Foyergeilheid

Waarom voorstellingen voor velen slechts een intermezzo zijn bij hun eigen zelfmanifestatie.

Ik heb een tijdlang het twijfelachtige privilege genoten om gratis ballet- en operavoorstellingen bij te wonen. Mijn partner bekleedde een managementfunctie bij een podiumkunstacademie, wat mij transformeerde tot een vaste passant in de coulissen van de hogere kunsten. Mijn werkelijke voldoening haalde ik echter niet uit de spitzen, de stembeheersing, de enscenering of de dramatische coloraturen, maar uit mijn persoonlijke gezelschap: ik zat naast degene van wie ik hield en zag haar oprecht genieten. Dat was een openbaring op zich. Blijkbaar bestonden er mensen die daadwerkelijk voor de kunst kwamen. Voor de rest van de zaal durf ik die stelling namelijk niet zomaar te verdedigen.

Zien en gezien worden.

De foyer is niet slechts een doorgangsruimte; het is het epische centrum van een geraffineerde ‘kijk-mij-eens-parade’. De culturele côterie trekt haar beste kleren aan om zich in deze arena te begeven. Men gaat er niet ‘naar de voorstelling’, men gaat ‘naar het theater’; een subtiel maar wezenlijk verschil. Zonder de foyer zou de zaal waarschijnlijk halfleeg blijven. Ik durf zelfs te beweren dat de voorstelling voor velen slechts het noodzakelijke decorum vormt voor de eigen profilering; een intermezzo dat de sociale interactie vervelend onderbreekt.

In de pauze, te midden van de andere consumenten van hoge cultuur, kan men zijn sociaal kapitaal etaleren als pauwenveren. Men oogst complimenten over de nieuwe designbril of andere uiterlijke trivialiteiten. Men bevestigt elkaars status door middel van een vakkundig gechoreografeerde knik of een luidruchtige lach die net iets te lang aanhoudt, bedoeld om de omstanders te laten weten dat men er is en ‘erbij hoort’. Wat dat betreft functioneert de foyer als een golfclub, zij het met minder openlijke handelstransacties en meer intellectuele pretentie.

Het is een plek van monkeys see, monkeys do voor geparfumeerde primaten; een arena waar de groepsbevestigende dynamiek belangrijker is dan de artistieke overdracht. Sociologisch gezien zijn we hier getuige van wat Thorstein Veblen ‘opzichtige consumptie’ noemde, maar dan toegepast op cultuur. In deze ruimte wordt de sociale cohesie gehandhaafd via een collectief ritueel van zelfmanifestatie, waarbij het côteriegekwezel fungeert als de lijm tussen de verschillende statusposities. Men betaalt niet voor het schouwspel, maar voor de bekrachtiging van de eigen exclusiviteit. Je ziet overduidelijk wie het te doen is om het uiterlijk vertoon en wie de voorstelling louter gebruikt als een moreel vernisje om de eigen superioriteit te bevestigen.

De ‘hyperaanwezigheid’ van de toeschouwer overstemt de act op het podium. In de psychologie noemen we dit ook wel het spotlight effect: de toeschouwer is er zo van overtuigd dat de wereld naar hem kijkt, dat hij bereid is een fortuin neer te leggen voor een tweederangs stoel, zolang die maar in de juiste ruimte staat.

Wat de voorstellingen zelf met mij deden? Ik werd vooral getroffen door de onversneden fysieke rauwproeverij van het geheel. Velen zullen het vloeken in de kerk vinden, maar op YouTube zie je in wezen de perfectie; in de zaal hoorde ik de planken echter vaak door de muziek heen klinken. Ik had dit nooit verwacht. Iedere landing na een sprong van een balletdanser klonk niet als een gewichtsloze droom, maar als een doffe klap van vlees op hout; een herinnering aan de zwaartekracht die de geparfumeerde primaat en de ballerina of danseur noble elk op hun eigen wijze pogen te ontkennen.

Het was een prachtig stukje realisme in een omgeving die van begin tot eind een illusie van perfectie probeerde op te wekken. Terwijl de foyerbezoekers buiten hun uiterste best deden om hun menselijkheid te verhullen achter dure parfums en ingestudeerde meningen, herinnerden de bonkende voeten op het podium mij eraan dat onder al die schone schijn simpelweg een lichaam schuilt dat hard moet werken om niet te vallen.

Uiteindelijk dwingt de actuele controverse rond Timothée Chalamet ons tot een ongemakkelijke eerlijkheid. De acteur beweerde dat we opera en ballet slechts met kunst- en vliegwerk in leven houden, terwijl eigenlijk “niemand er meer om geeft”. Hoewel de culturele wereld collectief over hem heen valt, raakt hij aan een waarheid die de wegblijvers met hun afwezigheid allang hebben onderstreept. Maar de eigenlijke tragiek zit in degenen die er wel zijn. Zoals ik in de foyer heb geobserveerd, is de ‘magie’ van deze voorstellingen voor velen inderdaad een holle frase geworden; een collectieve leugen om de schijn op te houden en de eigen sociale status te legitimeren.

Toch zit Chalamet er op één cruciaal punt naast. “Niemand” is een te groot woord. Tussen de dwingende groepsdynamiek en de ijdelheid van de wandelgangen door, heb ik het privilege gehad om te zien wat er gebeurt als de kunst wel binnenkomt. Ik hoefde daarvoor alleen maar naar de stoel naast me te kijken. Terwijl de rest van de zaal zich in gedachten alweer opmaakte voor de volgende parade bij de bar, was mijn vriendin werkelijk even ergens anders, geraakt door een schoonheid die de zwaartekracht en het sociale toneelspel oversteeg.

Chalamet heeft gelijk dat de sector op een wankel fundament rust, maar zolang er mensen zijn die, ondanks de krakende planken en de rituele gewichtigdoenerij, oprecht ontroerd raken door de rauwe inspanning op het podium, is het te vroeg om de begrafenis van de hoge cultuur in te zetten.

De gepaste schoenfase

Na de teen-condooms leek het nu weer even: hoge hakken, echte liefde.

Een ernstig geval van keuzestress, dat sommigen zouden bestempelen als een luxeprobleem, leidde tot het volgende berichtje van een vriendin vanuit een chique winkel in Utrecht: ‘Totaal ander onderwerp nu, en ik weet dat er veel ergere dilemma’s bestaan, maar waarom zijn er zo veel lelijke schoenen?’

Ik wist dat zij niets zou hebben aan mijn antwoord, maar ik zat nog in de fase van ad rem willen zijn, dus schreef ik, ook vanuit een winkel: ‘Hoe duurder de schoen, hoe groter de kans dat hij eruitziet alsof hij is samengesteld uit restafval van een orthopedische kliniek en een legodoos. Men noemt dit “avant-garde”, maar wij weten wel beter: het is gewoon een sociaal experiment om te zien hoe ver mensen gaan voor een merklogo.’

Omdat ik precies wist wat ik nodig had in de zaak waar ik was – ik bevond mij in de wachtrij van een apotheek – en ik dus tijd genoeg had, maar ook omdat mijn gevoel voor humor nog niet afdoende was aangetoond, liet ik hierop volgen: ‘Ik kan trouwens ook wel een voordeel bedenken. Lelijk schoeisel vormt eigenlijk een beveiligingssysteem. Niemand gaat je overvallen voor een paar patta’s dat eruitziet als twee opgeblazen vissen of Crocs met nepbont.’

Mmm, alweer te matig misschien om echt leuk te lijken, dus waarschijnlijk zouden er nog meer te snel geconstrueerde antwoorden volgen. Eigenlijk demonstreerde ik hiermee precies de reden waarom er overproductie is in de mode-industrie; de kwantiteit moet een soort van sporadische kwaliteit waarborgen. Maar wacht, nu had ik plotseling een hele persoonlijke associatie.

Ik moest opeens aan Elisabeth denken. Wat had ik haar Vibran FiveFingers leuk gevonden. Koddig, guitig, aandoenlijk en schalks, dat waren de woorden die ik aanvankelijk voor haar en haar teenschoenen bedacht. Wat ik er ook zo geweldig aan vond, was dat de dingen zolen van niks bezaten. Elisabeth en ik waren even groot. Ik flaneerde graag met haar.

