling inmiddels kenmerkt – is hoe deze figuren een zekere aantrekkingskracht blijven uitoefenen op mensen. Niet vanwege hun moorddadige ideeën, hoop ik, maar vanwege het aura van ‘kracht’, ‘trouw’ of ‘prestatie’ dat hen wordt toegeschreven. Hoe zie jij dat? Hoe duid je zo’n fascinatie in het licht van je werk?

Ik schrijf je dit niet vanuit sensatiezucht, maar uit een oprechte behoefte om te begrijpen hoe zulke verhalen blijven circuleren. En misschien ook om te toetsen waar bij jou de grenzen liggen tussen onderzoek, interesse, en morele afschuw; grenzen die jij eerder zo helder hebt kunnen markeren, en waarvan ik hoop dat je me opnieuw iets wilt uitleggen.

Met mijn warme groet, en in verbondenheid,
Onno van Dorreland

Lieve Onno,

Wat een merkwaardig toeval; of misschien moet ik zeggen: wat een onvermijdelijkheid in het grote archief dat onze herinneringen blijken te zijn. Want ja, ik ken hem, die Hans-Ulrich Rudel. En ik moet je bekennen dat ik mij, na jouw verwijzing, opnieuw in zijn levensloop heb verdiept. Dat wil zeggen: ik heb mij laten onderdompelen in wat gerust een mengeling van walging en bewondering genoemd mag worden.

Van eenvoudig Fahnenjunker (heerlijk, die barokke Duitse rangaanduidingen die ergens tussen opera en kazerne in hangen) tot succesvol Stukadoor. Je begrijpt mijn woordspeling, want hij was natuurlijk die gevreesde Stuka-piloot, specialist in het ‘pleisteren’ van Sovjettanks met bommen. En na een obligaat ‘Wir haben es nicht gewusst’ krijgsgevangene gespeeld te hebben — zijn militaire carrière eindigend met letterlijk geknakte vleugels want hij werd mank — bleef hij figuurlijk met zijn hoofd in de wolken, in de ideologische contreien van Argentinië.

Een man dus, die duidelijk zijn verdiende straf is ontlopen. Of beter gezegd: hem handig ontweken heeft, met een flair die ik met tegenzin als geniaal moet typeren. Ik denk dat zijn grote intelligentie hem meermaals uit penibele situaties heeft gered. Hij moet een listige piloot zijn geweest met een groot strategisch overzicht, een mensenkenner in zijn omgang met Hitler (die hij kennelijk met een zekere intimiteit ontmoette), een indrukwekkende, slinkse overste in zijn contact met de geallieerden, en een taaie overlever toen hij besloot te emigreren naar oorden waar de morele temperatuur milder was voor lieden van zijn soort.

Hij bleef zijn principes trouw, maar het waren niet de meest gezonde principes. Hij was, kortom, een rotzak die op onverklaarbare wijze respect afdwong. Al deze woorden zijn van mij. Wat mij nu intrigeert: is er ooit een fatsoenlijke biografie aan hem gewijd? Iemand die hem niet als held, maar als symptoom heeft durven beschrijven? Jij vraagt je dit ook af dus ik zal er verder onderzoek naar doen.

Ik steek niet graag de loftrompet af over iemand die tot het tegenkamp behoort, maar ik geloof dat ik moet constateren — met al mijn afkeer paraat — dat hij zonder meer de ‘beste’ soldaat was die de Tweede Wereldoorlog heeft voortgebracht. In de zin van: effectief, trouw, meedogenloos, onaantastbaar en ideologisch consistent tot in het graf. Het is een akelige gedachte. Maar de waarheid is zelden zacht.

Hartelijks,
Gertrud Wiesenthal

De neiging om Rudel als een held neer te zetten, ook aan geallieerde zijde, is groot; een neiging die zelden stil lijkt te staan bij zijn onverminderde trouw aan het nazisme.
Dat Rudel, een overtuigde nazi tot ver na de oorlog, nog steeds als luchtvaartheld wordt gevierd — ook door zijn voormalige tegenstanders — zegt meer over onze fascinatie voor moed dan over ons historisch besef.
De heldenstatus die Rudel ten deel valt, zelfs buiten nazi-gezinde kringen, roept vragen op over de scheiding die men meent te kunnen maken tussen technische bekwaamheid en moreel failliet.

Lukrake sterren in een lukraak verband

Maar probeer dat niet aan ‘hun’ verstand te brengen.