Toch zou mijn vertedering snel verdwijnen. De afspraak om te gaan hardlopen kreeg een flinke knauw bij haar voordeur, die open en dichtging als ik haar ophaalde. Ik was altijd precies op tijd of net iets te vroeg. Zij was nooit klaar, moest nog van alles doen. Ze duwde me een Duitstalig boek in handen. Zo kon ik de tijd in haar portiek met Goethe doden of een andere ‘echte’ schrijver. Haar schoentjes mochten ook niet naar binnen. Die stonden daar ‘ganz alleinig und barfüßerisch’ voor de dorpel. Zolang zij er zelf niet in zat vond ik ze best bizar.

Ik begrijp niet waarom ze mij zo rigoureus buitensloot. Het leidde er toe dat ik, zittend op de harde rand van een plantenbak, steeds luider ging voordragen. Op een gegeven moment begon mijn gereciteer qua luidheid op de toespraken van Hitler of Goebbels te lijken. Dat vond ze helemaal niet erg. Het enige compliment dat ze mij ooit heeft gegeven is dat ik sprak met een “geloofwaardig hoogduits” accent. En zij kon het weten want ze had het gestudeerd.

Het contact met haar is verbroken. Dat kwam niet door haar schoeisel maar toch: in het bos liep het fout met de voethandschoenen die de natuurlijke bewegingen moesten simuleren. Ze kon het parcours, dat harde en zachte stukken bevatte, alsook passages met wortels en modderige delen, nooit ononderbroken voltooien. De grond bleek ongeschikt, de zolen te dun, haar voeten te gevoelig. Het werd haar allemaal te moeilijk. Waarom kon ik geen route uitstippelen met alleen maar zachte paden?

De basis viel weg. We haalden elkaar uit ons normale ritme. Dat placht liefde ook te doen, maar onze verstoringen bleken niet liefdevol. De vriendin in Utrecht had inmiddels een knoop doorgehakt; ze stuurde een foto van haar aankoop. Ik kon niet zeggen dat ik haar keuze reuze vond. Te hoge hakken misschien. Maar geen probleem uiteraard. Als zij ze aan had, zou alles goedkomen. In die schoenfase zaten we nog.

Uit hun stekker; kortsluiting in Arnhem

Hoe een poging tot cultuurbehoud ontaardde in museumroof.

Speciaal voor de opening van de expositie Bakudengar (Luister naar elkaar) was in een van de grootste zalen van Museum Arnhem een tijdelijk podium opgetrokken, gedrapeerd met een prachtig batikachtig doek. Daarvoor zaten muzikanten met een koloniale achtergrond die gamelanmuziek ten gehore gingen brengen. We zouden getrakteerd worden op een traditioneel welkomslied.

De nieuwe vleugel van Museum Arnhem steekt vijftien meter uit over de stuwwal, waardoor bezoekers ‘zwevend boven de bomen’ van een weids uitzicht over de omgeving genieten. Ze is betegeld met 82.000 unieke, met de hand vervaardigde tegels. Het bijzondere kleurverloop van de tegels op de gevel, van aardse tinten aan de walkant tot ijsblauw aan de zijde richting de rivier, symboliseert de locatie van het museum op de door een gletsjer ontstane stuwwal (een idee van Benthem Crouwel Architects). Over glad ijs gesproken: gauwdiefjes hebben niets aan deze doodlopende gang.

De muziek zwol aan, begeleid door de zang van een dame op leeftijd. Laat ik haar stem, met alle respect voor de traditie, ‘karaktervol’ noemen. Of, voor de minder spiritueel ingestelde luisteraar zoals ik, die er maar niet ‘in’ kon komen: een tikkeltje gammel.

Ik bleef mijzelf wijsmaken dat authenticiteit nu eenmaal schuurt en dat het niet aan de zangeres lag dat ik was afgeleid. Een zeldzaam moment van zelfkennis, want de realiteit gaf me direct gelijk. Mijn concentratie werd namelijk niet op de proef gesteld door de zangkunst, maar door een nabijstaande video-installatie. Onder het scherm daarvan hing een dozijn koptelefoons aan haakjes, waaruit het schelle geluid ontsnapte van een koloniale film die daarboven werd vertoond.

In verband met de muziekuitvoering stonden wij, het halvemaanvormige publiek, met onze rug naar deze auditieve stoorzender. In een straal van zo’n tien meter hielp het gekrijs uit de schelpen elk greintje cultuurbeleving vakkundig om zeep. Omdat de video in een eeuwige loop werd gevangen, was er geen hoop op een natuurlijke dood van het geluid. Ik besloot dat er een interventie moest plaatsvinden; voor de wetenschap, voor de kunst, maar vooral voor mijn eigen gemoedsrust die maar niet van de grond wilde komen.

Blij dat ik weer eens mijn eigen voorstelling binnen de voorstelling op mocht voeren, dook ik met de lenigheid van een ervaren saboteur achter de installatie. Daar vond ik de voedingskabel in een stekkerhuls. Ik hoefde ze alleen maar uit elkaar te trekken. Missie geslaagd, zo vermoedde ik. Toen ik echter met een triomfantelijke blik achter het scherm vandaan kwam, bleek de techniek mij te slim af te zijn geweest. Het beeld was weg, maar de koptelefoontjes schalden onverstoorbaar verder.

Tijd voor plan B, bedacht ik, toen ik, terug in de luistersikkel, op adem was gekomen. Gelukkig leven we in een tijd waarin koptelefoons niet meer met draden aan de geluidsbron vastzitten. Ik begon ze één voor één van hun haakjes te bevrijden, in de hoop dat ze buiten het bereik van de zender hun irritante relaas zouden staken.

Terwijl ik met een tros van die dingen om mijn armen de nieuwe vleugel van het museum inschoot – een gang die ver over de Arnhemse stuwwal uitsteekt en eindigt bij een enorm raam met uitzicht over de Rijn – verstierf inderdaad het geluid. De draadloze verbinding had haar grens bereikt.

Dat werd voor mij helaas ook het einde van het liedje. Een suppoost had mij in het vizier gekregen. En daarna nog één, die draadloos verbonden bleek met de eerste via diens alarmknop. In de ogen van de beveiliging was ik niet de redder van de gamelan-akoestiek, maar de man die op klaarlichte dag de audio-inventaris probeerde te ontvreemden.

Terwijl de oude dame haar wankele noten over de menigte uitstrooide, werd ik naar een kamertje geleid waar het doodstil was.

De blinde vlekken van de Rhedense raad

Over een vals referentiepunt en het meten met twee maten rond Buitenplaats Beekhuizen.

In mijn vorige bericht over de uitbreidingsplannen van Buitenplaats Beekhuizen meende ik de vinger op de zere plek te hebben gelegd: de nulmeting. De wethouder en de raad lijken bij hun beoordeling uit te gaan van een verkeerde basislijn. Ze kijken naar de situatie zoals die er nu bij ligt — inclusief de twijfelachtige uitbreidingen die al ‘stiekem’ zijn neergezet — en noemen elke minimale aanpassing vanaf dat stadium ‘winst’. Maar wie de natuur als maatstaf neemt, ziet dat dit een vals vertrekpunt is. Het lijkt een rekentruc om achteruitgang als vooruitgang te verkopen.

Hoe kan het dat een mapje, dat veel lichter is, de weegschaal toch doet doorslaan? Omdat er een onzichtbare kracht op duwt: de ‘politieke onwil’. Ze wordt hier symbolisch vormgegeven als een hand ‘van boven’ die een valse balans creëert.

Waar ik me richtte op de inhoudelijke weeffout in de plannen, legt Annelies van Vliet de vinger op een procesmatige inconsistentie. In haar nieuwste brief aan de gemeente – die zij zo goed was met mij te delen – stelt zij de vraag waarover elke controlerende politicus zich achter de oren zou moeten krabben: waarom gelden de regels die de raad voor elk ander dossier hanteert, plotseling niet voor Beekhuizen? Hieronder de integrale tekst van haar analyse:

De keuze is niet reuze

De gemeenteraad van Rheden heeft zich de afgelopen jaren graag gepresenteerd als kritisch controleur van het college. Bij vrijwel elk spraakmakend dossier werd het college teruggestuurd naar de tekentafel met de opdracht om méér scenario’s uit te werken. Dat gebeurde bij het afsluiten van de Posbank, bij het vuurwerkverbod en bij het dossier rond houtstook. Steeds weer klonk vanuit de raad dat er eerst verschillende opties op tafel moesten komen voordat een besluit kon worden genomen.

Opvallend genoeg lijkt dat principe niet te gelden bij het dossier rond de uitbreiding van Buitenplaats Beekhuizen. Daar wordt slechts één scenario uitgewerkt. Alternatieven ontbreken. Geen varianten, geen verschillende ruimtelijke of beleidsmatige opties – alleen het voorstel zoals het er nu ligt.

Dat roept een eenvoudige maar wezenlijke vraag op: waarom vindt de raad het hier blijkbaar wél voldoende om met één scenario genoegen te nemen?

Juist bij een ontwikkeling in een kwetsbaar natuurgebied zou je verwachten dat de raad dezelfde zorgvuldigheid eist als in andere dossiers. Dat betekent: verschillende scenario’s naast elkaar leggen, de (financiële!) gevolgen vergelijken en pas daarna een afgewogen keuze maken.

Als de raad in andere dossiers keer op keer benadrukt dat besluitvorming beter wordt van meerdere opties, waarom wordt dat principe hier dan losgelaten?

Consistent bestuur vraagt om gelijke maatstaven. Anders ontstaat al snel de indruk dat het principe van “meer scenario’s” alleen wordt toegepast wanneer het politiek handig is.

En dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Annelies van Vliet

Ik heb deze tekst met veel genoegen gelezen. Wat Annelies hier doet, is de raad herinneren aan de eigen retoriek. Of het nu gaat om de afsluiting van de Posbank, het vuurwerkverbod of het dossier houtstook: de raad van Rheden profileert zich de laatste jaren als de ‘kampioen van de scenario’s’. Geen besluit zonder alternatieven op tafel.

Behalve bij Beekhuizen. Daar ligt maar één scenario. Geen varianten, geen ‘natuur-eerst’-optie, geen kleinschaliger alternatief. Alleen het plan van de ontwikkelaar. Dat komt heel inconsistent over. Waarom is haar brief zo sterk? Een paar punten die mij opvallen:

  • De bewijslast: Door drie concrete dossiers te noemen waar de raad wél om scenario’s vroeg, dwingt ze de politiek in de verdediging. Zij moeten nu gaan uitleggen waarom Beekhuizen zo ‘uniek’ is dat hun eigen principes hier niet gelden. Dat is een nagenoeg onmogelijke positie.
  • De stem van het gezond verstand: Ze schrijft “als gewone kiezer” die het “echt niet snapt”. Dat is slimme framing. Ze stelt zich niet op als activist, maar als de stem van de logica. De suggestie is helder: als zij het niet meer volgt, is de raad de burger definitief kwijt.
  • Het financiële haakje: Met de toevoeging “(financiële!)” raakt ze een gevoelige snaar. Zonder alternatieven is er immers geen enkel zicht op of dit wel de meest doelmatige besteding van publieke middelen en ruimte is.
  • De uitsmijter: De zin “Consistent bestuur vraagt om gelijke maatstaven” is de genadeslag. Ze trekt het dossier weg uit de emotie van natuurbeheer en tilt het naar het niveau van bestuurlijke zuiverheid en integriteit.

Door de zorgvuldigheid die de raad elders eist nu naast de laksheid bij Beekhuizen te leggen, laat Annelies zien dat er sprake is van meten met twee maten. Als je bij een kwetsbaar natuurgebied – nota bene een Natura 2000-gebied – genoegen neemt met slechts één uitgewerkt scenario, dan is je rol als ‘kritisch controleur’ niets meer dan een gelegenheidsargument. Haar punt over de “tekentafel” staat dan ook als een huis.

De optelsom is pijnlijk: de raad hanteert een foutief referentiepunt (inhoud) én weigert alternatieve scenario’s te onderzoeken (proces). Het begint er steeds meer op te lijken dat de uitkomst al vaststaat en dat de democratische weg eromheen slechts hinderlijke ruis is.

Annelies houdt de politiek in een hoffelijke, maar ijzersterke houtgreep. Ze stelt terecht de vraag: “Dat kan toch niet de bedoeling zijn?” Ik ben benieuwd of de raad, nu de verkiezingen voor de deur staan, het lef heeft om alsnog wezenlijke beleidsvarianten en/of alternatieve afwegingen af te dwingen. Of blijft het bij dit ene, al uitgestippelde pad?

Luisterbereidheid is één ding.

Jammer wel dat de Groenlinkse raadsleden ‘hun’ wethouder politieke rugdekking lijken te geven.

Laten we positief beginnen. In een tijd waarin politici zich vaker verschuilen achter ambtelijke nota’s dan dat ze daadwerkelijk staan voor hun zaak, met de verkiezingsbeloften nog vers op de lippen, was de ervaring met de GroenLinks-fractie van Rheden een verademing. Hun aanspreekbaarheid bleek groot. Ik, een simpel blogschrijvertje, werd zowaar teruggebeld. Twee keer zelfs.

Eerst door Herriët Heersink. Zij toonde de tactische souplesse van een doorgewinterde volksvertegenwoordiger: ze luisterde en ventileerde mondjesmaat haar ‘genuanceerde’ mening over Park Beekhuizen, maar wist me precies op tijd door te sluizen naar de man met de echte dossierkennis. De beleefdheid spatte ervan af, al voelde ik ook haar beheerste drang om de vingers vooral niet te branden aan de hete brij van een lastig ‘sujet’. Het was duidelijk dat zij weg wilde blijven bij materie die haar groene geweten wel eens zou kunnen hinderen.

De papieren werkelijkheid versus de natuurlijke realiteit. Terwijl ik dit raadsvoorstel vasthoud tegen het decor van de Veluwezoom, besef ik hoe geduldig papier is. Met termen als ‘interne saldering’ en ‘kwaliteitsimpuls’ wordt hier een juridisch schild opgetrokken rondom de permanente verstening van dit Natura 2000-gebied. De ambtelijke taal van wethouder Hofman en de ecologische argumenten van Tim Endeveld vormen samen de blauwdruk voor een voldongen feit, waarin de oorspronkelijke natuurcamping slechts een hinderlijke herinnering in de voetnoten is. In het gemeentehuis heet dit ‘interne saldering’; in het bos noemen we dit simpelweg het einde van een tijdperk.

En toen was daar Tim Endeveld. De fractievoorzitter én ecoloog. Kijk, dat is de ultieme politieke luxe. Als je een plan wilt verdedigen dat vijftig permanente woningen en een megarestaurant in een Natura 2000-gebied parkeert, is het verdomd handig om een ecoloog als fractievoorzitter te hebben. Tim nam uitgebreid de tijd. Hij was de personificatie van ‘in verbinding staan met het electoraat’. We voerden een gesprek dat zo burgervriendelijk was, dat je bijna zou vergeten dat de uitkomst waarschijnlijk al vaststaat.

Want daar zit de crux. Tim is het ecologische raadslid dat de wethouder Paul Hofman (tevens GroenLinks) moet controleren. Maar hij heeft ook de pet op van fractievoorzitter die de politieke rugdekking organiseert. Het is een fascinerende spagaat: aan de ene kant de wetenschappelijke kennis van de kwetsbare natuur op de Veluwezoom, aan de andere kant de bestuurlijke drang om een project van een commerciële ontwikkelaar op de valreep door de raad te loodsen.