Zeggen dat horoscopen fabels zijn, is volgens Tessa Sparreboom* een saaie en suffe bewering. Het zou niet mogelijk mogen zijn om zo gruwelijk voorspelbaar te reageren. De mededelingen die we horen over verbanden tussen menselijke eigenschappen en de stand van de planeten mogen volgens haar nooit een excuus zijn om je doodsaai aan de ratio vast te klampen en een arrogant showtje mansplaning ten toon te spreiden vol cynisch commentaar over een tijdverdrijf waartoe vrouwen zich, volgens haar, vooral wenden om mannen op de kast te jagen. Dat gestrekte been moeten we die vrouwen gewoon even gunnen. Het is nu eenmaal fantastisch om rationalisten tot gekte te drijven.

Let wel, IK maak dat onderscheid niet tussen mannen en vrouwen als het om de vraag gaat wie zich het meest voelt aangetrokken tot astrologie. Kan er daarbij werkelijk een onderscheid worden gemaakt tussen de seksen? Is sterrenwichelarij echt vooral populair onder jonge, hoogopgeleide dames, of zijn we daar ook al in het domein beland van het doen van beweringen zonder met bewijzen te komen? Het maakt mij niet veel uit. Mevrouw Sparrenboom schreef een vermakelijk stukje en ik vermoed dat zij ‘advocaat van de duivel’ speelde met hetzelfde soort van satanisch genoegen dat zij de horoscoopadepten toeschrijft.

Heeft ze mij op de kast weten te jagen? Nee, daarvoor schrijft ze te leuk en te goed. Maar ik werd wel aan een tijd herinnerd waarin ik me kennelijk gedroeg als het soort van man – een maagd nota bene – dat horoscopen als sprookjes uit de oertijd bestempelde en dat standpunt graag onder iemands neus wilde wrijven. Ik heb het over een periode waarin ik er zo fel in zat dat mijn relatie er zelfs door op de klippen is gelopen. Sta mij toe dat ik hierover uitwijd. Misschien zijn we nu in de rubriek ‘De liefde van toen’ beland maar ik geloof dat deze casus exemplarisch is en misschien iets kan ‘uitlichten’.

Op het eerste verjaardagsfeestje van mijn verse geliefde gedroeg ik mij voorbeeldig. Er waren twee redenen. Eén: ik raakte geïntimideerd door de vele onbekenden, waarover ik veel goeds had gehoord. En Twee: ik wilde een fantastische indruk achterlaten. Op het volgende partijtje was ik minder voorkomend. Ons extra jaar samen had mij geleerd dat al die intimi van haar inderdaad heel innemend waren, maar dat velen van hen, net als zij, in astrologie geloofden. Zo ontving ze bijvoorbeeld drie cadeaus die verband hielden met haar bestaan als steenbok.

Verder was er een familielid dat met een amulet aankwam dat speciaal voor haar was ingestraald. Van een vriendin uit haar studententijd kreeg ze een tegoedbon voor een sessie bij een handlezeres. Al met al bevond ik mij in een gezelschap van goedgelovigen, om het eufemistisch te zeggen. Net als in het voorgaande jaar werd er meer beweerd dan bewezen. Ditmaal voelde ik een lichte weerstand.

Deze nam de vorm aan van regelrechte irritatie toen men informeerde naar mijn sterrenbeeld en ascendant. Ik had graag geclaimd dat ik dat niet wist, maar dat zou een leugen zijn. Een mens komt in zijn leven veel amateur-astrologen tegen (het pleonasme bedoel ik ironisch) die aan de hand van je sterrenbeeld bewijzen wie je bent. Omdat je niet altijd een spelbreker wilt zijn, noem je je geboortedatum en het uur van baring en hop, daar schuift de la vol platitudes voor je open.

Soms onderga ik lariekoek gelaten en is het me genoeg dat de aandacht in ieder geval naar mij uitgaat. Eén goed en één belachelijk onderwerp, wat maakt het uit, je streept ze als het ware tegen elkaar weg en neemt nog een wijntje. Ditmaal werd er echter beweerd – door iemand met een heel bijzonder plekje in het hart van mijn vriendin – dat een steenbok en een maagd niet samengaan. Andere aanwezigen bevestigden dat zo’n relatie een enorme uitdaging is. Eén iemand gooide de astrologische handdoek voor mij helemaal in de ring. Welke relatie met welk ander sterrenbeeld dan ook scheen gedoemd te mislukken. Maagden konden eigenlijk alleen maar met zichzelf leven. Helaas was er geen virgo voorradig om mijn positie te verdedigen.