Wordt het een teken van dualisme, waarbij de fractie de wethouder kritisch op de vingers kijkt? Of blijkt het een goed geoliede machine waarbij de ecologische expertise vooral wordt ingezet om de scherpe randjes van een commercieel plan voor de bühne glad te strijken? Eén ding is zeker: ze zijn bij GroenLinks een stuk aanspreekbaarder dan bij de PvdA. Je zou bijna geloven dat ze naar je luisteren terwijl ze hun lang geleden geplaatste piketpaaltjes in beton gieten.

In het gesprek met Tim kwam de kern van de juridische en ecologische discussie naar voren: de keuze voor de referentiesituatie. Tim hanteerde de lijn die ook in het raadsvoorstel van 24 maart (Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Buitenplaats Beekhuizen) staat beschreven. Het argument voor de ‘kwaliteitsimpuls’ en de berekende stikstofafname van 35% rust namelijk volledig op de vergelijking tussen de nieuwe plannen en de huidige planologische omstandigheden. In feite wordt de nieuwe situatie afgezet tegen de intensieve exploitatie van de afgelopen jaren door dezelfde eigenaren.

Ik heb hem voorgelegd dat dit een wankele basis is. De huidige situatie op Buitenplaats Beekhuizen is de afgelopen jaren stapsgewijs geïntensiveerd, waarbij de grenzen van de natuurwaarden al flink onder druk zijn gezet. Door nu juist die intensieve (en deels tijdelijke) situatie als nulmeting te gebruiken, ontstaat er op papier een verbetering, terwijl er in werkelijkheid sprake is van een permanente verstening en een structurele belasting van het Natura 2000-gebied.

Een zuivere vergelijking zou niet moeten kijken naar de recente commerciële exploitatie, maar naar de oorspronkelijke staat van Beekhuizen als eenvoudige natuurcamping. Dat is de situatie van vóór de oogluikend toegestane uitbreidingen en de komst van semi-permanente voorzieningen. In die oorspronkelijke staat was de ecologische voetafdruk minimaal. Vergeleken met die werkelijke referentie is de huidige stap naar vijftig permanente woningen en een groot restaurant geen winst, maar een substantiële achteruitgang voor de natuur.

Het was opvallend dat Tim, ondanks zijn achtergrond als ecoloog, bleef vasthouden aan de ambtelijke rekenmethode uit het raadsvoorstel. Voor hem lijkt de papieren werkelijkheid van de ‘interne saldering’ – waarbij stikstofruimte binnen de eigen vergunning wordt weggestreept – leidend te zijn voor de politieke besluitvorming.

De overtuigingskracht van dit hele dossier valt of staat met de bereidheid om mee te gaan in een papieren werkelijkheid. Wie het raadsvoorstel van 24 maart 2026 (zaaknummer Z2023-00000044) erop naslaat, ziet dat het niet alleen gaat over toekomstige natuurwinst, maar ook over het rechtbreien van wat nu krom is.

In het voorstel wordt de raad namelijk expliciet gevraagd om in te stemmen met het legaliseren van parkeerplaatsen en het formeel regelen van de wellness-voorzieningen (zoals een inmiddels beruchte sauna*). Het is de omgekeerde wereld: eerst worden er faciliteiten gerealiseerd die buiten de bestaande vergunningen vallen, en vervolgens wordt dit ‘voldongen feit’ gebruikt als argument voor een ‘kwaliteitsimpuls’ die planologisch moet worden vastgelegd.

Door de ‘ontwerpverklaring van geen bedenkingen’ één dag voor de verkiezingen, door de raad te loodsen, wordt de weg naar een definitieve vergunning nagenoeg onomkeerbaar. Als er tijdens de terinzagelegging geen zienswijzen komen, is het besluit een formaliteit geworden waar een nieuwe gemeenteraad straks geen invloed meer op heeft.

Het gesprek met Tim en Herriët liet zien dat GroenLinks de verbinding met de burger koestert, maar de politieke rugdekking voor hun wethouder en dit project zwaarder laat wegen. De beleefdheid aan de telefoon was oprecht, maar de politieke koers is dat ook: men kiest voor de weg van de minste weerstand, waarbij de stikstofberekeningen de morele bezwaren over de aantasting van de Veluwezoom moeten maskeren.

We gaan op 17 maart zien of de huidige raad deze ‘erfenis’ inderdaad nog snel even veiligstelt voor de volgende generatie bestuurders. Voor de natuur op Beekhuizen lijkt de beslissing echter al lang geleden te zijn genomen, ergens tussen de eerste illegale sauna en de laatste ambtelijke rekentabel.


*Over de sauna informeerde Jan Keemink, die in het bestuur van Stichting NatuurBehoud Veluwezoom zit, mij als volgt:

“Het betreffende gebied achter het hotel werd in 2011 door het ministerie bestemd als faunapassage voor de dassen van een vlakbij gelegen (70m) dassenburcht. Het idee kwam van Introvast. Voor een effectieve faunastrook moest het al eeuwen bestaande wandelpad verdwijnen, omdat dat natuurlijk storend is voor de das. In 2021 heeft de provincie de faunapassage geïnspecteerd om te beoordelen of die was ingericht volgens instructie. Zij was niet helemaal compleet en er moest nog een herinspectie volgen.

Nog geen twee jaar later vraagt Introvast aan een sauna te mogen plaatsen in die passage. De werkelijke motivatie voor het voorstel van Introvast wordt nu duidelijk. Op 21 november 2023 neemt B&W een positief besluit dat ze pas op 4 december publiceert. In verband met de verhuizing van het gemeentehuis en Kerst/Nieuwjaar bleven er slechts zes dagen over voor contact met de gemeente, want het besluit werd definitief op 2 januari.

In het bezwaar dat wij indienden, werden we bijna agressief ondervraagd over belanghebbendheid; geen woord over de inhoud van ons bezwaar. We werden gekwalificeerd als ‘niet-belanghebbend’ en het bezwaar als niet-ontvankelijk. Dit werd overgenomen door de provincie toen we een handhavingsverzoek indienden. Naderhand bleek de gemeente in de verslaglegging de publicatiedatum te hebben aangepast, evenals detailaanpassingen in de tekst.

Op het moment dat wij een voorlopige voorziening aanvroegen, bleek Introvast de sauna al geplaatst te hebben. Introvast beweerde het bezwaar niet gezien te hebben, ondanks onmiskenbare communicatie van de gemeente. De dassenburcht is op dit moment niet of minimaal in gebruik omdat die 70 meter echt te kort is; de das komt dan ’s avonds zijn hol niet uit. De minimale afstand is 200 meter. Wanneer de rust weer zou keren, komt de dassenclan gewoon weer terug in die burcht.”

Jan Keemink
(toegestuurd op 2 maart 2026)

De Booleaanse bilnaad

Waarom een strak notenapparaat altijd voor de nodige spanning zorgt.

Ik heb een vriend die op de HAN in Nijmegen werkt. Hij is een hogepriester van de bronvermelding. Hij leert medisch personeel in opleiding hoe ze de weg vinden in de krochten van PubMed, alsook hoe ze verwijzingen naar vakliteratuur volgens de zogenaamde APA-richtlijnen vorm moeten geven. Kortom: hij weet alles van het ‘notenapparaat’ van een scriptie.

Soms stuurt hij me een e-mail waarin hij een noodkreet van een student deelt. Zo’n student typt een wanhopige zoekstring – een soort van tekstueel precisiefilter – om die ene specifieke studie over oorontstekingen bij baby’s te vinden. En mijn vriend? Die reageert dan met de triomfantelijke bezetenheid van de ware vakidioot.

Uit overwegingen van discretie is bij de begeleidende afbeelding gekozen voor een pantalon; de visuele spanning van de daadwerkelijke superstring bleek technisch niet verantwoord. De bedoeling van de afbeelding lijkt mij echter volkomen duidelijk: voor de besproken vriend is het creëren van de juiste zoekstring geen hobby meer; het is pure hogedruk-acrobatiek in de bilnaad van de database.

Vervolgens ontvang ik zijn verbeterde versie. Nu moet de lezer weten: voor mij is zo’n zoekstring pure abracadabra. Het is een visuele diarree van haakjes, aanhalingstekens en MesH Terms*. Om het voor mezelf een beetje behapbaar te maken (en om zijn academische borstklopperij een tikkeltje te temperen), moet ik het vertalen naar beelden die ik wél snap.

Ik zie dan een kledingstuk voor me. De zoekpoging van de studente is een lubberend confectieslipje van de Wibra; het dekt de lading wel, maar er zit geen enkel model in. Mijn vriend komt vervolgens met zijn kleermakerskrijtje. Hij verplaatst een koppelteken, zet een hoofdletter bij de ‘Anti-Bacterial Agents’ en snoert de boel met zijn binaire precisie zó strak aan, dat er een herenmodel ontstaat dat van achteren vervaarlijk in de bilnaad snijdt.

Een zoekstring die zó strak staat dat hij de ‘diepte’ opzoekt aan de achterkant, moet aan de voorkant de spanning ergens vandaan halen. En die trekkracht is er: deze zelfvoldane voetnootprins blijkt een enorme ‘boner’ te krijgen van zijn eigen prestaties. Dat is geen kritiek. Het gaat per slot om maatwerk. Ik schreef hem dat ik ook wel eens grootheidswaan voel van mijn teksten. Bij hem concentreert de trots zich zo op één plek dat het een medisch wonder is dat er nog bloed naar zijn hersenen stroomt; maar ik begrijp de opwinding.

De anatomie van de superstring

Voor wie zich durft te wagen aan de rauwe werkelijkheid van een PubMed-expert: hieronder de transformatie van een hulpvraag naar een superstring. Eerst de vraag van de studente:

Ik ben bezig met een afstudeerproject met een literatuuronderzoek. Ik heb via een eerder gepubliceerde systematic review een passende studie gevonden maar ik krijg deze niet gevonden met zoektermen… Mijn zoekstring tot heden zal ik onderstaand delen.’

Hier de zoekstring van de studente:

(“otitis media”[MeSH Terms] OR “otitis media, suppurative”[MeSH Terms] OR “otitis media”[Title/Abstract] OR “middle ear infection”[Title/Abstract]) AND (“child“[Title/Abstract] OR “infant“[Title/Abstract] OR “children”[Title/Abstract]) AND (“anti bacterial agents”[MeSH Terms] OR “amoxicillin”[MeSH Terms] OR “amoxicillin potassium clavulanate combination”[MeSH Terms] OR “amoxicillin”[Title/Abstract] OR “augmentin”[Title/Abstract]) AND (“placebos”[MeSH Terms] OR “placebo-controlled”[Title/Abstract] OR “placebo*”[Title/Abstract] OR (“wait”[Title/Abstract] AND “see”[Title/Abstract]) OR “watchful waiting”[Title/Abstract]) AND (“pain”[Title/Abstract] OR “otalgia”[Title/Abstract] OR “symptom resolution”[Title/Abstract])

Mijn vriend begrijpt direct dat de MeSH-termen niet strak zitten. Zijn verbeterde versie ziet er zo uit:

(“Otitis Media”[MeSH] OR “Otitis Media, Suppurative”[MeSH] OR “otitis media”[Title/Abstract]) AND (“Infant”[MeSH] OR “Child”[MeSH] OR child*[Title/Abstract]) AND (“Anti-Bacterial Agents”[MeSH] OR “Amoxicillin”[MeSH]) AND (“treatment outcome”[MeSH] OR “clinical cure”[Title/Abstract])

*Waarom dit een superstring is.

(Hier moest AI mij heel erg bijstaan. Ik neem het niemand kwalijk dat hij dit gedeelte overslaat.)

1. De “Officiële” Labels (MeSH)

De student gebruikt vaak alleen maar woorden die in de titel of samenvatting staan ([Title/Abstract]), maar mijn vriend dwingt de database naar de officiële trefwoorden:

  • Student: "anti bacterial agents" (gewoon een tekstgegeven)
  • De Expert: "Anti-Bacterial Agents"[MeSH]Hier zie je de precisie: de hoofdletters en het koppelteken zijn essentieel. Zonder die verbinding snijdt de broek niet.
2. De Logische Samenvoeging

Mijn vriend ziet dat de student drie verschillende termen voor kinderen gebruikt die eigenlijk dubbelop zijn. Hij brengt dat terug naar de essentie:

  • Student: ("child*" OR "infant*" OR "children")
  • De Expert: ("Infant"[MeSH] OR "Child"[MeSH] OR child*[Title/Abstract])Hij vangt hiermee zowel de officiële medische categorie als de losse zoektermen in één strakke beweging.
3. De Primaire Uitkomst (De “Boner” van de expert)

Dit is het stukje waar hij echt laat zien dat hij de materie begrijpt. Hij voegt termen toe waar de student niet eens aan had gedacht, zoals treatment outcome.

  • De toevoeging van de expert: "treatment outcome"[MeSH] OR "clinical cure"[Title/Abstract] OR "treatment failure"[Title/Abstract]

Kortom?

Waaraan herkent men de meester, cq de superfreak?

  • Correctie op spelling: Van anti bacterial naar het officieel geregistreerde Anti-Bacterial Agents.
  • Efficiëntie: Het verwijderen van overbodige herhalingen zoals child* versus children.
  • Medische diepgang: Het toevoegen van uitkomstmaten zoals treatment failure die de student over het hoofd zag.

P.S. Voor de niet-ingewijden: de titel van dit blogbericht is geen toeval. In de wiskunde en de informatica verwijst ‘Booleaans’ naar de logica van George Boole. Hij is de grondlegger van wat we nu de Booleaanse algebra noemen, en de kern daarvan bestaat uit de verbindingen: AND, OR en NOT. De hele digitale wereld (computers, zoekmachines, AI) draait op de binaire logica die hij in 1847 en 1854 publiceerde. Boole bedacht dat je logische redeneringen kunt vertalen naar wiskundige vergelijkingen. In plaats van getallen gebruik je waarheden:

  • AND: Beide voorwaarden moeten waar zijn.
  • OR: Ten minste één van de voorwaarden moet waar zijn.
  • NOT: Een voorwaarde moet expliciet worden uitgesloten.

Een achterdeurtje op de valreep?

Waarom het dossier Beekhuizen er één dag voor de verkiezingen doorheen gejast schijnt te worden.

De reacties op mijn eerdere bericht over Buitenplaats Beekhuizen stromen binnen. Het is duidelijk dat de plannen van projectontwikkelaar Introvast niet alleen de natuur raken, maar ook het rechtsgevoel van de inwoners van Rheden en omstreken. De politiek lijkt een tactisch spel met de kalender te spelen. Heeft de gemeente nou echt besloten om dit dossier er nog snel even ‘doorheen te jassen’, precies één dag voor de gemeenteraadsverkiezingen? Waarom de haast? Waarom mag een nieuw gekozen raad hier niet over oordelen? Is men bang voor de stem van de kiezer? Onderstaande brief ontving ik van Annelies van Vliet uit Velp. Zij schreef deze vlijmscherpe brandbrief aan de redactie van De Gelderlander. Haar analyse van de politieke timing is zo raak, dat ik haar bijdrage – en mijn reactie daarop – hier integraal deel.

Op deze afbeelding zien we het Boutique Hotel Beekhuizen: de architectonische voorhoede van wat de rest van het park nu ook te wachten staat. Hoewel het gebouw zich presenteert als onderdeel van de natuur, maakt het vooral de indruk van de eerste fase van een luxe woonwijk. Het is het levende bewijs van hoe de grens van het Natura 2000-gebied stap voor stap opschuift ten gunste van het vastgoed, totdat de natuur alleen nog als decoratie dient.

Besluit op de valreep

De gemeenteraad van Rheden heeft besloten de raadsagenda van maart een week naar voren te halen. Initiatiefnemer van deze agendawijziging: GroenLinks. Hierdoor wordt het definitieve besluit over de verbouwing van Buitenplaats Beekhuizen genomen op 17 maart; één dag vóór de gemeenteraadsverkiezingen. Vanavond staan al de oordeelsvormende én besluitvormende vergadering gepland.