Ik vond het toen tijd worden om voor mezelf te pleiten en een kleine maar astronomische uitleg te verstrekken omtrent de astrologie. Zonder degelijke voorbereiding, eerder gebruikte argumenten, getuigen à charge of bewijsstukken stond mij eigenlijk alleen een net met walnoten ter beschikking, dat in de fruitschaal voor me lag. Je wilt toehoorders die aantoonbaar ongevoelig zijn voor logisch redeneren iets tastbaars geven, laten we zeggen: iets waarover ze – ‘no pun intended’ – hun hersens kunnen kraken.

Met de walnoten trachtte ik een sterrenhemel tot leven te wekken. Of, om precies te zijn – want het heelal is onmetelijk – zo ongeveer dat gedeelte van het universum dat de sterren omvat waaruit het teken virgo is opgebouwd. Uit hoeveel sterren bestaat dit teken van de dierenriem? Dat wist ik niet en niemand kon het me vertellen, maar laten we zeggen, zo begon ik mijn betoog, dat dit er negen zijn.

Ik legde de eerste walnoot voor mij op de grond. De tweede virgozon gaf ik in handen van degene die het verst van mij vandaan zat. De derde ging naar een denkbeeldig iemand die buiten aan de overkant van het westerdok stond (ik bevond mij in Amsterdam met mijn gezicht naar het westen), de vierde naar een plek in Halfweg, de vijfde behoorde Haarlem toe en de volgende noten nog veel verdere oorden. Eén zon – in mijn tot aardse proporties teruggebrachte overzicht – liet zijn vuren vanuit Engeland vlammen.

Het ging er niet om dat de sterren zich in werkelijkheid op exact die afstanden bevonden, wel dat ze ver van elkaar waren verwijderd en dat alleen wij aardbewoners ze in die speciale constellatie bij elkaar zagen, omdat we er vanaf een specifiek punt in de ruimte naar keken. Mijn conclusie: hoe kunnen sterren die duizenden lichtjaren van elkaar vandaan staan samen een geheel vormen en invloed uitoefenen op onze karakters? Een ruimtereiziger die vanaf een hele andere kant in het heelal naar die lichten keek, zou in de verste verte geen verband ontwaren. Geloven dat er een connectie bestond had eerder iets doms dan diepzinnigs. Het was het gevolg van een eenzijdige en benepen manier van kijken. Laten we zeggen een kokervisie, maar helaas niet door de reflector van een krachtige telescoop.

Ik meende dat ik dit zeer inzichtelijk had uitgelegd. De betweter in mij kan soms verdwijnen in een monoloog totdat ik de bittere conclusie van mijn exegese heb bereikt. Toen ik ontwaakte uit de geldigheid van mijn gelijk was het doodstil geworden. Alsof ik mij had losgemaakt van het ruimteschip aarde en ergens in de onmetelijke ruimte zweefde.

*Citaat uit de column ‘De dametjes en hun horoscoopjes’ door Tessa Sparreboom

Was dat even een vreemde gewaarwording, afgelopen woensdag: vier mannen die het op nationale radio over hun sterrenbeeld hadden. „Ik ben een ram”, zei presentator Carl-Johan de Zwart smalend. „Ik een stier”, vulde zijn gast David Cocheret aan. Slecht nieuws: zulke koppige tekens zijn nooit te overtuigen, dus ook niet van de waarde van de astrologie.

De andere twee mannen in de uitzending: verslaggever Thomas Schuurman en astronoom Rob van Gent. Inderdaad: in een radio-item over astrologie komt geen astroloog aan het woord, maar alleen een sterrenkundige die vertelt dat hij ‘wetenschappelijk’ natuurlijk niet in horoscopen gelooft. Lekker boeiend. Vertel maar eens in welk huis Mercurius bij jou staat, Rob, dan praten we verder.

Astrologie schijnt vooral populair te zijn onder jonge, hoogopgeleide vrouwen. Een vriendin van mij met verstand van zaken vertelde me laatst dat ze er in gesprekken niet meer over begint, omdat de meeste mensen – vooral mannen – er net als bovenstaande exemplaren zo gruwelijk voorspelbaar op reageren. Een vriend van haar raakt geïrriteerd zodra ze iets over zijn sterrenbeeld beweert. „Hij is een maagd. Maagden geloven zelden in astrologie, dus dat klopt wel.”

Het drijft mannen tot gekte: mogen de dames eindelijk in de collegezalen plaatsnemen, niet eens meer achter een gordijntje, kiezen ze er alsnog voor om in zoiets onwetenschappelijks als astrologie te geloven. Waarom toch?

https://www.nrc.nl/nieuws/2025/06/14/de-dametjes-en-hun-horoscoopjes-a4896860