Dat is op zijn minst opmerkelijk te noemen.

De verbouwing van Buitenplaats Beekhuizen is geen technisch detail of administratieve formaliteit. Het is een dossier dat leeft onder inwoners. Er zijn vele zorgen geuit, vragen gesteld en de meningen zijn verdeeld. De petitie over dit onderwerp is binnen vier dagen al bijna 500 keer getekend. Juist hierom verdient dit onderwerp maximale zorgvuldigheid. Geen besluitvorming op de valreep van een raadsperiode! 

De verantwoordelijk wethouder, eveneens van GroenLinks heeft duidelijk gemaakt dat hij het plan wil doorzetten. Dat mag. Maar door de agenda te vervroegen, wordt voorkomen dat een nieuw gekozen raad zich over dit dossier kan buigen. De huidige raad beslist nog snel even, vlak voor de kiezer zich uitspreekt. Dit voelt op z’n zachtst gezegd niet echt lekker.

Wat het extra opmerkelijk maakt, is dat juist GroenLinks zich achter dit plan schaart: (ver)bouwen in een Natura 2000-gebied roept immers fundamentele vragen op over natuurbehoud en ecologische grenzen.
Formeel klopt het allemaal. Maar politiek en moreel voelt het anders.

Als je vertrouwen wilt in de lokale politiek, dan moet je niet alleen binnen de regels blijven, maar ook boven elke twijfel verheven zijn. Een besluit met impact op onze leefomgeving, genomen één dag voor de verkiezingen, roept onvermijdelijk vragen op over timing en intentie.

Waarom niet een paar weken wachten? Wat is de noodzaak van deze haast? Welk zwaarwegend belang rechtvaardigt dit tempo?

Democratie gaat niet alleen over meerderheid van stemmen, maar ook over gevoel voor legitimiteit. Wie echt overtuigd is van de kracht van zijn plan, hoeft niet bang te zijn voor een beoordeling door een nieuwe raad.

Vertrouwen in de lokale politiek? Dit is nou precies zo’n voorbeeld waarom de kiezers dat vertrouwen verliezen.

Annelies van Vliet, Velp

Nadat ik deze brief las, kon ik niet anders dan haar direct complimenteren met deze scherpe observatie. Hieronder de mail die ik haar stuurde, waarin ik ook de balans opmaak van mijn eigen gesprekken met de betrokken raadsleden en dossierkenners van de afgelopen dagen.

Beste Annelies,

Hartelijk dank voor je reactie op mijn blogbericht en voor het delen van je krachtige ingezonden brief aan De Gelderlander. Complimenten voor de heldere verwoording; je legt de vinger precies op de zere plek wat betreft de democratische legitimiteit en de opmerkelijke timing van deze besluitvorming, vlak voor de verkiezingen. Ik hoop vurig dat de redactie de brief plaatst, want dit geluid moet gehoord worden.

Zelf ben ik eigenlijk pas eergisteren geconfronteerd met dit dossier en ik bevind mij nog in het stadium van ‘inlezen’. Mijn gevoel en intuïtie vertellen me echter dat dit onderwerp mijn volle aandacht verdient en ik ben dan ook van plan er vaker over te schrijven. Jouw inzet en scherpte sterken mij daarin.

Ik ben benieuwd of jij al lijnen hebt uitstaan of contact onderhoudt met een aantal sleutelfiguren in dit dossier. Ik ben de afgelopen dagen met de volgende personen in aanraking gekomen:

  • Jan Keemink (bestuurslid Stichting NatuurBehoud Veluwezoom): Hij heeft mij uitvoerig bijgepraat over de situatie, onder andere over de kwestie van de voortijdig geplaatste sauna.
  • Karin Mulder (journaliste bij De Gelderlander): Zij heeft al diverse artikelen aan dit onderwerp gewijd.
  • Goos Hageman (raadslid PvdA Rheden): Over hem plaatste ik vanmorgen een vrij venijnig blogbericht na een ontmoeting gisteren waarbij hij helaas weigerde het gesprek aan te gaan.
  • Tim Endeveld (fractievoorzitter GroenLinks): Hij was wel zo beleefd mij gisteren terug te bellen, waarna we een lang gesprek hebben gevoerd.
  • Herriët Heersink (raadslid GroenLinks): Zij belde mij gisteren ook terug en verwees mij door naar haar collega en dossierkenner Tim Endeveld, al liet zij zelf ook de nodige meningen doorschemeren over de situatie op Park Beekhuizen.

Nogmaals dank voor je betrokkenheid en je scherpe brief. Laten we hopen dat de politieke haast in Rheden niet onopgemerkt blijft voor de kiezer.

Met vriendelijke groet,

Ronald van Noorden

Wat volgt?

Het dossier Beekhuizen is meer dan een discussie over een paar vakantiehuisjes; het is een lakmoesproef voor hoe wij in Nederland omgaan met onze schaarse natuur én met onze democratische processen. De komende dagen blijf ik me verder inlezen en de druk op de ketel houden. Morgen duiken we dieper in de gesprekken die ik voerde met de fracties van de PvdA en GroenLinks. Want waarom de één zwijgt en de ander praat, zegt vaak meer dan het officiële partijprogramma.

Hallo Ronald,

Studio Rheden heeft het bericht opgepikt. (https://studiorheden.nl/2026/03/03/raad-rheden-drukt-verbouwing-beekhuizen-er-nog-snel-doorheen-vlak-voor-verkiezingen/)

Moest lachen om je blog over Goos Hageman. Jaaa, de PvdA heeft het lastig. ‘We willen wel groen zijn, maar niet als het ergens pijn doet’.

Ik zocht nog even op hoe de PvdA zich afficheerde op Studio Rheden voor de raadsverkiezingen in 2022. Groen hoor!

Ik ken de namen die je noemt in je mail. Ik ben met name benieuwd hoe GroenLinks gaat stemmen. Maar ik zou erg verbaasd zijn als de fractie tegen hun wethouder ingaat. Zo duaal is het allemaal niet bij de gemeente Rheden/in de GroenLinks-fractie. Dus vermoed ik dat ze voor dit onzalige plan gaan stemmen. 

Groet,

Annelies 

Hoi Annelies,

Dank voor de link naar Studio Rheden; goed om te zien dat de lokale media de druk op de ketel houden.

Ik hoop dat de heer Hageman ook nog enigszins de humor inziet van de toon die ik op mijn blog over hem aansla. Meteen nadat ik mijn goede vriend Constans Pos (ex-wethouder voor GroenLinks) de anekdote over onze ontmoeting had verteld, spoedde hij zich naar zijn favoriete koffiesalon om zijn vriend Goos te informeren over mijn plannen voor dat stukje. Op dat moment verkeerden we nog in een plagerige stemming, maar toen ik daadwerkelijk achter het toetsenbord kroop, werd mijn toon grimmiger bij al het ecologische onheil dat me voor ogen zweefde.

Er is dan ook werkelijk reden tot bezorgdheid. Zoals je schrijft: de situatie is ‘lastig’ voor de PvdA, maar dat is nog zacht uitgedrukt. Er gaapt een enorme kloof tussen wat men met de mond belijdt en wat men tijdens stemmingen goedkeurt. De ‘advertorial’ van de PvdA die je bijvoegde, is daar een pijnlijk voorbeeld van; die hypocrisie wordt almaar grotesker bij iedere verdere afbreuk van hun eigen groene principes.

Ik deel je vrees dat de GroenLinks-fractie braaf voor dit onzalige plan zal stemmen. Hoewel de vier raadsleden het college (en dus hun eigen wethouder Paul Hofman) formeel onafhankelijk moeten controleren, weten we beiden hoe het werkt. Achter de schermen, tijdens fractieoverleggen, wordt de politieke rugdekking allang beklonken. Van echt dualisme is hier waarschijnlijk weinig sprake.

We gaan het zien, maar zeker niet gelaten.

Groet,

Ronald

De koffiesalonsocialist

Van de barricaden naar de bonbons: hoe een volksvertegenwoordiger de verbinding verloor.

Misschien vergis ik me; ik mag het hopen. De man in kwestie draagt twee petten, wat zijn excuus zou kunnen zijn. Hij is raadslid voor de PvdA en uitbater van een lokale koffiesalon. Nu moeten we die dubbelrol niet overdrijven; in de Nederlandse gemeentepolitiek is het raadslidmaatschap formeel een bijbaan, een ‘nevenfunctie’ voor burgers die geacht worden midden in de samenleving te staan. Het is geen bovenmenselijke balanceeract, al bakt hij er in beide hoedanigheden – naar mijn bescheiden mening – weinig van.

Over de bittere nasmaak van neoliberaal links en het failliet van het lekenbestuur. De hier getoonde afbeelding is door AI gegenereerd om een representatieve indruk van de geschetste ontmoeting te geven en de privacy van de betrokkenen te waarborgen.

In theorie is het systeem van ons ‘lekenbestuur’ prachtig. Burgers offeren hun vrije tijd op voor het publiek belang in ruil voor een raadsvergoeding. Voor een gemeente van deze omvang praten we over zo’n zestien tot twintig uur per week; een inspanning die gecompenseerd wordt met een bedrag waarvan ik overigens moeiteloos fulltime zou kunnen leven. Tel daar de onkostenvergoedingen bij op en je hebt een positie die weliswaar ‘vrijwillig’ oogt, maar een professionele verantwoordelijkheid draagt.

Ik vermoed echter dat de man, toen ik hem belde, nog met zijn hoofd in de melkschuim zat. Zijn salon – een hybride tussen een chocolaterie en een espressobar – drijft hij samen met zijn vrouw in een monumentaal pand. Ze noemen het de “huiskamer van het dorp”. Een nobel streven, maar mijn eigen ervaringen in die huiskamer zijn minder warmbloedig.

Onze eerste ontmoeting dateert uit de tijd dat ik nog post bezorgde voor PostNL. Ik trof vrienden op zijn terras en raakte geanimeerd in gesprek. Toegegeven; in mijn oranje bedrijfskleding viel ik op en een ondernemer wil dat je óf bestelt óf doorloopt. Maar zoals vaker in het leven: het is de toon die de muziek maakt. Die toon was onaangenaam, en dat bleek een voorbode voor ons derde treffen.

Ditmaal zocht ik telefonisch contact met de raadslid-variant van de man. Ik wilde aan de ‘socialist’ in hem vragen of hij mijn relaas over de perikelen rond Park Beekhuizen op juistheid kon controleren. Geen politieke overhoring, maar een simpele feitelijke check over een dossier waarin commerciële recreatie en kwetsbare natuur lijnrecht tegenover elkaar staan.

Zijn reactie was direct defensief, bijna vijandig. Natuurlijk; dossiers worden verdeeld binnen een fractie, maar de manier waarop hij mij als burgervertegenwoordiger afkapte, voelde als een geraakte zenuw. Het was alsof ik zijn geweten aansprak. Het heeft er namelijk alle schijn van dat de lokale linkse fracties bij de definitieve beslissing over het park pijnlijk hard richting de commercie zullen neigen.

Ik liet mij niet onbetuigd en hield hem een spiegel voor. Zijn houding is exemplarisch voor de koers die de PvdA al sinds de jaren van Kok vaart: de definitieve knieval voor het neokapitalisme en de vermarkting van het publieke domein. De partij is verder komen te staan van de gewone burger en dichter bij de belangen van de gevestigde orde.

Daar zat hij dan aan de andere kant van de lijn; de koffiesalonsocialist. Een man die in zijn monumentale pand ambachtelijke bonbons verkoopt, maar de bittere nasmaak van de uitverkoop van onze publieke ruimte niet lijkt te proeven. En dat voor een voormalig vakbondsman.

Maak ik me ook eens hard voor de natuur…

…laat ik de journalistieke zorgvuldigheid pas na plaatsing van mijn stukje op de feiten aansluiten.

Geachte redactie / Beste Karin Mulder,

Naar aanleiding van uw artikelen “Buurman Tim strijdt tegen populair restaurant aan de rand van de Veluwe” en “Fel verzet tegen plannen voor fonkelnieuw bosrestaurant met 120 zitplaatsen” in De Gelderlander neem ik contact met u op.

Gisteren heb ik op mijn persoonlijke blog een bericht geplaatst over de huidige ontwikkelingen en plannen rondom restaurant Woodz en de Buitenplaats Beekhuizen. Hoewel dit bericht mede vanuit een persoonlijke betrokkenheid is geschreven, hecht ik grote waarde aan een feitelijk juiste onderbouwing van de context.

Restaurant Woodz, onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen. Foto: Marc Pluim (geplaatst met gesupposeerde toestemming).

In een annex bij dit bericht heb ik de situatie samengevat zoals die in uw artikelen en tijdens de betreffende hoorzitting naar voren kwam. Omdat ik de journalistieke nauwkeurigheid van uw verslaglegging als de standaard voor deze kwestie zie, wil ik er zeker van zijn dat ik de finesses en de standpunten van de betrokken partijen – zoals de heer Tim Bot en de gemeente Rheden – accuraat heb weergegeven.

Zou u bereid zijn om de passage in de annex kort te screenen op feitelijke onjuistheden? Mocht blijken dat er nuances ontbreken of dat zaken onjuist zijn geïnterpreteerd, dan zal ik mijn publicatie direct corrigeren.

U kunt het volledige bericht hier teruglezen: [https://ronaldvannoorden.com/2026/03/01/de-grote-veluwse-verdwijntruc/]

Ik hoor graag of u deze korte check voor mij zou willen doen. Alvast hartelijk dank voor uw tijd en voor uw heldere berichtgeving over dit dossier.

Met vriendelijke groet,


PS: Hieronder de genoemde artikelen van Karin Mulder in De Gelderlander:

Artikel 1, geplaatst in De Gelderlander op 24 mei 2023

De gemeente Rheden moet ingrijpen bij restaurant Woodz aan de rand van de Veluwezoom. Dat stelt Tim Bot, bewoner van de aangrenzende wijk Beekhuizen, die de strijd aangaat tegen Woodz. ,,Wat er nu gebeurt, mag gewoon niet.”

Woodz trekt volgens Bot veel meer bezoekers dan is toegestaan volgens de huidige vergunning. In oktober vorig jaar vroeg hij de gemeente voor de tweede maal om daar paal en perk aan te stellen.

Volgens de huidige vergunning mag Woodz uitsluitend gasten ontvangen van Buitenplaats Beekhuizen, de glamping naast het restaurant. Maar er komen ook andere bezoekers naar het populaire restaurant, aan de rand van de bossen bij Velp. In totaal zijn het er 50.000 per jaar, stelt Bot.

In 2021 diende hij al eens een handhavingsverzoek in bij de gemeente Rheden. Toen werd zijn verzoek afgewezen, omdat Bot geen belanghebbende zou zijn.

Dinsdag lichtte Bot zijn verzoek toe bij de adviescommissie. Volgens een juridisch medewerker van de gemeente Rheden had ook dit tweede handhavingsverzoek afgewezen moeten worden. Door een samenloop van omstandigheden, waaronder zoekgeraakte post – ,,Niet netjes”, gaf de medewerker toe – kon Bot dinsdag toch zijn bezwaren toelichten bij de adviescommissie.

Volgens Bot, bewoner van Beekhuizen, is de verkeersdruk in zijn wijk de afgelopen jaren flink toegenomen. Dat zorgt voor een afname van rust en veiligheid en een toename van geluidsoverlast, stelt hij. ,,Maar bovendien: auto’s stoten fijnstof uit. Fijnstof is ook in kleine hoeveelheden schadelijk voor de gezondheid.”

Of die verkeerstoename uitsluitend door Woodz komt, betwijfelt directielid Judith Stoevelaar van Buitenplaats Beekhuizen: ,,Rondom Woodz zijn meer bedrijven gevestigd. Ook de tennis- en de hockeyvereniging zitten in de buurt. Er wordt gegoocheld met cijfers.”

Buitenplaats Beekhuizen diende eerder dit jaar een vergunningaanvraag in bij de gemeente voor nieuwbouw op het terrein. In afwachting van de behandeling van deze aanvraag treedt de gemeente niet handhavend op bij Woodz. ,,We hebben wel aangegeven: wat u doet, is niet toegestaan.”

De juridisch medewerker noemde het onredelijk om handhaving nu door te zetten, er ligt immers een vergunningaanvraag. Tijdens de hoorzitting bleek dat er contact is geweest tussen Buitenplaats Beekhuizen en de verantwoordelijk wethouder, voordat de vergunningaanvraag werd ingediend.

Bot was verbijsterd. ,,Ik ben ontstemd, dit riekt naar gedogen. Het bestemmingsplan moet gewoon worden nageleefd.”

Volgens Stoevelaar worden de plannen van Buitenplaats Beekhuizen al jaren breed gedragen door politiek Rheden en de gemeente. Op vragen van De Gelderlander wilde Stoevelaar na afloop van de hoorzitting niet ingaan.

Karin Mulder

Artikel 2, geplaatst in De Gelderlander op 19 oktober 2025:

In de bossen bij Velp, op de plek van het huidige restaurant Woodz, moet een fonkelnieuw restaurant komen, met 120 zitplaatsen. De plannen stuiten op fel verzet: „De gemeente is faliekant tegen een McDonald’s aan de rand van het bos. En dit kan wel? Onbegrijpelijk.” Wat is er aan de hand?

Restaurant Woodz is onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen. Dit vakantiepark omvat 28 houten boshuisjes, sommige met hottub, en 22 luxe lodgetenten, middenin de natuur.

Omdat de huidige vergunning per april 2026 afloopt, is ook een nieuwe, permanente vergunning nodig voor de vijftig vakantieverblijven. Die blijven zoals ze zijn, laat mede-eigenaar Judith Stoevelaar weten.

Wél zijn restaurant Woodz en ook de receptie en het linnenhok van Buitenplaats Beekhuizen toe aan vernieuwing, stelt de eigenaar: „Voor onze toekomst is het nodig om de bestaande facilitaire gebouwen te vervangen. Duurzaamheid staat voor ons voorop, met oog voor natuur, landschap en vormgeving.”

De nieuwbouwplannen stuiten op verzet. Omwonenden vrezen overlast. Ze zagen de vroegere natuurcamping uit de jaren zestig veranderen in de populaire accommodatie die Buitenplaats Beekhuizen nu is.

„Funest voor de kwetsbare natuur”, benadrukt Jan Keemink van Stichting Natuurbehoud Veluwezoom. „Het hele gebied rondom het park is na zonsondergang gesloten. Verboden terrein, om de natuur te beschermen. Een restaurant dat soms tot acht of zelfs tot tien uur ’s avonds is geopend, past daar niet. Dat zorgt voor een te grote verstoring van dit natuurgebied.”

Woodz, nu gevestigd in twee containers, is een geliefd plekje, weet mede-eigenaar Stoevelaar: „Voor ouders met kinderen, voor buurtbewoners die over het landgoed naar ons toe wandelen, voor hardlopers en wielrenners die neerploffen na een sportief rondje.”

Dat gebeurt illegaal, benadrukt Tim Bot, net als Keemink betrokken bij Stichting Natuurbehoud Veluwezoom: „Woodz is volgens de huidige vergunning alléén bedoeld voor gasten van het vakantiepark en van het nabijgelegen hotel.”

Dat hotel is Boutique Hotel Beekhuizen, aan de overkant van de Beekhuizenseweg, ook onderdeel van Buitenplaats Beekhuizen en eigendom van Judith Stoevelaar en haar zus Irene. Bot: „Woodz is niet bedoeld voor andere bezoekers. Toch komen die massaal. En de gemeente doet niets.”

In afwachting van de nieuwe vergunning wordt de situatie gedoogd, liet de gemeente Rheden eerder al weten. „Zolang de aanvraag nog in behandeling is, handhaven wij niet actief.”

Intussen is die aanvraag ruim tweeëneenhalf jaar in behandeling. „Onbegrijpelijk”, vinden Bot en Keemink. „Waarom moet dit zolang duren? Dit is een beschermd natuurgebied, daar is nieuwbouw niet toegestaan.”

„De gemeente is faliekant tegen een McDonald’s in Rheden, nota bene op een paar honderd meter afstand van de bosrand. En dan zou dit wel kunnen, nieuwbouw ín de bossen? Voor de gemeente is dit ongetwijfeld een hoofdpijndossier.”

Een woordvoerder van de gemeente Rheden laat weten dat nog wordt gewerkt aan de vergunningaanvraag voor Buitenplaats Beekhuizen; de gemeente onderzoekt of de aanvraag buiten het zogenoemde voorbereidingsbesluit van de provincie valt.

Dat besluit verbiedt alle nieuwe activiteiten die stikstof uitstoten in een straal van 500 meter van Natura 2000-gebieden. Er zijn een paar uitzonderingen: bestaande activiteiten mogen blijven, uitbreiding ervan kan niet.

Of de nieuwbouwplannen van Buitenplaats Beekhuizen passen, is dus de vraag. „Om dat helder te krijgen, moet er een heel aantal aanvullende stukken aangeleverd worden”, meldt de gemeentewoordvoerder. „Hierin werken de eigenaren en wij als gemeente met elkaar samen.”

„Zorgvuldigheid staat wat ons betreft voorop en dat kost nu eenmaal tijd”, reageert Stoevelaar. „Er zijn door de gemeente aanvullende eisen gesteld voor wat betreft landschappelijke en ecologische aspecten, waardoor aanpassingen nodig waren.”

„Wij willen terug naar de situatie zoals die was”, zegt Keemink. „Dit was een seizoensgebonden natuurcamping, die maar een deel van het jaar open was. Het restaurant was vergund voor 25 zitplaatsen binnen, dat aantal is stukje bij beetje uitgebreid naar de 120 plekken die er nu zijn, vooral buiten op het terras.”

Het ‘snoepeffect’ is dit volgens Lennard Jasper, directeur van Stichting Behoud Veluwsch Landschap: „Ondernemers snoepen overal steeds meer stukjes natuur bij hun bedrijf. Dat gaat sluimerend. Het is op plekken als deze zoeken naar balans. Op het moment dat hier permanente voorzieningen komen, moet je de zaken goed voor elkaar hebben.”

Volgens Stoevelaar blijft Woodz een knus restaurant, maar wordt het volledig duurzaam met gebruik van natuurlijke materialen: „Terecht heeft de gemeente hoge kwaliteitseisen opgelegd. Door de aanpassingen zitten we nu op één lijn.”

„Wij denken de afgelopen tien jaar een goede balans te hebben gevonden tussen natuur, verblijfsrecreatie en buurtfunctie. Dat vinden ook andere partijen; regelmatig geven wij op verzoek uitleg over onze natuurinclusieve onderneming, zoals bijvoorbeeld aan Vitale Vakantieparken en Groene Metropoolregio.”

Bot en Keemink blijven sceptisch. „Dit is greenwashing, hier wordt een overdreven positief beeld geschetst van de duurzaamheid van de onderneming. Dat gebeurt vaker. Niemand kan ontkennen dat de ontwikkelingen van de afgelopen jaren een aanslag zijn op de kwetsbare natuur in dit gebied.”

De eigenaar is verbaasd dat er tegenstanders zijn: „Ons plan betreft enkel het behoud van de al aanwezige accommodaties en de vervanging van onze verouderde gebouwen. De kleinschaligheid blijft gelijk.”

Lennard Jasper, van Stichting Behoud Veluwsch Landschap, plaatst kanttekeningen. „Het gaat om de samenhang in een gebied. Als je hier kijkt naar de ontwikkelingen van de laatste jaren, Buitenplaats Beekhuizen met restaurant Woodz, én het hotel aan de overkant, dan lijkt het toch te groot geworden.”

Karin Mulder